Trio Shaham Erez Wallfisch: Dvořáks 'Dumky' Trio

Trio Shaham Erez Wallfisch:
Hagai Shaham viool
Raphael Wallfish cello
Arnon Erez piano

pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.10 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Pianotrio’s.

Ernest Bloch 1880-1959

Drie nocturnes (1924)
Andante
Andante quieto
Tempestoso

Antonín Dvořák 1841-1904

Pianotrio in e kl.t., op. 90 (1890-91) ‘Dumky’
Lento maestoso – Allegro
Poco adagio – Vivace
Andante – Vivace non troppo
Andante moderato – Allegretto scherzando – Allegro
Allegro
Lento maestoso – Vivace

pauze

Franz Schubert 1797-1828

Pianotrio in Bes gr.t., D 898 (1827)
Allegro moderato
Andante un poco mosso
Scherzo: Allegro – Trio
Rondo: Allegro vivace

Toelichting

Ernest Bloch 1880-1959

Bloch: Drie nocturnes

Door Lonneke Tausch

In het jaar waarin hij Amerikaans staatsburger werd, 1924, componeerde Ernest Bloch de Drie s. De in Genève geboren, in diverse Europese steden opgeleide en in 1916 naar de Verenigde Staten uitgeweken Jood was destijds directeur van het mede door hem opgerichte Cleveland Institute of Music.

Eerder was hij verbonden geweest aan de Mannes School of Music in New York City (1917-20) en van 1925 tot 1930 zou hij het San Francisco Conservatory of Music leiden. Hij dirigeerde bovendien al in 1917 en 1918 de belangrijkste Amerikaanse orkesten.

Het waren ‘bijbanen’ die de componist beter pasten dan het werk dat hij in Zwitserland had gedaan voor de firma in toeristenartikelen (denk koekoeksklokken) van zijn vader. Blochs stijl van componeren was niet vernieuwend, noch vertegenwoordigde hij een bepaalde school of stroming, maar zijn muziek is heel persoonlijk. Zijn oeuvre reikt van (Macbeth, in 1910 in première gebracht in Parijs) tot kamermuziek ( voor , vijf strijkkwartetten).

  • Ernest Bloch

Hij componeerde prijswinnende eerbetonen aan zowel zijn vaderland – Helvetia: a Symphonic Fresco – als aan zijn tweede thuisland – America: an Epic Rhapsody, met een door het publiek te zingen slot-anthem, en experimenteerde met Aziatische toonsystemen, Frans impressionisme, , kwarttonen en .

Bekend bleef Bloch vooral door zijn Joods-geïnspireerde composities: de Israël-symfonie, het vioolstuk Baal shem, From Jewish Life en de Méditation hébraïque (allebei voor en piano) en met name Schelomo, symfonisch gedicht en celloconcert in één.

De zangerige cello-opening van de tweede van de Drie s doet denken aan het laatstgenoemde werk. Dit quieto is een gedragen wiegenlied met een volkse hoofdmelodie die in alle drie de instrumenten wordt geïmiteerd.

De wat mysterieuze eerste nocturne werkte daarvóór als een zoekende prelude waarin na een lage piano-opening exotisch aandoende klanken opduiken en de wetten van de tonaliteit niet al te streng gelden. De derde nocturne is ‘tempestoso’, stormachtig, met een motorisch met een hint van jazz – een invloed die bij veel klassieke componisten in die jaren opgeld deed. In het middendeel van deze derde nocturne komt de van de tweede nog even terug.

Antonín Dvořák 1841-1904

'Dumky'-trio

tekst: Liesbeth Houtman

Antonín Dvořák groeide op in een klein Boheems dorpje. Als jongen speelde hij viool in het dansorkest dat optrad in de dorpsherberg die zijn vader bestierde. De volksmuziek had hij dus al vroeg in de vingers. ‘Alle Slaven houden van muziek’, vertelde hij eens in een interview.

‘Ze kunnen de hele dag in het veld werken, maar ze zijn altijd aan het zingen en de ware muzikale geest brandt vurig in hen. En wat houden ze van dansen! Op zondag, als de kerk is uitgegaan, beginnen ze muziek te maken en te dansen, vaak tot vroeg in de volgende ochtend.’

In het  in e klein‘Dumky’ zie je de dansende Bohemers met hun fleurig uitgedoste vrouwen en meisjes voorbijkomen. Het werk is een aaneenschakeling van zes dumky, meervoud van dumka, een van oorsprong Oekraïenseballade die door Dvořák werd gekoppeld aan een typisch Slavische melancholie en temperament. 

De muziek bezit een sterk verhalend karakter, waarbij de vaak op de voorgrond treedt. Dvořák had voor het stuk dan ook een bijzondere cellist in gedachten: de Tsjech Hanuš Wihan (1855-1920), voor wie hij later ook zijn beroemde Celloconcert zou componeren. 

De finale is het meest avontuurlijke deel. Geheimzinnige momenten veranderen plotseling in eenvoudige volkse muziek en een e gaat over in een spannende, opzwepende passage. 

Het ging Dvořák voor de wind toen hij in 1891 dit vierde en laatste pianotrio componeerde, en dat is te horen in de ongelooflijke melodieusheid van het werk. Johannes Brahms, een belangrijk promotor van

Dvořák muziek, beweerde ooit hevig jaloers te zijn op ‘de ideeën die deze knaap zomaar komen aanwaaien’. En inderdaad, wie het ‘Dumky’- hoort, kan alleen maar concluderen: wat een rijke geest!

Franz Schubert

Pianotrio

tekst: Anneloes Brand

In 1812 schreef Franz Schubert zijn ­eendelige in Bes groot, D 28 als student van Antonio Salieri en noemde het ‘nsatz’. Vijftien jaar erna componeerde hij twee ­‘echte’ pianotrio’s, waarvan het lijvige Piano­ in Bes groot, D 898 het eerste is. In deze laatste jaren van zijn te korte leven leed de componist aan syfilis. De cyclus Winterreise uit 1827 is een van die composities die zijn gevoelens van eenzaamheid, droefenis en wanhoop reflecteren.

Maar anders dan sommige componisten die hun persoonlijke leed ventileerden, was Schubert ook in staat zijn somberheid opzij te zetten en muziek te produceren die een geheel andere toon aanslaat. Zijn Pianotrio in Bes groot uit hetzelfde jaar is opvallend zonnig en zorgeloos. Elk van de drie instrumenten werd royaal bedeeld: de piano zingt er vrolijk op los en mag ook zijn bravourekant tentoonspreiden. De strijk­instrumenten, waarvan de zelfs een beetje bevoorrecht lijkt, hebben beide een volle en dankbare taak. 

Pianist Karl Maria von Bocklet, violist Ignaz Schuppanzigh en cellist Josef Lincke ­hielden het ten doop op 28 januari 1828 ­tijdens een Schubertiade, een besloten concert onder vrienden van de componist. Maar zoals zoveel van Schuberts kamermuziek werd het  in Bes groot postuum uitgegeven: in 1836, acht jaar na zijn dood.

Vakgenoot Robert Schumann was er bijzonder van onder de indruk en schreef: ‘Eén blik op Schuberts Trio doet de problemen van het menselijk bestaan verdwijnen. De wereld is weer fris en nieuw… Het eerste deel is een en al charme, intiem… Het is een gelukzalige droom, een golvende stroom van menselijke emotie… Kort gezegd, het Trio in Bes is vrouwelijk, .’

Biografie

Trio Shaham Erez Wallfisch, ensemble

Het Shaham Erez Wallfisch bestaat sinds 2009 en nam sindsdien muziek op van Beethoven, Mendelssohn, Brahms, Schumann en Grieg en van een aantal grote Franse en Russische componisten. Voordat de drie musici besloten een te vormen, hadden ze elk al een bloeiende carrière opgebouwd.

Violist Hagai Shaham trad als solist op met onder meer het BBC Philharmonic Orchestra, het Praags Philharmonisch Orkest en orkesten in Hong Kong, Sjanghai, Taipei en Seoul. Bij het zeventigjarig bestaan van het Israëlisch Filharmonisch Orkest werkte hij samen met Zubin Mehta en Misha Maisky. Het ARD Concours 1990 in München won Hagai Shaham samen met pianist Arnon Erez.

Naast zijn vele s op belangrijke podia als Carnegie Hall in New York, de Beethoven Halle in Bonn en de Wiener Musikverein soleerde Arnon Erez bij onder meer het Israëlisch Filharmonisch Orkest. Daarnaast is hij verbonden aan de Buchmann-Mehta School of Music van de Universiteit van Tel Aviv.

Cellist Raphael Wallfisch tenslotte won op vierentwintigjarige leeftijd het Gaspar Cassado Internationaal concours in Florence en werd als solist geëngageerd door de grote orkesten van bijvoorbeeld Londen, Los Angeles, Leipzig, Berlijn en Warschau. Hij neemt geregeld zitting in jury’s, zoals bij het Enescu Concours in Boekarest en de Rostropovich International Competition in Parijs.

Het Shaham Erez Wallfisch speelt op de belangrijkste kamermuziekpodia in Europa, Israël en Canada. In Het Concertgebouw debuteerde het tijdens de Robeco SummerNights 2013; bij het laatste optreden in de , in oktober 2017, stonden werken van Bloch, Dvořák en Schubert op het programma.