Van Raat en Philippens: Adams, Glass en Reich

Tijdgenoten 21.00 uur

Ralph van Raat piano
Rosanne Philippens viool

Steve Reich 1936

Piano Phase (1967)
voor piano en tape

Philip Glass 1937

Pendulum (2010)
voor viool en piano

How Now (1968)
voor piano solo

John Adams 1947

Road Movies (1995)
voor viool en piano

II
40% Swing

einde van het concert ca. 22.05 uur

De concerten in de serie Tijdgenoten hebben geen pauze. Na afloop van het concert zijn de foyers geopend

Toelichting

Introductie

Minimalisme

Tekst: Ralph van Raat

Wie had in de jaren 1970 kunnen denken dat drie andersdenkende jonge ­Amerikaanse componisten het verloop van de klassieke muziekgeschiedenis zo zouden veranderen? Steve Reich (1936) was taxichauffeur en postbeambte toen een opname van zijn tape-compositie Come Out (1966) een bestseller werd; Philip Glass (1937) was taxichauffeur en loodgieter toen hij zijn baanbrekende Einstein on the Beach (1976) schreef, en John Adams (1947) had bijbaantjes als klarinettist, ­docent en ensembledirigent ten tijde van zijn meesterwerk Shaker Loops (1978).

Alle drie hadden minstens één ding gemeen: ze voelden geen enkele verwantschap met de in die tijd heersende avant-garde componeerstijlen, waaruit puls en welluidende waren verdwenen. Dat het radicaal anders moest, daar waren de drie componisten het over eens. Dat puls en e harmonie moesten terugkeren, daar waren ze het ook over eens.

Toch ontwikkelden de drie ieder een volslagen herkenbare, eigen toontaal, met als derde gemeenschappelijke kenmerk het principe van herhaling. Dit principe bracht componist en musicoloog Michael Nyman er in 1974 toe om de term ­‘’, die tot dan toe vooral in de beeldende kunst gebruikt werd, ook toe te passen op het werk van de drie Amerikanen.

Steve Reich 1936

Piano Phase

Steve Reich kan vooral geassocieerd worden met vrij streng procesmatige muziek, veelal gespeeld door instrumenten, waarin de puls, en ver­schuivingen daarvan, centraal staan. Zijn compositorische mijlpaal Piano Phase is één van zijn vroegste voorbeelden hiervan.

Geïnstrumenteerd voor twee pianisten, of (in de vroegste versie) piano en tape, spelen de instrumentalisten beiden hetzelfde patroon van in eerste instantie twaalf noten. Echter, terwijl één pianist in precies hetzelfde tempo blijft spelen, accelereert de andere speler een fractie, waardoor zij ten opzichte van elkaar uit fase gaan lopen.

Reich kwam toevallig op dit idee, toen hij twee band­recorders met eenzelfde opname erop in een studio tegelijkertijd liet lopen. Toen hij terugkwam van een kleine pauze, merkte hij dat de twee enigszins uit elkaar gelopen waren, en dat een zeer ­interessant klankbeeld was ontstaan.

In een succesvolle poging dit te ­simuleren door instrumentalisten, versnelt de pianist in het resulterende Piano Phase zijn patroon dusdanig tot de eerste noot van zijn patroon precies op de tweede noot van de stabiele tegenspeler valt. Op dat moment stopt de acceleratie en spelen beiden in hetzelfde tempo, voordat er opnieuw geaccelereerd wordt totdat de pianisten twee noten ten opzichte van elkaar zijn verschoven.

Dit ische proces gaat door totdat alle noten van het patroon doorlopen zijn en de pia­nisten weer unisono spelen. Ondanks het volledig nieuwe, maar simpele principe, is het ­resulterende klankbeeld zeer caleidoscopisch, waarbij ­allerlei schijnmelodieën en -s ontstaan. Met minimale middelen ontstaat een maximaal effect dat sindsdien is overgenomen door niet alleen componisten in het hedendaags klassieke genre, maar ook in de pop en met name de elek­tronische dancemuziek.

Philip Glass 1937

How now

De één jaar jongere Philip Glass, ­sterleerling van de beroemde Nadia Boulanger, was aanvankelijk sterk beïnvloed door Reich, maar ook zijn studie van met name de Indiase muziek, waarin herhaling en puls een sterke rol vervullen, was voor zijn ontwikkeling essentieel.

De twee invloeden kwamen samen in één van zijn vroegste composities, How Now voor piano, waarin elf patronen in zeer snel tempo, en in een strikt aangegeven volgorde, herhaald moeten worden, waardoor er bij de luisteraar een hallucinerend effect ontstaat.

Het was een studie voor zowel de componist als de uitvoerder, om erachter te komen of de fysieke belasting van deze nieuwe speeltechniek voor de speler haalbaar was. 

Philip Glass 1937

Pendulum

Ruim veertig jaar na deze baanbrekende composities kan men zeggen dat de ‘minimalisten’ de kloof tussen de componist en het publiek, zoals die in de avant-garde ontstond, en tussen de klassieke muziek en de popmuziek, gedicht hebben. Philip Glass richtte zich al snel op een rock-georiënteerde klank door het gebruik van synthesizers, saxofoons en dergelijke in zijn ensemble­muziek, en zijn toontaal bleef veruit het meest welluidend van de drie.

Complexe achterliggende compositieprocessen maken meestal geen deel uit van zijn palet, maar hij baseert zich op een direct aansprekende, uitgesproken diatonische benadering van harmonisch en daaruit voortkomend melodisch materiaal. Zijn Pendulum voor viool en piano is hier een goed voorbeeld van: beide instrumentalisten spelen pulserende, pendelende bewegingen van drieklanken, die tot virtuoze, bijna romantische uitbarstingen leiden.

Overigens gaat het om een unieke uitvoering deze avond: Glass gaf persoonlijk toestemming voor een éénmalige uitvoering, omdat het werk nog niet uitgegeven is.

John Adams 1947

Road Movies

Als jongste van de drie componisten was John Adams gefascineerd door de puls en k van zijn oudere collega’s, maar hij miste het emotionele affect door de toenmalige afwezigheid van uitgesproken ën en dramatische ontwikkelingen.

Kleurrijke, grote orkestwerken volgden, met combinaties van een stuwende puls en Bruckneriaanse muzikale ontwikkelingen. Kamermuziekbezettingen leenden zich minder voor zijn rijke idioom, maar Road Movies voor viool en piano vormt een uitzondering.

Het voor beide instrumentalisten buitengewoon virtuoze werk bestaat uit drie delen en moet met veel gevoel voor swing-timing gespeeld worden. Het eerste deel associeert Adams met een ontspannen tocht op een bekende weg; het tweede met een ­eenzame rit door de Californische woestijn, en het derde met een adembenemende, bijna roekeloze racepartij.

De meegegeven titel ‘40% Swing’ slaat hier op een instelling van het door Adams gebruikte computerprogramma, die de ingevoerde noten een specifieke, jazzy timing geeft.

Biografie

Ralph van Raat, piano

Ralph van Raat studeerde piano aan het Conservatorium van Amsterdam bij Ton Hartsuiker en Willem Brons en muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn pianostudie vervolgde hij bij Claude Helffer in Parijs, Ursula Oppens in Chicago en Pierre-Laurent Aimard in Keulen.

De pianist won prijzen van de Internationale Ferienkurse für Neue Musik in Darmstadt en het Gaudeamus Concours, de Philip Morris Kunstprijs, de Elisabeth Everts Prijs, een Borletti-­Buitoni Fellowship, de VSCD Klassieke Muziekprijs en De Ovatie 2019.

Hij soleerde onder leiding van Valery Gergiev, David Robertson en Peter Eötvös en werd geëngageerd door het Concertgebouworkest, de Los Angeles Philharmonic, het BBC Symphony Orchestra, London Sinfonietta, het ­Radio-Sinfonie-Orchester ­Frankfurt, het Cairo Symphony ­Orchestra, het China National Symphony ­Orchestra en het Melbourne ­Symphony ­Orchestra. Solorecitals geeft Ralph van Raat wereldwijd.

Al sinds zijn tienerjaren is hij gefascineerd door het moderne repertoire, en hij werkte met componisten als John Adams, Louis Andriessen, Gavin Bryars, Joep Franssens, Arvo Pärt, Tan Dun en John Tavener. Opnamen van Pärt, Rzewski, Adams, ­Bryars en Tavener werden internationale bestsellers.

Ralph van Raat is bovendien docent hedendaagse pianomuziek aan het Conservato­rium van Amsterdam en de Accademia di Musica di Pinerolo (Turijn). Het vorige optreden van de pianist in de was ook in de serie Scherpdenkers: in november 2022 bracht hij het programma Expeditie weerklank met meteoroloog Peter Kuipers Munneke.

Rosanne Philippens, viool

Rosanne Philippens speelt viool vanaf haar derde, studeerde in 2009 summa cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en in 2014 nogmaals, aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in Berlijn. Haar docenten waren Anneke Schilt, Coosje Wijzenbeek, Vera Beths en Ulf Wallin.

Ze won het Nationaal Vioolconcours, categorie Oskar Back (2009) en het Internationaal Vioolconcours in Freiburg (2014). In eigen land soleerde de violiste bij het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Philharmonisch Orkest en daarbuiten bijvoorbeeld bij het Jerusalem Symphony Orchestra en het Orchestre National de Lyon.

Ze werkte met en als Yannick Nézet-Séguin, Lawrence Foster en Xian Zhang. Kamermuziek speelt Rosanne Philippens met vele collega’s, en ze werd uitgenodigd voor onder meer het Midsummer Music Festival in Reykjavik en het Voice of Music Festival in Israël. Ze nam vier succesvolle cd’s op met een zeer gevarieerd repertoire. Rosanne Philippens bespeelt de ‘Barrere’-Stradivarius uit 1727, haar ter beschikking gesteld door het Elise Mathilde Fonds.

Bij haar vorige optreden in Het Concert­gebouw, op 24 mei jongstleden, vertolkte ze in de Mozarts Vioolconcert in D groot, KV 2018 met het Residentie Orkest onder leiding van Nicholas Collon.