Trio Armstrong Bielow Brendel: Mozart, Haydn en Fauré

Kit Armstrong piano
Andrej Bielow viool
Adrian Brendel cello

pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.00 uur 

Dit concert maakt deel uit van de serie Pianotrio’s.

Kit Armstrong speelt op een C. Bechstein concert­vleugel D 282.

Joseph Haydn 1732-1809

Pianotrio in E gr.t., Hob. XV: 28 (ca. 1797)
Allegro moderato
Allegretto
Finale: Allegro

Gabriel Fauré 1845-1924

Pianotrio in d kl.t., op. 120 (1923-24)
Allegro, ma non troppo
Andantino
Allegro vivo 

pauze

Jean-Philippe Rameau 1683-1764

Cinquième concert in d kl.t. uit ‘Pièces de
clavecin en concerts’ (1741)
La Forqueray
La Cupis
La Marais 

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianotrio in C gr.t., KV 548 (1788)
Allegro
Andante cantabile
Allegro 

Toelichting

1797

Haydn: Pianotrio

tekst: Hugo Bouma

Net als met de symfonie en het strijkkwartet was het Joseph Haydn die met zijn vele werken in het genre de vorm en de conventies van het standaardiseerde.

Hij schreef er in totaal 45, waarvan dit Pianotrio in E groot het voorlaatste is, het tweede in een set van drie die hij opdroeg aan de toen 27-jarige pianiste Therese Jansen Bartolozzi. De pianopartij is buitengewoon en verkent de uitersten van het instrument; klaarblijkelijk was zij zeer getalenteerd.

Kenmerkend voor alle pianotrio’s van Haydn is een schijnbare disbalans tussen de rol van de piano en die van de twee strijkinstrumenten. Deze verdubbelen een groot deel van de tijd eenvoudigweg wat de piano speelt en hebben nauwelijks een onafhankelijke rol.

Dit is terug te voeren op de veel dunnere klank die de piano in Haydns tijd had. Juist doordat de en de baslijn ondersteund worden door viool respectievelijk krijgt de piano de vrijheid om en expressief te spelen.

Het eerste deel opent met ’s van de strijkers, en ook de piano imiteert dit geluid. Pas in het ‘antwoord’ van de piano komt de ware klank van het instrument naar voren. De rest van het deel ontvouwt zich als een soort pianoconcert, met virtuoze omspelingen van het .

In het middendeel grijpt Haydn bijna parodiërend terug op oudere stijlen. We horen een onophoudelijke, stugge baslijn waarboven zich een rijk geornamenteerde, ke ontvouwt, grotendeels in sobere tweestemmigheid. Het afsluitende, opgewekte zit, typerend voor Haydn, vol harmonische en ritmische verrassingen.

Gabriel Fauré (1845-1924)

Fauré: Pianotrio

Door Hugo Bouma

‘Als hij de honderd haalt, hoe ver zal hij dan gaan?’ Aldus de reactie van vrienden van de componist na het horen van het in d klein, dat Gabriel Fauré voltooide op 78-jarige leeftijd. Het werk viel op door zijn kracht en schijnbare eenvoud, hoewel het de componist grote moeite had gekost het te voltooien. Hij was al enkele jaren verregaand doof en zijn gezondheid was zwak. Tevens klaagde hij dat hij nooit lang achter elkaar kon werken voor hij werd overmand door vermoeidheid. Een jaar en een strijkkwartet later overleed hij, de honderd niet gehaald.

Binnen het Franse muzikale circuit gold Fauré lange tijd als een outsider die, in zijn jonge jaren, juist door terug te grijpen op middeleeuwse en Renaissancestijlen, de classicisten in Parijs tegen de borst stuitte. Later in zijn leven leken echter ook de modernistische invloeden van componisten als Maurice Ravel en Igor Stravinsky aan hem voorbij te zijn gegaan, en behield zijn muziek aldoor een quasi-religieus, dromerig karakter.

Door dit hele heen valt direct op hoe spaarzaam Fauré met zijn materiaal omgaat. Geen noot staat er te veel. Nergens geeft hij aan de verleiding toe de textuur op te vullen met ­nodeloze versieringen of virtuositeit. Ook vermijdt hij de extreme registers; men vermoedt dat zijn afnemende gehoor hem hierin parten speelde.

Het openingsdeel is te vergelijken met een stromende rivier, niet in de minste plaats door de continue, kabbelende pianobegeleiding. Van de eerste tot de laatste maat bouwt Fauré langzaam en gestaag aan een schijnbaar eindeloze , die telkens herkenbaar is maar nergens hetzelfde. Ook het tweede deel is meditatief van karakter en verweeft telkens meerdere eindeloze, zangerige lijnen. Meerdere malen laat de componist de viool en de samen één lijn spelen en zo elkaars klank meer diepte verlenen. Na de uitgesproken herfstig­heid van de eerste twee delen is de finale opvallend energiek, en bij vlagen bijna zorgeloos. De muziek is opgewekt genoeg om te doen vermoeden dat de componist ervan zonder moeite de honderd zou kunnen halen.

1741

Rameau: Cinquième concert

De Franse componist Jean-Philippe Rameau verwierf vooral bekendheid met zijn tientallen ’s, veelal met voor die tijd gedurfde onderwerpen en voorzien van bijzonder vooruitstrevende muziek. Binnen zijn een stuk beperktere instrumentale oeuvre vormt de serie Pièces de clavecin en concerts echter ook een hoogtepunt.

In tegenstelling tot de toen gangbare sonates, voor twee -instrumenten met , geeft Rameau het klavecimbel in deze werken een volledig uitgeschreven en bij vlagen zeer virtuoze partij: vandaar ook de term ‘concert’ in de titel. Hiermee vormen de werken een voorloper van de latere vorm.

De verzameling omvat vijf s van elk tussen de drie en vijf delen, geordend op . De meeste ervan zijn zogeheten ‘karakterstukken’, met fantasievolle titels waarin Rameau verwijst naar bepaalde emoties, locaties of naar bekende tijdgenoten.

Hierin verraadt zich toch de componist: puur abstracte muziek was aan hem niet besteed. In dit Vijfde concert flankeren twee vlotte delen, opgedragen aan de componisten Antoine Forqueray en Marin Marais, een bedachtzaam en gracieus stuk over een balletdanseres, Marie-Anne de Cupis.

1788

Mozart: Pianotrio

De late ’s van Wolfgang Amadeus Mozart vormen, na de door Haydn gelegde fundamenten, onmiskenbaar de volgende stap naar volwassenheid van het pianotrio als genre. De ontwikkeling in de bouw van piano’s had niet stilgestaan en de nieuwe, krachtiger instrumenten maakten dat ook de strijkers een onafhankelijke, gelijkwaardige rol konden krijgen.

Daarnaast was Mozart toen hij zijn drie ‘grote’ ’s schreef op de top van zijn kunnen: in dezelfde zomer van 1788 voltooide hij ook zijn drie laatste en grootste symfonieën.

Zo makkelijk als hem het componeren afging, zo lastig was zijn persoonlijke situatie geworden. Zijn vrouw Constanze was ziek en de behandeling was prijzig. Hun vierde kind overleed. Door oorlogen was men minder bereid geld te spenderen aan kunst.

Vanwege hun groeiende schulden was de familie Mozart vanuit het centrum naar een buitenwijk van Wenen verhuisd. Wellicht was het om deze redenen dat Mozart besloot een stel ’s te schrijven: dit genre was bij uitstek populair onder amateurs voor uitvoering in huiselijke kring en dat kon commercieel interessant zijn.

Het romantische beeld dat de muziek het persoonlijke leven van de componist moet weerspiegelen is op dit echter geenszins van toepassing. De muziek is opgewekt en opgeruimd, met reeds vanaf de openingsmaten een heldere structuur.

In het lange middendeel zinspeelt Mozart soms op duisterder klanken, maar dit is steeds van korte duur. Tot slot is in het lichtvoetige duidelijk de erfenis van zijn mentor Haydn te horen.

Biografie

Adrian Brendel, cello

Adrian Brendel was leerling van Alexander Baillie en Frans Helmerson. Masterclasses volgde hij bij onder anderen György Kurtág, Ferenc Rados en zijn vader, pianist Alfred Brendel. Vader en zoon traden regelmatig samen op.

In de afgelopen jaren was Adrian Brendel te gast in vele bekende concertzalen en ontving hij uitnodigingen van talrijke festivals en orkesten. Naast werk uit het verleden vertolkt hij graag moderne en hedendaagse muziek; zo werkte hij nauw samen met componisten als Thomas Adès en Peter Eötvös en bracht hij recentelijk nieuw werk van Harrison Birtwistle in première.

Ook speelde de cellist met artiesten als zangeres Patti Smith, bandoneonist Marcelo Nisinman en de onconventionele jazzformatie Root 70. Naast zijn werk op het podium en in de studio is Adrian Brendel artistiek leider van het Plush Festival in Groot-Brittannië.

Zijn laatste optreden in de was in april 2011 in een met violiste Lisa Batiashvili en pianist Till Fellner.

Kit Armstrong, piano

Pianist/componist Kit Armstrong, afkomstig uit Los Angeles, bouwde in de afgelopen jaren een imposante solocarrière op en is vaste gast van grote concertzalen wereldwijd. Hij schreef zijn eerste muziekstuk op vijfjarige leeftijd.

Later volgde hij lessen aan de conservatoria van Philadelphia en Londen. In Parijs studeerde hij bovendien af in de wiskunde. Toen hij dertien jaar oud was, maakte Kit Armstrong kennis met Alfred Brendel.

Deze beroemde pianist nam de jonge musicus onder zijn hoede als mentor; ­samen traden ze in september 2015 op in de van Het Concertgebouw, waarbij Brendel voorlas uit zijn eigen boeken en Armstrong de muziek speelde die daarin voorkwam. Regisseur Mark Kidel legde de unieke relatie tussen de twee musici vast in de film Set the Piano Stool on Fire (2011).

Kit Armstrong won diverse prijzen, niet alleen als pianist maar ook als componist. In 2013 kocht hij – met steun van de gemeente – een kerk in de Franse plaats Hirson, waar hij onder meer een eigen succesvolle concertserie programmeert. Sinds 2011 vormt Kit Armstrong een met Andrej Bielow en Adrian Brendel. In de Kleine Zaal debuteerde hij met een Mozart in de zomer van 2006.

Andrej Bielow, viool

Andrej Bielow is afkomstig uit Oekraïne en speelt viool vanaf zijn vijfde. Hij begon zijn professionele muzikale opleiding in Kiev en volgde later lessen bij Krzysztof Wegrzyn aan de Musikhochschule in Hannover. Onder zijn docenten waren ook Ana Chumachenco, Herman Krebbers en Alfred Brendel.

Andrej Bielow won prijzen van onder meer het ARD Concours in München en het prestigieuze Long-Thibaud-Crespin Concours in Parijs. Hij ontwikkelde zich tot een veelgevraagd solist, musicerend met formaties als het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, de New Japan Philharmonic en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.

Recentelijk voerde hij met de Südwestdeutsche Philharmonie Konstanz het Eerste vioolconcert van Szymanowski uit. Andrej Bielow is ook actief als kamermusicus en speelde bijvoorbeeld op de festivals van Rheingau, Kuhmo en Schleswig-Holstein. Sinds 2014 geeft Andrej Bielow les aan het conservatorium in Graz, Oostenrijk.