The King’s Consort & Choir: Vivaldi's Juditha
Oude Meesters in de Grote Zaal 19.30 uur
The King’s Consort
Choir of The King’s Consort
Robert King dirigent
Malena Ernman mezzosopraan (Juditha)
Gaia Petrone mezzosopraan (Abra)
Julia Doyle sopraan (Vagaus)
Marianne Beate Kielland mezzosopraan (Holofernes)
Hilary Summers alt (Ozias)
Antonio Vivaldi 1678-1741
Juditha triumphans devicta Holofernes barbarie, RV 644 (1716)
oratorium in twee delen op een libretto van Giacomo Cassetti
begin van de pauze ca. 21.10 uur
einde van het concert ca. 22.30 uur
deze uitvoering wordt voorzien van boventiteling
Toelichting
Antonio Vivaldi 1678-1741
Juditha triumphans devicta Holofernes barbarie
Tekst: Kees Vlaardingerbroek
Het Juditha triumphans, RV 644 is na het Gloria, RV 589 het bekendste grootschalige vocale werk van de Venetiaanse priester-componist en violist Antonio Vivaldi, die in zijn tijd vanwege zijn flamboyante haardos bekend stond als ‘il prete rosso’ (‘de rode priester’).
Het is het enige oratorium van Vivaldi waarvan de muziek is overgeleverd; van drie andere oratoria kennen wij helaas alleen nog de tekstboekjes. Het werk wordt algemeen gezien als een van de indrukwekkendste composities onder de meer dan 800 werken van Vivaldi die vermeld worden in de Ryom-Verzeichnis (RV), de door de Deense musicoloog Peter Ryom samengestelde oeuvre-catalogus.
Het ospedale della pietà
Vivaldi componeerde Juditha triumphans in 1716 voor het Venetiaanse Ospedale della Pietà, waaraan hij sinds 1703 als vioolleraar en al snel ook als directeur van de instrumentale muziek was verbonden. Het Ospedale was een eeuwenoude instelling, waar vondelingen (zowel jongens als meisjes) werden opgevangen. Alleen de meisjes kwamen in aanmerking voor een muzikale opleiding, die vaak door de beste meesters van de stad werd verzorgd. Het internationaal befaamde koor en orkest van de Pietà bestonden dan ook uitsluitend uit vrouwen.
De datering
Wanneer Juditha triumphans is uitgevoerd is nog steeds onduidelijk. Op het libretto staat het jaartal 1716 vermeld. Aangezien het jaar in Venetië niet op 1 januari maar op 1 maart begon, kan 1716 dus slaan op de periode van 1 maart 1716 tot 28 februari 1717. In een recente studie heeft de Amerikaanse musicoloog Eleanor Selfridge-Field 3 januari 1717 de meest waarschijnlijke datum genoemd, maar haar ‘bewijs’ is flinterdun. De Britse musicoloog Michael Talbot houdt het op 5 maart 1716, toen prins Karl Albrecht van Beieren in de Pietà werd onthaald op een niet nader genoemd oratorium.
Historische achtergrond
De titelpagina van het libretto van Juditha triumphans is om verscheidene redenen interessant. Niet alleen wordt daarop de naam van de librettist vermeld – Giacomo Cassetti –, maar bovendien wordt het werk een ‘sacrum militare ’ genoemd, een ‘gewijd militair oratorium’ dus. Ook wordt er melding gemaakt van ‘hisce belli temporibus’. Deze woorden – in het Nederlands vertaald: ‘in deze tijden van oorlog’ – verwijzen naar de zesde oorlog met aartsvijand Turkije, die in 1714 was uitgebroken.
Na het rampzalig verlopen jaar 1715 bracht 1716 nieuwe hoop, nadat de Republiek Venetië een bondgenootschap met het Habsburgse Rijk was aangegaan. In augustus werd het Turkse leger bij Petrovaradin in Servië vernietigend verslagen. In 1718 werd de Vrede van Passarowitz getekend, waarbij Oostenrijk als grote overwinnaar uit de bus kwam en Venetië afstand moest doen van haar gebieden in de Peleponnesus en op Kreta.
Het libretto
Het libretto is gebaseerd op het boek Judith, dat in de rooms-katholieke Vulgaat deel uitmaakt van het Oude Testament, maar in protestantse bijbels als apocrief wordt beschouwd. Cassetti is echter tamelijk vrij met de bijbeltekst omgegaan: weliswaar staat de kern van het verhaal, de onthoofding van de Assyrische legeraanvoerder Holofernes door de beeldschone Joodse weduwe Judith, ook in het libretto in het middelpunt, maar Holofernes’ aanvankelijke bondgenoot Achior komt in het libretto niet voor.
Judiths niet bij name genoemde dienstmeisje krijgt in het libretto de verzonnen naam Abra, terwijl Ozias, in het bijbelboek een van de leiders van de Joodse vestingstad Bethulia, tot hogepriester wordt gebombardeerd.
Wat het libretto echt uniek maakt, is het feit dat Cassetti er een verklarend allegorisch gedicht aan toevoegt, waarin hij het bijbelse verhaal en de Venetiaanse actualiteit met elkaar verbindt: Judith wordt gelijkgesteld aan Venetië; haar dienstmaagd Abra aan het christelijk geloof; Bethulia aan de rooms-katholieke kerk; Ozias aan de paus, het bondgenootschap tussen Oostenrijk en Venetië en aan de maagdelijke eer. Holofernes, tenslotte, staat voor de Turkse sultan en Vagaus voor diens generaal.
Unieke
Vanwege het feit dat een anoniem gebleven bezoeker in zijn exemplaar van het libretto de namen van de vrouwen die de solorollen vertolkten heeft genoteerd, kennen wij de identiteit van de solisten. Zo werd de veeleisende partij van Vagaus gezongen door Barbara, die in 1716 ongeveer 46 jaar oud was en ook goed viool en speelde.
'Zoals uit reisverslagen van die tijd blijkt, werden ook die ‘lage’ partijen binnen de Pietà door vrouwenstemmen gezongen.'
Het meest opvallende aspect van de partituur vormt echter de uiterst kleurrijke schrijfwijze voor het orkest. Vivaldi gebruikt alle mogelijkheden die het orkest van de Pietà te bieden had: de partituur schrijft behalve strijkers en twee ten en , twee altblokfluiten, twee hobo’s, twee klarinetten (een nog zeer jong instrument in die tijd!), sopraanchalumeau, viola d’amore, vier theorbes, mandoline en vijf viola da gamba’s voor.
Het kooraandeel is relatief klein. Opmerkelijk detail: Vivaldi schrijft de gebruikelijke bezetting van sopraan-alt-tenor-bas voor. Waar kwamen de tenoren en bassen vandaan? Het antwoord is misschien verrassend: zoals uit reisverslagen van die tijd blijkt, werden ook die ‘lage’ partijen binnen de Pietà door vrouwenstemmen gezongen.
Synopsis
Eerste deel
De Assyriërs en hun legeraanvoerder Holofernes zingen de lof op de oorlog en de heldenmoed. Vagaus meldt Holofernes dat een schone joodse vrouw naar hem vraagt. Juditha vertelt dat de zoete hoop op vrijheid haar heeft bewogen contact met Holofernes te zoeken. Haar dienstmeisje Abra steekt haar een hart onder de riem. Vagaus en de Assyrische troepen bezingen Juditha’s schoonheid. Vagaus verzekert Juditha dat Holofernes haar goed zal behandelen. Inderdaad valt Holofernes als een blok voor haar schoonheid en welsprekendheid. Juditha vraagt om genade voor haar vaderland. Holofernes vraagt haar plaats te nemen, maar Juditha vergelijkt zichzelf met een door de storm opgejaagde zwaluw. Vagaus roept de dienaars op een feestmaal voor te bereiden. Abra bemoedigt Juditha opnieuw. In de verte zingt een koor van joodse maagden een gebed tot God.
Tweede deel
Ozias voorspelt de nederlaag van Holofernes en de zijnen. Holofernes en Juditha wisselen complimenten uit. Holofernes uit zijn liefde voor haar. Zijn volgelingen hopen dat de passie wederzijds zal zijn. Juditha bezingt de God zo welgevallige vrede. Juditha ziet dat Holofernes stomdronken in slaap valt. Vagaus wenst hem zoete dromen toe en laat Juditha en Abra alleen bij Holofernes achter. Juditha vraagt Abra buiten bij de ingang van de tent te wachten. Juditha bidt tot God om kracht, en hakt Holofernes het hoofd af met zijn eigen zwaard. Juditha geeft het hoofd aan Abra, die het in een zak doet. Samen sluipen Juditha en Abra het vijandelijke kamp uit. Vagaus komt de volgende ochtend nietsvermoedend de tent binnen. Vol ontzetting ontdekt hij het lijk van zijn meester en roept op tot wraak. Ozias omarmt Juditha bij haar terugkomst in Bethulia. Hij voorspelt dat Venetië in de toekomst een nieuwe Juditha zal zijn. Een lofzang op Juditha/Venetië sluit het af.
Biografie
The King’s Consort & Choir, koor
The King’s Consort en het daaraan gelieerde Choir of The King’s Consort behoren tot de meest gewaardeerde oude-muziekformaties van Europa.
De discografie telt meer dan honderd titels en omvat werk van onder anderen Monteverdi, Purcell, Händel, Vivaldi en Rossini. The King’s Consort speelt echter ook graag repertoire uit de negentiende en twintigste eeuw, en hedendaagse toondichters als Michael Finnissy en Michael Berkeley componeerden nieuw werk voor het gezelschap.
De groep trad veelvuldig op in Europa en maakte tevens uitgebreide concertreizen naar bijvoorbeeld Japan, Hongkong, Canada, de Verenigde Staten en een aantal Zuid-Amerikaanse landen. Naast concertwerken en oratoria staat er ook regelmatig op het programma, zoals de afgelopen tijd Händels Ottone in Japan en Groot-Brittannië, Händels Ezio in het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs en Purcells The Indian Queen in het historische theater van Schwetzingen.
In het Theater an der Wien bracht het gezelschap zowel The Fairy Queen, King Arthur als Dido and Aeneas van Purcell. The King’s Consort & Choir zijn tevens te horen op de soundtracks van een aantal grote Hollywoodfilms, waaronder The Chronicles of Narnia, Pirates of the Caribbean, The Da Vinci Code en The Kingdom of Heaven.
In Het Concertgebouw waren The King’s Consort & Choir voor het laatst te gast op 24 april 2013, met een Purcell-programma in de serie Oude Meesters.
Robert King, dirigent
Robert King studeerde aan Cambridge University en maakte deel uit van het Choir of St. Johns College. Sinds hij in 1980 The King’s Consort & Choir oprichtte, is hij daar artistiek leider en .
Met zijn op historisch instrumentarium spelende ensemble verwierf hij grote bekendheid, maar ook als gastdirigent is Robert King veelgevraagd. Hij werkte met vele Europese en Amerikaanse gezelschappen, waaronder de New World Symphony in Miami, het Houston Symphony Orchestra, Les Violons du Roy en Collegium Vocale Gent.
De Engelsman heeft een breed repertoire, waarbinnen de muziek van Mozart, Haydn, Mendelssohn en Purcell speciale aandacht geniet. Over de laatstgenoemde componist schreef hij bovendien een biografie. Robert King is tevens gespecialiseerd in het werk van vroeg twintigste-eeuwse Engelse componisten, onder wie Ralph Vaughan Williams en Hubert Parry.
In Het Concertgebouw dirigeerde Robert King eerder niet alleen The King’s Consort & Choir, maar ook het Nederlands Kamerorkest.
Malena Ernman, sopraan
De muzikale opleiding van Malena Ernman is stevig gegrondvest in de Zweedse koortraditie: vanaf haar zesde jaar maakte ze deel uit van het koor Coromanterna in haar geboorteplaats Sandviken. Later was ze lid van het Zweeds Radio Koor.
Een belangrijk moment in de vroege carrière van de mezzosopraan was haar vertolking van de partij van Rosina in Rossini’s Il barbiere di Siviglia, bij de Koninklijke in Stockholm. Haar internationale doorbraak volgde in 1999, toen ze de partij van Nerone zong in Händels Agrippina in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées. Sindsdien was Malena Ernman te gast in tal van beroemde operahuizen, waaronder De Munt in Brussel, de Oper Frankfurt en De Nationale Opera in Amsterdam.
Ze is vaste gast van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Voor het uitvoeren van partijen in vocaalsymfonisch repertoire werd Malena Ernman uitgenodigd door vele orkesten.
In Het Concertgebouw maakt ze vandaag haar debuut (8 januari 2017).
Gaia Petrone, mezzosopraan
Gaia Petrone studeerde aan de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome en vervolgde haar opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In de afgelopen jaren maakte ze snel naam, zowel op het concertpodium als op het toneel.
In het huidige seizoen debuteert de mezzosopraan in onder meer het Teatro di San Carlo in Napels en het Théâtre du Capitole in Toulouse. Recentelijk was ze voor het eerst te horen in de Verenigde Staten, tijdens opvoeringen van Rossini’s Il barbiere di Siviglia in Palm Beach.
Sinds 2012 maakt Gaia Petrone deel uit van het zangersensemble van het Theater an der Wien, waar ze onder meer in de winter van 2013/14 succesvol debuteerde in de titeltol van Rossini’s La Cenerentola. Als concertzangeres musiceerde ze met bijvoorbeeld de Wiener Kammersymphonie, de Gruppo d’Archi Veneto en het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra.
Gaia Petrone maakt vandaag (8 januari 2017) haar debuut in Het Concertgebouw.
Julia Doyle, sopraan
Julia Doyle is afkomstig uit Lancaster en studeerde in Cambridge politicologie voordat ze koos voor een loopbaan in de muziek.
Ze ontwikkelde zich tot een veelgevraagd sopraan, gespecialiseerd in de vertolking van de muziek van de Renaissance en de . Ze werd geëngageerd door gezelschappen als de Camerata Salzburg, het Orchestra of the Age of Enlightenment, de Hanover Band, het Australian Chamber Orchestra en de Nederlandse Bachvereniging.
Met een project met muziek van Lutosławski met het BBC Symphony Orchestra toonde ze haar veelzijdigheid. In Het Concertgebouw was Julia Doyle eerder te beluisteren in Bachs Johannes-Passion door de English Baroque Soloists en het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner (2008) en door Britten (2014), in Bachs Matthäus-Passion onder leiding van Robert King (2010) respectievelijk Philippe Herreweghe (2012) en in een uitvoering van Vivaldi’s Juditha triumphans door The King’s Consort (2017).
In april 2019 zong ze nogmaals in de in Bachs Johannes-Passion, dit keer met het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam onder leiding van Daniel Reuss.
Marianne Beate Kielland, mezzosopraan
De Noorse zangeres Marianne Beate Kielland studeerde in Oslo en begon haar carrière in het zangersensemble van de Staatsoper Hannover.
Haar repertoire reikt van werk uit de zeventiende eeuw tot hedendaagse muziek. Producties waarin de mezzosopraan recentelijk soleerde waren bijvoorbeeld Bachs Hohe Messe met Leonardo Alarcon en het orkest van Radio France, Bachs Weihnachtsoratorium met het Gulbenkian Orkest onder Michel Corboz, Beethovens Missa solemnis in Liverpool met Andrew Manze, Dido in Purcells Dido and Aeneas in het Bolsjoi Theater in Moskou onder leiding van Christopher Moulds en de titelrol in Händels Giulio Cesare onder leiding van Rinaldo Alessandrini in Tokio.
Andere en met wie ze werkte zijn Herbert Blomstedt, Thomas Dausgaard, Philippe Herreweghe, Manfred Honeck, René Jacobs, Fabio Luisi, Marc Minkowski, Vasily Petrenko, André de Ridder, Jukka-Pekka Saraste, Jordi Savall en Masaaki Suzuki. Marianne Beate Kielland is te horen op zo’n vijftig cd’s (, , en ) en werd in 2012 genomineerd voor een Grammy Award.
In Het Concertgebouw was ze eerder te beluisteren met de Akademie für Alte Musik Berlin en The King’s Consort, maar ook met Cappella Amsterdam en het Orkest van de Achttiende Eeuw (in Beethovens Missa solemnis in 2016).
Hilary Summers, alt
Hilary Summers studeerde aan onder meer de Londense Royal Academy of Music en de National Studio. De Britse alt werkte met bijvoorbeeld Les Arts Florissants, de Early Opera Company en het Los Angeles Philharmonic Orchestra.
Het oeuvre van Händel heeft een centrale plek binnen haar repertoire; zo werkte ze alleen al mee aan meer dan honderd uitvoeringen van diens Messiah, onder andere ook in Het Concertgebouw met The King’s Consort & Choir in december 2007.
Hilary Summers vertolkt ook graag hedendaagse composities, vaak speciaal voor haar geschreven. Zo gaf George Benjamin haar een rol in zijn kameropera Into the Little Hill. Ook was ze te horen in Elliott Carters What Next? aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, in Peter Eötvös’ Le balcon tijdens het festival van Aix-en-Provence en in verschillende projecten en filmsoundtracks met muziek van Michael Nyman.
Vanaf 2004 tot aan zijn dood in 2016 werkte Hilary Summers veel samen met Pierre Boulez; voor de opname van diens iconische werk Le marteau sans maître met het Ensemble intercontemporain werd de zangeres onderscheiden met een Grammy Award.






