The myrthen ensemble: Songs to the moon

Vocaal 2 20.15 uur

The Myrthen Ensemble:
Mary Bevan sopraan
Clara Mouriz mezzosopraan
Robert Murray tenor
Marcus Farnsworth bariton
Joseph Middleton piano

Songs to the moon 

Johannes Brahms 1833-1897

Der Gang zum Liebchen
uit ‘Sieben Lieder’, op. 48 (1855-69)

Walpurgisnacht
uit ‘Vier Balladen und Romanzen’, op. 75 (1878)

Nächtens
uit ‘Sechs Quartette’, op. 112 (1891) 

Vor der Tür
uit ‘Vier Duette’, op. 28 (1860-62)

Unbewegte laue Luft
uit ‘Lieder und Gesänge’, op. 57 (1871)

Ständchen
uit ‘Fünf Lieder’, op. 106 (1885-88)

Der Abend
uit ‘Drei Quartette’, op. 64 (1864-74)

Vergebliches Ständchen
uit ‘Fünf Romanzen und Lieder’, op. 84 (1881-82)

Robert Schumann 1810-1856

Unterm Fenster
uit ‘Vier Duette’, op. 34 (1840)

Mondnacht
uit ‘Liederkreis’, op. 39 (1840) 

Zwei Venetianische Lieder I
Zwei Venetianische Lieder II
Die Lotosblume
uit ‘Myrthen’, op. 25 (1840)

In der Nacht
uit ‘Spanisches Liederspiel’, op. 74 (1849)

pauze

Peter Warlock 1894-1930

The Night (1927)

Elizabeth Maconchy 1907-1994

Sun, Moon and Stars (1978)

Samuel Barber 1910-1981

Nocturne (1959) ‘Homage to John Field’

Józef Szulc 1875-1956

Clair de lune
uit ‘Dix mélodies’, op. 83 (1907)

Frederic Mompou 1893-1987

Damunt de tu només les flors
uit ‘Combat del somni’ (1942-48)

Camille Saint-Saëns 1835-1921

Guitares et mandolines (1890)

Claude Debussy 1862-1918

Apparition
uit ‘Quatre chansons de jeunesse’ (1882-84)

Ernest Chausson 1855-1899

La nuit
uit ‘Deux duos’, op. 11 (1883)

Reynaldo Hahn 1875-1947

L’heure exquise
uit ‘Chansons grises’ (1887-90)

Henri Duparc 1848-1933

La fuite (1871)

Jules Massenet 1842-1912

Rêvons, c’est l’heure (1871) 

Gabriel Fauré 1845-1924

Clair de lune
uit ‘Deux mélodies’, op. 46 (1887)

Pleurs d’or, op. 72 (1896) 
Tarentelle
uit ‘Twee liederen voor twee sopranen en piano’, op. 10 (1863-73)

begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Introductie

Songs to the moon

Tekst: Frits de Haen

Enkele dagen geleden, 12 januari om precies te zijn, was het volle maan – een moment in de maancyclus dat generaties heeft geïnspireerd. Dat allerlei romantische beelden heeft opgeroepen. Geen ander hemellichaam is zo vaak bezongen als de maan. Is het dan zo vreemd dat The Myrthen Ensemble er een programma aan wijdt?

Pianist Joseph Middleton: ‘Ik heb gemerkt dat het publiek houdt van tische concerten, om het even of het rond een dichter gegroepeerd is of rond een historische gebeurtenis of rond een abstracter thema als de maan. Er is een overvloed van eren over de maan, dus ik hoop dat dit programma laat zien hoe mensen ernaar kijken voor troost of voor inspiratie, of wanneer ze verliefd zijn enzovoorts.

Haar mysterie is iets dat ons mensen fascineert.’ Hij slaat de spijker op zijn kop. Bovendien is aan de maan van oudsher een symbolische betekenis toegekend, als moedergodin, hemelkoningin, als wederhelft van de zon.

En we kennen allemaal de invloed van de maan op de getijden, op het aantal bevallingen – en wat te denken van weerwolven-mythes? Zo vormt de maan – en in zijn algemeenheid: de nacht – een dankbaar onderwerp voor dichters en componisten.  

Brahms en Schumann

Het nachtelijk tableau van The Myrthen Ensemble begint met een achttal eren van Johannes Brahms. Brahms schreef liederen gedurende het grootste deel van zijn leven: tussen zijn achttiende en zijn drieënzestigste (één jaar voor zijn dood) publiceerde hij 31 collecties met in totaal 196 sololiederen en een aantal duetten en ensembles – eerder geschreven liederen gingen helaas verloren.

Der Gang zum Liebchen toont al direct aan hoe belangrijk volksmuziek voor Brahms was: de tekst heeft een Boheemse oorsprong en is vrij vertaald door Josef Wenzig. Het laat bovendien een andere karakteristiek van Brahms horen, en dat is dat hij veel liederen strofisch componeerde, hooguit enigszins gevarieerd.

Dit ook om aan te sluiten bij het volkse ideaal? Met Walpurgisnacht zitten we in mysterieuzere aspecten van de nacht: de verering van de heilige Walburga heeft in verschillende culturen geleid tot diverse riten, variërend van vruchtbaarheidsfeesten tot heksensabbats. Brahms’ zetting voor twee sopranen verklankt een conversatie tussen moeder en dochter.

Hoeveel verschillende nachtelijke aspecten Brahms inspireerden, moge duidelijk zijn uit het bekende Vergebliches Ständchen: hier een eenvoudig volkswijsje en een onderwerp dat veel minder de haren te berge doet rijzen…

Dertien jaar voordat de jonge Brahms in Düsseldorf zijn opwachting maakte bij Robert Schumann, had de laatste Clara Wieck gehuwd. Dat jaar, 1840, zou de Schumann­istiek ingaan als het erenjaar. Inderdaad ontstonden talloze liederen in deze onbezorgde periode, waaronder de bundel Myrthen waarnaar het ensemble zich vernoemd heeft.

Het was een ­huwelijksgeschenk voor ­Clara en kreeg terecht deze naam: de mirte is namelijk al sinds eeuwen het symbool voor liefde, geluk en vruchtbaarheid. In de bundel staan liederen die variëren van een bespiegeling over de lotusbloem tot twee Venetiaanse liederen vol verwijzingen naar gondeliers. Ook uit 1840 stammen de Vier Duette en de befaamde Liederkreis. Van later datum, 1849, is dan weer het Spanisches Liederspiel; het duet In der Nacht schildert dromerig de slapeloosheid van een smachtende geliefde.

Van Londen naar Barcelona

Daarna maakt het Duitse repertoire plaats voor Engeland, Amerika, Polen en ­Spanje. Peter Warlock werd als Philip Heseltine in Londen geboren en ontwikkelde zich als autodidact. Hij verafgoodde Frederick Delius en had ook een grote achting voor de Nederlandse componist Bernard van Dieren – met beiden onderhield hij vriendschappelijke betrekkingen. The Night is op tekst van Hilaire Belloc en werd in 1927 gecomponeerd. Iets jonger dan Warlock is Elizabeth Maconchy.

Zij groeide op in Engeland en Ierland en studeerde onder anderen bij Ralph Vaughan Williams. Sun, Moon and Stars schreef ze in 1978, een jaar nadat ze onderscheiden was als Commander of the British Empire. 

Een pianistisch intermezzo brengt ons bij Samuel Barber, maar eveneens bij John Field (1782-1837) aan wie deze  een ere­saluut brengt. Barber schreef zijn hommage in 1959 en eert daarmee de man die Frédéric Chopin het genre van de nocturne schonk. Over Chopin gesproken: ook Josef Szulc werd in Polen geboren, en evenals Chopin verkaste hij later naar Parijs waar hij compositie en directie studeerde; ook was hij chef- van De Munt in Brussel.

Zijn Clair de lune stamt uit een bundel Dix mélodies op teksten van Paul Verlaine en werd gepubliceerd in 1907. Aan het einde van dit blokje vinden we de Catalaan Frederic Mompou. Ook hij studeerde in Parijs (vanaf 1911), waar hij jaren bleef hangen totdat zijn penibele financiële situatie hem in 1941 voorgoed deed terugkeren naar Barcelona. Damunt de tu només les flors uit Combat del somni ontstond een jaar na zijn terugkeer uit Parijs.

Franse liederen

Met Camille Saint-Saëns’ Guitares et mando­lines uit 1890 zijn we bij het laatste chapiter van dit aanbeland. Dat brengt ons in Frankrijk. Hoewel? Saint-Saëns lijkt ons evenzeer in Spanje te houden, met zijn phrygische arabesken. Ernest Chausson droeg in 1883 zijn La nuit op aan zijn echtgenote Jeanne; ze waren nèt getrouwd.

Hun huwelijksreis ging naar Bayreuth, waar een heruitvoering plaatsvond van Parsifal die een jaar eerder in première was gegaan. Daarbij was ook Henri Duparc aanwezig. Uit diens kleine erenoeuvre (zeventien stuks) klinkt La fuite uit 1871, het enige duet dat Duparc naliet. Dan was Reynaldo Hahn een vruchtbaarder componist met zijn tientallen liederencycli en losse ‘mélodies’. L’heure exquise komt uit Chansons grises uit 1887-90.

Na het duo Rêvons, c’est l’heure dat Jules Massenet componeerde in 1871 sluit het programma af met een aantal werken van Gabriel Fauré. Fauré groeide op in Montgauzy, bij Foix. Hij was van jongs af aan geïnteresseerd in muziek: uren bracht hij door aan het harmonium. eren schreef hij een groot deel van zijn leven: zijn eerste, Le papillon et la fleur, componeerde hij toen hij vijftien jaar was en zijn laatste ontstond drie jaar voor zijn dood, toen hij 76 jaar was.

De Tarantelle, het duet waarmee het besloten wordt, is een jeugdwerk; het dateert van 1863. Van later datum zijn Clair de lune (1887) en het duet Pleurs d’or (1896). Clair de lune orkestreerde hij een jaar later: volgens pianist Graham Johnson vormt dit Fauré-lied ‘voor veel mensen de essens van de Franse ’. 

Biografie

The Myrthen Ensemble

Het nog vrij nieuwe The Myrthen Ensemble bestaat uit vier vocalisten en pianist Joseph Middleton. De Britse formatie maakte na zijn allereerste optreden in thuisstad Londen een serie succesvolle debuten. Zo was The Myrthen Ensemble te gast in de Londense Wigmore Hall en had het een residentie tijdens het Aldeburgh Festival. Ook waren de musici te beluisteren tijdens het festival Leeds er en tijdens het Bath Mozartfest (inclusief uitzendingen op BBC Radio 3).

Collega’s als sopraan Katherine Broderick, tenor Robert Murray en tenor Benjamin Hulett sloten zich voor gastoptredens aan bij het vocale kwartet dat de basis vormt van The Myrthen Ensemble. De debuut-cd van de groep uit 2016 is getiteld Songs to the Moon en bevat grotendeels het programma van vandaag. Naast hun werk met The Myrthen Ensemble hebben de vijf leden ieder voorspoedige solocarrières.

De naam van de groep is ontleend aan de cyclus Myrthen, die Robert Schumann in 1840 schreef als huwelijksgeschenk voor zijn vrouw Clara, en het logo van het ensemble is een variatie op een vignet in Schumanns originele .

Joseph Middleton, piano

Joseph Middleton studeerde filosofie aan de University of Birmingham en specialiseerde zich aan de Royal Academy of Music in Londen – waar hij inmiddels zelf lesgeeft – in ­kamermuziek en begeleiding. In 2016 kreeg hij de Young Artists Award van de Royal Philharmonic Society.

De pianist was te beluisteren in zalen als het Konzerthaus en de Musikverein in Wenen, de Berliner en de Kölner Philharmonie, de Tonhalle in Zürich, Wigmore Hall in Londen, Schloss Elmau, de Alice Tully Hall en Park Avenue Armory in New York, de Oji Hall in Tokio, tijdens de BBC Proms en op de festivals van Edinburgh, Aldeburgh, Hohenems, Schwarzenberg, Aix-en-Provence, Ravinia, Seoul, Toronto en Vancouver.

Daarbij had hij vaak bekende zangers aan zijn zijde; met Iestyn Davies en Carolyn Sampson debuteerde hij op de BBC Proms in 2016 en in 2018 keerde hij er terug met Sarah Connolly om herontdekte eren van Benjamin Britten in première te brengen.

In de van Het Concertgebouw trad Joseph Middleton eerder op met Katarina Karnéus, het Myrthen Ensemble, Christopher Maltman, Ruby Hughes, Carolyn Sampson, Sophie Rennert, James Newby en Sarah Connolly (op 23 januari jongstleden).

Voor zijn cd-opnames won hij onder meer een Edison (voor A Verlaine Songbook met Carolyn Sampson) en een Kathleen Ferrier Award. Joseph Middleton was negen jaar lang artistiek leider van het Leeds Lieder Festival en is momenteel musician in residence bij het Pembroke College in Cambridge. Ook stelt hij series en programma’s samen voor BBC Radio 3, Wigmore Hall en de University of Cambridge.