SITKOVETSKY TRIO SPEELT RAVEL
Pianotrio’s 20.15 uur
Sitkovetsky Trio:
Wu Qian piano
Alexander Sitkovetsky viool
Danjulo Ishizaka cello
Joseph Haydn 1732-1809
Pianotrio in C gr.t., Hob. XV: 27 (1797)
Allegro
Andante
Finale: Presto
Camille Saint-Saëns 1835-1921
Tweede pianotrio in e kl.t., op. 92 (1892)
Allegro ma non troppo
Allegretto
Andante con moto
Grazioso, poco allegro
Allegro
pauze
Joaquín Turina 1882-1949
Tweede pianotrio in b kl.t., op. 76 (1933)
Lento – Allegro, molto moderato
Molto vivace
Lento – Andante mosso – Allegro
Maurice Ravel 1875-1937
Pianotrio in a kl.t. (1914)
Modéré
Pantoum: Assez vif
Passacaille: Très large
Finale: Animé
begin van de pauze ca. 21.10 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Pianotrio
Tekst: Sabien Van Dale
Toen Joseph Haydn in 1791 op uitnodiging van concertagent Johann Peter Salomon naar Londen reisde, werd hij aangenaam verrast door de nieuwe mogelijkheden van de Engelse pianoforte. Weense instrumenten waren vooral gericht op een heldere , hun Engelse tegenhangers resoneerden of ‘zongen’ beter.
De klank bleef na de demping langer nazinderen en kreeg daardoor een homogener karakter. Daarnaast bleek de Engelse markt voor gedrukte klaviermuziek, in het bijzonder voor amateurmusici, haast onverzadigbaar.
Haydn observeerde en assimileerde de verschuivingen in de instrumentale muziek en oogstte met zijn s, ’s en symfonieën veel bijval in de Engelse hoofdstad. Enkele jaren later, in 1794, stemde hij dan ook graag in met een tweede bezoek.
Hij was er in 1795 getuige op het huwelijk van Theresa Jansen – leerlinge van Muzio Clementi en een succesvolle concertpianiste – en Gaetano Bartolozzi, een kunsthandelaar met wie hij goed bevriend was.
Voor Theresa Bartolozzi componeerde Haydn de drie ’s Hoboken XV: 27-29. Mede door haar ontgroeide het pianotrio de huiselijke context. Later zou Haydn ook nog zijn drie laatste pianosonates – de zogenoemde ‘Londense’ s – aan haar opdragen.
Het is duidelijk dat Haydn met deze werken de dialectiek van het pianotrio definitief van de salon naar de concertzaal wilde verleggen. De actieve dialoog en frisse virtuositeit van het openingsdeel van het schept een klankbeeld dat voor ons ‘romantisch’ aandoet.
Destijds was het vooral ‘Engels’. Dromerig en delicaat zorgt het voor een contrasterende sfeer. Maar ook hier lonkt een bewogen middendeel naar de veranderende expressie van de naderende . De Finale, met een ingenieus spel van ritmische en, klinkt zelfs voor Haydns doen uiterst speels en vinnig.
Camille Saint-Saëns 1935-1921
Tweede Pianotrio
Tekst: Marco Nakken
Het is een van de vele verdiensten van Camille Saint-Saëns geweest dat hij in het volledig op en ballet gerichte Franse muziekleven de kamermuziek nooit uit het oog heeft verloren. De door hem en Romain Bussine in 1871 opgerichte Société National de Musique heeft er zelfs voor gezorgd dat er een nieuwe bloeiperiode voor het genre aanbrak.
Na de vernedering van de Frans-Duitse oorlog ontstond de behoefte om de Franse instrumentale muziek op hetzelfde hoge niveau te brengen als de Duitse. Met zijn in 1892 voltooide Tweede in e klein is Saint-Saëns daar zeker in geslaagd.
Het werk heeft vijf delen.
Het eerste deel opent als een . Boven op en neer golvende gerepeteerde en spelen de viool en de een lang uitgesponnen in , eerst elkaar per maat afwisselend en bij de herhaling in octaven. Het tweede , in , dat door de piano in octaven wordt geïntroduceerd, is een minuscule melodie van twee maten die in het geleidelijk wegstervende slot van de doorwerking als begeleidingsfiguur zal dienen.
Na dit omvangrijke eerste deel volgen drie korte karakterstukken. Het Allegretto is een in een vijfkwartsmaat en het derde en vierde deel lijken oefeningen in respectievelijk de stijl van Schumann en Chopin. In de finale toont Saint-Saëns zijn meesterschap in het . Na de expositie van het eerste thema volgt een vierstemmige (viool, piano rechterhand, cello en piano linkerhand), waarna het eerste thema met het fugathema wordt gecombineerd.
Hierna doet in de piano een nieuw thema zijn intrede dat vervolgens ook met het fugathema blijkt samen te gaan. Ter afsluiting klinkt een door alle drie de instrumenten in octaven gespeelde variant van het eerste thema.
Joaquín Turina 1882-1949
tweede pianotrio
Tekst: Lonneke Tausch
Eind negentiende eeuw stak er op verschillende plekken in Europa een zeker muzikaal nationalisme de kop op. Spanje kwam tot klinken in de werken van Manuel de Falla, Isaac Albéniz en Enrique Granados. Parijs speelde een spilrol in deze opleving van Spaanse klankwerelden in de klassieke muziek. Joaquín Turina, afkomstig uit Sevilla, was een van de vele Spaanse musici die naar de Franse hoofdstad togen.
Voordat het zover was, had hij in Spanje al een gedegen muziekopleiding achter de rug en was bijvoorbeeld in 1903 in Madrid zijn Fea y con grazia in première gegaan. In Parijs kwam Turina terecht in de invloedssferen van Claude Debussy, Maurice Ravel en Gabriel Fauré. Landgenoot Albéniz introduceerde hem in de Parijse muzikale kringen, waardoor hij compositie kon studeren aan de Schola Cantorum bij Vincent d’Indy.
In Parijs werd ook – op voorspraak van Albéniz – zijn eerste werk gepubliceerd, het Pianokwintet in g klein, 1 (1907), dat hij daar zelf als pianist in première bracht. Ook na zijn definitieve terugkeer naar Madrid in 1914 zou Turina de conventionele ‘Europese’ vormen die hij in Parijs had leren kennen blijven vullen met idioom uit de Andalusische volksmuziek.
In het middendeel van het Tweede in b klein, opus 76 refereert de 5/8- onmiskenbaar aan een Spaans dansmetrum. Aan zowel het eerste als het laatste deel ligt een conventionele structuur ten grondslag: het openingsdeel heeft na drie inleidende lento-maten een , en de finale heeft de opbouw van een . Turina toont zich ondanks de evidente Spaanse kleuringen in dit piano schatplichtig aan de grondleggers van het genre: Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart.
Biografie
Sitkovetsky Trio, trio
Het Sitkovetsky werd in 2007 opgericht aan de Yehudi Menuhin School in Engeland en was laureaat van onder meer de Festspiele Mecklenburg-Vorpommern 2009. Het ensemble was te gast op podia als de Londense Wigmore Hall, de Alte Oper in Frankfurt, het Parijse Musée du Louvre, l’Auditori Barcelona en het Lincoln Center in New York en reisde ook naar China, Australië, Zuid-Amerika, Zuid-Korea en Japan.
Naast velerlei kamermuziek zet het Sitkovetsky Trio graag Beethovens Tripelconcert op de lessenaar; bijvoorbeeld met het Konzerthausorchester Berlin, de Münchner Philharmoniker en – in Het Concertgebouw, in februari 2018 – het Nederlands Philharmonisch Orkest.
In 2019 verzorgde het drietal samen met het Philharmonia Orchestra ook de wereldpremière van een nieuw tripelconcert van Charlotte Bray. Voor een album met Ravel en Saint-Saëns won het Sitkovetsky de Chamber Music Award 2022 van het BBC Music Magazine. Momenteel werken de musici aan een Beethovencyclus, waarvan het eerste deel al werd gelauwerd met een Diapason d’Or. Hoogtepunten in het huidige seizoen zijn een residency op het Beethovenfest Bonn, optredens op de Heidelberger Frühling, in Madrid, Londen, Istanbul en Hong Kong en tournees in de Verenigde Staten en Israël.
In de van Het Concertgebouw debuteerde het Sitkovetsky Trio in seizoen 2013/2014 en was het voor het laatst te gast in oktober 2022 (met werken van Robert Schumann, Arenski en Tsjaikovski). Alexander Sitkovetsky bespeelt de ‘Parera’-Stradivarius (1679) en Isang Enders een van Carlo Tononi (Venetië, 1720).
