Symfonie Fantastique door het Koninklijk Concertgebouworkest
Series E en Z 20.15 resp. 14.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Daniele Gatti dirigent
Richard Wagner 1813-1883
Ouverture uit ‘Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg’
versie Dresden (1845)
Franz Liszt 1811-1886
Orpheus (1853-54)
symfonisch gedicht
pauze
Hector Berlioz 1803-1869
Symphonie fantastique, op. 14 (1830)
épisode de la vie d’un artiste
Rêveries, passions:
Largo - Allegro agitato ed appassionato assai
Un bal: Valse, Allegro non troppo
Scène aux champs: Adagio
Marche au supplice: Allegretto non troppo
Songe d’une nuit du sabbat:
Larghetto - Allegro - Ronde du sabbat
begin van de pauze ca. 20.45 resp. 14.45 uur
einde van het concert ca. 22.10 resp. 16.10 uur
Toelichting
Richard Wagner 1813-1883
ouverture 'tännhauser'
- Met deze ouverture opende Richard Wagner zijn 'Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg '
- Het stuk is eigenlijk een samenvatting van de opera over de ridder Tannhäuser: de instrumenten vertolken minnezangers en pelgrims
Tekst: Thea Derks
Richard Wagner componeerde zijn Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg voor het operahuis van Dresden, waar hij kapellmeister was van het hoftheater. In 1845 dirigeerde hij zelf de première, maar daarna bleef hij eraan sleutelen. Toen Napoleon III de opera in 1861 in Parijs liet uitvoeren, voegde Wagner een ballet toe en introduceerde hij Venus als handelend personage.
Tijdens een uitvoering in Wenen veertien jaar later liet hij de ouverture organisch overgaan in de opera zelf. Zijn leven lang bleef hij echter ontevreden en kort voor zijn overlijden zei hij tegen zijn echtgenote Cosima dat de wereld ‘nog mijn Tannhäuser te goed heeft’. In Nederland werd de opera voor het eerst uitgevoerd in 1858.
Tannhäuser vertelt het verhaal van de gelijknamige ridder, die na een jarenlange relatie met Venus terugkeert naar zijn groep van minnezangers. Tijdens een zangwedstrijd om de hand van Elizabeth onthult hij tot aller ontzetting zijn seksuele ervaring. Hij wordt op pelgrimstocht naar de paus gestuurd, die echter weigert hem te vergeven. Elizabeth sterft van verdriet, waarop ook Tannhäuser dood neerzijgt – en alsnog verlossing vindt.
Het orkest is ruim bezet met onder andere drie fluiten, drie ten, drie trombones en veel . De ouverture geeft in kort bestek een samenvatting van de ’s van de . Zo horen we meteen aan het begin in hout- en het plechtstatige, aan Bach herinnerende gezang van de pelgrims. Opgewekte motieven in de roepen de broederschap tussen de minnezangers op en broeierige strijkers evoceren de sensuele wereld van Venus. De heroïsche finale benadrukt dat de held zijn verlossing heeft gevonden.
Franz Liszt 1811-1886
Orpheus
- Franz Liszt schreef het symfonisch gedicht Orpheus ter introductie van een van Christoph Willibald Gluck
- Een symfonisch gedicht is een orkestwerk met een niet-muzikaal onderwerp zoals een mythe of schilderij
- Orpheus gaat over de beroemde Griekse held Orpheus die de goden met lierspel verleidt en zijn geliefde Euridice mag ophalen uit het dodenrijk
In 1848 werd Franz Liszt kapellmeister aan het hof van Weimar. Hij leidde er niet alleen de concerten, maar gaf ook pianoles en promootte de muziek van componisten die net als hij streefden naar vernieuwing. Zo maakte hij een pianotranscriptie van Berlioz’ Symphonie fantastique en presenteerde hij geregeld -ouvertures van Wagner.
Net als zijn collega’s zette Liszt zich af tegen de muziek van de Weense Klassieken. Tegenover hun ‘absolute’ muziek plaatsten zij een meer verhalende stijl, die we overigens al herkennen in bijvoorbeeld de Zesde symfonie, ‘Pastorale’ van Beethoven. Maar het was Liszt die het symfonisch gedicht ontwikkelde: een ééndelig orkestwerk dat een verhaal vertelt. Tijdens zijn verblijf in Weimar componeerde hij er liefst twaalf.
Orpheus is nummer vier en ontstond in 1853-54, ter introductie van de Orfeo ed Euridice van Gluck. Het stuk duurt amper twaalf minuten, maar vangt in dit korte tijdsbestek de tragedie van de Griekse held Orpheus, die zijn geliefde verliest aan het dodenrijk en haar vergeefs poogt terug te halen. Orpheus was voor Liszt de verpersoonlijking van het creatieve genie: hij wist met zijn lierspel immers zelfs de stenen te ontroeren.
Delicate lijnen van twee harpen verbeelden het lierspel van Orpheus. De ingetogen orkestpartij wordt doordesemd met zoete, smachtende solo’s van en viool. De sfeer is beschouwend en breekbaar. Geleidelijk wordt een climax opgebouwd, waarbij de afwisseling tussen en lijkt te verwijzen naar Orpheus’ gependel tussen boven- en onderwereld. Het stuk eindigt met etherisch wegstervende samenklanken.
Hector Berlioz (1803-1869)
Symphonie fantastique
Door Thea Derks
Hoewel Hector Berlioz in eigen tijd weinig voet aan de grond kreeg in Frankrijk – hij dong vier keer vergeefs naar de felbegeerde Prix de Rome – geldt hij tegenwoordig als de belangrijkste Franse componist van zijn tijd.
Berlioz voerde zijn land muzikaal de in en discussieerde over muziek met medevernieuwers als Franz Liszt en Richard Wagner. Hij is het prototype van de gekwelde kunstenaar die in eenzame afzondering zijn lijden sublimeert in muziek.
Literatuur speelde een grote rol in zijn leven en tijdens een uitvoering van Hamlet in 1827 werd hij getroffen door Shakespeares poëtische taalgebruik. Hij werd bovendien smoorverliefd op de Ierse actrice Harriet Smithson die de rol van Ophelia vertolkte. Zij moest echter weinig van hem en zijn muziek hebben en in 1830 componeerde Berlioz zijn ondubbelzinnig autobiografische en baanbrekende orkestwerk Épisodes de la vie d’un artiste, symphonie fantastique en cinq parties.
Weliswaar hadden ook andere componisten al verhalende muziek geschreven, maar Berlioz baseerde zijn hele stuk op één expliciet programma. We volgen de held in zijn opvlammende verlangen naar de geliefde, die zich ongrijpbaar toont en wier beeld hij ook tijdens een verblijf op het platteland niet uit zijn hart kan bannen. Hij droomt haar te vermoorden en bekoopt dit met zijn eigen onthoofding, waarop zijn geliefde hem in een woeste heksendans meevoert naar de hel.
Als eerste in de geschiedenis verrijkt Berlioz het orkest met harpen, klokken en een bas-ophecleide (tegenwoordig bastuba). Nieuw is ook de ‘idée-fixe’, een voorloper van Wagners leidmotieven. Een smachtende representeert de onbereikbare geliefde en duikt in telkens andere orkestraties op.
Berlioz’ is uiterst vindingrijk. Zo horen we de dreunende gang naar het schavot in met sponzen bespeelde , en verbeelden doffe ’s het wegstuiterende hoofd. Gruizige s, diep grommende contrabassen en schrille klarinetten schetsen de nachtmerrie in het laatste deel. Doodsklokken en het obstinaat herhaalde - voeren ons onverbiddelijk naar het tragische einde.
Biografie
Daniele Gatti, dirigent
Afgelopen augustus begon Daniele Gatti als chef- van de Sächsische Staatskapelle Dresden; in 2000 stond hij er voor het eerst op de bok.
Daniele Gatti is daarnaast chef-dirigent van het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, music director van het Orchestra Mozart en – sinds 2016 – artistiek adviseur van het Mahler Chamber Orchestra.
Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Orchestra Filarmonica della Scala.
Van 2016 tot en met 2018 was hij chef- van het Concertgebouworkest. Eerder leidde hij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1992–97), het Royal Philharmonic Orchestra in Londen (1996-2009), het Teatro Comunale in Bologna (1997–2007), het Orchestre National de France (2008-2016) en het Opernhaus Zürich (2009-12).
Bij het Royal Opera House Covent Garden was hij van 1994 tot 1997 eerste gastdirigent. In La Scala in Milaan debuteerde hij op zijn 27ste, hij dirigeerde producties bij de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York, leidde tot 2022 het Teatro dell’Opera di Roma en was meermaals te gast op de Bayreuther Festspiele en de Salzburger Festspiele.
Daniele Gatti werd geëerd met de Grande Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana en kreeg in 2015 de Premio Franco Abbiati. In Frankrijk kreeg hij in 2016 de eretitel Chevalier de la Légion d’Honneur.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

