Van Kuijk Kwartet: Beethoven, Brahms en nieuw werk
Van Kuijk Kwartet
Nicolas van Kuijk viool
Sylvain Favre-Bulle viool
François Robin cello
Emmanuel François altviool
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op woensdag.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Strijkkwartet in C gr.t., op. 59 nr. 3 (1806)
Introduzione: Andante con moto – Allegro vivace
Andante con moto quasi allegretto
Menuetto: Grazioso
Allegro molto
Christian Rivet (1964)
Eerste strijkkwartet ‘Amahlathi amanzi’ (2019)
Lointain et fragile
rall. ------------
Entretemps 1
Désertique et mystérieux
Entretemps 2
M.M. = 80
Lointain et fragile
wereldpremière; gecomponeerd in opdracht van Het Koninklijk Concertgebouw, mogelijk gemaakt door het Fonds Kleine Zaal en Proquartett.
pauze ± 21.10 uur
Johannes Brahms (1833-1897)
Tweede strijkkwartet in a kl.t., op. 51 nr. 2 (1865-73)
Allegro non troppo
Andante moderato
Quasi minuetto, moderato – Allegretto vivace
Finale: Allegro non assai
einde ± 22.15 uur
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Kleine Zaal.
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: ‘Razoemovski’-kwartet nr. 3
Door Anneloes Brand
Graaf Andreas Kirillovitsj Razoemovski bestelde in 1805 drie strijkkwartetten bij zijn vriend Ludwig van Beethoven. De graaf was de Russische ambassadeur in Wenen en speelde zelf behoorlijk goed viool.
Hij financierde ook een strijkkwartet onder aanvoering van Beethovens vriend Ignaz Schuppanzigh, dat de meeste van Beethovens kwartetten in première bracht. De drie strijkkwartetten 59 die de componist in 1806 voor graaf Razoemovski schreef, werden in 1808 door het Bureau des Arts et d’Industrie in Wenen uitgegeven en voor het eerst uitgevoerd in 1809.
De ‘Razoemovski-kwartetten’ verschillen stilistisch nogal van Beethovens eerste zes strijkkwartetten, opus 18. In de tussenliggende vijf jaar had Beethoven zich tijdens het componeren van werken als de Derde symfonie ‘Eroica’ en de pianosonates ‘Waldstein’ en ‘Appassionata’ enorm ontwikkeld.
De ‘Razoemovski-kwartetten’, die worden bestempeld als de eerste kwartetten van Beethovens ‘middenperiode’, zijn langer, inventiever en avontuurlijker dan de zes eerdere kwartetten. Een Weense correspondent zal de gevoelens van velen vertolkt hebben, toen hij ze omschreef als ‘groots van visie (...), maar bij vlagen moeilijk te vatten’.
Het Strijkkwartet in C groot, 59 nr. 3 wordt gezien als het meest conventionele van de set, alhoewel het een ongebruikelijke, langzame introductie bevat, met e en die de luisteraars destijds geschokt moeten hebben.
In de eerste twee ‘Razoemovski-kwartetten’ gebruikte Beethoven Russische ën als eerbetoon aan zijn opdrachtgever; in het derde vinden we die niet, maar de melancholieke melodie van het tweede deel doet wel Russisch aan, mede dankzij de volksmuziekachtige ’s in de partij. Het derde deel is een gracieus in plaats van het bij Beethoven gebruikelijke .
Het kwartet eindigt net zo verrassend als het begon. Wanneer ieder kwartetlid het neerzet en de structuur verdicht, is het alsof we met een echte te maken krijgen. Het blijkt echter een fugato, waarna Beethoven een combineert met fugatische passages en ons in een ritmisch gestaag rijdende trein op reis meeneemt door een wonderlijk harmonisch landschap.
Christian Rivet
Rivet: Amahlathi amanzi
Door Lonneke Tausch
Christian Rivet studeerde in Metz gitaar, orkestdirectie, compositie en kamermuziek. Hij vervolgde zijn opleiding in Parijs, won prijzen voor zijn composities, zijn cd-registraties – met repertoire van Dowland tot The Beatles – én zijn poëzie en werkte met onder anderen Leonard Bernstein, Pierre Boulez, Peter Eötvös en Pascal Dusapin.
Sinds 2007 is de componist artistiek leider van het festival ‘Le vent sur l’arbre’, iedere zomer in de Franse Bourgogne. Zijn composities klonken onder meer tijdens het Festival d’Avignon en in de Philharmonie de Paris en stonden op de lessenaars van bijvoorbeeld luitist Hopkinson Smith, fluitist Emmanuel Pahud, altviolist Gérard Caussé, het Trio Wanderer, het Ensemble intercontemporain en het Orchestre Philharmonique de Radio-France.
Een strijkkwartet componeerde Rivet nog niet eerder. De titel van Rivets eerste strijkkwartet, Amahlathi amanzi, is ontleend aan het Zulu en betekent zoveel als ‘waterbos’.
Rivet omschrijft het werk als een wereld vol weerspiegelingen, flashbacks en echo’s, resulterend in een zoektocht naar de relatie tussen de herinneringen van de luisteraar en de muziek zoals die klinkt in real time. In de verweefde hij de klanken van de balafoon (een Afrikaans slaginstrument dat lijkt op een xylofoon), Afrikaanse koorzang, vogelgeluiden en het samenspel van wind en stilte.
In het Van Kuijk Kwartet, dat vanavond de wereldpremière van Amahlathi amanzi verzorgt, zegt Rivet de melancholie te herkennen die hij in zijn noten heeft gelegd.
Johannes Brahms 1833-1897
Brahms: Tweede strijkkwartet
Door Lies Wiersema
Johannes Brahms was al beroemd en gerespecteerd en had ook al een indrukwekkend aantal kamermuziekwerken op zijn naam, voordat hij zich aan het meest pretentieuze genre uit de kamermuziek durfde te wagen.
Pas op zijn veertigste, na al zo’n twintig probeersels vernietigd te hebben, voltooide de eeuwig onzekere en zelfkritische Brahms zijn eerste strijkkwartetten, 51. Het Tweede strijkkwartet in a klein geldt als het meest vriendelijke en e van de twee.
In het hoofdthema van vier noten waarmee de eerste viool het non troppo opent verwerkte Brahms zijn vriendschap met Joseph Joachim, de vioolvirtuoos die hem bij Robert en Clara Schumann introduceerde.
Het dubbelmotief van de vier noten a-f-a-e bevat een combinatie van Joachims motto ‘frei aber einsam’ en Brahms’ commentaar daarop, ‘frei aber froh’.
Ondanks de prachtige e beginmelodie overheerst een mild melancholische stemming het eerste deel. Ook het driedelige moderato heeft een lyrisch-melancholische ondertoon.
In de middensectie klinkt meer drama: eerste viool en voeren in een geagiteerde Hongaarse dans op, begeleid door een van de middenstemmen. Het derde deel is een lichtvoetig met een Slavisch in driedelige maat. Midden in het intermezzoachtige heeft Brahms een dubbelcanon ingevlochten.
De Finale is een en al dans met zijn twee contrasterende ’s: een wilde, Hongaars geïnspireerde openingsdans, gevolgd door een tweede dansthema dat lichter is en meer in de stijl van een Weense .
Vlak voordat het ‘Hongaarse’ thema nog één keer, nu als een razende furie, het kwartet afsluit, verschijnt nog even het ‘Joachim-’ (de noten f-a-e).
Biografie
Van Kuijk Kwartet, kwartet
Het Van Kuijk Kwartet bestaat sinds 2012 en volgde als ensemble lessen bij onder meer (leden van) het Ysaÿe Kwartet, het Alban Berg Kwartet, het Hagen Kwartet en het Guarneri Kwartet. Ook studeerde het viertal aan de Escuela Superior de Música Reina Sofía in Madrid bij Güntler Pichler.
In 2015 viel het Van Kuijk Kwartet meervoudig in de prijzen tijdens de prestigieuze Wigmore Hall International String Quartet Competition in Londen. Niet lang daarna won het de eerste prijs en de publieksprijs van het Trondheim Internationaal Kamermuziekconcours.
Het ensemble nam van 2015 tot 2017 deel aan het BBC New Generation Artists Scheme en werd in Aix-en-Provence laureaat van de festivalacademie. Inmiddels speelden de musici in de bekende zalen van steden als Londen, Berlijn, Hamburg, Wenen, Zürich, Parijs, New York en Washington. Ook debuteerden ze in Australië, Hong Kong, Taiwan, Japan en China.
De debuut-cd uit 2016 met vertolkingen van werk van Mozart kreeg een Choc de Classica en een Diapason d’Or Découverte; de tweede cd bevat muziek van Debussy, Ravel en Chausson, de derde is gewijd aan Schubert.
Het Van Kuijk Kwartet maakte zijn debuut in de van Het Concertgebouw in juni 2018, in het kader van het Rising Stars-programma van de ECHO.