Sonatesalon: Kristian Bezuidenhout in Haydn en Mozart

Kristian Bezuidenhout fortepiano

Dit concert maakt deel uit van de nieuwe serie Sonatesalon, waarin de geheimen van de sonate uit de doeken worden gedaan in woord én muziek.

Kristian Bezuidenhout speelt vanavond op een fortepiano van Michael Rosenberger (Wenen, circa 1800) uit de collectie van Edwin Beunk.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Fantasie in c kl.t., KV 475 (1785)

Joseph Haydn (1732-1809)

Sonate in c kl.t., Hob. XVI: 20 (1771)
Moderato
Andante con moto
Finale: Allegro

Variaties in f kl.t., Hob. XVII: 6 (1793) ‘Sonata (Un piccolo divertimento)’

Sonate in C gr.t., Hob. XVI: 48 (1789)
Andante con espressione
Rondo. Presto

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791 / Joseph Haydn 1732-1809

Van klavecimbel naar pianoforte

Door Marcel Bijlo

Zowel Wolfgang Amadeus Mozart als Joseph Haydn componeerden graag en veel voor de fortepiano, de voorloper van onze moderne piano. Mozart had een grote reputatie als pianist, vanaf zijn vroegste kindertijd al, en ook Haydn zat graag achter het klavier. De piano was in de loop van de achttiende eeuw in hoog tempo geliefd geworden, maar bestond aanvankelijk naast de toetsinstrumenten die er al waren: klavecimbel en klavichord. Haydn en Mozart hebben deze instrumenten allemaal bespeeld en zelfs Ludwig van Beethoven (1770-1827) speelde in zijn jonge jaren nog klavecimbel. Het is dus beslist niet zo dat het klavecimbel meteen verdween toen de piano geïntroduceerd werd.

Al snel ontwikkelden componisten echter een voorkeur voor de piano omdat deze meer dynamische mogelijkheden bood dan het klavecimbel. Dat zit eigenlijk al in de naam van het instrument: pianoforte, zacht en hard. Op het klavecimbel moest tijdens het spelen worden gerealiseerd met registers, een omslachtige manier om contrasten tussen hard en zacht aan te brengen. Of de toets van het klavecimbel nu zacht of hard wordt ingedrukt, de sterkte van de toon is altijd hetzelfde. Maar bij de piano levert een hardere toetsaanslag ook een hardere toon op.

Carl Philipp Emanuel Bach, de vijfde zoon van Johann Sebastian, gebruikte als een van de eerste componisten de grote dynamische mogelijkheden van de piano. Hij heeft hiermee Mozart, Haydn en ook Beethoven diepgaand beïnvloed. Sterker: als men eind achttiende eeuw sprak over ‘de grote Bach’ bedoelde men niet Johann Sebastian, maar Carl Philipp Emanuel. Mozart moet eens gezegd hebben: ‘Als wij de zonen zijn dan is Carl Philipp Emanuel Bach de vader.’ In alle werken die op dit programma staan, is die invloed van Carl Philipp Emanuel Bach duidelijk aanwezig.

  • Wolfgang Amadeus Mozart

Mozart: Fantasie in c klein

Mozarts Fantasie in c klein, KV 475 is rechtstreeks geënt op soortgelijke werken van C.Ph.E. Bach. Als een componist een werk aanduidt als ‘fantasie’, betekent dat meestal dat het betreffende stuk niet in een andere categorie past en geen deel uitmaakt van een groter geheel, bijvoorbeeld een . Ook impliceert de term ‘fantasie’ dat we te maken hebben met een vrije vorm waarin de muziek in principe alle kanten uit kan gaan, niet gehinderd door vormschema’s en relaties.

Dit horen we in Mozarts Fantasie ook. Het stuk begint langzaam in c klein. Maar al heel snel verlaat Mozart deze toonsoort en volgt een duizelingwekkende reeks s. Daarbij passeren ook toonsoorten die heel ver afstaan van de hoofdtoonsoort c klein, waarin het stuk na vele omzwervingen weer terugkeert. Mozart had een grote reputatie als improvisator. Dit stuk ademt de geest van zo’n waarbinnen alles mogelijk is. Fantasie is dan ook het enig juiste woord voor dit stuk.

Haydn: Sonate in c klein

Haydn schreef tweeënzestig pianosonates die tezamen zijn hele compositorische carrière omspannen. Zijn eerste sonates zijn technisch niet al te veeleisend. De rolverdeling tussen beide handen is nog heel strikt: rechts , links begeleiding. Maar net als de symfonie en het strijkkwartet, twee genres waarin Haydn als geen ander de toon zette, ontwikkelde ook de sonate zich bij hem van een eenvoudige schematische compositie naar een langer werk in een meer persoonlijke en diepgravender stijl.

Haydn publiceerde zijn eerste pianosonates meestal per zestal, zoals hij dat ook deed met zijn eerste strijkkwartetten. Later werden, in beide genres, de stukken langer en de aantallen per uitgave kleiner. Haydns vroege sonates zijn prima op het klavecimbel te spelen, maar hoe verder hij kwam als componist van klaviermuziek hoe meer hij in de greep raakte van de mogelijkheden van de piano. In deze Sonate in c klein, zijn drieëndertigste sonate, is die ontwikkeling al heel duidelijk te horen. Net als Mozarts Fantasie is ook deze sonate van Haydn beïnvloed door C.Ph.E.Bach. Het stuk wordt beschouwd als één van de beste pianocomposities van Haydn, vergelijkbaar met de rijpere sonates van Mozart.

  • Joseph Haydn

Sonate in C groot

Dat Haydn zo lang pianosonates en andere stukken voor piano solo bleef componeren, betekent ook dat hij steeds weer naar nieuwe vormen en uitdrukkingsmogelijkheden zocht. De driedelige , nu min of meer standaard, was voor hem geen vaststaand gegeven. Ook de relatie tussen de van een stuk en de sfeer die het zou moeten hebben is bij Haydn niet altijd eenduidig. Een sonate in C groot begon in de achttiende eeuw altijd met een opgewekt eerste deel in de hoofdtoonsoort, maar Haydn laat zijn tweedelige achtenveertigste sonate juist beginnen met een langzaam deel waarin hij de hoofdtoonsoort nauwelijks raakt. Dit lijkt veel meer op wat Mozart deed in zijn Fantasie dan wat componisten gewoonlijk deden in een sonate. Dit eerste deel wordt gevolgd door een sprankelende finale in C groot.

Variaties in f klein

In zijn Variaties in f klein slaat Haydn een totaal andere toon aan. Variatiewerken, waarin een van een grote hoeveelheid variaties werd voorzien die in moeilijkheidsgraad opliepen, waren in de achttiende eeuw nóg populairder dan sonates. Vooral als het publiek een uitgangsthema, zoals een - of een volkslied, goed kende konden variatiereeksen op grote bijval rekenen. Maar een componist kon natuurlijk ook zelf een thema schrijven en daarop variëren. Dat deed Haydn in één van zijn laatste pianowerken, geschreven in 1793 en voor het eerst gepubliceerd in 1799.

Hij schreef een met een tragische ondertoon waarop hij varieert. Dit stuk heeft niet de virtuositeit die variatiewerken meestal hadden en die ze voor het publiek zo onweerstaanbaar maakten. Haydn laat zijn Andante rustig voortgaan en voegt bij iedere herhaling een heel delicate variatie toe, om te eindigen met een van 62 maten – wat zeer ongebruikelijk was in de achttiende eeuw (maar later niet meer). In dit werk horen we de van Schubert al aan de poort kloppen.

Biografie

Kristian Bezuidenhout, piano

Kristian Bezuidenhout werd geboren in Zuid-Afrika, studeerde in Australië en New York, en woont nu in Londen. Hij studeerde piano bij ­Rebecca Penneys, fortepiano bij ­Malcolm Bilson, klavecimbel bij Arthur Haas en bij Paul O’Dette. Op 21-jarige leeftijd won hij het fortepiano­concours van het Festival Musica Antiqua in Brugge (2001), wat het begin markeerde van een indrukwekkende internationale carrière.

Kristian Bezuidenhout excelleert op een breed scala aan klavierinstrumenten, zowel historische als moderne, en werkt met vooraanstaande ensembles, orkesten, en en solisten wereldwijd. Als solist trad hij op met onder andere het Chamber Orchestra of Europe, Les Arts Florissants, het Orchestre des Champs-Élysées, het Chicago Symphony Orchestra en het Gewandhausorchester Leipzig.

Als dirigent vanaf het klavier leidde hij onder meer het Orkest van de Achttiende Eeuw, Collegium Vocale Gent, het Dunedin Consort en het Concertgebouworkest (januari 2018). Hij is vaste gastdirigent van het Freiburger Barockorchester en The English Concert. Dit seizoen debuteert Kristian Bezuidenhout bij het Noors Radio Orkest, Tampere Filharmonia en het SWR Symphonie-orchester, en speelt hij kamermuziek met violiste Isabelle Faust, tenor Julian Prégardien en het Consone Quartet – dit laatste ook als onderdeel van een residency in Bourgie Hall (Montreal).

Zijn vorige optreden in de was op 20 januari jongstleden een Schubertiade met mezzosopraan Anne Sofie von Otter. In de was Kristian Bezuidenhout voor het laatst te beluisteren in een solorecital in de serie Grote Pianisten op 9 januari 2023.