Strauss bij het Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Dima Slobodeniouk dirigent
Dit concert maakt deel uit van de series B en Z.
Alexander Zemlinsky (1871-1942)
Lustspielouvertüre (1894-95)
Nederlandse première
Richard Strauss (1864-1949)
Don Juan, op. 20 (1888-89)
symfonisch gedicht voor groot orkest naar Nikolaus Lenau
pauze (± 20.50 resp. 14.50 uur)
Alban Berg (1885-1935) / Theo Verbey (1959)
Sonate, op. 1 (1908, orkestratie 1984)
oorspronkelijk voor piano
Richard Strauss
Tod und Verklärung, op. 24 (1888-89)
symfonisch gedicht voor groot orkest
einde (± 22.00 resp. 16.00 uur)
Toelichting
Inleiding
De tonale bom
De laatste jaren van de negentiende eeuw vormden een breekpunt in de klassieke muziek. De dreef de aloude tonaliteit – waarvan de grondslagen al zo’n 200 jaar vast lagen – tot het uiterste. Klassieke compositievormen voldeden niet meer. Zo moest de symfonie plaatsmaken voor het symfonische gedicht.
Binnen dat nieuwe genre wist Richard Strauss dankzij zijn grote orkestratievernuft op zeer beeldende wijze verhalen te vertellen. Ook Alexander Zemlinsky was met zijn talent voor muzikaal drama een typische exponent van deze periode. Het zou aan zijn protégé Arnold Schönberg en diens leerlingen Anton Webern en Alban Berg zijn om na de eeuwwisseling de tonale bom te laten barsten en vanuit de atonaliteit nieuwe manieren van componeren te zoeken.
Bij Berg – evenals Strauss een groot componist – zou de met zijn tonale basis echter nooit helemaal verdwijnen. Nu, ruim een eeuw later, grijpen vele componisten – onder wie de Nederlander Theo Verbey – nog altijd graag terug op de meeslepende vertelkunst en de orkestkleuren van rond 1900, maar dan vanuit een hedendaagse invalshoek.
Alexander Zemlinsky (1871-1942)
Zemlinsky: Lustspielouvertüre
Door Christiane Schima
Toen Alexander Zemlinsky in 1942 in New York overleed, waren hij en zijn muziek reeds in vergetelheid geraakt. De ooit zo veelbelovende Weense componist, protégé van Johannes Brahms en Gustav Mahler, gelauwerd , bevlogen pedagoog en onbaatzuchtig pleitbezorger van de muziek van zijn leerling Arnold Schönberg, stierf als onbekende.
Het zou nog twee decennia duren voordat Zemlinsky werd herontdekt en hem een vaste plek werd toebedeeld in de muziekgeschiedenis. Hij componeerde werken in uiteenlopende bezettingen, maar voelde zich vooral aangetrokken tot het genre en eren, veelal gebaseerd op romantische en sprookjesachtige onderwerpen. Zijn opera Der Zwerg en zijn e symfonie behoren tot zijn belangrijkste werken.
De geschiedenis van zijn Lustspielouvertüre begint in 1890 met een Weens concours voor toneelschrijvers. Winnaar was de edelman Wilhelm von Wartenegg met zijn komedie Der Ring des Ofterdingen. Het verhaal gaat over een minnezanger – de historische Heinrich von Ofterdingen – die met behulp van een magische ring het hart van een prinses kan veroveren.
Het stuk was al snel van het Weense speelplan verdwenen, maar had in verschillende Duitse provinciesteden en in Berlijn een opmerkelijk succes. In het kader van een geplande opvoering in Praag egon Zemlinsky met het schrijven van muziek bij het toneelstuk. Maar omdat het toneelstuk in Praag afgelast werd, kwam hij niet verder dan de ouverture.
Zoals blijkt uit de autografen (bewaard in de Library of Congress in Washington) was de componist er echter al vroeg van overtuigd dat het werk als concertstuk ook op zichzelf kan staan. De sfeervolle harppartij voert ons mee naar de ‘romantische’ wereld van de minnezangers. Muziek en handeling weerspiegelen de tijdgeest – vergelijk Wagners Die Meistersinger von Nürnberg. Zemlinsky’s Lustspielouvertüre is een intrigerend tijdsdocument en een meeslepende compositie die vanavond voor het eerst in Nederland te horen is.
Richard Strauss (1864-1949)
Strauss: Don Juan
De symfonische gedichten Don Juan en Tod und Verklärung van Richard Strauss zijn net als Ein Heldenleben en Don Quichot ontstaan in de overmoedige, door heldhaftige fantasieën gekenmerkte Sturm und Drang-periode tijdens zijn jonge jaren. Daarin toont Strauss zich een kind van zijn tijd.
De idee om door kunst boven het alledaagse leven uit te stijgen is net als de voorstelling van de ideale mens – denk aan Wagner en Nietzsches ‘Übermensch’ – typerend voor het fin de siècle. Het wonderkind Strauss, zoon van een befaamde Münchner ist, gold al vroeg als veelbelovend componist. Zijn briljante orkestraties lieten geen twijfel bestaan over zijn talent. Met zijn dramatische ’s Salome en Elektra zou hij operageschiedenis schrijven.
Daarna borduurde hij voort op deze successen, maar de stijl en onderwerpen van zijn ’s werden toegankelijker en populairder (Der Rosenkavalier). De politieke ontwikkelingen lijken soms aan Strauss te zijn voorbijgegaan. Metamorphosen (1945) en Vier letzte er (1948) vormen het ontroerende muzikale testament van deze laatste romanticus. Strauss overleed in 1949 in zijn villa in Garmisch-Partenkirchen als welvarende kunstenaar, maar tegelijkertijd ook als een gebroken man die de tekenen van zijn tijd – getuige ook zijn gebrek aan belangstelling voor de moderne muziek – niet herkende.
Strauss’ orkestwerk Don Juan is geïnspireerd door de legendari-sche vrouwenverleider. Een meeslepend werk, vol elan en georkestreerd. Het maakte de toen vierentwintigjarige componist op slag beroemd. Aan de gaat een literair motto van de Oostenrijkse dichter Nikolaus Lenau (1802-1850) vooraf: ‘Hinaus und fort nach immer neuen Siegen, so lang der Jugend Feuerpulse fliegen!’ (‘Komaan! Eropuit naar telkens nieuwe zeges, zo lang het vurig bloed der jeugd pulseert!’)
Berg/Verbey: Sonate
Meteen al in zijn eerste officiële compositie, de voor piano, slaat Alban Berg een onmiskenbaar eigen toon aan. Bergs gevoelsgeladen werken lijken op woekerende organismen; ze worden gekenmerkt door naadloze overgangen – aanleiding voor de muziekfilosoof Theodor Adorno om Berg ‘meester van de kleinste overgang’ te noemen.
Net als zijn leraar Arnold Schönberg in zijn Kammersymphonie (1906) zet Berg in zijn pianosonate de tradi-tionele ën op losse schroeven door onder meer het gebruik van kwarten-en. Formeel is Bergs pianosonate met de expositie van twee ’s, doorwerking, reprise en echter bijna een schoolvoorbeeld van de klassieke . Adorno noemt het werk daarom Bergs ‘examen-stuk’. Toch lijkt het formele model, waarin het een voortvloeit uit het andere, slechts een breekbaar omhulsel te zijn.
Bergs pianosonate klinkt vandaag in de wereldwijd bekend geworden orkestversie van Theo Verbey. De Nederlandse componist heeft – dit blijkt ook uit zijn eigen werken – een grote belangstelling voor de muzikale traditie. Zo liet hij zich in Triade (1991-94) inspireren door de structuur van Mozarts ‘Praagse’ symfonie.
Verbey zei eens dat hij muziek wil componeren ‘die tot op het verzadigingspunt beïnvloed is: niet door vijftig jaar traditie, maar door honderden jaren’. Over Berg: ‘Enerzijds zijn alle stukken van Berg ontstaan vanuit strenge vormideeën en anderzijds is het puur theatrale gevoelsmuziek.’ Verbey heeft zich in zijn bewerking georiënteerd op een ander ‘ 1’, namelijk de Passacaglia voor orkest van Bergs mede-student Anton Webern. ‘Met het van zijn pianosonateheb ik een ‘ouverture’ binnen het oeuvre van Berg gecreëerd.’
Biografie
Dima Slobodeniouk, dirigent
Dima Slobodeniouk studeerde aanvankelijk viool in Moskou. Later verhuisde hij naar Finland, waar hij directie ging studeren bij Atso Almila aan de Sibelius Academie. Hij kreeg tevens les van Leif Segerstam, Jorma Panula, Ilja Moesin en Esa-Pekka Salonen.
De combinatie van zijn Russische roots en zijn Finse thuisbasis is geregeld in zijn concertprogrammering en cd-opnamen terug te vinden. Sinds 2013 is Dima Slobodeniouk chef- van het Orquesta Sinfónica de Galicia; sinds 2016 vervult hij dezelfde functie bij het Lahti en is hij tevens artistiek leider van het bijbehorende Sibelius Festival.
Als gastdirigent gaf hij leiding aan gezelschappen als het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest, het Gewandhausorchester Leipzig en het Finse Avanti! Kamerorkest. Afgelopen seizoen debuteerde hij bij de Berliner Philharmoniker.
In recente jaren begeleidde hij studenten aan de Verbier Festival Academy en initieerde hij een project bij het Orquesta Sinfónica de Galicia om directiestudenten de mogelijkheid te bieden met een professioneel orkest samen te werken.
Dima Slobodeniouk debuteerde bij het Koninklijk Concertgebouworkest in oktober 2018 met Don Juan en Tod und Verklärung van Richard Strauss, Zemlinsky’s Lustspiel-Ouvertüre en Alban Bergs , op. 1 in de orkestratie van Theo Verbey.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

