Tabea Zimmermann, Isabelle Faust & Concertgebouworkest: Mozarts Sinfonia concertante
Koninklijk Concertgebouworkest
Iván Fischer dirigent
Isabelle Faust viool
Tabea Zimmermann altviool
Lees ook het interview met Tabea Zimmermann over haar residency: 'Geen selfieshow'
Deze concerten maken deel uit van de serie B.
Het concert van donderdag 12 december wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 22 december om 14.00 uur via NPO Radio 4.
De concerten worden mede mogelijk gemaakt door ING en Unilever, Global Partners van het Concertgebouworkest.
Iván Fischer, Isabelle Faust en Tabea Zimmermann doneren hun gage voor het concert van woensdag 11 december aan Amnesty International, specifiek ten behoeve van het mensenrechtenwerk in Hongarije.
Gioachino Rossini (1792-1868)
Ouverture ‘L’Italiana in Algeri’ (1813)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Sinfonia concertante in Es gr.t., KV 364 (1779)
Allegro maestoso
Andante
Presto
cadensen Mozart
pauze ± 21.00 uur
Gioacchino Rossini
Ouverture ‘La gazza ladra’ (1817)
Joseph Haydn (1732-1809)
Symfonie nr. 102 in Bes gr.t. (1794)
Largo, Vivace
Adagio
Menuet: Allegro
Finale: Presto
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Haydn, Mozart, Rossini: Drie generaties klassiek
Door Clemens Romijn
In dit concertprogramma zijn componisten van drie verschillende generaties bijeengebracht. Toen in het Italiaanse Pesaro Gioacchino Rossini ter wereld kwam, op 29 februari 1792, was een paar maanden eerder in Wenen Wolfgang Amadeus Mozart overleden, op 5 december 1791, vijfendertig jaar oud.
Mozarts goede vriend en mentor Joseph Haydn was in Londen toen hem het slechte nieuws bereikte en was volledig uit het veld geslagen. Hun laatste ontmoeting was bij het hartverscheurend afscheid eind 1790 geweest toen Haydn naar Engeland vertrok en Mozart hem de reis uit het hoofd probeerde te praten. Vergeefs. Terwijl Haydn in Londen onder luid applaus zijn Londense symfonieën dirigeerde, overleed Mozart.
Haydn, die qua leeftijd Mozarts vader had kunnen zijn, beschouwde Mozart als de grootste componist die hij in zijn leven had meegemaakt. Zelf had hij in Wenen in januari 1790 nog orkestrepetities van Così fan tutte onder Mozarts leiding bijgewoond. Nu wilde hij Mozarts muziek in Engeland promoten en liet hij zich vanuit Wenen bladmuziek opsturen door Mozarts geldschieter Michael Puchberg. Zo wilde hij op afstand iets goedmaken aan het vreselijke verlies voor de muziekwereld.
Rossini
Toen Haydn als man van in de zeventig zijn laatste jaren sleet in Wenen, zette een wonderkind van twaalf in Ravenna in drie dagen tijd zijn speelse en zangerige s voor strijkers op papier. Ze ademen de geest van Haydn en Mozart, de muziek waarmee de jongen opgroeide.
Zijn naam: Gioacchino Rossini. Vier jaar na Haydns dood vestigde hij zijn naam als componist met een geliefde voltreffer L’Italiana in Algeri, het werk van een man van eenentwintig, net als Mozart toen die zijn concertante componeerde. In de opera zeilt het Italiaanse meisje Isabella over de zee op zoek naar haar geliefde die als slaaf gevangen is door de vorst van Algiers. Als ze door schipbreuk in dat land terechtkomt wil de vorst haar opnemen in zijn harem. Maar zij is hem te slim af en zeilt er vandoor met haar liefje.
De Ouverture is beroemd om de opvallende opening met rustig getokkelde bassen, gevolgd door een luide uitbarsting van het volle orkest. Daarmee gaf Rossini een knipoog naar de verrassingseffecten in sommige symfonieën van Haydn, zoals nr. 94 ‘met de slag’.
Vergelijkbare verrassingseffecten zijn te horen in de Ouverture van La gazza ladra (‘De diefachtige ekster’), een komische en bij vlagen ontroerende kaskraker die in heel Europa op de planken kwam, en zelfs in New York in 1830 onder de titel La pie voleuse. Omdat twee mannelijke personages uit de in het Franse leger dienen, heeft Rossini wat militaire ingrediënten aan zijn muziek toegevoegd. Natuurlijk met een flinke dosis ironie. Na een driedubbele tromroffel zet hij een bizarre muziek in gang, die na korte tijd lijkt te worden weggehoond door een frivole deun in d klein.
Het slot van de ouverture heeft natuurlijk Rossini’s visitekaartje: het , het geleidelijk aanzwellen van het volume, zonder dat er aan de noten veel verandert. Een maximum aan effect zonder al te veel gepsychologiseer. Rossini: meester van het frivole en absurde.
Mozart
Wie denkt aan Mozart als uitvoerend musicus, ziet hem waarschijnlijk achter een klavecimbel of fortepiano zitten. En dat beeld klopt. Toch was Wolfgang door zijn vader Leopold van jongs af aan opgeleid als dubbeltalent. Hij speelde klavecimbel, viool en en was vanaf zijn dertiende onbezoldigd concertmeester van de hofkapel van de aartsbisschop van Salzburg, waar zijn vader vice-kapelmeester was.
Aangespoord door zijn vader trad Mozart in de jaren 1773 tot 1777 veelvuldig op als vioolsolist. Zo was Leopold ook de drijvende kracht achter het ontstaan van Wolfgangs concertante voor viool en altviool in Es groot, KV 364. Voor concertorganisatoren was dit genre erg aantrekkelijk, want het publiek zag graag de spectaculaire wedijver tussen de verschillende solisten. Wie weet hebben vader en zoon het stuk wel ten beste gegeven in Salzburg in 1779. Opvallend is de klank van de altviool, die een halve toon hoger is gestemd dan normaal, waardoor hij briljanter klinkt en onder meer dubbelgrepen gemakkelijker te realiseren zijn.
De gebruikelijke zonnige sfeer van het genre ademt het werk niet. Het in c klein doet zelfs bijzonder droef en klaaglijk aan. Was dat een echo van de pijnlijke ervaringen tijdens de reis die Mozart in 1777/78 samen met zijn moeder maakte? In Mannheim, München en Parijs, op zoek naar opdrachten, oogstte hij slechts negatieve reacties. Hij werd verliefd op de mooie zangeres Aloysia Weber, de zus van zijn latere vrouw Constanze, die hem afwees. Intussen zette Leopold hem per brief onder druk: ‘Vooruit, naar Parijs met jou!’ Tot overmaat van ramp overleed Wolfgangs moeder in Parijs. In een zeer ontroerende brief bracht hij zijn vader van haar dood op de hoogte: ‘Mon très cher Père…’. Dat is de achtergrond van de prachtige concertante.
Haydn
Waarschijnlijk het beste concert in zijn carrière beleefde Joseph Haydn op 4 mei 1795, toen er in Londen maar liefst vier nieuwe werken ten doop werden gehouden: de symfonieën nr. 102 tot en met 104 en de Scena di Berenice. Twee dagen later werd het concert in The Morning Chronicle huizenhoog geprezen.
Bijzonder enthousiast ontvangen werd de Symfonie nr. 102 in Bes groot, tegenwoordig vreemd genoeg een van de minder vaak gespeelde van zijn late symfonieën – misschien omdat ze het zonder bijnaam moet doen. Toch is het langzame begin een wonder van een opening, met een zacht plechtig voor het hele orkest inclusief subtiele roffel. Dan zet een wat dubbelzinnig strijkers in dat nog op zoek lijkt naar zijn richting. Na een herhaling van het procedé barst het los, dat een snelle gedaante is van het langzame begin, maar met een spannende uitwerking van twee thema’s, bij Haydn een zeldzaamheid.
Na de stormachtige van het eerste deel brengt het licht melancholieke zowel rust als avontuur. Want ook hier een ingewikkeld hoofdthema dat weliswaar zingt, maar hier en daar in een afgrond kijkt bij door versterkte climaxen. Opnieuw is er verlichting voor de geest met een tamelijk luid -achtig , met in het mooie rollen voor hobo en .
De finale heeft een typisch snel strijkersthema à la Haydn, hier en daar onderbroken door kleine toefjes . In de doorwerking nemen de contrasten tussen zacht en luid verder toe. Hier permitteert Haydn zich zoveel afwisseling van geestigheid en recalcitrante klankstoten, dat deze muziek nog volop voedsel bood voor zijn kortstondige leerling Ludwig van Beethoven en voor componisten van Franse -ouvertures tot omstreeks 1850.
Biografie
Iván Fischer, dirigent
Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.
Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomelconcerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.
Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Symphony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.
Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.
Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.
Isabelle Faust, viool
Isabelle Faust won op jonge leeftijd het Leopold Mozart Concours in Augsburg en het Italiaanse Paganini Concours en werd al snel uitgenodigd door belangrijke gezelschappen wereldwijd waaronder de Berliner Philharmoniker, het Boston Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, het Chamber Orchestra of Europe en het Freiburger Barockorchester.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in 2015, en bij Concertgebouworkest Young 2022 soleerde ze in Beethovens Vioolconcert onder leiding van Gustavo Gimeno.
De Duitse violiste beheerst een repertoire dat reikt van de tot wereldpremières, en is zich daarbij altijd bewust van de tijdeigen context en speelwijze. Onder leiding van wijlen Claudio Abbado maakte Isabelle Faust prijswinnende opnames van de vioolconcerten van Berg en Beethoven, en ze was een aantal jaar vaste partner van het door hem opgerichte Mahler Chamber Orchestra.
In het seizoen 2023/2024 was ze artist in residence bij het SWR Symphonieorchester, in 2024 bij het Beethovenfest Bonn, en in datzelfde jaar won ze twee Gramophone Awards: voor een Schumann-album en voor Brittens Vioolconcert met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Jakub Hrůša. Kamermuziek speelt Isabelle Faust met onder anderen haar vaste pianist Alexander Melnikov, cellist Jean-Guihen Queyras, klavecinist/pianist Kristian Bezuidenhout, altviolist Antoine Tamestit en zangeres Anna Prohaska.
In seizoen 2019/2020 had ze een Spotlight-serie in de . Op dat podium was ze voor het laatst te beluisteren op 17 maart 2023, in Brahms en Ligeti met ist Teunis van der Zwart en pianist Alexander Melnikov.
Tabea Zimmermann, altviool
Tabea Zimmermann, opgeleid bij Ulrich Koch en Sándor Végh, soleert bij de grootste orkesten ter wereld. Bij de International Classical Music Awards 2017 werd de Duitse altvioliste uitgeroepen tot Artist of the Year.
Residencies bekleedde ze onder meer bij de Berliner Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, en ook bij het Concertgebouworkest (seizoen 2020/2021), waar ze al in 1988 debuteerde.
In 2022 was Tabea Zimmermann artistiek partner van het Saint Paul Chamber Orchestra en afgelopen zomer verzorgde ze meerdere concerten voor de Schwetzinger SWR Festspiele. Een speerpunt voor haar is hedendaagse muziek. In april 1994 bracht ze Ligeti’s voor haar geschreven voor in wereldpremière.
In recente jaren presenteerde ze opdrachtcomposities van Heinz Holliger, Wolfgang Rihm, Georges Lentz, Enno Poppe en Bruno Mantovani. Op het gebied van kamermuziek nam haar Arcanto Quartett (2004-2016) een speciale plaats in. Naast haar podiumcarrière is Tabea Zimmermann voorzitter van het Beethoven-Haus Bonn en van de Hindemith-Stiftung; van deze componist nam ze ook het verzamelde werk voor altviool op. Met haar eigen David-Shallon-Stiftung ondersteunt ze bijzondere muzikale projecten. In 2023 werd ze voorzitter van de Ernst von Siemens Musikstiftung, waarvan ze in 2020 zelf laureaat was, en erelid van de Deutscher Musikrat. Lesgeven doet Tabea Zimmermann aan de Musikhochschule van Frankfurt en aan de Kronberg Academy.
In de was er in februari 2006 een Weekend met Tabea Zimmermann, en haar laatste (Brahms, Hindemith, Clarke en Sjostakovitsj) was op 12 november 2022 met pianist Kirill Gerstein. Met pianist Javier Perianes bracht Tabea Zimmermann het album Cantilena uit, vol muziek uit Spanje en Latijns-Amerika.





