Thomas Adès dirigeert het Concertgebouworkest

Concertgebouworkest
Thomas Adès dirigent
Kirill Gerstein piano

Dit concert maakt deel uit van de serie A.

Inleiding en Meet the Artists
Voorafgaand aan dit concert vindt om 19.15 uur een inleiding plaats door Klaas Coulembier in de Koorzaal. Uw kaartje hiervoor bestelt u kosteloos (zolang de voorraad strekt) aan de kassa van Het Concertgebouw of via 020 671 83 45 (ma-zo 10.00-17.00). Na het concert bent u welkom bij Meet the Artists in de Spiegelzaal.

Lees ook het interview met Thomas Adès

Veronika Krausas (1963)

Caryatids (2020, bewerking voor groot orkest 2022)
Nederlandse première

Thomas Adès (1971)

Pianoconcert (2018)
kwartnoot = 112
Andante gravemente
Allegro giojoso
Nederlandse première

pauze ± 21.00 uur

Thomas Adès

The Exterminating Angel Symphony (2020)
Entrances
March
Berceuse
Waltzes
Nederlandse première

Igor Stravinsky (1882-1971)

Symfonie in drie delen (1942-45)
kwartnoot = 160
Andante – Con moto

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Het Concertgebouworkest en Thomas Adès

Door Frederike Berntsen

‘Je hoopt dat er chemie bestaat tussen de composities, zodat het zin heeft dat ze bij elkaar op het programma staan’, aldus de Engelse componist, pianist en Thomas Adès. ‘De link in dit geval is de architectuur. De werken zijn stuk voor stuk sterk in hun opbouw, voor zover ik dat mag zeggen over mijn eigen muziek.’

Krausas: Caryatids

Thomas Adès’ generatiegenoot Veronika Krausas schreef Caryatids. Kariatiden sieren de Griekse architectuur, gebeeldhouwde vrouwelijke figuren die als pilaren dienen. In haar stuk gaat Krausas architectonisch te werk, het werk kent vier secties die de kracht en de zuilenstructuur van de kariatiden representeren. Ze komen ieder tot klinken in verschillende en, verspreid over het stuk. Tussendoor zijn dansen te herkennen, de bourree, gigue en sarabande die we kennen uit de .

Caryatids ging in 2020 in première bij het Detroit Symphony Orchestra. Krausas, die woont en werkt in Los Angeles, benadrukt in haar uitleg bij Caryatids: ‘Zoveel krachtige vrouwen uit Detroit hebben bijgedragen aan internationale netwerken op cultureel, politiek en wetenschappelijk vlak. Het schrijven van een werk dat door hen was geïnspireerd, voelde zeer gepast.’ Ze droeg het stuk op aan haar moeder, Elvyra Krausas, die de componiste de sterkste en geweldigste vrouw in het haar leven noemt.

Adès: Pianoconcert

Kirill Gerstein vroeg Thomas Adès om een stuk voor hem te schrijven. Adès wilde direct een stevig pianoconcert afleveren; hij was gefascineerd door de negentiende-eeuwse symfonie en , hoe dit soort werken een geheel vormen, een afgeronde emotionele ervaring, en hoe je dat technisch kon bereiken. Hij ging voor zijn goede vriend aan de slag en schreef een driedelig concert van ruim twintig minuten.

Onspeelbaar, dacht Kirill Gerstein, in ieder geval voor hem.

De wereldpremière vond plaats in maart 2020, met het Boston Symphony Orchestra onder leiding van de componist. De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest die maand kon niet doorgaan vanwege de coronapandemie.

Volgens Gerstein is dit werk, net als het Derde pianoconcert van Rachmaninoff, een stuk waarbij de moed je in het begin in de schoenen zakt. Onspeelbaar, dacht hij, in ieder geval voor hem. Het enige wat erop zat: doorzettingsvermogen.

In Preludium van maart 2020 verwoordde hij zijn gedachten over het Adès’ compositie zo: ‘Zijn Pianoconcert speelt zich af op het scherp van de snede, net als dat van Rachmaninoff of Busoni. Ik moet alles geven wat ik in huis heb, maar uiteindelijk gaat het niet om de virtuositeit, maar om de manier waarop hij zijn muzikale ideeën vormgeeft. Die is interessant, ambigu, complex, helder. Je merkt hoeveel effect dat heeft op het publiek.

Ik vind die complexiteit aantrekkelijk: daardoor is het concert elke keer weer anders. De ene dag springt een bepaald detail of eruit, de volgende dag een . Er zit een grote rijkdom in verscholen, die veel interpretatieve mogelijkheden biedt. Afhankelijk van het orkest, de dirigent, het publiek en natuurlijk mijzelf, klinkt het stuk steeds anders. Het groeit.’

Voor de openingsmelodie van zijn Pianoc­oncert probeerde Adès verschillende versies uit. ‘Het duurde even voordat ik de juiste vorm had gevonden’, zegt hij. ‘Ik vind het prettig om langzaam en nauwkeurig te luisteren naar wat zich aandient. Een beetje als een schilder kijken naar wat goed is op het doek, wat staat er op de juiste plek en wat niet. Een groot deel van mijn activiteit is het uit dat blok graniet hakken van de muziek die zich daarin bevindt. Tot de kern komen van wat ik wil zeggen kan net zoveel tijd in beslag nemen als heel veel noten opschrijven.’

Adès: The Exterminating Angel Symphony

The Exterminating Angel Symphony vormt een orkestrale samenvatting van Thomas Adès’ derde The Exterminating Angel, naar de surrealistische filmklassieker uit 1962 van Luis Buñuel. Een clubje well-to-do-gasten zit na een diner met elkaar opgescheept, om onduidelijke redenen kunnen ze het pand niet verlaten, met allerlei gevolgen van dien. Tijdens het eerste deel, Entrances, arriveren de gasten, deel twee is een woeste en obsessieve . De Berceuse vat het melancholische duet tussen twee gedoemde minnaars uit de opera samen. Tot slot: Waltzes.

‘Wat mij interesseert aan de is de verleiding van deze muziek’, merkte Adès op in een interview voor de première van zijn opera. ‘Ik heb vaak het gevoel dat de walsen van Johann Strauss zeggen: “Waarom blijf je niet wat langer? Maak je geen zorgen over wat er buiten gebeurt.” In de context van deze opera wordt de wals heel gevaarlijk, mogelijk fataal.’

Thomas Adès is een telg uit een intellectueel en kunstzinnig milieu. Zijn vader is de dichter en vertaler ­Timothy Adès, zijn moeder, Dawn Adès, is emeritus-­hoogleraar kunstgeschiedenis. In 1978 publiceerde zij een studie over dadaïsme en surrealisme; wellicht is Thomas Adès’ belangstelling voor het werk van Buñuel door zijn moeder ontstaan.

  • Kirill Gerstein en Thomas Adés

Stravinsky: Symfonie in drie delen

Igor Stravinsky is een van Adès’ inspiratiebronnen. De transparante wijze waarop hij componeerde geeft je als musicus en als luisteraar enorm veel energie, volgens Adès. ‘Stravinsky is een superarchitect, zijn muziek zit wonderschoon in elkaar en is fysiek opwindend.’

Stravinsky’s Symfonie in drie delen was het eerste grote orkestwerk dat hij schreef na zijn emigratie naar de Verenigde Staten. Hoewel Stravinsky zijn composities altijd als heeft gezien, zonder buitenmuzikale betekenis, noemde hij dit werk zijn oorlogssymfonie. Het verwijst naar gruwelen van de Tweede Wereldoorlog; het eerste deel is geïnspireerd op een documentaire over de tactiek van de verschroeide aarde, en in het laatste deel marcheren de Duitse soldaten. Het werk duurt niet al te lang, toch voelt het als een grootse symfonie.

Stilistisch kan de Symfonie in drie delen beschouwd worden als Le ­sacre du printemps, gezien door een neoclassicistische bril. De symfonie is een smeltkroes van polyfone motieven en ritmische transformaties, in de hoekdelen gekenmerkt door een niet aflatende energie. Het delirische geweld dat uit deze opstijgt, is opmerkelijk, gezien de relatief kleine bezetting – Stravinsky gebruikt hier zijn beperkte middelen net zo efficiënt als Beethoven in diens Zevende symfonie. Het middendeel, met een centrale rol voor de harp, maakte oorspronkelijk deel uit van de muziek voor de Hollywoodfilm The Song of Bernadette, een project uit 1943 dat Stravinsky niet voltooide.

Biografie

Thomas Adès, dirigent

Thomas Adès wordt beschouwd als een van de belangrijkste Britse componisten van onze tijd. In 1995 brak hij internationaal door met zijn eerste , Powder her Face; vier jaar later won zijn orkestwerk Asyla de prestigieuze Grawemeyer Award.

Ook de opera’s The Tempest en The Exterminating Angel (die in 2016 in première ging op de Salzburger Festspiele) betoverden pers en publiek. De muziek van ­Thomas Adès heeft een eclectische en toch oorspronkelijke stijl en verraadt een duizelingwekkende verbeeldingskracht.

Als stond de Engelsman regelmatig voor orkesten als de Los Ang­eles Philharmonic, het Bost­on Symphony Orchestra, het London Symphony Orchestra, de en van Melbourne en ­Sydney, het BBC Symphony Orchestra en het City of Birmingham Symphony Orchestra. Hij dirigeerde Stravinsky’s The Rake’s Progress in de ­huizen van Londen en Zürich en zijn The ­Tempest in New York en Wenen. Van 1999 tot 2008 was hij artistiek leider van het Aldeburgh Festival.

Al sinds 1995 staan ­composities van Thomas Adès op het repertoire van het Concertgebouworkest. In 2011 dirigeerde hij het orkest in het AAA-­programma En route, in 2016 stonden naast Liszt en Martinů twee eigen werken op het programma. In oktober 2019 leidde hij een nieuwe uit zijn Powder Her Face en muziek van Debussy, Poulenc en Barry. In maart 2020 kwam hij terug in het kader van een residency met onder meer de Nederlandse première van zijn Pianoconcert met Kirill Gerstein als solist; ook gaf hij als pianist met enkele orkestleden een concert in de serie Close-up in de . De geplande uitvoering van het opdrachtwerk Inferno werd echter uitgesteld wegens corona.

Kirill Gerstein, piano

Kirill Gerstein is afkomstig uit ­Voronezh (Zuidwest-Rusland), en na een ontmoeting met jazz­legende Gary Burton in Sint-Petersburg werd hij op zijn veertiende toegelaten op Berklee College in Boston. Hij focuste alsnog op klassiek en studeerde af aan de Manhattan School in New York. Vervolgens nam hij les bij Dmitri Bashkirov in Madrid en Ferenc Rados in Boedapest.

In 2001 won hij de Arthur Rubinstein Piano Competition in Tel Aviv; in 2010 kreeg hij de Gilmore Artist Award en de Avery Fisher Career Grant, in 2019 een Echo Klassik voor zijn opname van Tsjaikov­ski’s Eerste pianoconcert in de oorspronkelijke versie en in 2020 een Gramophone Award voor de wereldpremière van Adès’ Concerto for Piano and Orchestra met de Boston Symphony onder leiding van de componist.

Kirill Gerstein had de afgelopen jaren residencies bij het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks, het Festival d’Aix-en-Provence en het Klavier-Festival Ruhr (inclusief een samenwerking met Brad Mehldau). Ook was hij spotlight-artiest van het London Symphony Orchestra en curator van de serie Busoni and his World in Wigmore Hall in Londen. Met een album met de Berliner Philharmoniker en Kirill Petrenko vierde de pianist Rachmaninoffs 150ste verjaardag.

Kirill Gerstein maakte zijn debuut in de in april 2023, en in de in de Rising Stars-serie van 2005/2006. In januari 2016 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert onder leiding van Semyon Bychkov en hij keerde meermaals bij het orkest terug; voor het laatst afgelopen maart met het Derde pianoconcert van Rachmaninoff onder leiding van Santtu-Matias Rouvali.

Sinds 2003 is de pianist Amerikaans staatsburger, en hij woont in Berlijn, waar hij is verbonden aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’. Hij geeft ook les aan de Kronberg Academy, en is als coach verbonden aan de Verbier Festival Academy en IMS Prussia Cove.