ŠKAMPA KWARTET: SMETANA’S UIT MIJN LEVEN

Strijkkwartetten op woensdag 20.15 uur

Škampa Kwartet:
Helena Jiříkovská viool
Adéla Štajnochrová viool
Martin Stupka altviool
Lukáš Polák cello

Joseph Haydn 1732-1809

Strijkkwartet in d kl.t., op. 103, Hob. III: 83 (1802-03; onvoltooid)
Andante grazioso
Menuetto ma non troppo presto – Trio

Leoš Janáček 1854-1928

Eerste strijkkwartet (1923) ‘Kreutzer’
Adagio
Con moto
Con moto (Vivace, Andante)
Con moto (Adagio)

Pavel Fischer 1965

Derde strijkkwartet (2011) ‘Mad Piper’
Mad Piper
Carpathian
Sad Piper
Ursari

pauze

Bedřich Smetana 1824-1884

Eerste strijkkwartet in e kl.t. (1876) 
‘Uit mijn leven’
Allegro vivo appassionato
Allegro moderato alla polka
Largo sostenuto
Vivace

begin van de pauze ca. 21.05 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

Strijkkwartet in D klein

Tekst: Lies Wiersema

‘Verdwenen is al mijn kracht; oud en zwak ben ik.’ Zo begint het gedicht Der Greis van Johann Gleim, dat Joseph Haydn op muziek zette. De beginregel voegde hij toe aan zijn laatste, onvoltooide strijkkwartet, gecomponeerd in 1802-1803.

Het kwartet werd zijn afscheid. Toch doen de harmonische en andere verrassingen niet denken aan een man die al uitgesproken is. Het bleef ­echter bij twee middendelen, zoals gebruikelijk een langzaam deel en een .

De melancholie in Gleims gedicht is enigszins te horen in het driedelige grazioso, dat met een ongecompliceerd, wat weemoedig ­thema begint. Verrassend is de middensectie met zijn tonale vrijheden. In de laatste sectie keert het liedthema terug, tegen het eind onbehaaglijk versterkt door de , en vervolgens energiek afgesloten.

In het Sturm und Drang-achtige wisselen robuuste frasen af met een vriendelijker, soms aarzelend . Het eindigt met een krachtig slot dat klinkt als de natuurlijke afsluiting van een traditioneel kwartet.

Een echte finale kwam er niet. ‘Het is mijn laatste kind, maar het lijkt nog steeds op mij,’ schreef Haydn. Zo’n vijftien jaar geleden doken schetsen op die mogelijk bedoeld waren voor het eerste deel.

Op basis hiervan trachtte musicoloog William Drabkin Haydns kwartet ‘af te maken’. Als laatste deel schreef hij een gebaseerd op een uit een van de Kreutzer-s voor viool, en in de slot-sectie verwerkte hij Haydns bij de tekst van Gleim.

Gleims gedicht besluit met een dank aan de hemel voor een loopbaan die één harmonisch gezang was, een voor Haydn passende typering.

Leoš Janáček (1854-1928)

'Kreutzer'-kwartet

Door Lies Wiersema

In zijn beide strijkkwartetten liet Leoš Janáček zich inspireren door amoureuze passie. In het Eerste strijkkwartet was dat Tolstojs drama over liefde en jaloezie. ‘Ik had die ongelukkige, gekwelde, geslagen vrouw voor ogen, zoals Tolstoj haar schildert in zijn Kreutzersonate’, schreef Janáček aan zijn muze Kamila Stösslová, de inspiratiebron voor zijn Tweede strijkkwartet.

Tolstojs novelle is het verhaal van een crime passionel. Een jaloerse echtgenoot vermoordt zijn vrouw die hij verdenkt van een relatie met de violist die zij begeleidde in Beethovens Kreutzersonate.

Janáček drukt het dramatische verloop van het verhaal en de verschillende gemoedsbewegingen uit met specifieke muzikale middelen, zoals de aaneenschakeling van korte, contrasterende secties en contrasten in tempo, en . Ook speciale technieken, zoals het vlak bij de kam strijken, zijn uiterst suggestief.

Het droefgeestige waarmee het ‘Kreutzer’-kwartet opent is het leidmotief voor het hele werk. Het bevat misschien in een notendop het tragische lot van de vrouwelijke hoofdpersoon. In het tweede deel is een plotselinge omslag te horen, een afwisseling van een uitnodigend motief en geagiteerde reacties, geschilderd met verschillende violistische technieken.

De aarzelende, wat weemoedige openingsmelodie van het derde deel, gespeeld in een dialoog van de eerste viool en de , is een citaat uit Beethovens Kreutzersonate, de muziek die een rol speelde in Tolstojs verhaal. Het wordt herhaaldelijk afgewisseld met obsessief krijsende middenstemmen. Het is duidelijk dat het crisis is.

Het laatste deel begint met het melancholische openingsmotief van het kwartet, nu gedempt in de lage stemmen. In de staat: ‘als in tranen’. Het drama heeft zich voltrokken. De moordenaar rest de wroeging over zijn daad. 

Pavel Fischer 1965

Mad piper

De in Tsjechië geboren componist en violist Pavel Fischer was een van de oprichters van het Škampa Kwartet. Met twee musicerende ouders raakte hij al vroeg vertrouwd met Moravische volksmuziek.Tijdens zijn studie aan de Praagse muziek­academie ­leerde hij Milan Škampa kennen, altviolist van het Smetana Kwartet, met wie hij in 1989 het Škampa Kwartet oprichtte. Tot 2007 was Fischer de primarius.

Zijn muziek is geworteld in de Moravische en andere West- en Oost-Europese muzikale tradities, maar ook Schotse doedelzakken inspireerden hem.

Piper Bill, de bijnaam van Bill Millin, was de legendarische doedelzakspeler van het Schotse bataljon dat betrokken was bij de invasie in Normandië op D-Day in 1944. Tijdens de landing speelde Millin Schotse wijsjes ter versterking van het moreel van de Britse troepen, en ondanks het geweervuur bleef hij koppig doorspelen tot granaatscherven zijn doedelzak tot zwijgen brachten.

Door Duitse soldaten werd hij de ‘gekke doedelzakspeler’ genoemd en gespaard. Deze ‘Mad Piper’ inspireerde Fischer tot het eerste deel van zijn gelijknamige strijkkwartet. In het tweede deel waan je je op een dorpsfeest met woeste dansen uit de Karpaten en veel geestdriftig gestamp en gespring.

Het beluisteren van een oude opname van Bulgaarse doedelzakspelers inspireerde Fischer tot Sad Piper, het melancholische, balladeachtige derde deel met zijn exotische, oosterse kleuren.

In het vierde deel musiceren de Ursari, afstammelingen van nomadische berentemmers, die behoren tot de armste groepen van de Roemeense Roma. Geld voor instrumenten hadden ze niet. Ze begeleidden hun opzwepende zang met alles wat voorhanden was, stukken hout, holle vaten, geklap op de borst, hier door de vier strijkers met veel instrumentaal vuurwerk uitgebeeld. 

Bedřich Smetana 1824-1884

´Uit mijn leven´

Bedřich Smetana’s Eerste strijkkwartet in e klein, ‘Uit mijn leven’ was een muzikale reactie op een persoonlijk drama. Een aanhoudende fluittoon in zijn oren was de voorbode van beginnende doofheid, een gegeven dat hij verwerkte in de finale van zijn kwartet.

Hij koos expliciet voor het strijkkwartet: ‘Vier instrumenten die met elkaar communiceren in een kleine kring van vrienden over wat mij zo ernstig getroffen heeft’. In elk deel blikt hij terug op belangrijke levensfasen, vandaar de bijnaam ‘Uit mijn leven’.

Het eerste deel is gewijd aan ‘mijn hunkering naar kunst in mijn jeugd, romantische gevoelens, verlangen naar iets onuitsprekelijks, en een voorgevoel van naderend onheil…’ Wisselende stemmingen kenmerken dit deel. De dalende in het begin kondigt het toekomstige noodlot aan, gevolgd door een veel er tiek.

Het tweede deel, moderato alla polka, verwijst naar de gelukkige tijd toen hij ‘kwistig danswijsjes voor de jonge garde schreef en zelf bekend stond als een hartstochtelijke danser’. Er zijn twee contrasterende motieven, een luchthartige boerenpolka tegenover een ballroomdans.

Het derde deel, een liefdestafereel, herinnert ‘aan het geluk van mijn eerste liefde voor het meisje dat later mijn vrouw werd’. Na de introductie van de zingt de eerste viool een liefdeslied. In een laatste scène blikt Smetana tevreden terug op zijn betekenis voor de Tsjechische nationale muziek, maar dat plezier slaat plotseling om in droefheid ‘door de ramp van de beginnende doofheid, het uitzicht op de trieste toekomst…’

Hierover gaat het vierde deel, dat begint met een temperamentvolle Boheemse dans, die tegen het eind van de finale abrupt afgebroken wordt. De realiteit dringt zich op. Boven een van de middenstemmen speelt de eerste viool bijna zeven maten lang een onaangenaam scherpe hoge E, ‘het noodlottige gefluit van de hoogste tonen in mijn oor’. Met herinneringsfragmenten uit voorgaande delen lost de muziek geleidelijk op in stilte.

Biografie

Škampa Kwartet

Het Škampa Kwartet bouwde in de afgelopen vijfentwintig jaar een grote reputatie op en was te gast in tal van bekende concertzalen in Europa en daarbuiten. De Tsjechische formatie kreeg lessen van het legendarische Smetana Kwartet en staat zo in een lange Boheemse traditie. 

De kwartetleden verdiepten hun ensemblespel onder meer door intensief onderzoek naar de volksmuziek, dans en poëzie van hun geboorteland. Dit leidde recentelijk bijvoorbeeld tot het project Janáček and his Moravian Roots en tot een samenwerking met zangeres/violiste/vertelster Iva Bittová.

Het Škampa Kwartet speelde ook samen met musici als Janine Jansen, Itamar Golan, Kathryn Stott en Michael Collins. Op cd verschenen toonaangevende opnamen van bijvoorbeeld de strijkkwartetten van Janáček en Smetana.

De leden van het Škampa Kwartet zijn sinds 2001 als gastdocent verbonden aan de Royal Academy of Music in Londen. Altviolist Radim Sedmidubský is kortgeleden teruggetreden na vijfentwintig jaar trouwe dienst. Het Škampa Kwartet was voor het laatst te gast in de in maart 2011.