Spotlight Thomas Oliemans: solo in Schuberts Winterreise

Thomas Oliemans bariton/piano

Dit concert maakt deel uit van de series Spotlight en Vocaal 2.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Topmusici in de Kleine Zaal.

Beluister ook de podcast: Op Winterreise met Oliemans en Groenteman

Franz Schubert (1797-1828)

Winterreise, D 911 (1827)
Gute Nacht
Die Wetterfahne
Gefrorne Tränen
Erstarrung
Der Lindenbaum
Wasserflut
Auf dem Flusse
Rückblick
Irrlicht
Rast
Frühlingstraum
Einsamkeit
Die Post
Der greise Kopf
Die Krähe
Letzte Hoffnung
Im Dorfe
Der stürmische Morgen
Täuschung
Der Wegweiser
Das Wirtshaus
Mut
Die Nebensonnen
Der Leiermann

er is geen pauze
einde ± 21.25 uur

Toelichting

Franz Schubert (1797-1828)

Schubert: Winterreise

Door Axel Meijer

De Urania-almanak voor 1824 is al een paar jaar oud als Franz Schubert er op een ­goede dag twaalf gedichten in vindt die hij nog niet kent. De dichter kent hij wel: dat is ­Wilhelm Müller, van wie Schubert enkele jaren ­eerder Die schöne Müllerin op muziek heeft gezet. Schubert kan niet wachten de nieuwe gedichten op muziek te zetten – in no time ontvangen zijn vrienden een uitnodiging om het resultaat te komen beluisteren. Maar wanneer de vrienden arriveren, geeft Schubert niet thuis.

De reden is vermoedelijk dat hij inmiddels heeft ontdekt dat Müller zijn twaalf gedichten uiteindelijk heeft uitgebreid tot een bundel van 24, onder de titel Die Winterreise. Schubert werkt verder en enkele maanden later geeft hij, in kleine kring, een try-out van het complete werk, waarbij hij zichzelf begeleidt op de piano.

Het is geen onmiddellijk succes. De ­vrienden vinden eigenlijk alleen Der Lindenbaum meteen mooi. Dat de rest niet direct aanslaat is teleurstellend voor de componist, maar niet geheel onbegrijpelijk. Niemand had ooit iets gehoord wat op Winterreise leek (Schubert liet het lidwoord weg). Het is een erenbundel zonder plot, zonder noemenswaardige handeling.

De naamloze hoofdpersoon (is hij misschien de molenaarsknecht uit de eerdere cyclus?) verlaat het huis van zijn geliefde, zonder dat we te weten komen waarom, en gaat op reis. Het doel van zijn tocht blijft onbekend, en het is onduidelijk hoe lang de reis duurt.

Een leeg doek
Toch is het juist de leegte van de vertelling die Schubert de gelegenheid geeft er zijn eigen invulling aan te geven. Schubert brengt het sneeuwwitte doek tot leven. In de eerste plaats door een muzikale schildering van de omgeving: het roestig piepen van de spottende Wetterfahne; het ruisen van Der Linden­baum; in Auf dem Flusse schetst Schubert zelfs het stromen van een beek onder een laag ijs.

Maar in de is een weergave van de omgeving natuurlijk ook een weergave van de gemoedstoestand van de schilder, of, in dit geval, van dichter en componist. 
Gevoel en symboliek liggen er bij Müller vaak nogal dik bovenop: hete tranen die de sneeuw doen smelten waar eens de geliefde liep; de bloemen die in werkelijkheid ijsbloemen op een ruit blijken te zijn; de trouwe kraai die maar boven het hoofd van de reiziger blijft cirkelen. Schubert redt deze hier en daar larmoyante biedermeierpoëzie door in zijn muziek nergens sentimenteel te worden. De toonzetting is onopgesmukt en precies.

De koude wind die, in Letzte Hoffnung, met de laatste bladeren aan de boom speelt geeft Schubert weer door een scherp, kaal in de piano – niet meer dan een paar snelle, losse nootjes. Van eenzelfde eenvoud is de gedempte, wandelende beweging die het vertrek in het openingslied Gute Nacht schetst. In Die Post schalt het herkenbare geluid van de vanaf de diligence, en heel even koestert de hoofdpersoon de hoop dat er misschien nog een brief voor hem komt.

Het bezonken en bezinnende Das Wirtshaus (de herberg blijkt in dit geval een kerkhof te zijn) wordt begeleid door achtige pianoakkoorden, die doen denken aan equalen, de traditionele blaasmuziek voor Allerzielen.

In de ingetogenheid van Winterreise schuilt, paradoxaal genoeg, juist de moeilijkheid voor de uitvoerenden. Om diepte aan te brengen in al zijn grijstinten geeft Schubert de pianist hier een rol die volkomen gelijkwaardig is aan die van de zanger, meer nog dan in Die schöne Müllerin.

Dat is door de gehele cyclus heen te horen, maar wellicht nergens beter dan in het slotlied Der Leiermann. De hoofdpersoon komt hier een speelman tegen met een draailier, een soort mechanische viool, die vaak werd bespeeld door blinde bedelaars met even geringe muzikale mogelijkheden als het instrument zelf. De piano imiteert de lier met een eenvoudige riedel en de hoofdpersoon zingt een simpele , steeds opnieuw.

Losgelaten
En daar eindigt de reis: met de hoofdpersoon en de speelman die gezamenlijk uit beeld lopen, terwijl ze langzaam maar zeker worden opgeslokt door het wit van de winter.
Na een tweede uitvoering van de cyclus, ditmaal gezongen door Schuberts vaste zanger Johann Michael Vogl, zijn de vrienden die aanvankelijk zo lauw reageerden helemaal om. In de woorden van een van de Schubertianen, Josef von Spaun: ‘Hij (Schubert) had gelijk; al gauw waren we allemaal vervuld van bewondering voor deze treurige liederen, die Vogl zo meesterlijk zong.’

De eerste uitgave van Winterreise bestaat uit twee losse delen van elk twaalf liederen. Het eerste verschijnt in januari 1828. Schubert werkt nog op zijn sterfbed aan de correctie van de proefdrukken voor het tweede deel, dat verschijnt in januari 1829, anderhalve maand na het overlijden van de componist.

Biografie

Thomas Oliemans, bariton

In een Spotlightserie in de in seizoen 2021/2022 bracht Thomas Oliemans zijn veelzijdigheid over het voetlicht: hij presenteerde het duorecital Wien, Berlin, Buenos es met sopraan Eva-Maria Westbroek, zong én speelde Schuberts Winterreise, en bracht een programma m Schoecks Notturno met het Signum Quartett.

Thomas Oliemans studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig. Bij De Nationale zong de bariton grote rollen in bijvoorbeeld La bohème van Puccini en Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Weill, en in 2013 kreeg hij de Prix d’Amis voor zijn Papageno in Mozarts Die Zauberflöte.

Ook stond hij er in nieuwe ’s van Peter-Jan Wagemans, Rob Zuidam, Martijn Padding, Manfred Trojahn en Kaija Saariaho.

In Londen zong Thomas Oliemans zowel bij de English National Opera als bij de Royal Opera Covent Garden, en ook de operahuizen van Hamburg, Berlijn, Genève, Madrid, Toulouse en New York en de festivals van Aix-en-Provence en Salzburg engageerden hem.

Thomas Oliemans werkte met de meeste Nederlandse orkesten; bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2016 in Bachs Matthäus-­Passion. Met Amsterdam Sinfonietta bracht de zanger in de zomer van 2021 een Frans programma, dat uitmondde in de cd Formidable!. In november van dat jaar werd hij live op tv verrast met De Ovatie, de klassieke-­muziekprijs van de VSCD.

Onder de buitenlandse orkesten die Thomas Oliemans uitnodigden zijn het Philharmonia Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het Freiburger Barockorchester, Pygmalion en het Yomiuri Symphony Orchestra.

s geeft hij op de belangrijke podia wereldwijd, zo bracht hij in de onder meer de drie grote ­cycli van Schubert met pianist Malcolm Martineau. Voor Het Concert­gebouw maakte Thomas Oliemans met Gijs Groenteman omvangrijke podcastseries over Schuberts Winterreise en Bachs Matthäus-Passion.