The Danish String Quartet speelt Beethoven
Danish String Quartet:
Frederik Øland viool
Rune Tonsgaard Sørensen viool
Asbjørn Nørgaard altviool
Fredrik Schøyen Sjölin cello
pauze ca. 21.05 uur
einde ca. 22.15 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op woensdag.
Joseph Haydn 1732-1809
Eerste strijkkwartet in Bes gr.t.,
op. 1 nr. 1 (1759) ‘De jacht’
Presto
Menuetto – Trio
Adagio
Menuetto – Trio
Presto
Felix Mendelssohn 1809-1847
Tweede strijkkwartet in a kl.t., op. 13 (1827)
Adagio – Allegro vivace
Adagio non lento
Intermezzo: Allegretto con moto – Allegro di molto
Presto
pauze
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijkkwartet in a kl.t., op. 132 (1825)
Assai sostenuto – Allegro
Allegro ma non tanto
Heiliger Dankgesang eines Genesenen an die Gottheit, in der lydischen Tonart: Molto adagio – Neue Kraft fühlend: Andante
Alla marcia, assai vivace
Allegro appassionato
Toelichting
Haydn: Eerste strijkkwartet
Schloss Weinzierl bij Wieselburg (tussen Wenen en Linz) zou je kunnen zien als de geboorteplaats van het strijkkwartet. Joseph Haydn was er rond 1750 enige tijd te gast bij muziekliefhebber Baron von Fürnberg.
De jonge violist-componist kwam graag samen met de hofmeester, kasteelpriester en cellist Anton Albrechtsberger, om muziek te maken; hij beweerde later dat hij zo ‘per ongeluk’ het strijkkwartet had ontdekt.
Zijn eerste strijkkwartetten hadden nog de opzet van de vijfdelige divertimenti (in de boogvorm ABCBA), maar al gauw maakte Haydn er een ‘serieuzer’ genre van. Het Eerste strijkkwartet in Bes groot, 1 nr. 1 kreeg de bijnaam ‘De jacht’ door het jachthoornachtige van het eerste deel. Het tweede deel is een statig , met een gestreken-getokkeld vraag-en-antwoordspel in het .
Het hart van het strijkkwartet, het , heeft een stemmig intro (ook gebruikt als afsluiting) en een bijzonder zangerige voor de eerste viool. Na het levendige tweede Menuet sluit Haydn zijn Eerste strijkkwartet af met een opgetogen , waarin de ongebruikelijke lengte van de melodie (niet vier maar zes maten) een voorbeeld is van de muzikale grappenmakerij van de meester.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Mendelssohn: Tweede strijkkwartet
Door Anneloes Brand
In Felix Mendelssohns Tweede strijkkwartet komen twee liefdes samen. In de zomer van 1827 logeerde de achttienjarige musicus bij vrienden. Hij raakte verliefd op een meisje en componeerde prompt het liefdeslied Frage, 9 nr. 1 op een zelfgeschreven tekst onder de naam ‘Voss’ (dat zette een aantal historici op het verkeerde been):
‘Ist es wahr? Dass du stets dort in dem Laubgang, an der Weinwand meiner harrst? Und den Mondschein und die Sternlein auch nach mir befragst? Ist es wahr? Sprich! Was ich fühle, das begreift nur, die es mit fühlt, und die treu mir ewig bleibt.’
Maar zo ‘eeuwig’ was de liefde niet en het is niet eens duidelijk wie het meisje was. De andere, diepere fascinatie van Mendelssohn betrof Ludwig van Beethovens laatste vijf strijkkwartetten, die in 1827 in druk verschenen en menige discussie in de muziekwereld opleverden.
Vol inspiratie schreef de jonge componist in de herfst van dat jaar zelf een strijkkwartet, dat als Tweede strijkkwartet de geschiedenis inging omdat het pas in 1830, een jaar na het later geschreven Eerste strijkkwartet in Es groot, 12, werd gepubliceerd.
Beethovens Vijftiende strijkkwartet in a klein, opus 132 stond op verschillende manieren model voor Mendelssohns Tweede kwartet: let bijvoorbeeld op de -achtige intro’s van de finales en de overeenkomst van Beethovens ‘Heiliger Dankgesang’ met het slot van Mendelssohns gevoelige tweede deel, non lento.
Het begin van dat deel is ontleend aan de Cavatina uit Beethovens Dertiende strijkkwartet, opus 130 en de centrale tische passage refereert aan Beethovens Elfde strijkkwartet, opus 95.
Mendelssohn citeerde bovendien zijn eigen Frage: vooral in de hoekdelen van het kwartet, maar het lang-kort-lang- van de centrale vraag ‘Ist es wahr?’ horen we ook elders. En volgens de componist was het strijkkwartet doordrenkt van de emoties van het liefdeslied.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Vijftiende strijkkwartet
De vijf strijkkwartetten plus de Grosse Fuge die Ludwig van Beethoven in de laatste jaren voor zijn dood schreef, zijn grootse, epische en meesterlijke werken waar de musici en luisteraars van die tijd eigenlijk nog niet aan toe waren.
Componist en tijdgenoot Louis Spohr bijvoorbeeld noemde ze ‘onleesbare, ongecorrigeerde verschrikkingen’. Sinds die tijd zijn de meningen compleet veranderd. Inmiddels worden Beethovens late strijkkwartetten gerekend tot de beste composities aller tijden.
Het Vijftiende strijkkwartet in a klein is het tweede van de drie kwartetten die Beethoven voor prins Nikolaj Galitsin schreef. Hij voltooide het werk in de zomer van 1825 na een moeizame periode van ziekte en herstel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit zijn weerslag had in de compositie.
Strijd en duisternis maken uiteindelijk plaats voor blijdschap en licht. Het kwartet werd gepubliceerd in Parijs en Berlijn in 1827 na 130 en 131, vandaar dat het een hoger nummer en opusnummer kreeg dan de twee chronologisch eropvolgende kwartetten.
Uit zijn schetsen blijkt dat Beethoven aan zijn Vijftiende strijkkwartet was begonnen met de conventionele opzet van vier delen voor ogen. In april 1825 raakte hij bedlegerig en staakte hij het componeren.
Het duurde maanden voor hij van de slopende ziekte af was. Daarna schreef hij een uitgebreid ‘Heilig dankgezang aan de godheid’ voor zijn herstel en voegde hij dit als nieuw deel aan het Vijftiende strijkkwartet toe.
De lydische modus, een uit de Middeleeuwen stammende kerktoonsoort gekenmerkt door een verhoogde vierde trap, en de hymneachtige zorgen voor het ‘heilige’ karakter van deze muziek.
In vijf onderdelen passeren de hoop van de zieke componist, zijn gevoel van herstel en terugkerende kracht, en uiteindelijk zijn dankbaarheid aan God de revue. Dit sublieme, zeer gevoelige deel werd het emotionele hart van het kwartet en bezorgde het werk zijn bijnaam ‘Heiliger Dankgesang’.
Biografie
Danish String Quartet, kwartet
In 2025 kreeg het Danish String Quartet de Léonie Sonning Music Prize; voor het eerst ging deze niet naar een individu maar naar een ensemble. Argumentatie voor de toekenning was onder meer dat het kwartet de klassieke kamermuziek, nieuwe composities en de Scandinavische volksmuziek in zijn programmering integreert op basis van gelijkwaardigheid. De musici maken geregeld eigen arrangementen, bijvoorbeeld van traditionele muziek uit hun regio of van hun favoriete Schubert-eren.
Drie leden van het Danish String Quartet kennen elkaar van een zomerkamp voor kinderen waar werd gevoetbald en gemusiceerd. Al rond hun vijftiende studeerden ze bij Tim Frederiksen aan de Koninklijke Muziekacademie in Kopenhagen. De Noorse cellist Fredrik Schøyen Sjölin voegde zich in 2008 bij de drie Denen, en het kwartet won de Wigmore Hall International String Quartet Competition en het Nederlandse Charles Hennen Concours.
Het Danish String Quartet ontving een Borletti-Buitoni Trust Award en de Carl Nielsen Prijs 2011, en werd in 2020 door Musical America uitgeroepen tot ‘ensemble of the year’. In seizoen 2022/2023 was het in residence in Wigmore Hall in Londen en vierde het zijn twintigste verjaardag. In thuisstad Kopenhagen organiseert het Danish String Quartet sinds 2007 jaarlijks het DSQ Festival en richtte het in 2016 het nieuwemuziekfestival Series of Four op. In het vierjarige project Doppelgänger koppelden ze wereldpremières van Bent Sørensen, Lotta Wennäkoski, Anna Thorvaldsdóttir en Thomas Adès aan het late werk van Schubert.
In het vijfdelige ECM-opnameproject PRISM onderzoekt het kwartet de symbiotische relaties tussen Bachs ’s, Beethovens strijkkwartetten en werken van Sjostakovitsj, Schnittke, Bartók, Mendelssohn en Webern; de eerste editie werd in 2019 beloond met een Grammynominatie. Bij de vorige optredens van het Danish String Quartet in de , op 20 en 22 maart 2025, klonk muziek van Shaw, Britten, Sjostakovitsj en Schubert.
