Teodor Currentzis’ energie in Beethovens Zevende

Teodor Currentzis dirigent
musicAeterna
Alexander Melnikov piano 

pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.00 uur

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Ouverture
uit ‘Le nozze di Figaro’, KV 492 (1786) 

Zeventiende pianoconcert in G gr.t., KV 453 (1784)
Allegro - Presto
Andante
Allegretto
cadensen: W.A. Mozart

pauze

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Zevende symfonie in A gr.t., op. 92 (1811-12)
Poco sostenuto – Vivace
Allegretto
Presto
Allegro con brio 

Toelichting

Mozart: Ouverture uit ‘le nozze di figaro’

Door Aad van der Ven

Als een wervelwind raast de ouverture van de Le nozze di Figaro voorbij. Dat is geen wonder gezien de voortdurende onrust ten huize van het gezin Almaviva. De relatie van de graaf en de gravin staat onder spanning, het personeel is opstandig en ook onder de tot voor kort nog zo gedienstige landarbei-ders broeit er iets.

Kortom, Beaumarchais, auteur van het toneelstuk La Folle journée, ou Le mariage de Figaro (1778), waarop Lorenzo da Ponte zijn libretto voor Wolfgang Amadeus Mozart baseerde, was niet ongevoelig voor de veranderende tijdgeest. Vorsten en aristocraten daarentegen zaten niet op maatschappijkritiek te wachten. Het stuk mocht in het Parijs van Lodewijk XVI dan ook niet gespeeld worden (wat in besloten kring toch gebeurde).

Ook in Wenen viel het onderwerp niet bij iedereen in goede aarde. Vermoedelijk was het de adel die Mozart tegenwerkte, zodat Le nozze di Figaro na de première in 1786 in het Wiener Burgtheater een paar jaar genegeerd werd. Maar vanaf 1789, na succesvolle opvoeringen in Praag, was er geen houden meer aan.

Iedereen wilde deze schandaalopera zien en horen. Dat gebeurde dan ook. Mozart componeerde voor het werk een ouverture die – wat in die tijd heel ongebruikelijk was – op geen enkele wijze muzikaal verband houdt met wat we later in de te horen krijgen.

Om de gezaghebbende, bloemrijke Mozart-monografie van De Saint-Foix te citeren: ‘L’ouverture, sans nous offrir un seul thème de la pièce, nous met très suffissament au courant de tout, et répand dans l’, telle la mousse de champagne, le pétillement de la joie’.

De ouverture is dus een luchtige ‘amuse’, bedoeld om het publiek in de juiste stemming te brengen. Aanvankelijk had Mozart voor de ouverture een kort contrasterend middendeel gecomponeerd, een langzame episode met een gevoelige hobosolo. Maar vlak voor de première besloot hij dat fragment er weer uit te halen om op die manier de voortsnellende noten niets in de weg te leggen.

Mozart: Zeventiende pianoconcert

Optreden als solist in zijn eigen pianoconcerten droeg niet alleen aanzienlijk bij aan de reputatie van Mozart als jong muzikaal genie in Salzburg, Wenen en talrijke andere steden waar hij zich vertoonde. Ook zijn financiële situatie was daarvan voor een belangrijk deel afhankelijk.

Maar er zijn ook enkele partituren bij die hij niet voor zichzelf componeerde maar voor een van zijn Weense leerlingen. Zoals de concerten KV 449 en KV 453, geschreven op verzoek van Barbara Ployer, de talentvolle dochter van een belasting-inspecteur. ‘Zij heeft mij er goed voor betaald’, schreef Mozart aan zijn vader.

We schrijven 1784, in de literatuur bekend geworden als Mozarts ‘annus mirabilis’, ofwel ‘wonderbaarlijke jaar’. Er ontstonden binnen tien maanden zes pianoconcerten, naast een aantal belangrijke kamermuziekwerken. Het voor Fräulein Ployer geschreven Pianoconcert in G groot, KV 453 toont een weerspiegeling van deze gelukkige periode in Mozarts leven, toen hij in Wenen veel succes had. Maar vrolijkheid staat in zijn muziek nooit op zichzelf.

‘Met zijn vriendelijke klankkarakter is het doortrokken van een geheimzinnig lachen en een mysterieuze droefheid’, schreef de musicoloog Alfred Einstein over dit werk, dat ook wel als ‘pastoraal’ is gekarakteriseerd (door de Britse musicoloog Cuthbert Girdlestone). Het onschuldige beginthema van het eerste deel krijgt een meer gedecideerde voortzetting, waarbij dynamische contrasten bijdragen aan de spankracht van de muziek.

Het behoort tot de taak van de solist niet alleen aan het discours deel te nemen, maar ook een groot aantal decoratieve passages te produceren. Na de orkestinleiding van het heeft de pianist in dit deel vrijwel voortdurend de hoofdrol. ën dolen als het ware rond in het mysterieuze niemandsland tussen vrolijkheid en droefheid zoals we dat alleen van Mozart kennen.

Het afsluitende Allegretto heeft de vorm van een reeks variaties, gebaseerd op een luchtig, ‘Papageno-achtig’ (citaat Alfred Einstein). Elke variatie lijkt de voorgaande in beweeglijkheid en humor te willen overtreffen, terwijl het karakter van de muziek iets heeft van een achttiende-eeuws Singspiel. Twee sets en voor dit concert zijn bewaard gebleven. De authenticiteit van één daarvan staat ter discussie.

Beethovens Zevende

Door Paul Janssen

Voor Ludwig van Beethoven was componeren niet alleen een passie, het was ook vaak een kwelling. Wat dat aangaat zijn de schetsboeken van de componist inmiddels beroemd en berucht. In veel van zijn werken was hij letterlijk op zoek naar de juiste voortgang, het krachtigste en tegenthema, de beste harmonische verrassing en de meest aansprekende oplossing.

De ontstaansgeschiedenis van zijn symfonieën is er doorlopend een van schrijven, schrappen, veranderen en weer verwerpen. Alleen met de uitzonderlijke Zevende symfonie viel dit wel mee. De componist noemde het werk zelf ‘een van de gelukkigste producten van mijn matige talenten’.

Beethoven begon aan de symfonie in de zomer van 1811 en voltooide deze bijna een jaar later. Ze beleefde haar eerste uitvoering tijdens een benefietconcert op 8 december 1813 in Wenen voor de Oostenrijkse soldaten die in de Slag bij Hanau tegen Napoleon gewond waren geraakt. Ook de premiere van Beethovens mfantelijke orkestwerk Wellingtons Sieg stond op het programma.

De Zevende symfonie bleek vooral voor de violisten van het gelegenheidsorkest, met beroemde musici als componist en violist Ludwig Spohr, een lastig werk. Men klaagde zelfs dat gedeelten onuitvoerbaar zouden zijn. Beethoven, die zelf dirigeerde – zijn laatste officiële optreden in het openbaar voordat zijn doofheid het dirigeren onmogelijk maakte – verzocht de violisten de mee naar huis te nemen en flink te oefenen. Een ongehoord advies voor die tijd. Het hielp in elk geval wel.

Want hoewel Wellingtons Sieg, mede ingegeven door politieke sentimenten, het meeste enthousiasme genereerde, bleef de Zevende symfonie nauwelijks achter. Het wonderschone tweede deel moest zelfs gebisseerd worden om het publiek tevreden te stellen. Dit tweede deel, Allegretto, is inderdaad een hoogstandje van variatiekunst op melodisch en vooral ritmisch gebied. Want het is met name het waarmee Beethoven in deze symfonie speelt.

‘Een apotheose van de dans’, noemde Richard Wagner de symfonie treffend. Vooral in het en de finale betreedt de componist ritmisch en harmonisch verafgelegen terreinen, wat de bezoeker in 1813 zal hebben doen duizelen. In antwoord op het beklag van diverse critici dat Beethoven dronken moet zijn geweest toen hij de bij vlagen tomeloze finale van de Zevende symfonie schreef, meldde Beethoven-biograaf Romain-Rolland: ‘Het is inderdaad het werk van een vergiftigd man, maar wel van een man vergiftigd met genie en poëzie.’

Biografie

Teodor Currentzis, dirigent

Teodor Currentzis werd geboren in Athene en vestigde zich begin jaren 1990 in Rusland. Na studies piano, viool en compositie studeerde hij in Sint-Petersburg directie bij Ilja Musin. Zijn eerste belangrijke post was die van chef- van het Novosibirsk en Ballet Theater van 2004 tot 2010. In deze periode richtte hij het orkest ­musicAeterna en het ­music­Aeterna Kamerkoor op. Toen hij in 2011 artistiek leider werd van het Perm Opera en Ballet Theater kreeg musicAeterna daar onderdak.

In juli 2019 trad Teodor Currentzis terug als artistiek leider van het theater in Perm om zich meer te kunnen richten op de groei van ­music­A­­eterna. Sinds het seizoen 2018/2019 is hij daarnaast chef- van het SWR Symphonieorchester in Stuttgart. Als gastdirigent trad Teodor Currentzis op met onder meer de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en het Mahler Chamber Orchestra. Hij won twee Echo Klassiks en in 2016 bestempelde Opernwelt hem tot ‘conductor of the year’.

Met musicAeterna trad Teodor Currentzis op in Het Concertgebouw in februari 2011 en in het voorjaar van 2018, toen dirigent en orkest ook debuteerden bij De Nationale in Amsterdam met Peter Sellars’ productie van Mozarts La clemenza di Tito. Bij het Concert­gebouworkest maakt Teodor Currentzis zijn debuut.

musicAeterna

MusicAeterna werd in 2004 opgericht door Teodor Currentzis, in de periode dat hij het Novosibirsk en Ballet Thea­ter leidde. Het ensemble begeleidde hier producties van opera’s van bijvoorbeeld Mozart, Gluck en Purcell, groeide uit tot een van de meest gevraagde Russische gezelschappen in de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk, maar speelt ook repertoire uit de negentiende en twintigste eeuw.

Op tournee was het gezelschap met chef- Teodor Currentzis te gast in Moskou en Sint-Petersburg, maar bijvoorbeeld ook in de Philharmonie Berlin, de Philharmonie de Paris, het Festspielhaus Baden-­Baden, La Scala in Milaan, L’Auditorio in Madrid en The Shed in New York, op de BBC Proms en in concertzalen in Tokio en Osaka. Op de Salzburger Festspiele traden ze op met onder meer een Beethoven­cyclus in 2018, Mozarts Idomeneo in 2019 en diens Don Giovanni in 2021.

In het voorjaar van 2018 debuteerden orkest en bij De Nationale in Amsterdam met Peter Sellars’ productie van Mozarts La clemenza di Tito, die in 2017 in Salzburg in première was gegaan. In de uitgebreide discografie valt de Da Ponte-trilogie van Mozart op: Don Giovanni, Così fan tutte en Le nozze di Figaro. De opnames van de Zesde symfonie ‘Pathétique’ van Tsjaikovski en Mozarts Don Giovanni werden in 2017 bij de Record Academy Awards in Japan bekroond met goud respectievelijk zilver.

In Het Concertgebouw maakte het gezelschap zijn debuut op 13 februari 2011 in het kader van het Rusland Festival en het keerde terug in april 2018, met onder meer Beethovens Zevende symfonie op het programma.

Alexander Melnikov, piano

Alexander Melnikov studeerde in Moskou bij Lev Naumov, en ook Svjatoslav Richter was van grote muzikale invloed: hij nodigde zijn jonge collega uit voor prestigieuze festivals in Rusland en Frankrijk. Prijzen won Alexander Melnikov op het Schumann Concours in Zwickau (1989) en de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel (1991).

Zijn belangstelling voor de historische uitvoeringspraktijk kreeg vorm bij Andreas Staier en Alexei Lubimov, en hij werd vaste gast bij ­gespecialiseerde gezelschappen als het Freiburger Barockorchester en de Akademie für Alte Musik Berlin.

Highlights in Alexander Melnikovs huidige seizoen zijn een residency aan het Konzerthaus Wien, solorecitals in Berlijn, Keulen, Lyon, Praag, Madrid, Yokohama en Tokio, en solobeurten bij de Münchner Philharmoniker, het Konzert­hausorchester Berlin, het Gürzenich-­Orchester, het Orquestra Gulbenkian in Lissabon en het Australian Chamber Orchestra. De pianist is vaste duopartner van Isabelle Faust; voor hun Son­ates voor viool en ­piano van Beethoven (2010) kregen ze een Gramophone Award, een Echo Klassik en een Grammy-nominatie.

Alexander Melnikovs solo-album met de 24 preludes en fu­ga’s van Sjostakovitsj werd meermaals bekroond en in 2011 door BBC Music Magazine opgenomen in de ‘50 Greatest Recordings of All Time’. Recente albums zijn de complete s van Prokofjev en Fantasie - Seven Composers Seven Keyboards (2023).

In Het Concertgebouw trad Alexander Melnikov de afgelopen jaren op met bariton Georg Nigl (februari 2015), in een met Jean-Guihen Queyras en Isabelle Faust (april 2016), in Mozarts Zeventiende pianoconcert met musicAeterna onder leiding van Teodor Currentzis (april 2018) en in het Tweede pianoconcert van Sjostakovitsj (februari 2023, bij het Concertgebouworkest).