Sonatesalon: James Ehnes en Andrew Armstrong in Beethoven

James Ehnes viool
Andrew Armstrong piano

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate in F gr.t., op. 24 (1800-01) ‘Frühling’
Allegro
Adagio molto espressivo
Scherzo: Allegro molto
Rondo: Allegro ma non troppo

Sonate in c kl.t., op. 30 nr. 2 (1801-02) ‘Eroïca’
Allegro con brio
Adagio cantabile
Scherzo: Allegro
Finale: Allegro

er is geen pauze
einde ± .21.30 uur

Toelichting

toelichting

Beethovens Sonates

Door Axel Meijer

Beethoven zou Beethoven niet zijn als hij niet ook in zijn vioolsonates stevig met de traditie zou breken. Zijn directe voorgangers en zijn tijdgenoten streven amper naar evenwicht tussen de partijen: bij Mozart doet de viool vaak niet meer dan met de lijn in de piano meestrijken, bij Haydns ‘vioolsonates’ is het instrument zelfs optioneel.

In zijn eigen werken streeft Ludwig van Beethoven echter een perfecte gelijkwaardigheid na tussen toetsen en strijker. Dat is goed te horen in de ‘Frühling’- in F groot, 24, uit 1801. Van begin tot eind werpen de instrumentalisten elkaar motieven toe, om er vervolgens samen mee te spelen. Dat begin is een van de beroemdste ën uit de kamermuziekgeschiedenis – en hoewel niet van Beethoven zelf, is de zonnige bijnaam van de sonate volstrekt begrijpelijk. Beethoven wordt hier nergens echt somber – hooguit is er hier en daar enige zachte weemoed, zoals in het molto espressivo, of in de passages van de finale.

Een à twee jaar later, in de Sonate in c klein, opus 30 nummer 2, is dat wel anders. Beethoven schrijft het stuk ten tijde van zijn beroemde Heiligenstädter Testament. In deze nooit verzonden brief aan zijn broers (maar nadrukkelijk ook aan de rest van de mensheid) beschrijft Beethoven de wanhoop om zijn onafwendbare doofheid en zijn vereenzaming. Ook deze sonate heeft een bijnaam, zij het minder wijdverbreid: ‘Eroïca’. Net als de gelijknamige symfonie – de Derde – verbeeldt deze vioolsonate een heldhaftige strijd tegen het noodlot.

  • Ludwig van Beethoven
  • Ludwig van Beethoven

Op korte maar krachtige motieven bouwt Beethoven hier een hele wereld aan gevoelens, van opstandigheid en angst in de hoekdelen, tot aan droeve berusting in het tweede deel. Het van het eerste deel, con brio, is een sprekend voorbeeld. Het is maar een kort tje, waarmee Beethoven lijkt te willen zeggen dat wie niet veel heeft daar toch de wereld mee kan winnen – tegen de klippen op en in weerwil van alle tegenspoed.

Het cantabile is een klaaglijk . Over het heeft Beethoven sterk getwijfeld. De opgewektheid is misschien een welkome afwisseling, maar naar verluidt vond Beethoven zelf het enige tijd na publicatie toch niet passend, en dacht hij erover het te schrappen. In de Finale grijpt Beethoven terug op de diepe bastrillers waar het eerste deel mee opent.

Biografie

James Ehnes, viool

James Ehnes was protégé van de bekende Canadese violist Francis Chaplin en debuteerde op zijn dertiende als solist met het Orchestre symphonique de Montréal. Hij studeerde aan de Juilliard School in New York.

De Canadese violist soleerde met de en van Londen, Boston, Chicago en Dallas (residency in seizoen 2019/2020), het Tonhalle-­Orchester Zürich, het NDR Elbphilharmonie Orchester, de Los Angeles en de New York Philharmonic en The Cleveland Orchestra.

In oktober 2023 maakte hij zijn langverwachte debuut bij het Concertgebouworkest met Mendelssohns Vioolconcert. s gaf James Ehnes in bijvoorbeeld Carnegie Hall in New York en op de festivals van Ravinia, Montreux, La Chaise-Dieu, Sint-Petersburg (Witte Nachten) en Verbier.

Ter gelegenheid van Beethovens 250ste geboortejaar speelde hij alle vioolsonates in Wigmore Hall in Londen, op het festival Praagse Lente en op het Aspen Festival als onderdeel van een meerjarige residency, en in februari 2020 gaf hij ook een Beethovenrecital in de . In seizoen 2025/2026 viert James Ehnes zijn vijftigste verjaardag met een tournee langs alle Canadese provincies.

Kamermuziek speelt hij met musici als Leif Ove Andsnes, Louis Lortie, Nikolai Lugansky, Yo-Yo Ma, Antoine Tamestit en Yuja Wang. De violist won onder meer twee Grammy Awards, drie Gramophone Awards, een Diapason d’Or en het recordaantal van twaalf Juno Awards. James Ehnes bespeelt de ‘Ma­rsick’-­Stradivarius, gebouwd in 1715.

Andrew Armstrong, piano

Andrew Armstrong sleepte aan het begin van zijn carrière flink wat eerste prijzen op concoursen in de wacht en groeide uit tot een internationaal gerespecteerd musicus. De pianist maakte in de loop der jaren tal van concertreizen en was te beluisteren op podia in Canada, de Verenigde Staten, ­Europa en Azië. Zijn repertoire telt meer dan vijftig soloconcerten, die hij uitvoerde onder leiding van en als Peter Oundjian, Stefan Sanderling, Jean-Marie Zeitoni en Itzhak Perlman.

Andrew Armstrong speelt ook graag kamermuziek en deelde het podium met onder meer het Elias Kwartet en het ­Manhattan Kwartet. De pianist maakt deel uit van de Boston Chamber Music ­Society en de Seattle Chamber Music ­Society. Zijn vaste duopartner is violist James Ehnes. Dit tweetal maakte tal van succesvolle cd’s; voor een recent Beethovenalbum kreeg het lovende recensies en de cd werd Editor’s Choice van muziekblad Gramophone. Andrew Armstrong maakte ook enkele solo-cd’s, met daarop muziek van bijvoorbeeld Rachmaninoff, Moesorgski, Liszt en Debussy. In Het Concertgebouw maakt hij vandaag zijn debuut.