The Philadelphia Orchestra en Yannick Nézet-Séguin
The Philadelphia Orchestra
Yannick Nézet-Séguin dirigent
Lisa Batiashvili viool
dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door bank of america merrill lynch
Nico Muhly 1981
Mixed Messages (2015)
in opdracht van The Philadelphia Orchestra; Nederlandse première
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Eerste vioolconcert in a kl.t., op. 77 (1947-48)
Nocturne: Moderato
Scherzo: Allegro - poco più mosso
Passacaglia: Andante – Cadenza (attacca)
Burlesque: Allegro con brio
pauze
Serge Rachmaninoff 1873-1943
Derde symfonie in a kl.t., op. 44 (1934)
Lento – Allegro moderato
Adagio ma non troppo – Alla breve – Adagio
Allegro – Allegro vivace
Toelichting
mixed messages (2015)
Een stuk voor orkest schrijven is een behoorlijk beangstigende ervaring, beweert componist Nico Muhly op zijn weblog. Hij laat weten een aantal malen flink tegen de muur te zijn gekwakt in de week van een première. Maar toch… ‘Er gaat niets boven dat allereerste moment dat de boel via het orkest in de zaal begint te emulgeren, en het ideetje dat je ontwikkelde aan je werktafeltje tot bloei komt als een levend, glinsterend ding – prachtig en lelijk en verrassend tegelijk.’ Het nieuwste stuk van de onwaarschijnlijk productieve New Yorker – hij heeft op zijn 33ste een volwassen oeuvrelijst met onder meer twee ’s en elf orkestwerken – is zo’n werk voor orkest en het is opgedragen aan The Philadelphia Orchestra en zijn chef Yannick Nézet-Séguin. ‘Ik wilde iets schrijven waarmee Yannicks technische kwaliteiten tot hun recht zouden komen en ook zijn vermogen om uit werkelijk álles emoties los te peuteren.’
De titel van het stuk, Mixed Messages, slaat op het gegeven dat mensen over het algemeen veel tegenstrijdige boodschappen uitzenden. Zeker in liefdesrelaties, maar ook in zakelijke of zelfs totaal onpersoonlijke contacten. Voor Muhly is dat ‘een typisch muziek-ding’: ‘het groteske van iets liefs zeggen met een diepe frons of iets akeligs met een glimlach.’ En dat is ook wat hij in dit stuk probeert te doen: er zijn agressieve gedeeltes die stralende ën in zich bergen, en heel snelle, lichte s die op donkere passages zijn geënt.
Mixed Messages heeft het ‘minimalistische’ en ‘repetitieve’ dat meer composities van Muhly – ooit leerling van Philip Glass en groot bewonderaar van Steve Reich – kleurt. Het heeft ook iets angstaanjagends. ‘Er zijn kleine uitbarstingen en razendsnelle stemmingswisselingen met de bedoeling de boel te ontregelen. De herhalingen duren altijd net zo lang tot iets anders ze komt ontwrichten.’ En welke boodschap moeten we niet missen in Mixed Messages? Muhly: ‘Ik zou zeggen, let op het verschil tussen gecontroleerde machine muziek en ongetemde organische muziek die uit de band springt.’
Dmitri Sjostakovitsj: 1906-1975
eerste vioolconcert (1948)
Begin 1948 voltooide Dmitri Sjostakovitsj – 41 jaar oud – zijn Eerste vioolconcert in a klein, althans zijn 77. Maar van een uitvoering door David Oistrach, aan wie hij het concert opdroeg, kwam het niet meteen. Het Centraal Comité van de Communistische Partij vaardigde namelijk op vrijwel hetzelfde moment een decreet uit waarin een aantal componisten volksvijandig componeren werd verweten. Formalisme was de officiële term; bedoeld werden ‘burgerlijke’ atonale experimenten die bon ton waren in het Westen en Amerika – en Sjostakovitsj stond op de lijst van formalistische componisten.
Wat zo’n kwalificatie kon betekenen wist de componist precies: arrestaties en onverklaarde verdwijningen onder zijn collega-kunstenaars waren aan de orde van de dag. Voor Sjostakovitsj was het reden zijn net voltooide vioolconcert achter te houden en een tijdlang voornamelijk met opgewekte en volksvriendelijke koorwerken en filmmuziek naar buiten te treden.
Pas toen er een mildere cultuurpolitieke wind begon te waaien na de dood van Stalin in 1954, durfde Sjostakovitsj zijn Eerste vioolconcert het podium te gunnen. In 1955 bracht violist Oistrach het alsnog in première, maar verplicht onder nummer 99 als betrof het een nieuwe compositie of een grondige bewerking. Dat nieuwe nummer moest verhullen dat het stuk zo’n zeven jaar in de la had gelegen. Alle schijn dat de Partij Sjostakovitsj’ muziek ooit had verboden diende te worden weggepoetst. Maar het karakter van het vioolconcert kan niet verhullen dat het stuk is geschreven in de donkerste periode van Sjostakovitsj’ leven; een tijd van grote angsten onder politieke terreur.
Het vierdelige concert is notoir zwaar voor de solist. Het opent met een sombere, desolate waarin de violist amper een maat kan ademhalen. Dreigende muziek vol somberheid en angst die zo kenmerkend is voor Sjostakovitsj’ ernstige muziek.
In het , een demonische dialoog tussen de solist en de , zet de componist voor het eerst zijn muzikale paraaf ‘DSch’ met de noten d-es-c-b (met de h als Duitse benaming voor b). Hij zou dit later nog explicieter doen, bijvoorbeeld in zijn Tiende symfonie en zijn Achtste strijkkwartet.
Het derde deel, een Passacaglia, opent plechtig met een fanfare van koper en als een dodenmars. De soloviool speelt het hoofdthema: een van Sjostakovitsj’ mooiste, hartverwarmendste ën.
Een omvangrijke gaat vooraf aan de verrassende finale: een korte, bijtende Burlesque met een wel erg vrolijk volksmuziekdeuntje. Het valt niet mee hierachter geen dubbele bodem te vermoeden.
Joke Dame
Serge Rachmaninoff: 1873-1943
derde symfonie (1936)
Weinigen zullen Serge Rachmaninoff in de eerste plaats een symfonicus noemen; daarvoor is de populariteit en de klasse van zijn pianostukken en concerten te groot. Maar hij schreef drie symfonieën die elk op hun eigen manier boeiend zijn. De Eerste fascineert door het verhaal eromheen – fiasco bij de première, mede door dronken , langdurige scheppingscrisis bij componist veroorzakend –; de Tweede door de superieure slagkracht waarmee de componist zich op de Eerste revancheerde; en de Derde door de ‘onthechtheid’ van het werk.
Die Derde symfonie wordt doorgaans als de meest ‘typisch Russische’ ervaren, terwijl Rachmaninoff op dat moment allang zijn werkterrein naar Europa en de Verenigde Staten had verlegd. Net als bijvoorbeeld Chopin en Albéniz wist Rachmaninoff juist ‘vanuit de verte’ de geest van het vaderland zo raak te treffen. Geen betere creatieve prikkel voor deze componisten dan heimwee en nostalgie – en je kunt je voorstellen welke vormen die bij een aartsmelancholieke Rus als Rachmaninoff aannamen.
En toch is Rachmaninoffs melancholie nooit hopeloos. In al zijn symfonieën (evenals in de vier pianoconcerten) schept hij diepe afgronden die hij vervolgens met een jubelende finale overbrugt. Zo ook in de Derde symfonie, een laat werk dat bijna dertig jaar na de Tweede onstond. Het werk heeft drie delen – in tegenstelling tot de gebruikelijke vier – en het belangrijkste verschil met de voorgaande symfonieën is dat Rachmaninoff zijn ideeën bondiger formuleert. Overigens bleef zijn symfonische taal bij wat men van hem gewend was. Ook in deze symfonie hoor je al spoedig een tisch ‘motto’ dat het hele werk bijeen houdt, en evenmin ontbreekt het e -thema – een soort persoonlijke handtekening die in veel van zijn grootschalige werken opduikt. Wel is Rachmaninoffs spreekwoordelijke melancholie hier uitvergroot tot een extreem dramatische jammerklacht: het openingsdeel, met een e kwaliteit die aan Russisch-Orthodoxe gezangen herinnert, is verzadigd van heimwee naar zijn vaderland.
Rachmaninoff was een perfectionist en dat liet zich moeilijk combineren met de uitputtende concertagenda die hij erop nahield. Door de hectiek van de optredens in diverse steden ontstond de Derde symfonie onder enorme druk. Toch leek de hectiek zijn creativiteit te stimuleren. Hij was trots op het voltooide stuk en zag de première in 1936 – door The Philadelphia Orchestra onder Leopold Stokowski – vol vertrouwen tegemoet. Maar tot zijn teleurstelling kreeg die een lauwe ontvangst. Het publiek, een paar jaar eerder onder de indruk van zijn ‘klassiekerige’ Corelli-variaties, vond het stuk te modern terwijl critici het juist te ouderwets vonden. Achteraf zei de componist: ‘Vooral één recensie blijft pijnlijk in mijn hoofd hangen – iemand schreef dat ik geen derde symfonie in me had. Zelf ben ik ervan overtuigd dat dit een goed werk is. Maar ja, een componist kan zich natuurlijk óók vergissen. Hoe dan ook, ik blijf bij mijn mening.’
Michiel Cleij
Biografie
The Philadelphia Orchestra, orkest
The Philadelphia Orchestra werd sinds de oprichting in 1900 geleid door acht chef-en, onder wie Leopold Stokowski, Riccardo Muti, Wolfgang Sawallisch en Christoph Eschenbach. In 2012 nam Yannick Nézet-Séguin de leiding over van Charles Dutoit.
Thuisbasis van het orkest is het in 2001 geopende Kimmel Center for the Performing Arts. Het orkest is in New York jaarlijks te gast in Carnegie Hall en in een drieweekse residency in het Saratoga Performing Arts Center. The Philadelphia Orchestra was het eerste Amerikaanse orkest dat in China speelde (1973) en vervulde in de jaren 2012, 2013 en 2014 een residency in Peking. Naast zijn uitgebreide concertagenda biedt het orkest een omvangrijk educatief en ‘community partnership’ programma.
Sinds 1917 bouwde het een aanzienlijke discografie op, en het is wekelijks op zondagmiddag op de radio. Met initiatieven als de eerste live cybercast van een concert op internet (1997) en interactieve programmaboekjes voor mobiele telefoons en tablets getiteld LiveNote loopt The Philadelphia Orchestra graag voorop in nieuwe ontwikkelingen.
De vorige concerten van The Philadelphia Orchestra in Het Concertgebouw waren op 23 en 24 mei 2004, onder leiding van de toenmalige chef- Christoph Eschenbach en met Gil Shaham als solist in het Vioolconcert van Brahms. Primary partner van The Philadelphia Orchestra is de Commonwealth of Pennsylvania. Daarnaast wordt het orkest ondersteund door sponsors HSBC, – in Frankrijk – de Région Rhône-Alpes en Pepper Hamilton LLP.
Yannick Nézet-Séguin, dirigent
Sinds 2000 leidt Yannick Nézet-Séguin het Orchestre Métropolitain de Montréal. Sinds 2012/2013 is hij ook muzikaal-artistiek leider van The Philadelphia Orchestra. Hij was chef- van het Rotterdams Philharmonisch Orkest van 2008 tot 2018.
Yannick Nézet-Séguin onderhoudt nauwe banden met de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het London Philharmonic Orchestra (waarvan hij eerste gastdirigent was van 2008 tot 2014). Bovendien is hij erelid van het Chamber Orchestra of Europe, waarmee hij de complete symfonieën van Beethoven opnam en live-registraties maakte van Mozart-’s. Voor opera werd hij ook geëngageerd door bijvoorbeeld de Scala in Milaan, de Royal Opera Covent Garden in Londen, de Salzburger Festspiele, de Wiener Staatsoper en De Nationale Opera. Per 2018/2019 is hij music director van de Metropolitan Opera in New York.
Voor de opname van Champion van Terence Blanchard wonnen de Metropolitan Opera en Yannick Nézet-Séguin afgelopen februari een Grammy. Als pianist nam de musicus albums op met Joyce DiDonato (Schuberts Winterreise) en Renée Fleming (Grammy 2023) en maakte hij recent zijn eerste solo-cd Introspection. Yannick Nézet-Séguin studeerde in zijn geboorteplaats Montréal piano, directie, compositie en kamermuziek en in Princeton koordirectie. Later volgde hij privélessen bij onder anderen Carlo Maria Giulini.
In Het Concertgebouw maakte hij zijn debuut in mei 2008 met het Rotterdams Philharmonisch Orkest.
Lisa Batiashvili, viool
Lisa Batiashvili studeerde bij Ana Chumachenco in München en bij Mark Lubotsky in Hamburg, en baarde opzien door op haar zestiende de tweede prijs te winnen van het Sibelius Concours 1995. Haar internationale carrière ging direct van start, ze won onder meer een Midem Classical Award en een Choc de l’année, werd in 2015 door Musical America benoemd tot Instrumentalist of the Year en twee jaar later door Gramophone genomineerd als Artist of the Year.
In 2018 ontving de violiste een eredoctoraat van de Sibelius Academie in Helsinki. Recentelijk bekleedde Lisa Batiashvili een residency bij de Berliner Philharmoniker, en hoogtepunten van het afgelopen seizoen waren een optreden met het Orchestre de Paris en Klaus Mäkelä op het Lucerne Festival, tournees met het Tonhalle-Orchester Zürich (Paavo Järvi), het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia (Daniel Harding) en het London Symphony Orchestra (Antonio Pappano), en haar terugkeer bij de Los Angeles Philharmonic, de New York Philharmonic en het National Symphony Orchestra in Washington.
Ook met het Concertgebouworkest heeft ze een hechte band: ze soleerde er voor het eerst in 2001 (Mozart) en voor het laatst in november 2024 (Prokofjev onder leiding van Klaus Mäkelä). Als artist in residence van het orkest in seizoen 2016/2017 soleerde ze in Tsjaikovski, Prokofjev en Sjostakovitsj en speelde ze met orkestleden kamermuziek. Met haar Lisa Batiashvili Foundation zet de violiste zich in voor getalenteerde jonge musici in haar geboorteland Georgië. Ze bespeelt een Joseph Guarneri ‘del Gesù’ uit 1739.


