Valery Gergiev dirigeert het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Valery Gergiev dirigent
Nikolaj Znaider viool
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Vioolconcert in D gr.t., op. 61 (1806)
Allegro ma non troppo
Larghetto
Rondo: Allegro
cadensen: Fritz Kreisler
pauze
Sergej Prokofjev 1893-1951
Zesde symfonie in es kl.t., op. 111 (1947)
Allegro moderato
Largo
Vivace
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Vioolconcert
Door Lies Wiersema
Soms liet Ludwig van Beethoven zich inspireren door de specialiteiten van bepaalde spelers. Zo iemand was de briljante jonge Weense violist, componist en concertmeester Franz Clement. Hij werd in de pers geroemd als een van de meest volmaakte violisten en zijn stijl werd getypeerd als ‘van een onbeschrijfelijke sierlijkheid, smaak en elegantie; een uiterst lieflijke tederheid en zuiverheid in zijn spel’. Hij stond bekend om zijn fabelachtige geheugen en techniek. Voor hem schreef Beethoven in 1806 zijn enige voltooide vioolconcert met op het titelblad: ‘Concerto par Clemenza pour Clement…’. In december 1806 was het in haast gecomponeerde werk klaar, vlak voor de première op 23 december met Clement als solist.
Het Vioolconcert in D groot is een zeker voor die tijd lang en expansief werk met een groot aandeel voor het orkest en met symfonische proporties. Het is rijk aan contrasten. Aan het begin van een lange inleiding klinken vier zachte slagen, herhalingen van dezelfde noot, waarna het orkest het openingsthema inzet dat al snel een fortissimo bereikt. Het door de pauken gespeelde openingsmotief ontwikkelt zich, zoals vaker bij Beethoven, tot een substantieel onderdeel van het hoofdthema en volgende tische ideeën. De samenhang die hierdoor ontstaat geeft het werk een symfonisch karakter.
In het tweede deel beginnen gedempte strijkers een mysterieus in een landelijke en serene sfeer. De twee s die met hetzelfde de solist inleiden illustreren nog eens het pastorale karakter. Dit openingsmotief, telkens gespeeld door weer andere instrumenten, beheerst het hele langzame deel, soms in dialoog met de solist. De vioolpartij stijgt naar steeds hogere regionen, meditatief en introspectief, om ten slotte na een korte zonder onderbreking over te gaan in het laatste deel. Dit biedt met zijn aards, volksdansachtig thema een perfect tegenwicht tegen de emotionele impact van de eerste twee delen.
De première werd met groot applaus ontvangen dankzij ‘de oorspronkelijkheid en overmaat aan mooie passages’. Vooral Clements uitvoering lokte vele bravo’s uit, hoewel zijn vertoonde kunstjes in het vervolg van het programma, zoals het spelen op een omgekeerde viool, niet door iedereen gewaardeerd werden. Het Vioolconcert beleefde nog enkele uitvoeringen, maar werd toch niet meteen populair, mede vanwege de destijds ongewone lengte. Pas toen Joseph Joachim het in 1844 – op zijn dertiende – uitvoerde onder leiding van Felix Mendelssohn werd het echt gewaardeerd en ging het tot het standaardrepertoire behoren.
Serge Prokofjev 1891-1953
Zesde symfonie
Van een romantische, pastorale Beethoven naar de expressieve en donkere muziek van Prokofjevs monumentale symfonie anderhalve eeuw later is een overgang naar andere sferen.
Ruim tien jaar eerder was Sergej Prokofjev definitief vanuit het Westen teruggekeerd naar de Sovjet-Unie, een land met een repressief stalinistisch regime. Tijdens de oorlogsjaren begon hij aan de eerste schetsen van zijn Zesde symfonie, die hij in 1947 zou voltooien. Het was zijn weeklacht over de vernietigende tragedie van de Tweede Wereldoorlog. Kleurrijke contrasten typeren de compositie: melancholische en pastorale passages tegenover geagiteerde oorlogsklanken.
Prokofjevs Russische biograaf, Israel Nestyev, noemt het moderato het meest tragische van de drie delen. Het begint met een korte introductie van de , gevolgd door een eerste van de strijkers, een thema dat tussen alle droefgeestige, landelijke en tumultueuze passages door herhaaldelijk terugkeert in verschillende gedaantes. Verontrustende ten leiden uiteindelijk naar een somber slotakkoord.
Onheilspellend is ook de opening van het langzame tweede deel. Een veel lyrischer middensectie vormt een aangenaam contrast, maar wordt steeds vaker afgewisseld met oorlogszuchtige spookbeelden en strijdritmes. Het Largo eindigt kalm, bijna opgelucht, met solo hobo en gedempte trompet. Het is de opmaat voor een andere, onbezorgder en gelukkiger wereld in het laatste deel met feestvierende dorpelingen in een dansante rustieke stijl, soms onderbroken door gestamp als van soldatenlaarzen.
Het feest blijft niet duren. De onrust neemt toe. Het desolate hobothema uit het eerste deel klinkt weer. Een met een onheilspellend en indringend ritme beëindigt ten slotte de symfonie.
De première op 11 oktober 1947 in Leningrad onder leiding van Jevgeni Mravinski werd enthousiast ontvangen door publiek en pers, maar vier maanden later sloeg de stemming om na een resolutie van de communistische partij. Samen met andere prominente collega’s werd Prokofjev beschuldigd van ‘formalistische perversiteiten en antidemocratische tendensen’. Zijn Zesde symfonie zou zelfs een toonbeeld van formalisme zijn, ‘vernieuwing om de vernieuwing’ en ‘artistiek snobisme’.
In een speciaal congres georganiseerd door de Bond van Sovjetcomponisten moesten de overtreders diep door het stof. Prokofjev toonde in een brief publiekelijk berouw en betuigde steun aan de partijlijn. Zijn Zesde symfonie verdween van het repertoire.
Na de dood van Josef Stalin werd de veroordeling herroepen, voor Prokofjev echter te laat. Hij stierf op 5 maart 1953, vijftig minuten vóór de grote dictator. Vanwege de menigte op het Rode Plein voor Stalins begrafenis kon Prokofjevs lichaam niet naar het hoofdkwartier van de componistenbond getransporteerd worden. Bovendien moesten alle musici bij Stalins begrafenis spelen en waren de bloemen op. Alleen David Oistrach speelde voor Prokofjev: delen uit diens Eerste vioolsonate.
Biografie
Nikolaj Szeps-Znaider, viool
Nikolaj Szeps-Znaider maakt naam als violist en . De Deen studeerde viool aan het conservatorium in Stockholm en de Juilliard School of Music in New York. In 1997 won hij de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel, waarna hij als solist optrad met gezelschappen als de Wiener Philharmoniker, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en het Gewandhausorchester Leipzig.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2001 met Glazoenovs Vioolconcert onder leiding van Mstislav Rostropovitsj. De meest recente samenwerking betrof Bruchs Eerste vioolconcert onder leiding van Fabio Luisi in december 2021.
Nikolaj Szeps-Znaider nam alle vioolconcerten van Mozart op met het London Symphony Orchestra; zijn uitgebreide discografie bevat voorts de vioolconcerten van Brahms en Korngold (met de Wiener Philharmoniker), Nielsen (met de New York Philharmonic), Beethoven en Mendelssohn, en het Tweede vioolconcert van zowel Glazoenov als Prokofjev met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder Mariss Jansons.
Als koestert Nikolaj Szeps-Znaider nauwe banden met de New York Philharmonic, The Philadelphia Orchestra, de Royal Stockholm Philharmonic en het London Symphony Orchestra. In 2012 dirigeerde hij het Concertgebouworkest. Sinds september 2021 is hij chef-dirigent van het Orchestre National de Lyon. Nikolaj Szeps-Znaider bespeelt de ‘Kreisler’-Guarnerius ‘del Gesù’ uit 1741.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


