Skride, Berthaud, Krijgh & Skride spelen Brahms
Baiba Skride viool
Lise Berthaud altviool
Harriet Krijgh cello
Lauma Skride piano
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.05 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek.
Gustav Mahler 1860-1911
Pianokwartet in a kl.t. (1876; onvoltooid)
Nicht zu schnell
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Pianokwartet in g kl.t., KV 478 (1785)
Allegro
Andante
Rondo: Allegro
pauze
Johannes Brahms 1833-1897
Eerste pianokwartet in g kl.t., op. 25 (1861)
Allegro
Intermezzo: Allegro ma non troppo
Andante con moto
Rondo alla Zingarese: Presto
Toelichting
Gustav Mahler 1860-1911
Pianokwartet
tekst: Christiane Schima
Met het Pianokwartet in a klein liet Gustav Mahler zijn eerste visitekaartje achter. Het dateert uit zijn studietijd in Wenen en het is het enige jeugdwerk dat hij niet vernietigd heeft.
Afkomstig uit een niet zo bemiddeld gezin in het Tsjechische Jihlava (Iglau) – vader en grootvader waren brandewijn-stokers – schrijft de vijftienjarige Mahler zich in 1875 in aan het conservatorium te Wenen. Het jaar erna ontstaat het Pianokwartet in a klein, en ofschoon het slechts uit een openingsdeel bestond wint hij hiermee een prijs.
De stad en haar intellectuele kringen inspireren de tobberig aangelegde en boeken verslindende componist. Een paar jaar later, in de jaren 1880, schrijft hij onder andere Das klagende en de Lieder eines fahrenden Gesellen.
Vooral met zijn grandioze symfonieën zou Mahler tot aan zijn dood in 1911 muziekgeschiedenis schrijven.
Het kwartet vertoont al karakteristieke kenmerken van Mahlers latere oeuvre, en wijst bijna profetisch vooruit naar zijn grote liederencycli en symfonieën.
Tussen het weemoedige begin en de laatste pianoakkoorden wisselen stormachtige en -contemplatieve gedeeltes elkaar af. Het van melancholie doordrenkte werk is al typisch Mahler, in wiens oeuvre het lot van het eenzame individu centraal staat.
Mahlers pianokwartet herinnert aan Schuberts eveneens in a klein staande Pianoduo in a klein, D 947, bijgenaamd ‘Lebensstürme’: vanwege de algehele sfeer en de emotionele turbulenties, maar ook vanwege het noodlottige schubertiaanse ‘wandelaars’- in een tussenepisode van het werk (denk ook aan diens Winterreise en Wandererfantasie).
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Pianokwartet KV 478
Het Pianokwartet in g klein van Wolfgang Amadeus Mozart gaat terug op een opdracht van de Weense muziekuitgever Franz Anton Hofmeister, die de componist om twee piano-kwartetten vroeg.
Het eerste, in g klein, vond de uitgever te zwaar en onuitvoerbaar voor amateurmusici. In een artikel in het Leipziger Journal des Luxus und der Moden uit 1788 komt een recensent tot het volgende oordeel:
‘Wanneer dit werk door amateurs wordt uitgevoerd kan het niet bevallen. (…) Maar het moet bevallen, moet geprezen worden! Wat een verschil zou het zijn wanneer zo’n kunstwerk uitgevoerd wordt met een hoge graad van accuratesse, door getalenteerde musici die dit werk zorgvuldig bestudeerd hebben.’
Het Pianokwartet in g klein is alleen al uniek omdat het het eerste in de muziekgeschiedenis is. Noch de componisten van de Mannheimer Schule, noch de Bach-zonen Johann Christian en Carl Philipp Emmanuel, noch Joseph Haydn hebben voor deze bezetting geschreven.
In Mozarts Piano-kwartet schittert vooral de pianist, en met een ingelaste in de finale vertoont het de allure van een pianoconcert.
Na een rusteloos leven als reizend pianist en componist, en na een onbevredigende baan in zijn geboortestad Salzburg, vestigde Mozart zich in 1781, een paar jaar voor het ontstaan van het kwartet, in Wenen.
In zijn Piano-kwartet brengt hij niet alleen zijn pianistische kwaliteiten onder de aandacht. Ook compositorisch en op grond van zijn hartstochtelijke karakter is het een ambitieus werk. Mozart toont zich van zijn tragische kant.
De componist, die tot dan toe toonsoorten prefereerde, heeft hier voor een somber g klein gekozen. Het werk wijst vooruit naar zijn grote pianoconcerten in d klein en c klein (KV 466 en 491) en zijn beroemde Symfonie nr. 40, KV 550, in dezelfde als het kwartet. Biograaf Alfred Einstein noemt g klein Mozarts ‘Schicksals-tonart’.
In het dramatische openingsdeel van het kwartet vormen de tonen van een stijgende g-klein-drieklank (g-bes-d) het uitgangspunt voor het eerste , gevolgd door een daarvan afgeleid tweede thema.
De thema’s worden in de expositie, en vervolgens in doorwerking en reprise, op steeds andere wijze figuratief uitgesponnen. Mozarts vindingrijkheid was onuitputtelijk en hij was een meester van de transformatie.
Na alle emotionele worstelingen in het gepassioneerde eerste en het contemplatieve tweede deel straalt het afsluitende in g groot optimisme en levensvreugde uit.
Johannes Brahms 1833-1897
Eerste pianokwartet
‘Dit is de erfenis van Beethoven!’ Aldus sprak de violist Joseph Hellmesberger enthousiast, nadat hij de van Johannes Brahms’ Eerste pianokwartet in g klein, 25 had doorgespeeld.
Het was oktober 1862 en Brahms speelde zelf de pianopartij. Plaats van handeling: het huis van de befaamde pianist Julius Epstein te Wenen. Een historisch oord, want hier woonde Mozart tussen 1784 en 1787, klonken Haydns aan Mozart opgedragen strijkkwartetten en hier zou de jonge Beethoven voor het eerst aan Mozart voorgespeeld hebben.
Brahms was introducé, want hij had zich nog niet echt gevestigd in de muziekstad. Toentertijd vervulde hij slechts een tijdelijke functie als van de Wiener Singakademie. Maar hij timmerde aan de weg.
In november 1862 volgden twee concerten in de concertzaal van het Gesellschaft der Musikfreunde met eigen werken met hemzelf aan de piano, waaronder zijn Pianokwartet in g klein, opus 25.
Het compliment van Hellmesberger is de componist waarschijnlijk niet slecht bevallen. Het was immers een levenslang gekoesterde wens van Brahms zijn held Beethoven ooit te kunnen evenaren.
Dit ging Brahms in zijn piano- en kamermuziekwerken makkelijker af dan in zijn symfonieën. Zijn Eerste symfonie liet nog veertien jaar op zich wachten.
Met zijn eerste pianokwartet heeft Brahms een imposant werk geschreven. Het eenvoudige in het begin is de introductie van een compositie vol dramatische gebeurtenissen. Een weelderige, haast overladen onderstreept het hartstochtelijke karakter van de muziek.
Aan de musici worden hoge technische eisen gesteld, met name aan de pianist, wiens partij de compositie draagt. Het met pittige s doorspekte en aan de zigeunermuziek refererende alla Zingarese vormt de afsluiting van het kwartet.
Arnold Schönberg, die in Brahms’ uitwaaierende ën en grondige variatietechniek in zekere zin de aanleiding vond om een nieuw toonsysteem te creëren, maakte begin twintigste eeuw van dit pianokwartet een bewerking voor orkest.
Biografie
Baiba Skride, viool
Baiba Skride groeide op in een muzikale familie in Riga en gaf haar eerste concert toen ze vijf jaar oud was. Haar muzikale opleiding genoot ze aan het conservatorium van Rostock, waar ze studeerde bij Petru Munteanu. In de beginjaren van haar carrière won de Letse violiste een reeks onderscheidingen, waaronder in 2001 de eerste prijs van het Koningin Elisabeth Concours. Rond dezelfde tijd jaar debuteerde ze bij het Residentie Orkest Den Haag, en bij dit gezelschap is ze in het huidige concertseizoen artist in residence.
Baiba Skride trad in de loop der jaren als solist op met tal van orkesten, waaronder het London Symphony Orchestra, de New York Philharmonic, het Orchestre de Paris, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Berliner Philharmoniker en het Concertgebouworkest.
Als kamermusicus vormt Baiba Skride een duo met haar zus, de pianiste Lauma Skride; bovendien richtten zij samen het Skride Kwartet op. Dit pianokwartet maakte onlangs zijn eerste cd, tourde afgelopen november in Australië en debuteerde afgelopen januari in de van Het Concertgebouw. In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was Baiba Skride voor het laatst te beluisteren op 17 september 2018, toen ze met het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Andris Nelsons de van Bernstein uitvoerde. Baiba Skride bespeelt de ‘Yfrah Neaman’-Stradivarius uit 1724.
Lise Berthaud, altviool
Lise Berthaud speelde viool vanaf haar vijfde en studeerde later bij Pierre-Henry Xuereb en Gérard Caussé aan het Conservatoire National Supérieur de Paris.
In 2000 won ze de European Young Instrumentalists Competition en in 2005 kreeg ze de Hindemith Prize van de Geneva International Competition.
Toen ze van 2013 tot 2015 deel uitmaakte van het BBC New Generation Artists Scheme kreeg de altvioliste de kans te spelen met alle BBC-orkesten; in 2014 debuteerde ze bovendien op de BBC Proms. Inmiddels soleerde Lise Berthaud ook bijvoorbeeld bij het Iceland Symphony Orchestra, de Düsseldorfer Symphoniker, Les Musiciens du Louvre, het Orchestre de Chambre de Paris, de orkesten van Wroclaw en São Paulo en Hong Kong Sinfonietta, en werkte ze met en als Sakari Oramo, Emmanuel Krivine, Andrew Litton, François Leleux, Paul Mc Creesh en Marc Minkowski. Leonard Slatkin nodigde haar uit om Berlioz’ Harold en Italie op te nemen met het Orchestre National de Lyon.
Kamermuziek speelt Lise Berthaud met collega’s als Renaud Capuçon, Daishin Kashimoto, Eric Le Sage, Augustin Dumay, Pierre-Laurent Aimard, Emmanuel Pahud, Gordan Nikolić, Alina Ibragimova, Veronika Eberle, het Quatuor Ebène en het Quatuor Modigliani. Lise Berthaud bespeelt een uit 1660 van Antonio Casini.
In de maakte ze haar debuut in oktober 2017 in pianokwartetten met Victor Julien-Laferrière en Baiba en Lauma Skride.
Harriet Krijgh, cello
Harriet Krijgh studeerde aan het conservatorium in Utrecht, in Wenen bij Lilia Schulz-Bayrova en aan de Kronberg Academy bij Frans Helmerson. In 2015 won ze het concours van de Biënnale in Amsterdam.
Ze soleerde bij het London Philharmonic Orchestra, de Academy of St Martin in the Fields, de Münchner Philharmoniker, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, Hong Kong Sinfonietta, het Sydney Symphony Orchestra en het Boston Symphony Orchestra.
Vorige winter tourde ze met het Nationaal Jeugdorkest door Nederland en naar de Wiener Musikverein.
Kamermuziek speelt ze graag met de pianisten Lauma Skride en Magda Amara; met de laatste maakte ze het instrumentale -album Silent Dreams. Eerder verschenen ook opnames van Vivaldi (met Amsterdam Sinfonietta), Kabalevsky, Haydn, Brahms en Rachmaninoff.
Met ingang van seizoen 2024/2025 brengt Harriet Krijgh ieder half jaar een cd uit met één van de zes suites van Bach gecombineerd met kamermuziek die ze uitvoert met bevriende musici. Sinds 2012 heeft de celliste in Burg Feistritz jaarlijks haar eigen kamermuziekfestival ‘Harriet & Friends’ en ze is een regelmatige gast van de Heidelberger Frühling, het Grafenegg Festival, de Schubertiade Hohenems en de Festspiele Mecklenburg-Vorpommern (residency 2019).
Het -debuut van Harriet Krijgh was een Lunchconcert in oktober 2009. Ze bespeelt een instrument van Domenico Montagnana (Venetië, 1723), waarvan de krul is gemaakt door Antonio Stradivari.
Lauma Skride, piano
De Letse pianiste Lauma Skride begon op vijfjarige leeftijd met muzieklessen. Belangrijk in haar vroege carrière was in 2008 het winnen van de Beethoven-Ring van het Beethovenfest Bonn.
In recente seizoenen werd Lauma Skride als soliste geëngageerd door onder meer de Hamburger Symphoniker, het hr-Sinfonieorchester in Frankfurt en de Dresdner Philharmonie.
Met haar vaste duopartner, haar zus Baiba Skride, bracht ze in 2011 een dubbelconcert van Hans Abrahamsen in première met het Koninklijk Deens Orkest. Het tweetal maakte in 2015 een succesvol album m Scandinavische componisten.
Voor haar solo-cd The Year, met muziek van componiste/pianiste Fanny Mendelssohn, kreeg Lauma Skride een Echo Klassik Preis. In de van Het Concertgebouw was de pianiste voor het laatst te beluisteren tijdens de Robeco SummerNights 2015, in een met haar zus op viool.



