Sir Simon Rattle: afscheid van de Berliner Philharmoniker

Berliner Philharmoniker
Sir Simon Rattle dirigent 

er is geen pauze
einde ca. 21.55 uur 

Dit concert maakt deel uit van de serie
Wereldberoemde Symfonieorkesten.

Hans Abrahamsen 1952

Three Pieces for Orchestra (2018)
With a restless and painful expression
Calmly moving
Heavy
Nederlandse première; gecomponeerd in opdracht van de Berliner Philharmoniker Foundation

Anton Bruckner 1824-1896

Negende symfonie in d kl.t. (1887-94) ‘Dem lieben Gott’
met het vierde deel in de voltooiing van Samale-Philips-Cohrs-Mazzucca (1985-2008/revisie 2010)
Feierlich, misterioso
Scherzo: Bewegt, lebhaft – Trio: Schnell
Adagio: Langsam, feierlich
Finale: Misterioso, nicht schnell 

Toelichting

Hans Abrahamsen 1952

Abrahamsen: Three pieces for Orchestra

Door Thea Derks

De muziek van de Deense componist Hans Abrahamsen is uiterst poëtisch en heeft een sterk visuele zeggingskracht. Hij schildert met een fijn penseel; zijn werk klinkt transparant als een aquarel. Vaak balanceert zijn muziek op de rand van de stilte. ‘Wat je hoort zijn beelden – in wezen is de muziek al aanwezig’, zei hij ooit.

Zoals Michelangelo zijn sculpturen enkel nog uit een steen hoefde te hakken, ordent Abrahamsen de reeds aanwezige klanken in een . Vanuit deze gedachte creëert hij een zinnelijke en ruimtelijke klankwereld, waarin hij uiteenlopende ideeën organisch in elkaar laat overvloeien. Sporadisch wordt de arcadische rust echter verstoord door een stuiterende ritmiek en luide en.

Een recent hoogtepunt is de verstilde erencyclus let me tell you uit 2013, die hij componeerde op verzoek van sopraan Barbara Hannigan. De tekst is samengesteld uit de 481 woorden die Ophelia te spreken heeft in Shakespeare’s tragedie Hamlet. Hannigan bracht dit intens e stuk in première met de Berliner Philharmoniker, het orkest dat nu ook tekent voor de eerste uitvoering van Three Pieces for Orchestra

Dit zijn bewerkingen, of beter gezegd, her-interpretaties van drie van Abrahamsens Ten Studies for Piano Solo die hij tussen 1984 en 1998 componeerde. Hierin onderzoekt hij ‘de ziel van de piano, die gevormd is door alle muziek die er vanaf zijn ontstaan voor is gecomponeerd’.

De cyclus is verdeeld in vier segmenten, bestaande uit respectievelijk vier, drie, twee en één deel. Deze haken achtereenvolgens aan bij de , Afro-Amerikaanse muziek en het impressionisme van Debussy en Ravel. Het afsluitende Le trombe del mattino verwijst naar Italië, ‘het land van het licht’. De verschillende talen zijn voor Abrahamsen van wezenlijk belang: ‘Zij bepalen de associaties van de luisteraar. Er kan een wereld van verschil zitten tussen een Traumlied, een Drømmersong en een Dream Song.’

In 2004 al bewerkte hij de schumanneske nummers een tot en met vier tot Four Pieces for Orchestra. Voor zijn nieuwe Three Pieces for Orchestra nam hij de volgende drie deeltjes onder handen, die in de originele pianocyclus samen de ‘English Studies’ vormen. Boogie-Woogie (nu ‘With a restless and painful expression’) heeft de kenmerkend hoekige swing van de gelijknamige dansmuziek die rond 1920 in Amerika in zwang kwam. Het hierop volgende For the Children (in de orkestversie ‘Calmly moving’) ademt met zijn eenvoudige tje een naïef-onschuldige sfeer. Het afsluitende Blues (in de bewerking voor orkest ‘Heavy’) heeft, niet geheel onverwacht, het karakter van een klaagzang. 

Hoe hij de pianopartijen nu naar orkest vertaald heeft, kan Abrahamsen niet precies uitleggen: ‘Ik heb het materiaal simpelweg gevormd naar de mogelijkheden van de diverse instrumenten.’ 

Bruckner: Negende symfonie

Door Mark van Dongen

Anton Bruckner groeide op in het benepen milieu van de kleine Oostenrijkse stad Linz. Het opkomende liberalisme tornde aan de invloed van de katholieke kerk. Dit had een sterke invloed op de uiterst onzekere, door dwangneuroses beheerste Bruckner. Hij richtte zich uiterlijk geheel naar de letter van de catechismus, maar werd innerlijk verscheurd door twijfel.

Dergelijke vroomheid, gespeend van al te veel theologisch inzicht, was in zijn milieu tamelijk vanzelfsprekend. Men diende zich voordat men in de hemel kwam te verantwoorden tegenover een angstwekkend reële God en men moest toch zijn aflaten verdienen. Bruckner wijdde zijn Negende symfonie dan ook aan ‘dem lieben Gott’.

De componist was in 1887 voortvarend aan de Negende symfonie begonnen, maar voortdurende revisies van oudere werken hadden hem vervolgens opgehouden. Vanaf 1890 zag hij zijn gezondheid afnemen. Toen hij drie jaar later een verzegeld pakket met werken naar de staatsbibliotheek zond, overtuigd dat pas een toekomstige generatie zijn oeuvre naar waarde zou kunnen schatten, was de Negende symfonie nog altijd niet voltooid.

Tot op de ochtend van zijn sterfdag werkte hij aan de schetsen van het slotdeel, wat het verhaal ontkracht dat hij gesuggereerd zou hebben om zijn Te Deum als finale te gebruiken. Dat past ook helemaal niet bij het zorgvuldige plan dat hij in gedachten had. Bruckner heeft in de Negende uitdrukking gegeven aan een onomwonden gevoel van religieuze extase. Hij maakte daartoe gebruik van kolossale, zelfs onoverzichtelijke klankstructuren. De eeuwigheid is vanuit aards perspectief immers onmogelijk te doorgronden.

De symfonie begint vanuit de diepte, een duister d klein aftastend, en ongetwijfeld had Bruckner met een overdonderend D groot willen afsluiten, waarop in de fanfare-achtige opening al wordt gezinspeeld. Hoe hij op het nobele hoofdthema dat de eerste violen daarna inzetten was gekomen, vertelde hij vol zelfironie aan de dichter Peter Altenberg: ‘Das war so. Ich geh’ auf’n Kahlenberg, und wie mir heiss und hungrig wer, setz i mi am Bachl und pack mein Emmenthaler aus.

Wie i’s fette Papier aufmach’, fallt mir die verflixte ein.’ Al snel gaat echter de menselijke maat weer verloren. De intimiteit van de strijkers maakt plaats voor het overweldigende gebulder van het koper. Sommige melodische fragmenten lijken op meteorieten in een oneindige muzikale ruimte. Na een met karakter sluit het eerste deel magistraal af op een open .

In het tweede deel, het , worden we heen en weer geslingerd tussen uitersten van grimmig wagneriaans geweld en lichtvoetige, soms nogal bizarre passages. Het is harmonisch zo vooruitstrevend dat Ferdinand Löwe, de student die na Bruckners dood het manuscript in handen kreeg, driftig naar het correctiepotlood greep: hij meende dat de meester niet meer goed bij zinnen was geweest.

Wat hij als ordinair verminderd septimeakkoord liet afdrukken, werd in latere uitgaven in ere hersteld als een bewuste samenklank van alle zeven tonen van de toonladder. Hier blikte Bruckner opnieuw diep in de afgrond, alvorens dit derde deel tot rust te laten komen in E . Vanzelfsprekend is deze afsluiting vaak geïnterpreteerd als een bewust afscheid van het leven. Dat de Negende symfonie Bruckners muzikale testament is, lijdt geen twijfel. Het was zijn gooi naar eeuwige roem, maar ook de handbagage waarmee hij voor zijn God moest treden.

Reconstructie van de finale

Door Lonneke Tausch

Simon Rattle en de Berliner Philharmoniker presenteerden voor het eerst in oktober 2011 in Berlijn een vierdelige versie van BrucknerNegende symfonie. Ze herhaalden dit een paar maanden later, in hun thuisstad maar ook in Carnegie Hall in New York. Het orkest beschouwt deze Bruckner-reconstructie als een centraal werk uit de era Rattle en neemt de deze maand dan ook mee naar Londen, Wenen en Amsterdam.

Nicola Samale, John Phillips, Giuseppe Mazzucca en Benjamin-Gunnar Cohrs hebben zo’n dertig jaar aan de reconstructie van Bruckners ruim twintig minuten durende Finale gewerkt. Cohrs schrijft erover: ‘Het resultaat telt 653 maten. 440 komen er overeen met Bruckners partituur, en 208 maten hiervan had hij zelf al helemaal georkestreerd. De rest bestond uit volledig uitgewerkte strijkerspartijen met daarin aanwijzingen voor de belangrijkste blazersinzetten.'

'Nog eens 117 maten konden we herleiden uit schetsen en afgedankte manuscriptvellen. 96 maten moesten we toevoegen met gebruikmaking van muzikaal-forensische methodes; voor slechts 37 maten daarvan hebben we géén materiaal van Bruckners hand gevonden. Al met al is onze uiteindelijke versie in hogere mate vrij van vreemde elementen dan bijvoorbeeld MozartRequiem.’

Dat deze reconstructie daadwerkelijk in druk is verschenen is mede te danken aan de inzet van Simon Rattle. Er bestonden al minstens zeven gecompleteerde versies van Bruckners Negende, maar Rattle verwierp ze stuk voor stuk. Het onderzoek van het team onder leiding van Samale heeft hem echter wél overtuigd:

‘I feel increasingly convinced by your plastic surgery, and feel that it should be more widely heard and understood. This from a man who has abandoned the Mozart Requiem! Congratulations again on your astonishing journey.’ In Nederland klinkt deze vierdelige Negende symfonie van Bruckner vandaag voor het eerst.

Biografie

Berliner Philharmoniker, orkest

De Berliner Philharmoniker, opgericht in 1882, behoort tot ’s werelds toonaangevende en. Sinds september 2019 is Kirill Petrenko chef-.

Hans von Bülow was de eerste vaste dirigent, gevolgd door Arthur Nikisch (die Mahlers werk bij het orkest introduceerde), Wilhelm Furtwängler en Sergiu Celibidache.

Ook Gustav Mahler zelf leidde tussen 1895 en 1907 het orkest diverse keren in zijn symfonieën. De samenwerking met Herbert von Karajan (1955-1989) was een enorm succes, met vele opnamen, tournees en ()optredens tijdens de Osterfestspiele Salzburg. Claudio Abbado (1990-2002) breidde het repertoire uit met hedendaagse muziek, kamermuziek en concertante opera.

Simon Rattles aantreden in 2002 viel samen met de start van een educatieprogramma dat zich richtte op het aantrekken van een breder en jonger concertpubliek – een speerpunt dat ook onder Kirill Petrenko centraal staat. De Berliner Philharmoniker lanceerde in 2009 de Digital Concert Hall-website en in 2014 het eigen cd-label Berliner Philharmoniker Recordings. De Berliner Philharmoniker Foundation wordt ondersteund door de staat Berlijn en de Duitse federale overheid, evenals door de genereuze deelname van Deutsche Bank als hoofdsponsor.

Het orkest trad voor het laatst in Het Concertgebouw op in 2018 onder leiding van Simon Rattle.

Simon Rattle, dirigent

Simon Rattle is afkomstig uit Liverpool en studeerde aan de Royal Academy of Music in Londen. Na een paar jaar vaste gastdirigent te zijn geweest bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en de Los Angeles Philharmonic werd hij in 1980 eerste en artistiek adviseur van het City of Birmingham Symphony Orchestra; van 1990 tot 1998 werd hij daar chef-dirigent. Ook was hij mede-oprichter van de Birmingham Contemporary Music Group.

In september 2002 werd Simon Rattle geïnaugureerd als artistiek leider van de Philharmonie in Berlijn en als chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker, waar hij al in 1987 zijn debuut had gemaakt en bleef tot en met het seizoen 2017/18.

In september 2017 begon Simon Rattle als chef- bij het London Symphony Orchestra. Daarnaast is hij al zo’n dertig jaar ‘principal artist’ van het Orchestra of the Age of Enlightenment. Naast zijn vaste verbintenissen koestert de dirigent nauwe banden met verschillende grote orkesten in Europa en de Verenigde Staten; zo werkte hij als gastdirigent geregeld met de orkesten van Boston en Los Angeles, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (waar hij in 2023 chef-dirigent wordt), de Staatskapelle Berlin, het Mahler Chamber Orchestra en de Wiener Philharmoniker.

De dirigent heeft ruim zeventig opnames op zijn naam staan, waaronder een Grammywinnende Psalmensymfonie van Stravinsky. In het genre debuteerde Simon Rattle in 1977 op het Glyndebourne Festival, en hij werd een geliefde gast in de bekende operahuizen van steden als Amsterdam, Berlijn, Wenen, Parijs, Londen en New York en tijdens de festivals van Salzburg, Baden-Baden en Aix-en-Provence.

Simon Rattle werd geridderd in 1994 en kreeg in 2014 bovendien de Order of Merit.