Topkwartet Pace/Kam/Weithaas/Steckel met Brahms, Beethoven en Bartók
Julian Steckel cello
Sharon Kam klarinet
Enrico Pace piano
Antje Weithaas viool
Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.
Ook interessant:
- Concertpianist Enrico Pace: ‘Waarom rennen we altijd zo?’
- Pianotrio's
Johannes Brahms (1833-1897)
Pianotrio nr. 3 in c kl.t., op. 101 (1886)
Allegro energico
Presto non assai
Andante grazioso
Allegro molto
Béla Bartók (1881-1945)
Contrasten, Sz. 111 (1938)
voor viool, klarinet en piano
Verbunkos (Rekruteringsdans): Moderato, ben ritmato
Pihenö (Ontspanning): Lento
Sebes (Snelle dans): Allegro vivace
pauze ± 20.55 uur
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Klarinettrio in Bes gr.t., op. 11 (1797) ‘Gassenhauer’
Allegro con brio
Adagio
Tema, pria ch’io l’impegno: Allegretto
Paul Hindemith (1895-1963)
Klarinetkwartet (1938)
Mässig bewegt
Sehr langsam
Mässig bewegt – Lebhaft
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Johannes Brahms (1833-1897)
Brahms: Derde pianotrio
Door Paul Janssen
Waar Beethoven het volwassen maakte, zette Johannes Brahms uiteindelijk een groots uitroepteken achter de romantische invulling van het genre met zijn Derde pianotrio in c klein, 101. Brahms schreef het werk in 1886 tijdens een vakantie aan de Thunersee in Zwitserland.
Het is het laatste van zijn drie gepubliceerde pianotrio’s. Volgens Clara Schumann, met wie Brahms goed bevriend was, zette hij met dit pianotrio de kroon op zijn werk. ‘Wat een compositie is dit! Door en door vernuftig in z’n passie, z’n inhoudelijke kracht, z’n charme en expressie! Geen enkel ander werk van Johannes heeft me zo totaal overrompeld.’
Het is waar: het vierdelige toont Brahms op zowel zijn emotionele als compositietechnische hoogtepunt. De vier delen, waarvan de hoekdelen in staan, hebben zowel tisch als ritmisch vele verwantschappen en vormen een hechte eenheid. Daarbij zijn de instrumenten volstrekt gelijkwaardig en vormen ze drie stemmen in een imposante conversatie.
Béla Bartók (1881-1945)
Bartók: Contrasten
Door Paul Janssen
Door zijn ongelimiteerde belangstelling voor allerlei soorten muziek was Béla Bartók in staat andere genres te absorberen en ze tot een eigen taal te maken. Een mooi voorbeeld daarvan is Contrasten voor viool, klarinet en piano uit 1938.
De kiemcel van dit werk ligt bij de Hongaarse violist Joseph Szigeti, die net als Bartók naar de Verenigde Staten was vertrokken. Szigeti schakelde jazzklarinettist Benny Goodman in, maar Bartók werd pas enthousiast over het idee voor een jazzklarinettist te schrijven nadat hij Goodman had horen spelen.
In september 1938 zette hij de laatste streep achter een gevarieerd driedelig werk. Het eerste deel, Verbunkos, is gebaseerd op een Hongaars dansritme, maar ook de blueselementen zijn duidelijk aanwezig. Het tweede deel, Pihenö, heeft de sfeer van Bartóks beroemde ‘nachtmuzieken’, en in het derde deel, Sebes, brengt hij op virtuoze wijze de Oost-Europese volksmuziek en de jazz en blues dichter bij elkaar door te spelen met het in deze genres belangrijke van de verminderde .
Paul Hindemith 1895-1963
Hindemith: Klarinetkwartet
Door Paul Janssen
Als iemand in de eerste helft van de twintigste eeuw de kamermuziek een warm hart toedroeg, dan was het wel Paul Hindemith. Deze multi-instrumentalist, theoreticus en componist leek op weg om de meest vooraanstaande Duitse componist van het midden van de twintigste eeuw te worden. Helaas kwam Hitler aan de macht en had Hindemith een halfjoodse vrouw.
In 1937 gaf hij zijn professoraat aan de Hochschule für Musik in Berlijn op en het gezin vertrok naar Zwitserland. Van daaruit maakte Hindemith een tournee door de Verenigde Staten.
Op de terugweg in 1938 begon hij aan wat zijn Klarinetkwartet zou worden. In dit werk gooide hij het juk van de over zijn schouders kijkende nazi’s definitief van zich af en schreef hij vrijuit.
Het is meteen Hindemith op zijn best. Vrij bewegende e lijnen, intens samenspel, geen vastgeroeste tempo’s, maar een natuurlijke flow van ideeën en gedachten gevat in drie delen die samen ruim vijfentwintig minuten duren. ‘Het klarinetkwartet is een flink stuk muziek, klinkt erg mooi en zou een goede indruk moeten maken,’ schreef Hindemith enthousiast aan zijn vrouw na de repetities voor de première in Boston. En hoewel het werk nog steeds geen standaardrepertoire is, sloeg hij de spijker op zijn kop.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Klarinettrio ‘Gassenhauer’
Door Paul Janssen
Ludwig van Beethoven liet geen misverstand over zijn ambities bestaan toen hij in 1795 drie ’s als zijn 1 publiceerde. Joseph Haydn had het pianotrio op de klassieke kaart gezet, en Beethoven zou wel even laten horen hoezeer hij zijn kortstondige leermeester kon overtreffen. Beethoven creëerde direct meer evenwicht en gelijkheid tussen de drie instrumenten onderling en zou uiteindelijk elf pianotrio’s schrijven.
Het Klarinettrio in Bes groot, opus 11 is een vreemde eend in de bijt. Beethoven componeerde het werk in 1797 oorspronkelijk voor , piano en de destijds vrij nieuwe klarinet. Hij beantwoordde met dit werk ook nadrukkelijk aan de roep om huismuziek. De uitgever deed er nog een schepje bovenop door de klarinetpartij ook in een bewerking voor viool te leveren.
Dat Beethoven bij dit aan gravin Maria Wilhelmine von Thun opgedragen appelleerde aan ‘der niedriger Geschmack’ (vulgaire smaak) van de Weners bleek vooral uit het laatste deel, een reeks variaties op de intens populaire ‘hit’ Pria ch’io l’impegno uit de komische L’amor marinaro van Joseph Weigl. Omdat deze overal in de straten van Wenen gezongen werd, kreeg het trio de bijnaam ‘Gassenhauer’, een ‘straatdeun’. De Allgemeine Musikalische Zeitung vond het trio desondanks ‘niet gemakkelijk’. Vooral op grond van de contrastrijke eerste twee delen werd het werk net als vele andere van Beethoven beoordeeld als ‘te gezocht’.
Eigenlijk is het in de Europese klassieke muziek de meest vanzelfsprekende bezetting. Bas, middenstem en , het is precies wat westerse muziek tot westerse muziek maakt. De wens om deze zaken te combineren groeide in de vroege uit tot de praktijk van de . Het is deze praktijk die de basis vormt voor het klassieke pianotrio. Want de wording van de barokke solosonate met basso continuo tot is niets anders dan een verschuiving van nadruk en belangstelling.
Waar in de vroege Barok de focus lag op de bas en de melodie, gold vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw vooral de piano als kern van het gezelschap. Bij de eerste trio’s van Joseph Haydn deden de viool en de zelfs niet veel meer dan de melodie en de baslijn van de pianopartij versterken. Het is vooral Ludwig van Beethoven geweest die de drie instrumenten steeds meer verzelfstandigde en er werkelijk een trio van maakte, een weg die in de negentiende eeuw door onder anderen Johannes Brahms werd voortgezet.
Het concept van het trio bleek al snel multi-interpretabel. Zo kon Béla Bartók de cello vervangen door een klarinet in zijn Contrasten en voegde Paul Hindemith juist een klarinet aan het standaard trio toe voor meer contrast.
Biografie
Enrico Pace, piano
Enrico Pace studeerde piano bij Franco Scala, eerst aan het Rossini Conservatorium in Pesaro (waar hij afstudeerde in orkestdirectie en compositie) en later aan de Accademia Pianistica Incontri col Maestro in Imola. Jacques De Tiège was een gewaardeerd mentor.
Het winnen van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht was in 1989 het startpunt van een internationale carrière.
Naast zijn vele solorecitals – ook meermaals in de van Het Concertgebouw – werd de Italiaan geëngageerd door orkesten als het London Symphony Orchestra, het BBC Philharmonic Orchestra, de Bamberger Symphoniker, de Münchner Philharmoniker, het Konzerthausorchester Berlin, het orkest van de Maggio Musicale Fiorentino en de orkesten van Göteborg, Stavanger, Sydney en Melbourne.
In Nederland soleerde Enrico Pace bij onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Philharmonisch, Amsterdam Sinfonietta, het Radio Filharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest. Op de bekende kamermuziekfestivals en -podia wereldwijd speelt hij samen met – onder vele anderen – de cellisten Sung-Won Yang en Daniel Müller-Schott en de violisten Frank Peter Zimmermann, Akiko Suwanai en Leonidas Kavakos.
De laatste optredens van Enrico Pace in de waren in mei 2022 zowel een programma rondom klarinettiste Sharon Kam als een duo-avond met Liza Ferschtman, en in mei 2023 het Scherpdenkers-programma De klank van de heilstaat met Liza Ferschtman en schrijver/spreker Michel Krielaars.
Sharon Kam, klarinet
Sharon Kam, student van Charles Neidich aan de Juilliard School of Music, won in 1992 het ARD Concours in München. Haar solodebuut maakte ze op haar zestiende met Mozarts Klarinetconcert bij het Israëlisch Filharmonisch Orkest onder leiding van Zubin Mehta en kort daarna speelde ze zijn Klarinetkwintet met het Guarneri String Quartet in Carnegie Hall, New York.
Mozart blijft terugkeren in haar agenda: zo speelde ze het Klarinetconcert ook in januari 2019 in Het Zondagochtend Concert.
Sharon Kams bevlogenheid voor hedendaagse muziek blijkt uit premières van componisten als Herbert Willi (Salzburger Festspiele), Krzysztof Penderecki en Peter Ruzicka (Donaueschingen). Onderdeel van het lopende seizoen is een residency in de Tonhalle Düsseldorf; andere uitnodigingen kwamen van het Staatsorchester Stuttgart, de Philharmonie Essen, het Beethoven-Orchester Bonn, het Orchestre de Chambre de Lausanne en het Praags .
De discografie van de klarinettiste, die ook jazz en omvat, werd bekroond met onder meer de Echo Klassik en de Preis der deutschen Schallplattenkritik. Recente opnames zijn Contrasts (met pianist Matan Porat en haar broer Ori Kam, altviolist), klarinetconcerten van Weber, Kurpiński en Crusell en Hindemiths Klarinetkwartet met Antje Weithaas, Julian Steckel en Enrico Pace. Sinds 2022 geeft Sharon Kam les aan de Hochschule für Musik, Theater und Medien in Hannover.
In de was ze de afgelopen jaren te beluisteren met het Jerusalem Quartet (17 en 18 november 2018, Brahms) en met de collega’s van de genoemde Hindemith-opname (2 mei 2022).
Antje Weithaas, viool
Antje Weithaas studeerde onder andere bij Werner Scholz aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn, waar ze sinds 2004 zelf les geeft. De Duitse violiste won in 1987 het Kreisler Concours in Graz, in 1988 het Internationale Bachconcours in Leipzig en in 1991 het Joseph Joachim Vioolconcours in Hannover.
Ze musiceerde met het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, de Bamberger Symphoniker, het Bundesjugendorchester en een groot aantal Duitse omroeporkesten; internationaal werd ze geëngageerd door bijvoorbeeld het Philharmonia Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het San Francisco Symphony Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, het Taiwan Philharmonic Orchestra, het Residentie Orkest Den Haag en het Nederlands Philharmonisch Orkest.
Antje Weithaas was tien jaar artistiek leider van Camerata Bern en was in 2021/2022 artiste associé bij het Orchestre de Chambre de Paris.
In de van Het Concertgebouw was ze onder meer te gast met het Arcanto Quartett, dat ze vormde met violist Daniel Sepec, altvioliste Tabea Zimmermann en cellist Jean-Guihen Queyras. In mei 2022 speelde ze er met pianist Enrico Pace, cellist Julian Steckel en klarinettiste Sharon Kam, en in oktober 2023 in een met Julian Steckel en pianiste Kiveli Dörcken. Antje Weithaas bespeelt een viool van Peter Greiner uit 2001.
Julian Steckel, cello
De solocarrière van Julian Steckel kwam definitief op gang nadat hij in 2010 het ARD Concours in München had gewonnen. Eerder was hij al gelauwerd bij de Grand Prix Rostropovich in Parijs, de Grand Prix Feuermann in Berlijn en de Kronberg Pablo Casals Competition. Voor zijn opname van de concerten van Korngold en Goldschmidt en Blochs Schelomo kreeg hij in 2012 een Echo Klassik Preis.
Julian Steckel soleerde bij onder meer het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, de Bamberger Symphoniker, het Orchestre de Paris, het Royal Philharmonic Orchestra, het Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Residentie Orkest Den Haag en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.
In het afgelopen concertseizoen vertolkte hij het Eerste concert van Sjostakovitsj bij de Badische Staatskapelle en bij de orkesten van Dortmund en Cottbus, en het Eerste celloconcert van Saint-Saëns in Münster en Belgrado.
Naast zijn optredens met orkest betreedt Julian Steckel graag het kamermuziekpodium met collega’s als Janine Jansen, Christian Tetzlaff, Renaud Capuçon, Veronika Eberle, Vilde Frang, Antoine Tamestit, Elisabeth Leonskaja, Paul Rivinius, Denis Kozhukhin en het Modigliani, Armida en Ébène Kwartet. De cellist studeerde bij Ulrich Voss, Gustav Rivinius, Boris Pergamenschikow, Heinrich Schiff en Antje Weithaas en geeft les aan de Hochschule für Musik und Theater in München. Hij bespeelt instrumenten van Francesco Rugeri (Cremona, 1695) en Andrea Guarneri (Cremona, 1685).





