Skride Kwartet speelt Schubert, Mendelssohn en Enescu

Skride Kwartet:
Lauma Skride piano
Baiba Skride viool
Lise Berthaud altviool
Victor Julien-Laferrière cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek.

Franz Schubert (1797-1828)

Adagio en Rondo concertante in F gr.t., D 487 (1816)
Adagio
Rondo: Allegro vivace

Felix Mendelssohn (1809-1847)

Derde pianokwartet in b kl.t., op. 3 (1824-25)
Allegro molto
Andante
Allegro molto
Finale: Allegro vivace

pauze ± 21.05 uur

George Enescu (1881-1955)

Eerste pianokwartet in D gr.t., op. 16 (1909)
Allegro moderato
Andante mesto
Vivace

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

Schubert: Adagio en Rondo concertante

Door Lies Wiersema

Het titelblad van de eerste uitgave van Franz Schuberts enige pianokwartet vermeldt als titel: et concertant pour le Pianoforte avec accompagnement de Violine, Viola et . Hij schreef het als negentienjarige voor Heinrich von Grob, amateurcellist en pianist en jongere broer van de sopraan Therese, op wie hij toen verliefd was.

Mogelijk wilde hij indruk op haar maken met een compositie die haar broer kon uitvoeren. Het werk biedt daar ruimschoots gelegenheid voor, want de pianist staat volop in de schijnwerpers en de strijkers hebben, zoals de oorspronkelijke titel laat zien, de begeleidende partijen.

  • Franz Schubert

Er zijn twee delen die zonder pauze op elkaar volgen. Het , een langzame en verwachtingsvolle inleiding, wordt onmiddellijk gevolgd door een temperamentvol met veel vuurwerk. De aanduiding ‘rondo’ (een vorm waarbij het hoofdthema steeds als een refrein terugkeert) moet niet al te serieus genomen worden. Er is veeleer sprake van een opeenvolging van contrasterende ’s in verschillende en.

Het hele deel wordt beheerst door een virtuoze, concerterende pianopartij, waardoor het geheel het karakter krijgt van een pianoconcert op kleine schaal. Alles bij elkaar sprankelende salonmuziek, uitgevoerd in de huiselijke kring van Heinrich en Therese.

Felix Mendelssohn 1809-1847

Mendelssohn: Derde pianokwartet

Nog jonger dan Schubert was Felix Mendelssohn toen hij vlak voor zijn zestiende verjaardag het laatste en beste van zijn drie pianokwartetten voltooide. Maar hij geeft blijk van een volwassen beheersing van klassieke vormen en structuren. Hij weet zich er zelfs van los te maken en er iets nieuws aan toe te voegen.

Zo opent de piano met een beginthema dat de componist gedeeltelijk hergebruikt in een andere vorm: een fragment van dit openingsthema laat hij als een motto terugkeren in de twee laatste delen. Het is en monothematisch en contrasteert opvallend met het erop volgende derde deel. Met zijn e en briljante pianopartij heeft dit ­ iets van een onstuimig wervelend perpetuum mobile dat vooruit lijkt te lopen op de elfenwereld van Mendelssohns latere Ouverture ‘Midzomer­nachtsdroom’.

  • Felix Mendelssohn

Het kwartet trok de aandacht van gerenommeerde Franse musici als de violist-componist Pierre Baillot. En het was Baillot die, toen hij het speelde, steeds meer op drift raakte en steeds sneller, luider en wilder ging spelen. De componist die aan de piano zat kon hem niet meer afremmen. De Finale zit vol dramatisch vuur en Baillot raakte in dat laatste deel in zo’n duivels tempo, gevolgd door de andere strijkers, dat Mendelssohn zei bang te worden van zijn eigen kwartet. Na de laatste noot omhelsde Baillot de componist tweemaal zo stevig dat deze het gevoel had verpletterd te worden.

Mendelssohn droeg het werk op aan Goethe, die gecharmeerd was van de jeugdige componist. In een dankbrief prees de dichter het kwartet als de ‘sierlijke belichaming van die mooie, rijke, energieke ziel die me zo verbaasde toen je me er voor het eerst mee kennis liet maken’.

George Enescu 1881-1955

Enescu: Eerste pianokwartet

Hij werd door cellist Pablo Casals ‘het grootste muzikale fenomeen sinds Mozart’ genoemd en zijn favoriete leerling, de violist Yehudi Menuhin, zei: ‘Enescu is een van de belangrijkste en meest onderschatte componisten van de twintigste eeuw’.

De Roemeense componist George Enescu was al vroeg een veelzijdig talent dat op zijn zevende het Weense conservatorium betrad en op zijn veertiende overstapte naar het Parijse conservatorium om bij Massenet en Fauré compositie te studeren. Hij ontwikkelde zich behalve tot een virtuoze violist en inspirerende vioolpedagoog ook tot pianist, , en zelfs cellist.

Zijn leven als rondreizend uitvoerend musicus was soms zo druk dat het componeren er bij in schoot. Zijn werk bleef relatief onbekend, misschien ook door zijn bescheidenheid. Enescu componeerde in bijna elk genre, waaronder veel kamermuziek, zoals zijn twee pianokwartetten, waarin de invloed van zijn Weense en Franse leerschool merkbaar is.

Vooral het Eerste pianokwartet in D groot ademt de sfeer van zijn leraar Fauré en van studiegenoot Ravel. Enescu begon eraan op zijn negentiende en voltooide het in 1909. Er zijn drie omvangrijke delen, die af en toe de grenzen van kamermuziek opzoeken. Het is vloeiend stromende muziek waarbij de contrasten vooral klinken in de piano tegenover de strijkers. De overdadig aanwezige len in het eerste en derde deel ondersteunen én vertragen de stuwende beweging. 

  • George Enescu

Een geliefd middel van Enescu was het unisono presenteren van ’s. Zo zetten alle vier instrumenten het ­ openingsdeel eensgezind in om zich in een voortdurende ontwikkeling van motieven met minieme veranderingen voort te bewegen. Er vormt zich een brede stroom met aanzwellende en weer verdwijnende climaxen, uitmondend in een lange, wervelende . Soms lijkt de piano als in een miniconcert in dialoog met de drie strijkers, om vervolgens weer naar de achtergrond te verdwijnen. 

Het wonderschone met de aanduiding ‘mesto’ (treurig) begint zachtaardiger. Langzame, kalme, haast dromerige bewegingen worden afgewisseld met heftiger passages, om ten slotte even mild te eindigen als er begonnen werd. Die wijze van werken is ook te vinden in de abrupt en unisono ingezette finale. Een ritmisch gedreven beginthema in een snelle dactylische cadans (afwisselend lange en korte notenwaarden) klinkt in het hele laatste deel, enkele malen afgewisseld met langzame, e passages. Dit alles mondt uit in een wederom lange coda.

Een week na voltooiing volgde de première in Parijs. Pas na de dood van de componist vond de Roemeense première plaats. Het duurde tot 1965 voordat Enescu’s Eerste pianokwartet gepubliceerd werd. 

Biografie

Skride Kwartet, strijkkwartet

Het Skride Kwartet draagt de achternaam van de zussen Lauma (piano) en Baiba (viool). Het ensemble maakte in de afgelopen jaren furore op de internationale concertpodia en debuteerde in 2018/19 ook in de Verenigde Staten.

Naast hun activiteiten met het kwartet hebben de vier musici afzonderlijk grote carrières. Violiste Baiba Skride trad als soliste op met gezelschappen als de Berliner Philharmoniker en het London Philharmonic Orchestra. In de van Het Concertgebouw was ze eerder te beluisteren met het Boston Symphony Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest. Altvioliste Lise Berthaud werd als soliste uitgenodigd door bijvoorbeeld het BBC Symphony Orchestra (Proms 2014) en Les Musiciens du Louvre en bracht met het Orchestre National de France BerliozHarold en Italie uit op cd.

Cellist Victor Julien-Laferrière was in 2017 winnaar van het Koningin Elisabeth Concours en maakte afgelopen oktober onder leiding van Valery Gergiev zijn debuut bij het Concertgebouw­orkest. Pianiste Lauma Skride speelt veel kamermuziek, trad in recente seizoenen op met bijvoorbeeld het hr-Sinfonieorchester in Frankfurt en de Dresdner Philharmonie en werkte met en als Andris Nelsons, Peter Ruzicka en Yan Pascal Tortelier.

De afzonderlijke leden van het Skride Kwartet waren allevier eerder in verschillende combinaties te gast in de , maar maken nu als pianokwartet hun Concertgebouwdebuut.