Vadim Repin in expressief Russisch programma

Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra
Kazushi Ono dirigent
Vadim Repin viool

Maurice Ravel 1875-1937

Rapsodie espagnole (1907)

Prélude à la nuit: Très modéré
Malagueña: Assez vif
Habanera: Assez lent et d’un rythme las
Feria: Assez animé
 

Sergej Prokofjev 1891-1953

Tweede vioolconcert in g kl.t., op. 63 (1935)

Allegro moderato
Andante assai – Allegretto – Andante assai
Allegro, ben marcato

pauze

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Vierde symfonie in f kl.t., op. 36 (1877-78)

Andante sostenuto – Moderato con anima
Andantino in modo di canzona
Scherzo: Pizzicato ostinato, Allegro
Finale: Allegro con fuoco

Toelichting

Maurice Ravel 1875-1937

rapsodie espagnole

In 1895 componeerde Maurice Ravel Sites auriculaires voor twee piano’s, met als eerste deel een habanera. Hoewel wij deze dans met zijn kenmerkende van een gepuncteerde achtste noot, gevolgd door een zestiende en twee achtsten als typisch Spaans beschouwen, ontstond hij op Cuba. Het is een creoolse versie van de Franse contredanse, vernoemd naar de hoofdstad Havana en geliefd in de Spaanse provincie Catalonië.

Ravel koesterde zijn deels Spaanse wortels en componeerde in 1907 ook de Vocalise­étude en forme de habanera voor bas en piano. In datzelfde jaar gebruikte hij de habanera voor twee piano’s als derde deel van zijn orkestwerk Rapsodie espagnole. In de kleurrijke met onder andere harp, sarrusofoon (een metalen basinstrument, later vervangen door de contrafagot), celesta en triangel is ook een tamboerijn opgenomen, waarvan de Franse naam ‘tambour basque’ verwijst naar de geboortegrond van Ravels moeder. Het hoekige klinkt zelden aan de oppervlakte, maar ligt als subtiele basispuls onder het hele derde deel.
Ook in de overige drie delen betuigt Ravel zijn liefde voor Spanje. In Prélude à la nuit klinken Spaans getinte duetten van klarinetten en ten tegen golvende patronen van de strijkers. Malagueña verplaatst ons met schetterende ten naar de arena van een stierengevecht, waar een meditatieve solo van de lijkt op te roepen tot bezinning. Het vierde en laatste deel, Feria, is het meest temperamentvol: de onstuimige ritmes, snel klakkende castagnetten en stuwende orkestrale climaxen roepen de sfeer op van een wild zigeunerfeest.

Thea Derks

Sergej Prokofjev 1891-1953

tweede vioolconcert

Sergej Prokofjev begon zijn loopbaan als muzikale beeldenstormer, maar in de eerste helft van de jaren dertig keerde hij zich geleidelijk van de avant-garde af. Zijn heimwee naar Rusland, dat hij in het revolutiejaar 1917 had verlaten, groeide evenredig met zijn onbehagen over het artistieke klimaat in Parijs, waar hij zich had gevestigd.

Tijdens een tournee door de Verenigde Staten in 1930 had hij in interviews aangegeven welke richting de muziek zijns inziens moest inslaan: ‘De tijden waarin de omwille van de dissonant benut wordt zijn voorbij. Ik streef een eenvoudige vorm na. Minder ingewikkeld en een meer uze stijl. Ik vat dit samen onder de noemer Nieuwe Eenvoud.’
Het een jaar voor zijn definitieve terugkeer naar de Sovjet-Unie voltooide Tweede vioolconcert is representatief voor Prokofjevs nieuwe stijlrichting. Het eerste deel heeft een met twee ’s. Expositie, doorwerking, reprise en zijn duidelijk afgebakend. Het eerste thema, een onmiskenbaar Russisch aandoende melodie, wordt door de soloviool geëxposeerd. Het na een vertraging van het tempo opnieuw door de soloviool ingezette tweede thema heeft een uitgesproken karakter. De expositie eindigt met geleidelijk aan vertragend passagewerk voor de soloviool. De doorwerking opent met een echo van de laatste frase van de solist in de alten. Het tweede deel houdt het midden tussen een variatie en een vorm (ABA). In de A-sectie wordt de lange, bijna sentimentele melodie van het eerste thema achtereenvolgens geïntroduceerd en omspeeld door de soloviool. Het thema van de B-sectie wordt door de soloklarinet ingezet. In de bij vlagen groteske finale wordt de virtuositeit op de spits gedreven. Opmerkelijk is de coda, waarin een razend perpetuum mobile van de soloviool begeleid wordt door contrabassen en een grote trom.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

vierde symfonie

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski voltooide zijn Vierde symfonie in januari 1878 in San Remo. Een maand later ging het werk in Moskou in première. De componist was hierbij niet aanwezig. Hij was in de zomer van 1877 na een even kortstondig als rampzalig huwelijk in overspannen toestand uit Moskou gevlucht. Zijn voormalige leerling Serge Tanejev had het concert wel bijgewoond en deed er op Tsjaikovski’s verzoek verslag van. Tanejevs oordeel was overwegend welwillend, maar hij had ook kritiek. Wat hem onder andere gestoord had, was het programmatische karakter van het eerste deel. Tsjaikovski deelt zijn bezwaar niet: ‘Ik wil niet dat mijn symfonieën een ijdel spel met en, s en s zijn. Uiteraard is mijn symfonie programmatisch, alleen kan dat programma niet in woorden worden uitgedrukt.’

Voor zijn correspondentievriendin en weldoenster Nadezjda von Meck, aan wie de symfonie is opgedragen, heeft Tsjaikovski, zij het onder voorbehoud, wel degelijk een poging gedaan om het programma in woorden uit te drukken: ‘Onze symfonie heeft een programma. De introductie is de kiem van de hele symfonie, de hoofdgedachte. Het is het noodlot, de fatale kracht die het streven naar geluk breekt. Verzet is zinloos. Een lieflijke droom verschijnt, maar het noodlot wekt ons. Het tweede deel brengt een ander aspect van droefheid tot uitdrukking. Je bent verdrietig, omdat zo veel dingen voor altijd voorbij zijn en toch is het prettig om aan je jeugd terug te denken. In het derde deel worden geen bepaalde gevoelens geïllustreerd. Het zijn grillige arabesken die in je fantasie rondwaren als je een beetje aangeschoten bent. Het vierde deel: Als je in jezelf geen blijdschap kunt vinden, begeef je dan onder het volk. Zodra je echter opgaat in de vreugde van anderen doemt opnieuw het onverbiddelijke noodlot op.’

Marco Nakken

Biografie

Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, orkest

Het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra is sinds de oprichting in 1965 uitgegroeid tot een van Japans meest toonaangevende symfonische gezelschappen.

Bij de vijftigste verjaardag dit jaar is Kazushi Ono benoemd als de vijfde chef- in de geschiedenis van het orkest – na Tadashi Mori, Akeo Watanabe, Hiroshi Wakasugi en Gary Bertini. Kazuhiro Koizumi is honorary conductor for life, Eliahu Inbal conductor laureate en Jakub Hrůša eerste gastdirigent.

Naast de abonnementsseries en andere concerten in eigen land is het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra cultureel ambassadeur van zijn thuisstad en regelmatig in het buitenland te beluisteren. Het orkest maakte vele tournees naar Aziatische en Europese landen en naar Noord-Amerika.

Het educatieve programma van het orkest is intensief en omvat onder meer zo’n zestig schoolconcerten per seizoen. Cd’s van het orkest ontvingen diverse prijzen; een vertolking van SjostakovitsjVierde symfonie onder leiding van Eliahu Inbal werd bekroond met twee Music Pen Club Japan Awards.

Het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra maakte in november 2015 zijn debuut in Het Concertgebouw. Dit concert komt tot stand in samenwerking met Maestro Arts. De huidige Europese tournee omvat verder concerten in Stockholm, Luxemburg, Berlijn, Essen en Wenen.

Kazushi Ono, dirigent

Kazushi Ono is sinds april 2015 in zijn geboortestad music director van het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra. Ook is hij eredirigent van het Filharmonisch Orkest van Tokio. Afgelopen september is hij bovendien begonnen als muzikaal-artistiek leider van het Orquestra Symfónica de Barcelona. Van de Filharmonica Arturo Toscanini in Parma is hij eerste gastdirigent.

Daarnaast is hij chef- van de Opéra National de Lyon. Hier trok hij de aandacht met vertolkingen van werken als Lulu van Alban Berg, Wagners Parsifal en De gokker van Prokofjev. Kazushi Ono onderhoudt ook nauwe banden met de grote huizen van Berlijn, Parijs, Milaan, München en New York. Als gastdirigent stond hij regelmatig op de bok bij gezelschappen als het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Boston Symphony Orchestra en het Orchestre symphonique de Montréal.

De discografie van de weerspiegelt de diversiteit van zijn repertoire. Met mezzo­sopraan Joyce DiDonato en het Orchestre de l’Opéra National de Lyon maakte hij een -­album dat werd bekroond met een Grammy Award.

In Het Concertgebouw stond Kazushi Ono de afgelopen seizoenen op de bok bij het Radio Filharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest.

Vadim Repin, viool

Vadim Repin begon met vioolspelen toen hij vijf was en maakte in datzelfde jaar zijn podiumdebuut. Op zijn elfde won hij het Henryk Wieniawski Vioolconcours, op zijn zeventiende het Koningin Elisabethconcours. Sindsdien trad hij op met vele grote orkesten, waaronder het London Symphony Orchestra, de Berliner Philharmoniker, het Orchestre de Paris en het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg.

In 2010 bracht Vadim Repin het Vioolconcert van James MacMillan in première, samen met het London Symphony Orchestra. In 2012 vertolkte hij dit werk ook in Het Concertgebouw, met de Radio Kamer Filharmonie en de componist zelf als .

Als kamermusicus is Vadim Repin regelmatig actief met de pianisten Nikolai Lugansky en Itamar Golan. Ook musiceert hij graag met Martha Argerich, Evgeny Kissin en Mischa Maisky.

Vadim Repin legde veel van zijn interpretaties vast op cd, en regisseuse Claudia Wilke maakte in 2010 een documentaire over de violist. Vadim Repin bespeelt een instrument uit 1736 van Guarneri del Gesù.