Topkwintet rond Isabelle van Keulen en Severin von Eckardstein speelt Elgar
Severin von Eckardstein piano
Alexander Sitkovetsky viool
Franziska Hölscher viool
Isabelle van Keulen altviool
Quirine Viersen cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkers met Variatie.
Ook interessant:
- De cellokoffer van Quirine Viersen
Gustav Mahler (1860-1911)
Pianokwartet in a kl.t. (1876)
Nicht zu schnell
Robert Schumann (1810-1856)
Pianokwintet in Es gr.t., op. 44 (1842)
Allegro brillante
In modo d’una marcia: Un poco largamento – Agitato
Scherzo: Molto vivace
Finale: Allegro ma non troppo
pauze ± 21.00 uur
Edward Elgar (1857-1934)
Pianokwintet in a kl.t., op. 84 (1919)
Moderato – Allegro
Adagio
Andante – Allegro
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Gustav Mahler 1860-1911
Mahler: Pianokwartet
Door Anneloes Brand
Gustav Mahler is bekend als componist van grootschalige orkestwerken en eren. Minder bekend is dat hij tijdens zijn studententijd aan het Weens conservatorium ook kamermuziek schreef. Helaas is een groot deel daarvan verloren gegaan; de componist zou de werken zelf hebben vernietigd. Het Pianokwartet in a klein is het enig overgeleverde vroege instrumentale werk. Het laat zien dat Mahler – pas ongeveer zestien jaar oud – natuurlijk beïnvloed was door illustere voorgangers als Robert Schumann en Johannes Brahms, maar het toont vooral ook Mahlers compositietalent in de volwassen, melancholische ondertoon en de manier waarop een enkel van drie noten het hele werk aan elkaar bindt.
Het Pianokwartet in a klein is onvolledig: het manuscript bevat alleen een eerste deel in a klein en een schets van vierentwintig maten voor een in g klein. Op 10 juli 1876 werd het kwartet voor het eerst uitgevoerd op het conservatorium, met Mahler zelf aan de piano, maar onduidelijk is of het toen compleet was. Het werk werd daarna nog een paar keer uitgevoerd, maar raakte vervolgens in de vergetelheid. In de jaren zestig werd het manuscript teruggevonden door Mahlers weduwe Alma en uiteindelijk werd het werk pas in 1973 gepubliceerd.
Edward Elgar 1857-1934
Pianokwintet
Door Axel Meijer
Edward Elgar schreef zijn laatste kamermuziekwerk al zo’n vijftien jaar voor zijn dood, op zijn 61ste: het Pianokwintet in a klein, 84. De sfeer van het werk is wel omschreven als spookachtig, ook door Elgar zelf. Die zou zich hebben laten inspireren door de legende over een bosje in de buurt van zijn buitenhuis in Sussex – de bomen zouden de zielen herbergen van boosaardige Spaanse monniken die waren getroffen door de bliksem.
Wat vooral opvalt is dat de toon zo afwijkt van Elgars gebruikelijke idioom; in plaats van de ‘Edwardiaanse’, soms wat sentimentele melancholie, klinken hier, in de woorden van Elgars tijdgenoot en recensent Harry Colles, een ‘brede ruimtelijkheid en een mannelijkheid (!) in door, die nooit eerder zo duidelijk in zijn werk te horen waren.’
In het tweede deel, het hart van het werk, hoort Colles een echo van Elgars beroemde Enigmavariaties, met name de Nimrod-.
Geroemd is de efficiënte spaarzaamheid van het et: zo hergebruikt Elgar in het derde deel veel materiaal uit de opening van het werk, waardoor het een strak afgerond geheel vormt. Ondanks al zijn kwaliteiten heeft het enkele decennia geduurd voordat het kwintet een vaste plaats op de repertoirelijst wist te veroveren. Inmiddels is het daar moeilijk meer van weg te denken.
Robert Schumann (1810-1856)
Pianokwintet
Door Sabien van Dale
Als pianist geeft Robert Schumann in zijn vroege kamermuziekoeuvre opvallend blijk van een natuurlijke affiniteit met zijn instrument. Werken voor pianosolo en eren voeren de boventoon. In navolging van zijn voorbeeld Felix Mendelssohn waagde hij zich in 1842 aan drie strijkkwartetten ( 41). Deze worden weinig uitgevoerd, omdat ze volgens kwartetspelers te pianistisch zijn opgevat en dus te weinig idiomatisch voor strijkers gedacht. Binnen hetzelfde jaar hervindt Schumann echter zijn inspiratie met het Pianokwintet in Es groot. De ideeën lijken grotendeels uit het vertrouwde klavier te komen om nadien telkens door de vier strijkers te worden overgenomen. Het eerste is een van de vurigste die Schumann ooit heeft geschreven. Een groot contrast dient zich aan met een zangerig antwoord. In de nevenzinnen is de dwang van de expressie zo mogelijk nog intenser. Het tweede deel begint als een treurmars die na de eerste maten een onwezenlijk karakter aanneemt met een innig gebed van viool en tegen een achtergrond van triolen in de piano. De sfeer evolueert tot een pathetisch largamento, met een betekenisvolle tussenkomst van de en de tweede viool.
Het bonte straalt van vreugdevol zelfvertrouwen en schenkt opnieuw de hoofdrol aan de piano. Kleine motorische figuren worden in alle facetten belicht. Vooral een stuwend met opwaartse toonladders en bekoorlijke ’s in het middendeel trekken de aandacht. De Finale vormt de kroon op het werk. Een abrupte pauze markeert de intrede van het dynamische hoofdthema, dat naar het einde in een dubbele uitmondt. Ook hier wil de piano het voortouw nemen, maar dan deels gereduceerd tot een spaarzame melodische lijn, onderbroken door enkele harmonische passages. De spanning komt tot een climax wanneer in de het eerste thema van dit deel wordt gecombineerd met het hoofdthema van het eerste deel. Daarmee wordt een van de meest geliefde en helder opgebouwde composities van Schumann afgesloten.
Biografie
Severin von Eckardstein, piano
De in Düsseldorf geboren Severin von Eckardstein viel in de prijzen bij het ARD Concours in München (1999) en de Leeds International Piano Competition (2000) en won in 2003 het Belgische Koningin Elisabethconcours.
Zijn opleiding had hij gevolgd in Berlijn, bij Barbara Szczepanska, Karl-Heinz Kämmerling en Klaus Hellwig, en aan de International Piano Academy Lake Como. Inmiddels was de pianist te gast op de bekende podia van bijvoorbeeld Parijs, Berlijn, München, Milaan, Madrid, Londen, Boedapest, New York, Hongkong, Seoul en Tokio.
In de verzorgde hij meermaals een solorecital in de serie Meesterpianisten. Samen met violiste Franziska Hölscher startte hij in 2015 in het Berliner Konzerthaus de serie ‘Klangbrücken’. Voor zijn cd met muziek van Debussy en Dupont uit 2018 kreeg hij een Diapason d’Or, en op zijn programma’s prijkt geregeld werk van hedendaagse componisten en minder bekende componisten uit de late .
Severin von Eckardstein soleerde bij het Dallas Symphony Orchestra onder Jaap van Zweden, het Mariinski Orkest onder Valery Gergiev, het Concertgebouworkest onder Paavo Järvi, het Radio Filharmonisch Orkest onder Kevin John Edusei (in Het Zondagochtend Concert van 4 november 2018). Bij zijn vorige optredens in Het Concertgebouw speelde Severin von Eckardstein het Eerste pianoconcert van Chopin met het Symfonieorkest Vlaanderen in de Grote Zaal (december 2019) en pianokwintetten van Schumann en Elgar in de (november 2022).
Franziska Hölscher, viool
Franziska Hölscher is afkomstig uit Heidelberg en studeerde bij Ulf Hoelscher, Thomas Brandis, Nora Chastain en Reinhard Goebel.
Als kamermusicus of solist treedt ze op op podia als de Philharmonie en het Konzerthaus in Berlijn, het Festspielhaus in Baden-Baden, Bozar in Brussel en het Rudolfinum in Praag en festivals als het Ansbach Bach Festival, het Schleswig-Holstein Musik Festival, de Kissinger Sommer, het Rheingau Musik Festival en de Heidelberger Frühling.
Onder haar kamermuziekpartners rekent ze Kit Armstrong, Martin Helmchen, Nils Mönkemeyer, Maximilian Hornung en Andreas Ottensamer.
Met de Duitse schrijver Roger Willemsen ontwikkelde de violiste een verhalend onder de titel Landschaften, dat recentelijk ook verscheen op cd. Nieuwe muziek integreert ze graag in haar programma’s, en in 2018 bracht ze een vroeg werk van Wolfgang Rihm, het Concertino voor viool en strijkers, in wereldpremière. Franziska Hölscher is artistiek leider van de kamermuziek-serie Klangbrücken in het Konzerthaus Berlin en van de Kammermusiktage Mettlach.
Haar vorige optredens in de waren in december 2015 en november 2022 in ensembles rondom respectievelijk violiste Liza Ferschtman en pianist Severin von Eckardstein.
Quirine Viersen, cello
Quirine Viersen kreeg haar eerste lessen van haar vader Yke Viersen, cellist in het Concertgebouworkest van 1971 tot 2014. Ze studeerde bij Jean Decroos en Dmitri Ferschtman aan het Conservatorium van Amsterdam en bij Heinrich Schiff aan het Mozarteum in Salzburg.
De celliste won prijzen op het Rostropovich Concours (Parijs 1990), het Internationale concours (Helsinki 1991) en het Tsjaikovski Concours (Moskou 1994), en in 1994 kreeg ze de Nederlandse Muziekprijs. Quirine Viersen soleerde bij de Wiener Philharmoniker, het Concertgebouworkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg.
Na een bijna twintigjarige samenwerking met pianiste Silke Avenhaus ging ze nieuwe duoverbanden aan met Enrico Pace ( oktober 2019) en Thomas Beijer (Kleine Zaal oktober 2021), en in november vorig jaar was ze in de Kleine Zaal te gast in een et met onder anderen pianist Severin von Eckardstein en altvioliste Isabelle van Keulen.
Quirine Viersen bespeelt de ‘Joseph Guarnerius Filius Andreae’ uit 1715, ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. Heinrich Schiff deed haar een van zijn strijkstokken cadeau.
Alexander Sitkovetsky, viool
Alexander Sitkovetsky werd in Moskou geboren in een muzikale familie, en op zijn achtste verhuisde hij naar Engeland om te gaan studeren aan de Menuhin School.
Hij ontwikkelde een rijke carrière, waarin hij onder meer soleerde bij het Royal Philharmonic Orchestra, het London Philharmonic Orchestra, Royal Northern , verschillende BBC-orkesten, het Hallé Orchestra, Philharmonia, de Academy of St Martin in the Fields, Sinfonietta Rīga, het Tokyo Symphony Orchestra, het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra, het Münchner Kammerorchester, het Konzerthausorchester Berlin, de en van Moskou, Sint-Petersburg en Novosibirsk en het Arctic Philharmonic Chamber Orchestra.
In Nederland was de violist te gast bij het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Residentie Orkest Den Haag. Ook is Alexander Sitkovetsky een veelgevraagd orkestleider, bij bijvoorbeeld het Australian Chamber Orchestra, de London Mozart Players, de Camerata Zürich, de New York Chamber Players, kamerorkesten in Noorwegen en Litouwen en Amsterdam Sinfonietta.
Met het Sitkovetsky Trio vormde hij in 2007 zijn eigen , dat vorige maand nog optrad in de .
Isabelle van Keulen, altviool
Isabelle van Keulen studeerde bij Davina van Wely en Sándor Végh en groeide uit tot een veelgevraagd solist – op zowel viool als . Graag zet ze zich in voor hedendaagse muziek; veel lof kreeg ze voor haar opname met het City of Birmingham Symphony Orchestra en Paavo Järvi van het aan haar opgedragen vioolconcert van Erkki-Sven Tüür.
Isabelle van Keulen was van 1997 tot 2006 artistiek leider van het door haar opgerichte Delft Chamber Music Festival en leidde van 2009 tot 2012 het Norwegian Chamber Orchestra.
Sinds 2019 is ze artistiek leider van de Deutsche Kammerakademie Neuss am Rhein (waarmee ze op 4 mei 2025 nog te gast was in Het Zondagochtend Concert in de ) en tevens chef- van het Norrbotten Kammerorkester in Zweden.
Kamermuziek speelt ze in uiteenlopende combinaties; zo treedt ze al meer dan twintig jaar op met pianist Ronald Brautigam en brengt ze met haar eigen Isabelle van Keulen Ensemble tangomuziek van Piazzolla. Naast haar docentschap viool, en kamermuziek aan de Hochschule Luzern (sinds 2012) is Isabelle van Keulen een veelgevraagd jurylid – recent nog bij de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel en bij de Sendai International Music Competition.
In de was ze voor het laatst te beluisteren op 19 november 2022 als altvioliste in pianokwintetten van Schumann en Elgar rondom pianist Severin von Eckardstein.






