Trio Schwizgebel/Beilman/Hakhnazaryan in Mendelssohn
Louis Schwizgebel piano
Benjamin Beilman viool
Adrien Boisseau altviool
Narek Hakhnazaryan cello
Joseph Haydn (1732-1809)
Pianotrio in fis kl.t., Hob. XV: 26 (1795)
Allegro
Adagio cantabile
Finale: Tempo di minuetto
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Eerste pianotrio in d kl.t., op. 49 (1839)
Molto allegro ed agitato
Andante con moto tranquillo
Scherzo: Leggiero e vivace
Finale: Allegro assai appassionato
pauze ± 21.05 uur
Robert Schumann (1810-1856)
Pianokwartet in Es gr.t., op. 47 (1842)
Sostenuto assai – Allegro ma non troppo
Molto vivace
Andante cantabile
Vivace
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Pianotrio
Door Anneloes Brand
Doordat Joseph Haydn vaak de ‘vader van het strijkkwartet’ wordt genoemd, zou je haast vergeten dat hij ook zo’n belangrijke rol voor het vervulde. Misschien lag dit ook aan de vorm van het genre in die tijd: de klavierpartij was zo dat de werken nog vaak als klaviersonates werden gezien. Ze werden dan ook wel aangeduid als ‘ voor klavecimbel of fortepiano, begeleid door viool en ’. Alhoewel de viool gaandeweg een individuelere rol krijgt, is het klavierinstrument de dominante figuur en doet de cello vaak niet meer dan diens baslijn verdubbelen; van gelijkwaardige partners is dus nog geen sprake. Haydn schreef zo’n 45 pianotrio’s – niet alleen een bewonderenswaardig aantal, maar ook indrukwekkend vanwege hun diversiteit en vernuftigheid.
In de jaren negentig van de achttiende eeuw verbleef Joseph Haydn tweemaal geruime tijd in Londen, voerde er zijn werken uit tijdens de bekende Salomonconcerten en schreef er diverse meesterwerken, waaronder zijn twaalf ‘Londense’ symfonieën. -Tijdens zijn tweede bezoek aan Londen in 1794-95 componeerde Haydn ook enkele ’s, die hij later in sets van drie liet uitgeven en aan een dame opdroeg. Zijn Pianotrio in fis klein is de laatste van drie pianotrio’s opgedragen aan Rebecca Schroeter, de weduwe van pianist/componist Johann Samuel Schroeter. Gezien de pianopartijen van de drie ’s was Rebecca geen onverdienstelijk pianiste. Tijdens Haydns verblijven in Londen had ze les van de Oostenrijkse meester en uit briefwisselingen tussen de twee blijkt dat ze bijzonder op elkaar gesteld waren. Haydn bekende later zelfs aan zijn biograaf dat hij met Rebecca had willen trouwen als hij nog single was geweest.
Haydns muziek zit vol inventiviteit en speelsheid. Het pianotrio in de ongebruikelijke fis klein verandert subtiel van sfeer en ondanks de melancholieke gedeelten is het over het geheel toch levendig. Het langzame deel is hetzelfde, alhoewel in een andere toonsoort, als dat van Haydns Symfonie nr. 102, maar het is onduidelijk voor welk werk hij deze muziek oorspronkelijk schreef. De -achtige stijl van de Finale was niet ongebruikelijk voor die tijd; ook hier vinden we Haydns persoonlijke touch en subtiliteit in sfeer.
Eerste pianotrio
Het Eerste in d klein uit 1839 (zes jaar later gevolgd door zijn tweede en laatste) is een uitstekend voorbeeld van Felix Mendelssohns muzikale vakmanschap. In dit vierdelige werk weerklinken de kwaliteiten van de Weense klassieke componisten, in wiens traditie hij was geschoold: regelmatig gevormde frases, een moeiteloze beheersing van de en een onberispelijk gevoel voor galante muzikale expressie.
Maar deze transparante mozartiaanse opbouw overgoot Mendelssohn met een flinke dosis : het klankrijke staat bol van de e, zangerige ën – vooral voor viool en , die hier gelijke partners zijn – en de pianopartij is bijzonder . Het Eerste werd een van Mendelssohns meest geliefde kamermuziekwerken. Robert Schumann was een van de vroegste bewonderaars. In zijn recensie noemde hij Mendelssohn ‘de Mozart van de negentiende eeuw’. Hij bestempelde het trio als een meesterwerk van zijn tijd en voorspelde: ‘Het is een uitzonderlijk mooie compositie die onze klein- en achterkleinkinderen nog jaren zal plezieren.’
Mendelssohns Eerste pianotrio is vanaf het begin vervuld van romantisch vuur. De voortstuwende pianopartij geeft het openings- een rusteloze energie. Het eropvolgende con moto tranquillo heeft veel weg van een ‘ ohne Worte’, zoals Mendelssohn deze voor piano solo componeerde. Het is zoals we van Mendelssohn gewend zijn: fantasierijk, elfachtig en halsbrekend snel. De Finale, waarin energieke, ritmisch gedreven gedeelten en dichterlijke passages elkaar afwisselen, besluit het werk op glorieuze wijze.
Robert Schumann (1810-1856)
Pianokwartet
Door Anneloes Brand
Robert Schumann schreef in 1842 zoveel kamermuziek, dat het wel zijn ‘kamermuziekjaar’ wordt genoemd. Hij begon aan zijn Pianokwartet in Es groot vlak nadat hij zijn Pianokwintet – eveneens in Es groot – had voltooid. De grote overeenkomst is dat de piano in beide werken over het algemeen de leidende partij is, terwijl de strijkers de pianist volgen of gezamenlijk een tegenpartij vormen. Het Pianokwartet in Es groot begint met een ‘vragende’ introductie, die wordt beantwoord met het vrolijke ma non troppo. Het energieke heeft verrassend genoeg twee delen. In het tweede trio zet Schumann met aanhoudende syncopen de luisteraar ritmisch op het verkeerde been. Het cantabile laat de schitteren en bevat een opmerkelijke aanwijzing: Schumann laat de cellist op een bepaald moment zijn c-snaar een hele toon naar beneden stemmen, zodat deze een bes-pedaaltoon onder de andere stemmen kan spelen (veel cellisten doen dat omstemmen liever voordat ze aan het derde deel beginnen). De finale ten slotte opent als een , maar gaat verder in en besluit het kwartet briljant en stijlvol.
Biografie
Louis Schwizgebel, piano
De Zwitsers-Chinese pianist Louis Schwizgebel won op zeventienjarige leeftijd het Internationale Concours van zijn geboortestad Genève en viel twee jaar later in de prijzen tijdens de Young Concert Artists International Auditions in New York. In 2012 behaalde hij de tweede prijs van de Leeds International Piano Competition, waarop de BBC hem uitnodigde voor het New Generation Artists Scheme.
Inmiddels soleerde Louis Schwizgebel bij gezelschappen als het London Philharmonic Orchestra, het Orchestre National de France en het Filharmonisch Orkest van Shanghai. In het huidige seizoen debuteert hij bij onder meer het Philharmonia Orchestra en keert hij terug naar het City of Birmingham Symphony Orchestra.
Zijn opname van concerten van Beethoven met het London Philharmonic Orchestra werd hooggeprezen door het tijdschrift Gramophone. De pianist speelt ook veelvuldig kamermuziek en geeft regelmatig solorecitals. In de van Het Concertgebouw maakte Louis Schwizgebel zijn debuut tijdens de Robeco SummerNights 2017, in een programma samen met violist Benjamin Beilman en cellist Narek Hakhnazaryan.
Narek Hakhnazaryan, cello
Narek Hakhnazaryan, afkomstig uit Jerevan, begon zijn studie in Moskou bij Alexey Seleznyov en voltooide deze in 2011 bij Lawrence Lesser in Boston. Mstislav Rostropovitsj was een belangrijk mentor voor de cellist, die in 2008 de eerste prijs won van de Young Concert Artists International Auditions en in 2011 de eerste prijs en een Gouden Medaille van het Tsjaikovski Concours. Dit bracht hem in januari 2013 voor het eerst in de van Het Concertgebouw, waar hij al meermaals terugkeerde.
Narek Hakhnazaryan soleerde bij het Orchestre de Paris, het London Symphony en het London Philharmonic Orchestra, het Berliner Konzerthausorchester, het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Rotterdams en het Nederlands Philharmonisch Orkest en de orkesten van Chicago, Los Angeles, Pittsburgh, Sydney en Seoul.
Als voormalig BBC New Generation Artist trad hij ook op met bijna alle BBC-orkesten. Kamermuziek speelde Narek Hakhnazaryan in zowel het Wiener als het Berliner Konzerthaus, Wigmore Hall in Londen, de Salle Pleyel in Parijs, Carnegie Hall in New York, op de festivals van Verbier en Rheingau en in zalen in de Verenigde Staten, China, Japan en Zuid-Korea.
In 2017 werd hij door de Armeense president geëerd met de titel ‘Honored Artist of Armenia’. De cellist bespeelt een instrument uit 1707 van Joseph Guarneri.
Benjamin Beilman, viool
Benjamin Beilman kreeg zijn eerste vioollessen op vijfjarige leeftijd. Hij studeerde bij onder anderen Almita en Roland Vamos, Ida Kavafian en Pamela Frank. Aan de Kronberg Academy in Duitsland was Christian Tetzlaff zijn docent.
2010 was een belangrijk jaar voor de Amerikaanse violist: hij won toen eerste prijzen tijdens de Young Concert Artists International Auditions in New York en het Concours Musical International de Montréal. Dit werd gevolgd door een Borletti-Buitoni Trust Fellowship, een Avery Fisher Career Grant en een London Music Masters Award.
Ondertussen heeft Benjamin Beilman een drukke concertagenda. Hij maakte onlangs zijn solodebuut bij het Sydney Symphony Orchestra en het Scottish Chamber Orchestra en soleerde ook bij de orkesten van Houston, Detroit, Oregon en Indianapolis.
Benjamin Beilman vertolkt ook graag kamermuziek en bracht in 2018 met pianist Orion Weiss een nieuw werk van Frederic Rzewski in première, getiteld Demons.
Benjamin Beilman bespeelt de ‘Engleman’-Stradivarius uit 1709.
Adrien Boisseau, altviool
Op zijn veertiende werd Adrien Boisseau toegelaten aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs als student van Jean Sulem.
In 2009 won hij zowel de eerste prijs als de publieksprijs van de International Max Rostal Competition en als uitvloeisel daarvan werd hij uitgenodigd voor zijn debuut in de Philharmonie in Berlijn, met het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin onder leiding van Krzysztof Urbanski.
Adrien Boisseau studeerde door bij Tabea Zimmermann in Berlijn en soleerde al snel bij onder meer het Tokyo Metropolitan Orchestra, de Kammerakademie Potsdam, de Moscow Soloists en de Zagreb Soloists.
Sinds 2013 volgde de altist aan de Kronberg Academy lessen bij voorbeelden als András Schiff, Nobuko Imai, Steven Isserlis, Christoph Eschenbach en Ivry Gitlis en nam hij deel aan de inspirerende zomeracademies van Prussia Cove en Verbier.
In 2015 werd Adrien Boisseau gevraagd lid te worden van het fameuze Ebène Kwartet, waarmee hij gedurende drie seizoenen vele bekende podia aandeed zoals het Théâtre des Champs-Elysées, Wigmore Hall, Carnegie Hall en de van Het Concertgebouw.



