Sprankelende violiste Nicola Benedetti met Alexei Grynyuk

Nicola Benedetti viool
Alexei Grynyuk piano

Karol Szymanowski 1882-1937

Drie mythes, op. 30 (1915)
voor viool en piano
Zrodlo Aretuzy (De bron van Arethusa)
Narcyz (Narcissus)
Driady i Pan (Dryaden en Pan)

Edward Elgar 1857-1934

Sonate in e kl.t., op. 82 (1918)
voor viool en piano
Allegro
Romance: Andante
Allegro non troppo

pauze

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Sonate in A gr.t., op. 47 (1803) ‘Kreutzer’
voor piano en viool
Adagio sostenuto – Presto
Andante con variazioni
Finale: Presto

begin van de pauze ca. 21.05 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur

Toelichting

Karol Szymanowski 1882-1937

drie mythes

Karol Szymanowski was afkomstig uit een Pools adellijk geslacht. Als lid van een bevoorrechte klasse verkeerde hij in modieuze salons en maakte hij vanaf 1911 veel reizen, naar Italië, Sicilië en Noord-Afrika. Hij kwam terug vol impressies die hij in composities als Mythes en Métopes (gebaseerd op scènes uit de Griekse mythologie en de Odyssee) verwerkte. Szymanowski was een katalysator van de verschillende muzikale en literaire stromingen van zijn tijd. Zijn studie van oriëntaalse schrijvers resulteerde in onder andere Liefdesliederen van Hafiz naar teksten van de veertiende-eeuwse Perzische dichter Hafiz van Shiraz. Extra impulsen kreeg hij door de volksmuziek van zijn land die hij ijverig bestudeerde.
Toch maakt een werk als Drie mythes uit 1915 duidelijk dat hij in wezen trouw bleef aan het (laat)-romantische klankidioom. In de drie taferelen baseert Szymanowski zich op Oud-Griekse verhalen. Het eerste illustreert de ontdekking van een bron vlakbij de Siciliaanse stad Siracuse door de nimf Arethusa. Terwijl de piano het borrelende bronwater nabootst, symboliseert de erbovenuit stijgende viool met haar prachtige Arethusa. Het dromerige tweede deel is gewijd aan Narcissus die, gehypnotiseerd door zijn eigen spiegelbeeld in het water, verliefd raakt op zichzelf. In het laatste en technisch meest ambitieuze deel liet de componist zich inspireren door de erotische fantasieën van de herdersgod Pan. Loom in het gras liggend en op zijn fluit blazend ziet hij schone nimfen om zich heen dartelen die tot objecten van zijn begeerte worden. De pittoreske scène culmineert in een opeenstapeling van ongewone ën, ’s, trillers en ’s. De componist toont zich uitbundig, als een vrijbuiter, als Pan, wiens dromen onvervuld bleven.

Edward Elgar 1857-1934

vioolsonate

Het oeuvre van Edward Elgar staat in het teken van zijn belangstelling voor de cultuur en de muzikale tradities van zijn vaderland Engeland. Vergeleken met zijn jongere Poolse collega Szymanowski was Elgar minder excentriek en kosmopolitisch. Afgezien van korte bezoeken aan Leipzig, Parijs en – op latere leeftijd, toen hij reeds bekend was – Amerika, heeft hij Engeland nooit verlaten. Het geografische en emotionele middelpunt van zijn arbeid was zijn geboortestad Worcester. Meer nog dan Szymanowski is de in 1934 overleden Elgar, een groot bewonde­raar van Brahms, een romanticus gebleven. Reeds in zijn jeugd leert hij, geïnspireerd door zijn vader die een muziekzaak ­runde, verschillende instrumenten bespelen. Als violist, organist, en organisator van concerten speelde hij een belangrijke rol in het muziekleven van Worcester. Zo veelzijdig hij was als musicus zo breed georiënteerd was hij ook als componist. Van variaties op God Save the King tot ambitieuze symfonieën: in zijn oeuvre is bijna elk muzikaal genre, vocaal en instrumentaal, kerkelijk en profaan, vertegenwoordigd. In zijn Viool­ in e klein uit 1918 zijn in het langzame middendeel volgens echtgenote Alice impressies uit de Fittleworth Woods in Sussex gevangen; in de omgeving daar had het paar een huis verworven. De componist, die zich inmiddels ‘Sir’ mocht noemen, schreef in een brief aan vriendin Marie Joshua over zijn aan haar opgedragen vioolsonate: ‘I fear it does not carry us any further but it is full of golden sounds and I like it, but you must not expect anything violently chromatic or cubist.’ Inderdaad is Elgars vioolsonate uit 1918 vergeleken met de muziek van Debussy, Stravinsky, Schönberg een anachronisme. De drie delen zijn gestoeld op klassieke vormen. Het werk staat in een donker e klein en begint met een groot dramatisch gebaar. In het -contemplatieve middendeel kan de luisteraar zich – zoals echtgenote Alice suggereert – in de natuur en een in gedachten verzonken wandelaar verplaatsen. Het gepassioneerde slotdeel eindigt verrassend hoopvol in helder E groot.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

'Kreutzersonate'

De Franse violist Rodolphe Kreutzer aan wie Ludwig van Beethoven de tegenwoordig als ‘Kreutzersonate’ bekende Vioolsonate in A groot, 47 heeft opgedragen, heeft het werk nooit gespeeld. Hoe het kwam dat Beethoven deze aan de Franse musicus heeft opgedragen, behoort tot de vele curiositeiten in de biografie van de componist. De meester had het werk namelijk aanvankelijk aan iemand anders opgedragen: de Engelse vioolvirtuoos George Augustus Polgreen Bridgewater, met wie ­Beethoven het stuk in huize Lichnowsky ten doop hield. Een ruzie met Bridgewater – over een vrouw, zoals biografen hebben uitgevonden – bracht de componist op andere gedachten. De begunstigde was uiteindelijk Kreutzer, die Beethoven had leren kennen toen deze in 1798 samen met graaf Jean Baptiste ­Julius Bernadotte op een diplomatieke missie in Wenen was. De opdracht had minder artistieke dan moreel-politieke redenen. Beethoven was in die tijd een vurig aanhanger van Napoleon en hij zag in Kreutzer, hoogleraar viool aan het Parijse conservatorium en uitgever van revolutionaire eren, een bondgenoot. Beethovens Vioolsonate in A groot stelt aan zowel de violist als de pianist hoge technische eisen. In deze hartstochtelijke sonate leeft de componist zich uit in virtuoze -passages en – in deel twee – vindingrijke variaties. Symptomen van zijn beginnende doofheid spoorden de componist aan tot de hoogste prestaties. De ‘Kreutzersonate’ ontstond in dezelfde tijd (1802-03) als zijn oorspronkelijk ook als eerbetoon aan Napoleon bedoelde Derde symfonie,‘Eroica’. Beide behoren tot Beethovens meest gepassioneerde en dramatische composities waarin hij de muzikale vrijheid heeft bevochten voor zijn verbazingwekkende late werken.

Christiane Schima

Biografie

Nicola Benedetti, viool

Nicola Benedetti werd geboren in Schotland maar is van Italiaanse afkomst. Ze volgde haar professionele muzikale opleiding in Engeland, aan de Yehudi Menuhin School. In de jaren daarna groeide ze uit tot een zeer veelgevraagd ­artiest en als solist musiceerde ze met beroemde gezelschappen als het London Philharmonic Orchestra, het Orkest van het Mariinski ­Theater in Sint-Petersburg en de New York ­Philharmonic.

In Nederland werkte ze met de Radio Kamer ­Filharmonie en het Radio Filharmonisch ­Orkest. Op het vlak van de kamermuziek deelt ze het podium graag met bijvoorbeeld pianist Alexei Grynyuk en cellist Leonard Elschenbroich; dit ­ speelde in december 2014 ook in de van Het Concertgebouw. De violiste bracht verschillende succesvolle cd’s uit, waaronder The Silver Violin, een conceptalbum met muziek – van onder anderen Mahler, Korngold en Sjostakovitsj – die een relatie heeft met Hollywood. 

Naast haar activiteiten op het ­podium en in de studio geeft Nicola Benedetti graag les; ze doet dat aan diverse scholen en conservatoria en sinds 2013 geeft ze onder de noemer The ­Benedetti Sessions wereldwijd masterclasses aan jong muzikaal talent. Nicola Benedetti bespeelt een instrument uit 1717 dat is gebouwd door Antonio Stradivari.

Haar vorige optreden in de Kleine Zaal was een met Alexei Grynyuk in februari 2016.

Alexei Grynyuk, piano

De in Kiev geboren Alexei Grynyuk gaf zijn eerste openbare concerten op zijn zesde. Toen hij dertien was, trok hij de aandacht met het winnen van het Sergej Diaghilev Pianoconcours in Moskou. In die tijd was hij als solist al actief bij diverse Oekraïense orkesten en maakte hij tournees door Oost-Europa.

In de jaren die volgden was Alexei Grynyuk winnaar van onder meer het Vladimir Horowitz Concours in Kiev en het Shanghai Internationaal Pianoconcours. Onder zijn docenten in Moskou waren Natalia Gridneva en Valery Kozlov, en aan de Royal Academy of Music in Londen studeerde hij bij Hamish Milne.

Inmiddels groeide de pianist uit tot een internationaal gewaardeerd artiest. Hij geeft met regelmaat solorecitals op bekende podia, waaronder Wigmore Hall in Londen, de Salle Gaveau in Parijs en het conservatorium in Moskou. Als concertsolist was hij te gast bij bijvoorbeeld het Bournemouth Symphony Orchestra en het Bolshoi .

In Het Concertgebouw debuteerde hij in december 2014 in een programma met Nicola Benedetti en Leonard Elsenbroich in de -serie ’s.