Van Baerle Trio in Schumanns Eerste pianotrio

Van Baerle Trio:
Hannes Minnaar piano
Maria Milstein viool
Gideon den Herder cello

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Pianotrio in Es gr.t., op. 70 nr. 2 (1808)
Poco sostenuto - Allegro, ma non troppo
Allegretto
Allegretto, ma non troppo
Finale: Allegro 

Tristan Keuris (1946-1996)

Pianotrio (1984)
[in één deel]

pauze (± 21.00 uur)

Robert Schumann (1810-1856)

Eerste pianotrio in d kl.t., op. 63 (1847) 
Mit Energie und Leidenschaft
Lebhaft, doch nicht zu rasch
Langsam, mit inniger Empfindung
Mit Feuer  

einde (± 21.55 uur) 

Toelichting

Je hoort een heel orkest

Door Anneloes Brand

Het Van Baerle Trio werkt aan een reeks cd’s met alle ’s van Ludwig van Beethoven. Voor de eerste twee edities, die respectievelijk in november 2017 en juni 2018 verschenen, kreeg het Amsterdamse lovende recensies.

De Volkskrant schreef: ‘Het is knap als je het als trio voor elkaar krijgt een orkest te suggereren, nog veel beter is het als je helemaal geen orkest meer wilt horen. Van die orde is deze uitvoering.’

Vandaag nemen de musici met Beethovens Pianotrio in Es groot alvast een voorschot op een volgende cd en spelen zij ook het geliefde Eerste pianotrio in d klein van Robert Schumann.

Daarnaast zet het trio landgenoot Tristan Keuris, die in de tweede helft van de twintigste eeuw aanzien in binnen- en buitenland genoot, in het zonnetje. Zijn e en expressieve Pianotrio vormt zowel een contrast als een passende toevoeging aan het programma.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Pianotrio

Het jaar 1808 was een productief jaar voor Beethoven. Hij voltooide onder meer zijn Vijfde symfonie en schreef de Zesde symfonie ‘Pastorale’. In hetzelfde jaar componeerde hij de twee ’s, 70 gedurende zijn verblijf in het huis van gravin Anna Maria von Erdödy in Wenen.

Uit dankbaarheid voor haar gastvrijheid droeg hij de twee ’s bij hun publicatie in 1809 aan haar op. De set omvat een breed scala aan gevoelsuitdrukkingen. Het dramatische Eerste trio in D groot balanceert tussen uitbundige triomf en verwoestende wanhoop.

De zonderling angstaanjagende sfeer van het langzame deel bezorgde het de bijnaam ‘Geister’. Daarentegen is het Tweede trio in Es groot ontspannen, weldadig en, gedeeltelijk, volkomen klassiek, alsof het over zijn schouder terugblikt naar Haydn en Mozart.

Toch getuigt Beethovens  in Es groot vanaf het begin van een compleet andere muzikale wereld: het opent met een solo, gevolgd door de viool en daarna de piano (de rangorde bij Haydn is precies omgekeerd). De strijkers lijken de eerste drie delen te domineren; pas in de Finale klinkt de piano in zijn volle verscheidenheid en grandeur.

Tristan Keuris 1946-1996

Keuris: Pianotrio

‘In deze tijd waarin alles mag en kan, is de basis voor het componeren volledig zoekgeraakt’, zei Tristan Keuris eens in een interview. ‘Want als je de klassieke traditie en de tonaliteit de deur uitgooit, en ook hetgeen ervoor in de plaats kwam, de , het seriële componeren en andere technieken als voorbij beschouwt, wat moet je dan nog?’

De Nederlandse componist studeerde bij Ton de Leeuw aan het Utrechts Conservatorium, maar ging na zijn opleiding al gauw zijn eigen weg. Hij liet zich beïnvloeden door muziek uit de en de , maar ook door modernere stromingen, en ontwikkelde zijn eigen muzikale taal, bestaande uit en materiaal, harmonische spanningen, ritmische gedrevenheid en emotionele zeggingskracht.

In 1984 componeerde Keuris zijn eendelige  voor het Nederlandse Mendelssohn . Destijds oordeelden enkele recensenten: ‘Een werk dat [...] als een brok ingedikte passie de luisteraar betoverde’ en ‘een organisch geheel met diepgang en een rijke emotionele inhoud’.

Luister ernaar als naar een spannend verhaal, met een verrassende ontknoping aan het eind. ‘Het slot heeft iets van klokgelui dat steeds in kracht toeneemt. Het stuk eindigt in een reusachtige klank’, aldus Maria Milstein, violiste van het Van Baerle Trio.

Robert Schumann 1810-1856

Eerste pianotrio

Door Marco Nakken

In mei 1838 ontving Robert Schumann een brief van Franz Liszt. Liszt looft daarin zijn composities en het pianospel van Clara Wieck, Schumanns verloofde, van wie hij in Wenen een concert had bijgewoond. Hij sluit de brief af met een verzoek: ‘Ik zou u willen vragen om een paar ’s, een kwin­tet of een septet te schrijven. Ik denk dat u daarin voortreffelijk zult slagen en er is al lange tijd niets opmerkelijks in die richting verschenen.’ Met het in d klein van Felix Mendelssohn verscheen een jaar later overigens al iets opmerkelijks. Het werd door Schumann de hemel in geprezen als ‘een buitengewoon prachtig werk waar onze kleinkinderen en achterkleinkinderen nog jaren plezier aan zullen beleven.’ Schumann componeerde zijn Eerste pianotrio in 1847. ‘Mijn 37e verjaardag. Gelukkig doorgebracht met Clara en de kinderen. Ideeën voor een trio’, schrijft hij op 8 juni in het huishoudboek dat hij en Clara bijhielden. En acht dagen later: ‘Trio voltooid. Vreugde.’

In het uitbundige en doorwrochte eerste deel buitelen de overlappende inzetten over elkaar heen. Het eerste wordt zeer vrij geïmiteerd, het tweede is opgezet als een tweestemmige voor piano en . In een verstilde episode spelen de strijkers aan de kam en klinkt in de piano, die tinkelende klokjes lijkt te imiteren, een eenvoudige , zoals van een volksliedje.

Het tweede deel, een met trio, wordt gekenmerkt door eenheid in verscheidenheid. Het thema in beide secties is een stijgende toonladder. In het scherzo is het in een achtervolgingsscène voor piano en strijkers verwikkeld, in het trio wordt het een driestemmige canon.

Het langzame derde deel opent met een intens droevige melodie in voor de viool met een aan tegenstemmen rijke begeleiding in het lager register van de piano. De melodie die later door de cello wordt ­overgenomen komt nergens tot een afsluiting en bevat geen enkele herhaling. Het deel zelf sluit ook niet af en gaat zonder onderbreking over in de vurige finale.

Biografie

Van Baerle Trio, trio

De musici van het Van Baerle leerden elkaar kennen in 2004 op het Amsterdamse conservatorium, destijds gevestigd aan de Van Baerlestraat op een steenworp afstand van Het Concertgebouw. Het kreeg vorm onder de hoede van cellist Dmitri Ferschtman en volgde lessen bij de pianisten Ferenc Rados en Claus-Christian Schuster, mede-­oprichter van het Altenberg Trio. Een masterclass bij Menahem Pressler – de nestor van het Beaux Arts Trio – in de in 2008 was een grote bron van inspiratie.

In 2011 won het Van Baerle zowel het Vriendenkrans Concours als het Internationale Kamermuziek Concours in Lyon. In 2012 ontving het de Kersjesprijs en in 2013 won het het ARD Concours in München. In seizoen 2013/2014 tourde het drietal als Rising Stars van de European Concert Hall Organisation; deze gezamenlijke nominatie van Het Concertgebouw en Bozar (Brussel) maakte debuten mogelijk op de bekendste Europese podia.

De debuut-cd met werken van Saint-Saëns, Ravel en Loevendie werd in 2013 bekroond met een Edison. Hierna bracht het Van Baerle Trio een Mendelssohn-album uit, en de verzamelde werken voor van Beethoven inclusief het Tripel­concert met het Residentie Orkest onder ­leiding van Jan Willem de Vriend. Maria Milstein bespeelt een viool van Michel Angelo Bergonzi en Gideon den Herder een van Giuseppe dall’Aglio, beide in bruikleen van Het Muziekinstrumentenfonds.

Sinds 2014 geven de leden van het Van Baerle Trio hun ervaring door aan een volgende generatie musici aan het ­Conservatorium van Amsterdam. Het vorige optreden van het Van Baerle Trio in de was een programma met Beethoven, Liszt en Saint-Saëns ­tijdens de VriendenLoterij ZomerConcerten 2024.

Van Baerle Trio in Schumanns Eerste pianotrio — Preludium