Sterrentrio speelt schubert: Melnikov, Faust en Queyras
Pianotrio’s 20.15 uur
Alexander Melnikov piano
Isabelle Faust viool
Jean-Guihen Queyras cello
Robert Schumann 1810-1856
Eerste pianotrio in d kl.t., op. 63 (1847)
Mit Energie und Leidenschaft
Lebhaft, doch nicht zu rasch
Langsam, mit inniger Empfindung
Mit feuer
Salvatore Sciarrino 1947
Tweede pianotrio (1987)
[in één deel]
pauze
Franz Schubert 1797-1828
Pianotrio in Bes gr.t., D 898, op. 99 (1827)
Allegro moderato
Andante un poco mosso
Scherzo: Allegro - Trio
Rondo: Allegro vivace
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur
Toelichting
Robert Schumann 1810-1856
eerste pianotrio
Tekst: Anneloes Brand
In 1839 stak Robert Schumann de loftrompet over het nieuwe in d klein, 49 van Felix Mendelssohn en noemde het ‘het meest magistrale van deze tijd’. Het kan haast geen toeval zijn dat zijn eigen Eerste pianotrio in d klein, opus 63 uit 1847 in dezelfde staat.
Dat dit trio volgde op de compositie van het Pianotrio in g klein, opus 17 door zijn vrouw Clara het jaar ervóór, zal evenmin toeval zijn; de twee inspireerden elkaar over en weer.
Schumann begon een paar dagen voor zijn verjaardag (8 juni) aan zijn Eerste pianotrio en nam er naar eigen zeggen uitgebreid de tijd voor. ‘Vroeger schreef ik praktisch al mijn kortere werken in een soort bezetenheid en voltooide ik er vele haast ondenkbaar snel. […] Vanaf 1845 ontwikkelde ik een nieuwe methode van componeren, waarbij ik alles in mijn hoofd bedacht en uitwerkte.’
Het leverde een compositie op die romantisch van stijl is maar met een grotere rol voor dan voorheen. De componist had de schets alsnog in tien dagen klaar op 16 juni en presenteerde het volledige werk aan Clara op haar verjaardag, 13 september.
Kort erna voerde ze het voor het eerst uit tijdens een besloten concert, samen met musici uit de Dresdner Hofkapelle. De beroemde concertpianiste was erg te spreken over de nieuwe pennenvrucht van haar echtgenoot: ‘Dit werk klinkt alsof het is gecomponeerd door een aanstormend talent, zo jeugdig en krachtig en tegelijkertijd zo meesterlijk uitgewerkt. Het eerste deel is een van de fraaiste die ik ken.’
Schumann componeerde in hetzelfde jaar nog zijn Tweede in F groot, 80 en in 1851 het Derde pianotrio in g klein, opus 110. Het Eerste pianotrio wordt algemeen beschouwd als het sterkste van de drie.
Salvatore Sciarrino 1947
tweede pianotrio
Met het Tweede van Salvatore Sciarrino betreedt u een compleet andere klankwereld dan die van de twee Duitse romantische kopstukken Schumann en Schubert.
Sciarrino is een vooraanstaande Italiaanse avant-gardecomponist. Hij werd vooral beïnvloed door Luigi Nono – de meest radicale onder de bekende Italiaanse muzikale componisten van na de Tweede Wereldoorlog – en raakte gefascineerd door het concept van klank versus stilte.
De componist zoekt de grenzen van het hoorbare op, verkent nieuwe speeltechnieken en maakt gebruik van op zichzelf staande sonore klanken, de harmonische boventoonreeks en citaten uit bestaande composities. Het resultaat is intieme, geconcentreerde en geraffineerde muziek.
Sciarrino schreef zijn Tweede in 1987 in opdracht van F. van Lanschot Bankiers NV ter gelegenheid van het 250ste jubileum van de private bank. Pianiste Kristi Becker, violist Saschko Gawriloff en cellist Rocco Filippini verzorgden de première van het werk op 3 december 1988 in de van Het Concertgebouw.
De componist zelf karakteriseerde zijn Tweede pianotrio als ‘droog en uitdagend’ en als ‘iets wonderlijks en tegelijkertijd mechanisch’. Tegen het sprookjesachtige gefluister en gefluit van de snaarinstrumenten zet de piano donderende en, waarmee Sciarrino een surrealistisch, veranderlijk landschap creëert.
Franz Schubert 1797-1828
Pianotrio
In 1812 schreef Franz Schubert zijn eendelige in Bes groot, D 28 als student van Antonio Salieri en noemde het ‘nsatz’. Vijftien jaar erna componeerde hij twee ‘echte’ pianotrio’s, waarvan het lijvige Pianotrio in Bes groot, D 898, het eerste is. In deze laatste jaren van zijn te korte leven leed de componist aan syfilis.
De cyclus Winterreise uit 1827 is een van die composities die zijn gevoelens van eenzaamheid, droefenis en wanhoop reflecteren. Maar anders dan sommige componisten die hun persoonlijke leed ventileerden, was Schubert ook in staat zijn somberheid opzij te zetten en muziek te produceren die een geheel andere toon aanslaat.
Zijn in Bes groot uit hetzelfde jaar is opvallend zonnig en zorgeloos. Elk van de drie instrumenten werd royaal bedeeld: de piano zingt er vrolijk op los en mag ook zijn bravourekant tentoonspreiden. De strijkinstrumenten, waarvan de zelfs een beetje bevoorrecht lijkt, hebben beide een volle en dankbare taak.
Pianist Karl Maria von Bocklet, violist Ignaz Schuppanzigh en cellist Josef Lincke hielden het ten doop op 28 januari 1828 tijdens een Schubertiade, een besloten concert onder vrienden van de componist. Maar zoals zoveel van Schuberts kamermuziek werd het Pianotrio in Bes groot postuum uitgegeven: in 1836, acht jaar na zijn dood.
Vakgenoot Robert Schumann was er bijzonder van onder de indruk en schreef: ‘Eén blik op Schuberts Trio doet de problemen van het menselijk bestaan verdwijnen. De wereld is weer fris en nieuw… Het eerste deel is een en al charme, intiem… Het is een gelukzalige droom, een golvende stroom van menselijke emotie… Kort gezegd, het Trio in Bes is vrouwelijk, .’
Biografie
Alexander Melnikov, piano
Alexander Melnikov studeerde in Moskou bij Lev Naumov, en ook Svjatoslav Richter was van grote muzikale invloed: hij nodigde zijn jonge collega uit voor prestigieuze festivals in Rusland en Frankrijk. Prijzen won Alexander Melnikov op het Schumann Concours in Zwickau (1989) en de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel (1991).
Zijn belangstelling voor de historische uitvoeringspraktijk kreeg vorm bij Andreas Staier en Alexei Lubimov, en hij werd vaste gast bij gespecialiseerde gezelschappen als het Freiburger Barockorchester en de Akademie für Alte Musik Berlin.
Highlights in Alexander Melnikovs huidige seizoen zijn een residency aan het Konzerthaus Wien, solorecitals in Berlijn, Keulen, Lyon, Praag, Madrid, Yokohama en Tokio, en solobeurten bij de Münchner Philharmoniker, het Konzerthausorchester Berlin, het Gürzenich-Orchester, het Orquestra Gulbenkian in Lissabon en het Australian Chamber Orchestra. De pianist is vaste duopartner van Isabelle Faust; voor hun Sonates voor viool en piano van Beethoven (2010) kregen ze een Gramophone Award, een Echo Klassik en een Grammy-nominatie.
Alexander Melnikovs solo-album met de 24 preludes en fuga’s van Sjostakovitsj werd meermaals bekroond en in 2011 door BBC Music Magazine opgenomen in de ‘50 Greatest Recordings of All Time’. Recente albums zijn de complete s van Prokofjev en Fantasie - Seven Composers Seven Keyboards (2023).
In Het Concertgebouw trad Alexander Melnikov de afgelopen jaren op met bariton Georg Nigl (februari 2015), in een met Jean-Guihen Queyras en Isabelle Faust (april 2016), in Mozarts Zeventiende pianoconcert met musicAeterna onder leiding van Teodor Currentzis (april 2018) en in het Tweede pianoconcert van Sjostakovitsj (februari 2023, bij het Concertgebouworkest).
Isabelle Faust, viool
Isabelle Faust won op jonge leeftijd het Leopold Mozart Concours in Augsburg en het Italiaanse Paganini Concours en werd al snel uitgenodigd door belangrijke gezelschappen wereldwijd waaronder de Berliner Philharmoniker, het Boston Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, het Chamber Orchestra of Europe en het Freiburger Barockorchester.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in 2015, en bij Concertgebouworkest Young 2022 soleerde ze in Beethovens Vioolconcert onder leiding van Gustavo Gimeno.
De Duitse violiste beheerst een repertoire dat reikt van de tot wereldpremières, en is zich daarbij altijd bewust van de tijdeigen context en speelwijze. Onder leiding van wijlen Claudio Abbado maakte Isabelle Faust prijswinnende opnames van de vioolconcerten van Berg en Beethoven, en ze was een aantal jaar vaste partner van het door hem opgerichte Mahler Chamber Orchestra.
In het seizoen 2023/2024 was ze artist in residence bij het SWR Symphonieorchester, in 2024 bij het Beethovenfest Bonn, en in datzelfde jaar won ze twee Gramophone Awards: voor een Schumann-album en voor Brittens Vioolconcert met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Jakub Hrůša. Kamermuziek speelt Isabelle Faust met onder anderen haar vaste pianist Alexander Melnikov, cellist Jean-Guihen Queyras, klavecinist/pianist Kristian Bezuidenhout, altviolist Antoine Tamestit en zangeres Anna Prohaska.
In seizoen 2019/2020 had ze een Spotlight-serie in de . Op dat podium was ze voor het laatst te beluisteren op 17 maart 2023, in Brahms en Ligeti met ist Teunis van der Zwart en pianist Alexander Melnikov.
Jean-Guihen Queyras, cello
Jean-Guihen Queyras begon zijn carrière als lid van Pierre Boulez’ Ensemble intercontemporain en van het ensemble Musica Antiqua Köln. en op oude en hedendaagse muziek kenmerken ook zijn repertoire als solist en kamermusicus. Zijn opnamen van Bachs s werden bekroond met onder meer een Diapason d’Or en een CHOC du Monde.
De Frans-Canadese cellist treedt op met oudemuziekgroepen als het Freiburger Barockorchester, de Akademie für Alte Musik Berlin en Concerto Köln.
In nieuwer werk soleerde hij bij bijvoorbeeld het London Philharmonic Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, het Orchestre de Paris, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en The Philadelphia Orchestra. In Nederland is hij bekend van velerlei kamermuziek in de en van optredens met Amsterdam Sinfonietta, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest en was hij artist in residence van de Amsterdamse Biënnale 2022.
Jean-Guihen Queyras verzorgde premières en opnames van verschillende hedendaagse cellowerken. Met Tabea Zimmermann, Antje Weithaas en Daniel Sepec vormt hij het Arcanto Kwartet. Onder zijn kamermuziekpartners zijn ook de pianisten Alexander Melnikov en Alexandre Tharaud en violiste Isabelle Faust. Jean-Guihen Queyras is docent aan de Musikhochschule in Freiburg en artistiek leider van het festival Rencontres Musicales de Haute-Provence.
Hij soleert voor het eerst bij het Concertgebouworkest.


