Van Baerle Trio speelt Schubert en Haydn

Van Baerle Trio:
Hannes Minnaar piano
Maria Milstein viool
Gideon den Herder cello

Lees hier het interview met het Van Baerle Trio in het juninummer.

Joseph Haydn (1732-1809)

Pianotrio in es kl.t., Hob. XV: 31 (1795) ‘Jacobs Traum’
Andante
Jacobs Traum

Franz Schubert (1797-1828)

Pianotrio in Es gr.t., D 929, op. 100 (1827-28)
Allegro
Andante con moto
Scherzando: Allegro moderato
Allegro moderato

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

Haydn: Pianotrio in es klein, ‘Jacobs Traum’

Door Myrthe van Dijk

Joseph Haydn heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het . Zijn vroegste composities voor de bezetting van viool, en klavier leken nog veel op de sonates uit de : een melodische vioolpartij gesteund door een cello, die vooral de grondtonen van de ën speelde, en een klavier met begeleidende en, hier en daar zelfs nog genoteerd in becijferde bassen. Met louter amateurs als doelgroep lag de lat in deze ‘huismuziek’ niet hoog.

Dat werd anders toen Haydn vanaf 1784 het genre opnieuw ter hand nam. Inmiddels was er veel vraag naar werken in deze bezetting in de Weense en Londense adellijke kringen waarin de componist verkeerde. Vrijwel alle pianotrio’s die Haydn sinds die tijd schreef werden opgedragen aan adellijke jongedames. De pianopartij evolueerde tot de meest uitdagende partij binnen de triobezetting. Als het zo uitkwam kon de cello zelfs worden weggelaten, zodat er een vioolsonate overbleef. Dat was bijvoorbeeld ook aan de hand bij het Pianotrio in es klein, ‘Jacobs Traum’ uit Haydns late jaren, een werk dat door Haydn in 1803 zonder cellopartij als een nieuw werk aan zijn opdrachtgever werd gepresenteerd.

  • Joseph Haydn

Van origine was het echter een van eerdere datum, bestaande uit twee bij elkaar gevoegde stukken: een sprankelend en in Es groot en een weemoedig cantabile in es klein, dat door Haydn als introductie vóór het allegro was geplaatst. Die tweedeligheid, met een langzaam en een energiek deel, lag nog in de lijn van het entertainende karakter van de vroegere pianotrio’s, maar muzikaal gezien behoort dit werk tot Haydns ambitieuzere kamermuziek.

Het eerste deel staat in een zeer ongebruikelijke (met zes mollen), is melancholiek van toon en zweeft qua vorm tussen een en een met variaties. In het tweede deel is te horen dat de amateurpianiste voor wie Haydn dit allegro schreef, Thérèse Jansen-Bartolozzi, aardig wat in haar m­ars moet hebben gehad. Ook de vioolpartij eist het nodige van de speler, maar daarachter schuilt een ander verhaal: volgens Haydn-biograaf Albert Christoph Dies kende Haydn in Londen een amateurviolist die altijd verkeerd uitkwam als hij hoge noten moest spelen. Haydn zou bewust de spot met deze violist hebben gedreven toen hij ‘Jacobs Traum’ op het manuscript schreef, refererend aan de naar de hemel reikende ladder van Jakob uit het Oude Testament. Met een extreem hoge en moeilijke vioolpartij wilde Haydn deze violist een lesje leren.

Franz Schubert 1797-1828

Schubert: Pianotrio in Es groot

Door Jos van der Zanden

Het in Es groot behoort tot Schuberts late werken. Schubert schijnt zich bij het componeren te hebben laten inspireren door een uit Zweden afkomstige zanger, die ten huize van enkele vrienden patriottische eren voordroeg. Die ën maakten indruk, waardoor in het tweede deel ( con moto) het liedje Se solen sjunker (‘Zie, de zon gaat onder’) een plaats werd gegund.

Alweer is daar die hemelse lengte (die Schumann ook in Schuberts Achtste symfonie ontwaarde). Aan het machtige fortissimo hoofdthema hoor je meteen dat een stevig bouwwerk zal worden opgetrokken, eentje van 634 maten. De finale is zelfs 846 maten rijk. Schuberts uitgever Probst in Leipzig vond dat wat al te bar en sprak de componist erop aan.

Resultaat was een met honderd maten verkorte versie in de Originalausgabe – de componist was gedwee genoeg om de kritiek ter harte te nemen. Op een concert op 26 december 1827 klonk niettemin de oorspronkelijke versie. Het was een uitvoering door leden van het Schuppanzigh Kwartet, met Schuberts collega Karl Maria von Bocklet aan de piano. Dit was een van de schaarse keren dat tijdens Schuberts leven zo’n omvangrijk kamermuziekwerk tot uitvoering kwam. Men was destijds vooral gecharmeerd van het grappige Scherzando, waarin stemmen elkaar op koddige wijze achterna zitten, net als in een .

Musicologen trachten Schuberts meesterschap te verklaren aan de hand van door de componist bedachte structuren. Schubert zou bewust spanning veroorzaken aan het begin van het werk, om die frictie pas laat in de finale tot een ontknoping te brengen. In dit werk zou hij de ’s die hij poneert in de twee openingsdelen, en die allebei nogal ambigu en onaf klinken, in de van de finale met elkaar combineren, waardoor de luisteraar daar een gevoel van totale ontlading ondergaat.

Zulke mfantelijke transformaties van thema’s zouden het geheim vormen van eenheid en coherentie in het werk, het zou de spanningsboog zijn die drie kwartier muziek bijeenhoudt. Tja, lastig om te bewijzen, zoiets. Misschien had Schubert er zelf wel hartelijk om gelachen. Maar hoe het ook zij, dit in Es groot was een tour de force, een sleutelwerk in Schuberts oeuvre. Robert Schumann hield er in zijn Neue Zeitschrift für Musik een vlammend pleidooi voor, wat eraan bijdroeg dat het nu al bijna twee eeuwen lang tot de van de westerse muziek behoort. 

Biografie

Van Baerle Trio, trio

De musici van het Van Baerle leerden elkaar kennen in 2004 op het Amsterdamse conservatorium, destijds gevestigd aan de Van Baerlestraat op een steenworp afstand van Het Concertgebouw. Het kreeg vorm onder de hoede van cellist Dmitri Ferschtman en volgde lessen bij de pianisten Ferenc Rados en Claus-Christian Schuster, mede-­oprichter van het Altenberg Trio. Een masterclass bij Menahem Pressler – de nestor van het Beaux Arts Trio – in de in 2008 was een grote bron van inspiratie.

In 2011 won het Van Baerle zowel het Vriendenkrans Concours als het Internationale Kamermuziek Concours in Lyon. In 2012 ontving het de Kersjesprijs en in 2013 won het het ARD Concours in München. In seizoen 2013/2014 tourde het drietal als Rising Stars van de European Concert Hall Organisation; deze gezamenlijke nominatie van Het Concertgebouw en Bozar (Brussel) maakte debuten mogelijk op de bekendste Europese podia.

De debuut-cd met werken van Saint-Saëns, Ravel en Loevendie werd in 2013 bekroond met een Edison. Hierna bracht het Van Baerle Trio een Mendelssohn-album uit, en de verzamelde werken voor van Beethoven inclusief het Tripel­concert met het Residentie Orkest onder ­leiding van Jan Willem de Vriend. Maria Milstein bespeelt een viool van Michel Angelo Bergonzi en Gideon den Herder een van Giuseppe dall’Aglio, beide in bruikleen van Het Muziekinstrumentenfonds.

Sinds 2014 geven de leden van het Van Baerle Trio hun ervaring door aan een volgende generatie musici aan het ­Conservatorium van Amsterdam. Het vorige optreden van het Van Baerle Trio in de was een programma met Beethoven, Liszt en Saint-Saëns ­tijdens de VriendenLoterij ZomerConcerten 2024.