Sophie Bevan & Julius Drake: Schumann, Liszt, Berlioz en meer
Sophie Bevan sopraan
Julius Drake piano
Clara Schumann (1819-1896)
Liebst du um Schönheit
uit ‘Drei Lieder nach F. Rückert’, op. 12 (1841)
Sie liebten sich beide
Der Mond kommt still gegangen
uit ‘Sechs Lieder’, op. 13 (1840-43)
Am Strande (1840)
Fanny Mendelssohn (1805-1847)
Frühling (1846)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 7
Warum sind denn die Rosen
so blass (1837)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 1
Nachtwanderer (1843)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 7
Bergeslust (1847)
uit ‘Fünf Lieder’, op. 10
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Die Liebende schreibt (1831)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 86
Pagenlied (1832)
uit ‘Zwei Gesänge’
Schilflied (1842)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 71
Hexenlied (1827)
uit ‘Zwölf Gesänge’, op. 8
Frédéric Chopin (1810-1849)
Sliczny chlopiec (Knappe man)
Melodya (Melodie)
Piosnka litewska (Litouws lied)
Wojak (De strijder)
uit ‘Zeventien Poolse liederen’,
op. 74 (1829-47)
pauze ± 20.50 uur
Franz Liszt (1811-1886)
Die stille Wasserrose (1860)
Ihr Glocken von Marling (1874)
Im Rhein, im schönen Strome (1840/1855)
Der du von dem Himmel bist (1843)
Hector Berlioz (1803-1869)
Chant du bonheur, op. 14bis (1831-32)
Petit oiseau, op. 13 nr. 2 (1850)
Adieu Bessy, op. 2 nr. 8 (1829)
Zaïde, op. 19 nr. 1 (1845)
Robert Schumann (1810-1856)
Widmung
uit ‘Myrthen’, op. 25 (1840)
Muttertraum
uit ‘Fünf Lieder’, op. 40 (1840)
Der Einsiedler
uit ‘Drei Gesänge’, op. 83 (1850)
Aufträge
uit ‘Lieder und Gesänge’, op. 77 (1840-50)
einde ± 21.55 uur
Toelichting
1819-1896
Clara Schumann
Door Marco Nakken
‘Adieu, mijn meisje. Het mijmeren en musiceren brengen me bijna om. Ik kan er helemaal in wegzinken. Ach, Clara, wat een zaligheid om voor zang te schrijven,’ schreef Robert Schumann op 22 februari 1840 aan zijn verloofde, de pianiste Clara Wieck.
Een paar weken daarvoor had de rechter besloten dat Robert en Clara met elkaar konden trouwen. Daarmee was een eind gekomen aan de jarenlange strijd met Friedrich Wieck, Clara’s vader die zich met hand en tand tegen een huwelijk had verzet.
De euforie van de overwinning bracht bij Schumann een uitbarsting van creativiteit teweeg. In 1840 componeerde hij meer dan 130 eren. ‘Waarom schrijf jij niet eens een lied? Als je er eenmaal mee begint kun je niet meer ophouden’, schreef hij in maart aan Clara. Ze antwoordde dat ze ‘niet intelligent genoeg’ was, maar met kerst 1840 gaf zij Robert drie liederen cadeau.
In Am Strande, een van die eren, maakt een vrouw zich zorgen om haar geliefde op zee. De gejaagde pianobegeleiding illustreert de onrust van de vrouw en de af- en aanzwellende golven.
Liebst du um Schönheit is een van de vier liederen op gedichten van Rückert die Robert op zijn verjaardag in 1841 cadeau kreeg. In vergelijking met de geëxalteerde zetting van Gustav Mahler uit 1902 is die van Clara een en al ingetogenheid.
Sie liebten sich beide en Der Mond kommt still gegangen komen uit de in 1843 verschenen Sechs Lieder. Sie liebten sich beide verenigt een volksliedje in de met een bitterzoet in de begeleiding. Der Mond kommt still gegangen ademt dezelfde ingehouden extase als Roberts Mondnacht uit Liederkreis, op. 39.
1805-1847
Fanny Mendelssohn
Fanny Hensel (geb. Mendelssohn), de vier jaar oudere zus van Felix, genoot dezelfde muzikale opvoeding als haar broer en was minstens even begaafd als hij.
In tegenstelling tot de uit een kunstenaarsmilieu afkomstige Clara Schumann werd Fanny als dochter van een welgestelde bankier in het klassenbewuste Berlijn niet geacht om van haar talent meer dan een liefhebberij te maken. ‘De muziek wordt voor hem [Felix] misschien zijn beroep, terwijl zij voor jou altijd een versiering, maar nooit de grondtoon van je doen en denken zal kunnen en mogen zijn’, schreef Abraham Mendelssohn in 1820 aan zijn dochter.
Toen Fanny in 1841 overwoog om haar muziek uit te laten geven, weerhield Felix haar daarvan. Pas in 1846, een jaar voor haar dood, heeft ze vier bundels met eren en pianostukken gepubliceerd.
Frühling opent met trillers in de pianobegeleiding die zowel het gekwetter van de vogels als de opwinding over de naderende lente uitdrukken. In Warum sind denn die Rosen so blass heeft de natuur al haar glans verloren. De herhaling – een noot lager – van de eerste frase roept treffend een gevoel van moedeloosheid op.
In Nachtwanderer illustreren onbestemde ën de verwarde droomtoestand die een nacht in het woud bij de dichter oproept. Bergeslust werd op 13 mei 1847 voltooid. Een dag later overleed Fanny aan een beroerte.
1809-1847
Felix Mendelssohn
Felix Mendelssohn schreef zijn eerste eren toen hij tien jaar oud was. De liederen uit de Zwölf Gesänge, 8 stammen uit de jaren 1824-27. Drie van deze liederen waren overigens, zonder dat haar naam vermeld was, van Fanny.
In Die Liebende schreibt, op een sonnet van Goethe, doen op het melisme van ‘weinen’ de ’s hun intrede die later het lispelende liefdesverdriet illustreren. Pagenlied is een , waarin de begeleiding een mandoline suggereert.
Het opgewekte en de zesachtste-maat, als in een tarantella, verlenen het een Italiaanse couleur locale.
In Schilflied roept een in de bas de roerloze vijver uit de eerst twee verzen op. Hexenlied is een virtuoze schildering van een niet al te enge, kinderlijke Walpurgisnacht.
1810-1849
Frédéric Chopin
Op de avond voor zijn overlijden had Frédéric Chopin te kennen gegeven dat al zijn onvoltooide en niet in het net uitgeschreven werken verbrand moesten worden. Zijn onuitgegeven eren hadden volgens deze laatste wens vernietigd moeten worden, maar de beheerder van de nalatenschap heeft anders beslist. In 1859 verschenen zeventien overgeleverde liederen in druk.
Sliczny chlopiec (‘Knappe man’), een strofisch lied waarin een jong meisje over haar knappe geliefde opschept, is een (een levendige Poolse volksdans).
In Melodya twijfelt een na de mislukte opstand gevluchte emigrant of hij zijn vaderland ooit zal weerzien. De declamerende stijl, de uitroepen en wrange ën schilderen een toestand van wanhoop. ‘Nella miseria’ (‘in ellende’), noteerde Chopin op het albumblad.
Piosnka litewska (‘Litouws ’) is een dialoog tussen moeder en dochter. Een eenvoudige wordt onderbroken door een als de moeder het woord voert en, ingeleid door een paar maten , weer opgepakt als de dochter antwoordt.
Het strijdlustig voortgalopperende Wojak (‘De strijder’) werd in 1830 in Warschau aan de vooravond van de Poolse Novemberopstand geschreven.
1811-1886
Franz Liszt
Franz Liszt velde in 1853 een hard oordeel over zijn eren: ‘opgeblazen, sentimenteel en overbelast in hun begeleiding’. Hij heeft ze daarom vaak herzien en vereenvoudigd, maar nooit helemaal van hun theatraliteit kunnen ontdoen.
Der du von dem Himmel bist, Goethes gebed om rust, begint als een hymne, maar mondt uit in een pathetische -scène. Die stille Wasserrose vertoont een vergelijkbare beweging. Geheimzinnige ën boven een punt in de bas (hetzelfde roerloze water als in Mendelssohns Schilflied) leiden naar een wagneriaanse climax om bij de komst van de zwaan weer tot zacht klaterend ‘waterspel’ terug te keren.
Ihr Glocken von Marling is illustratief voor de late, veelal sobere en in harmonisch opzicht experimentele werken van Liszt. De begeleiding is een impressionistische klankschildering van het klokgelui.
In Im Rhein, im schönen Strome worden de ’s die aanvankelijk het kabbelende water illustreren bij het noemen van de engelen tot tokkelende harpen getransformeerd.
1803-1869
Hector Berlioz
Hector Berlioz componeerde de eren uit de Neuf mélodies op door zijn vriend Thomas Gounet vertaalde teksten van de Ierse dichter Thomas Moore. In Adieu Bessy maken de regelmatige frasen van de romance, de gangbare liedvorm in Frankrijk, plaats voor een aan het verwante vrije ritmiek.
Chant du bonheur komt uit Lélio, ou le retour à la vie, het vervolg op de Symphonie fantastique. De kunstenaar uit de symfonie is ontwaakt uit zijn opiumdroom en blikt de toekomst hoopvol tegemoet. In gedachten hoort hij het Chant du bonheur.
De bundel Fleurs des landes bevat twee eren met verschillende titels, Le matin en Petit oiseau, maar dezelfde tekst. Le matin is aangeduid als ‘romance’, Petit oiseau als ‘chanson paysan’. Tegenover het Parijse raffinement van Le matin staat de landelijke eenvoud van het strikt strofische Petit oiseau.
Zaïde, een luchtige oriëntaals-Spaanse fantasie, werd m 1845 geschreven. Een zwierige met klepperende castagnetten en pikante ën wordt afgewisseld met quasi-gevoelige strofen.
1810-1856
Robert Schumann
Widmung is het eerste uit de bundel Myrthen, 25, Roberts huwelijksgeschenk voor Clara. De woorden ‘Du bist die Ruh’ krijgen door een plotselinge verandering van begeleidingsfiguur, en register een bijna religieuze lading.
De van Muttertraum uit de vijf liederen op gedichten van Hans Christiaan Andersen uit 1840 ontvouwt zich boven een onverstoorbare beweging in zestienden, als in een prelude van Johann Sebastian Bach. Als de raven hun macabere voorspelling doen, daalt de baslijn af naar het laagste register.
In het luchtige Aufträge kabbelt en fladdert de begeleiding voort, zoals het beekje en de duif die de groeten aan de geliefde moeten overbrengen.
Der Einsiedler is als een gedragen gecomponeerd.
Biografie
Sophie Bevan, sopraan
Sophie Bevan volgde haar muzikale opleiding aan onder meer het Royal College of Music in Londen en won een reeks onderscheidingen.
In 2012 nam ze de South Bank Sky Arts Award in ontvangst en tijdens de International Awards in 2013 de Young Singer of the Year Award. Datzelfde jaar maakte de sopraan haar debuut in het Londense Royal Opera House Covent Garden, met de rol van Waldvogel in Wagners Siegfried.
Ze keerde sindsdien herhaaldelijk terug naar dit theater, in ’s van onder anderen Händel, Mozart en Richard Strauss. Ook werd ze geëngageerd door English National Opera, de Salzburger Festspiele, het Glyndebourne Festival, de Metropolitan Opera in New York, de Semperoper in Dresden en het Teatro Real in Madrid.
Met het Orchestra of the Age of Enlightenment zong ze in 2015 Bachs Matthäus-Passion in de , in mei 2019 maakte ze haar debuut in de . Ze werkte met orkesten als het City of Birmingham Symphony Orchestra en het BBC Philharmonic Orchestra, en debuteert nu bij het Concertgebouworkest.
Julius Drake, piano
Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.
Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.
In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.
Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.
Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.

