Sir John Eliot Gardiner leidt Verdi’s Requiem

Orchestre Révolutionnaire et Romantique
Monteverdi Choir
Sir John Eliot Gardiner dirigent
Corinne Winters sopraan
Ann Hallenberg mezzosopraan
Edgaras Montvidas tenor
Gianluca Buratto bas

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Giuseppe Verdi (1813-1901)

Messa da requiem (1874)
voor sopraan, alt, tenor, bas, koor en orkest
Requiem en Kyrie
Sequens: Dies irae
Offertorio: Domine Jesu Christe
Sanctus
Agnus Dei
Lux aeterna
Libera me

er is geen pauze
einde ± 21.45 uur

Toelichting

Giuseppe Verdi 1813-1901

Verdi: Messa da requiem

Door Christiane Schima

Wie aan Giuseppe Verdi denkt, denkt aan een groot componist. Deze meester van het werd het boegbeeld van zingend Italië. Hij stond aan de wieg van een bevrijd en verenigd land, waarvoor hij zich hartstochtelijk inspande en dat hij, vurig patriot als hij was, in zijn opera’s bezong. Het Italiaanse volk dankte hem door de naam van deze eenvoudige ‘boer uit Le Roncole’ (Verdi’s eigen karakterisering) te verwerken in een geheim eerbetoon aan de koning van Italië: ‘Evviva Verdi’ verborg de leuze ‘leve Vittorio Emanuele Re D’Italia’.

Verdi heeft echter naast een groot aantal opera’s ook een paar religieuze werken nagelaten. Ze nemen binnen het oeuvre van de componist een marginale positie in, met uitzondering van zijn imposante Messa da requiem.

Het werk – een hommage aan de in 1873 overleden, door Verdi zeer bewonderde dichter Alessandro Manzoni – bezit niet alleen qua lengte, maar ook qua karakter de allure van een opera. Alleen al door zijn monumentale bezetting – in de première in de Milanese Scala omvatte die naast de vier solisten honderd instrumentalisten en 120 koorzangers – behoort de Messa da requiem tot Verdi’s indrukwekkendste en meest ambitieuze composities.

De op de Latijnse rooms-katholieke dodenmis gebaseerde Messa da requiem vormt de religieuze tegenhanger van zijn drie jaar eerder ontstane opzienbarende opera Aïda.

Kerkmuziek en opera

Om zijn Messa da requiem muzikale eenheid en een universeel sacraal karakter te verlenen, heeft Verdi de ’s van diverse delen opgebouwd rond het centrale van de Middeleeuwen: de . Ook grijpt de componist terug op oude, met name in de traditionele kerkmuziek gangbare polyfone - en technieken, bijvoorbeeld in het Sanctus en in het slotdeel Libera me.

Daarnaast is Verdi’s requiem doorspekt met operamotieven. De gewichtige lange -sequens is verwant aan de onweersscènes in Rigoletto en Otello. In dit centrale deel staat het lijdende schepsel, zijn bedreigde bestaan en de hoop op bevrijding in het middelpunt. Na zijn opera Nabucco heeft Verdi de collectieve angst niet zó aangrijpend verklankt.

Later hebben joodse gevangenen in Theresienstadt Verdi’s requiem gezongen. Losbrekende tutti-slagen, zwiepende blazersfiguren, de smartekreten van het koor spreken tot de verbeelding. Tegenover de verschrikking van het Tuba mirum, het vluchtmotief van het Rex tremendae en het vernietigende machtsgebaar van het Confutatis staan de zuchten van Quid sum miser, het stamelende gezang en de sprakeloze ontdaanheid over het niets in Mors stupebit.

De eerste zeven tonen van het Lacrimosa heeft Verdi ontleend aan een geschrapt duet uit Don Carlo, de rouwklacht van de Spaanse koning Filips. In het Lux aeterna keert de glans van de hoge strijkers in La traviata en Aïda terug. Het begin van Libera me – gezongen door de sopraan, ‘senza misura’ (zonder of zonder metrum), met ‘donkere stem’, bijna gefluisterd – herinnert aan de slaapwandelscène van Lady Macbeth.

Verdi’s Messa da ­requiem culmineert in het Libera me met en ten in een grandioos visioen van bevrijding. Maar nog moet de mens op zijn verlossing wachten. Het werk eindigt daarom pianissimo, als een vroom gebed. Verdi heeft met zijn dodenmis een indrukwekkend ­drama gecreëerd dat het handschrift van een groot componist draagt.

Geen onverdeeld succes

Het succes van Verdi’s Messa da requiem op 22 mei 1874 (een jaar na de dood van Alessandro Manzoni) te Milaan was overweldigend. Verdi dirigeerde zelf. Er volgde een bejubelde uitvoering in Parijs. Alleen in Wenen was men van de kwaliteit van het werk niet geheel overtuigd en waren de meningen van de recensenten verdeeld.

Hans von Bülow velde al vóór de Weense uitvoering een vernietigend oordeel. Hij sprak van een ‘Monster-Aufführung’, afficheert Verdi’s requiem als een ‘opera in kerkgewaad’ en de componist als een ‘bederver [na Rossini, CS] van de Italiaanse kunstsmaak’. De slotfuga zou ‘veel smakeloosheden en lelijke dingen bevatten’ waarover een Duits musicus alleen maar zijn hoofd zou schudden.

Ongetwijfeld werkte ook Verdi’s imago als operacomponist en theaterman in zijn nadeel. Ten noorden van de Alpen achtte men hem niet in staat om een kunstzinnige te schrijven. Ook stond de held van ‘Il risorgimento‘ niet bepaald bekend als een vrome man. De componist had een aversie tegen de paus, hetgeen zijn echtgenote Giuseppina Strepponi beaamde. Zij rekende hem tot degenen ‘die gelukkig zijn doordat ze in niets geloven en zich alleen aan de wetten van de moraal houden’.

Hans von Bülow: 'Veel smakeloosheden en lelijke dingen' in Verdi's slotfuga

Von Bülows Weense collega, de criticus Eduard Hanslick, komt in zijn recensie tot een milder oordeel, de grondtoon is echter dezelfde: ‘Verdi’s Requiem is een mooi en vlijtig werk... Evenwel – dat moet meteen gezegd worden: het theater heeft de componist meer nodig dan de kerk (…) Hij kan ook in het Requiem de dramatische componist niet verloochenen (…) De beste gedeelten van het werk zijn die waarin Verdi zijn gevoel en talent de minste dwang heeft opgelegd. Het zwakst is datgene wat geënt is op de strenge regels van de kerkelijke tradities: de -passages en vooral de fuga’s.’

Het is en blijft waarschijnlijk inherent aan muziekrecensies dat het imago van een componist, circulerende ­verhalen en vooroordelen – in het geval van Verdi speelde ook de rivaliteit tussen Oostenrijk/Duitsland en Italië een rol – de mening van critici beïnvloeden.

Juist de theatrale trekken verlenen ­Verdi’s requiem haar onmiskenbaar eigen charme; de kwestie of de componist wel of niet een fatsoenlijke fuga kon componeren valt daarbij in het niet. Verdi heeft de religieuze boodschap naar het opera-achtige vertaald, naar zijn hand gezet. Johannes Brahms, die Von Bülows bevindingen onaangenaam en ongepast vond, schreef: ‘Zoiets kan alleen een genie schrijven.’ Overigens heeft Von Bülow later zijn oordeel herzien.

Biografie

John Eliot Gardiner, dirigent

John Eliot Gardiner wordt beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de historische uitvoeringspraktijk. Zijn repertoire beslaat de vroege tot en met de twintigste eeuw.

De afgelopen decennia bleef hij zijn visie vernieuwen en verbreden.

Hij is oprichter en artistiek leider van zowel de English Baroque Soloists als het Monteverdi Choir. In 1989 riep hij bovendien het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in het leven. John Eliot Gardiner is chef- geweest van het Dallas Symphony Orchestra, het CBC Vancouver Orchestra en de Opéra Natio­nal de Lyon. Als gastdirigent leidde hij onder meer het London Philharmonic ­Orchestra, het London Symphony ­Orchestra, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het ­Mahler Chamber ­Orchestra, het Orcheste National de France en het Leipziger ­Gewandhausorchester.

Hij maakte ruim 250 plaat- en cd-opnamen en ontving meer Gramophone Awards dan welke andere levende klassieke artiest ook. Voor de live-opnames van Bachs complete geestelijke s kreeg hij de Gramophone Special Achievement Award. John Eliot Gardiner heeft verschillende eredoctoraten en een ‘honorary fellowship’ aan King’s College in Cambridge en is voorzitter van het Bach Archiv in Leipzig. In 2013 verscheen zijn Bach-biografie Music in the Castle of Heaven.

Hij is Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres en Chevalier de la Légion d’Honneur. In 1998 werd hij geridderd in de Queen’s Birthday Honours List en in 2005 kreeg hij het Verdienstkreuz in Duitsland. In januari 2016 kreeg hij de Concertgebouw Prijs toegekend. Het Concertgebouworkest leidde hij vele malen sinds 1994.

Tussen 2021 en 2023 leidde hij bij het orkest een Brahms-cyclus; opnamen van de vier symfonieën werden uitgebracht op Deutsche Grammophon.

Monteverdi Choir, koor

‘Als er een Nobelprijs voor koren bestond, zou het Monteverdi Choir die moeten krijgen’, aldus Le Monde. John Eliot Gardiner richtte het Monteverdi Choir in 1964 op voor een uitvoering van Monteverdi’s Vespers. Het groeide uit tot een veelzijdig koor dat zowel concerten geeft als ingezet wordt bij producties.

Het werkte samen met bijvoorbeeld het Gewandhausorchester in Leipzig, de Londense dansgroep van Hofesh Shechter, het National Youth Choir of Scotland, de Opéra Comique en het Théâtre du Châtelet in Parijs, het Royal House Covent Garden en natuurlijk Gardiners instrumentale ensembles, de English Baroque Soloists en het Orchestre Révolutionnaire et Romantique. Het meest ambitieuze project was ongetwijfeld de Bach Cantata Pilgrimage in 2000, toen het koor in het 250ste geboortejaar van Johann Sebastian Bach al diens 198 religieuze s uitvoerde in meer dan zestig kerken in Europa en Noord-Amerika.

Onder de recentere programma’s vinden we de gelauwerde tournee door Europa en de Verenigde Staten met Monteverdi’s drie overgeleverde opera’s en bejubelde uitvoeringen van Verdi’s Messa da requiem. Het Monteverdi Choir heeft meer dan 150 lp- en cd-opnamen en talloze prijzen op zijn naam staan. Met het Concertgebouworkest was het in september 2021 en oktober 2022 te horen in koorwerken van Brahms onder leiding van John Eliot Gardiner.

Orchestre Révolutionnaire et Romantique

John Eliot Gardiner richtte het Orchestre Révolutionnaire et Romantique op in 1989 met als doel het zo expressief en stilistisch zuiver mogelijk uitvoeren van muziek uit de negentiende en vroege twintigste eeuw, op historische instrumenten.

In de eerste jaren van het bestaan concentreerden de musici zich op Beethoven. Daarnaast kreeg de Symphonie fantastique van Berlioz ook al vroeg veel aandacht. In 1993 verzorgde het orkest, samen met het ook door John Eliot Gardiner opgerichtte Monteverdi Choir, de hedendaagse première van Berlioz’ kort daarvoor herontdekte Messe solennelle.

Het Orchestre Révolutionnaire et Romantique richtte zich ook op de Duitse ; in 2007/8 zette het – onder andere in Het Concertgebouw – de vier symfonieën van Brahms in de context van diens belangrijkste vocale composities en van werken uit de zestiende tot en met de negentiende eeuw die Brahms zelf had gedirigeerd.

In de vertolkte het orkest de afgelopen jaren bijvoorbeeld Verdi’s FalstaffPelléas et Mélisande van Debussy en Carmen van Bizet. In 2017 keerde het terug naar de muziek van Berlioz, met uitvoeringen van diens monumentale La damnation de Faust.

Het vorige optreden van het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was de Missa solemnis van Beethoven, in oktober 2012. 

Corinne Winters, sopraan

Corinne Winters maakte de afgelopen jaren snel carrière. Afkomstig uit de plaats Frederick in de Amerikaanse staat Maryland volgde de zangeres haar opleiding aan onder meer de Academy of Vocal Arts in Philadelphia. Ze won de eerste prijs van de Palm Beach Vocal Competition en was finalist tijdens de Metropolitan Opera National Council Auditions.

Een van de favoriete rollen van de sopraan is die van Violetta in Verdi’s La traviata. Met deze partij was ze te gast in de opera­huizen van onder meer Seattle, Detroit, San Diego, Londen, Bazel, Melbourne en Hong Kong. In andere rollen maakte ze furore bij Opera Vlaanderen en in de operatheaters van Zürich, Washington en Santa Fe.

Op het Bregenz Festival debuteerde ze als Micaëla in Carmen van Bizet. Voor de solopartijen in uiteenlopend repertoire werd Corinne Winters uitgenodigd door onder meer het City of Birmingham Symphony Orchestra en het Tonhalle-­Orchester Zürich.

De sopraan maakt haar debuut in Het Concertgebouw.

Ann Hallenberg, mezzosopraan

Sinds ze in 1994 afstudeerde in Stockholm staat Ann Hallenberg met grote regelmaat op podia als de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, het Theater an der Wien en in de operahuizen van Zürich, Paris, Lyon, München en Dresden. Bij De Nationale Opera vertolkte ze in 2007 een indrukwekkende Dejanira in Händels Hercules. Meer recent zong de Zweedse mezzosopraan onder meer de titelrol in Händels Agrippina in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs.

Ann Hallenberg nam cd’s en dvd’s op met werk van onder anderen Bach, Vivaldi, Mozart, Haydn, Gluck en Rossini.

Haar concertrepertoire reikt van Monteverdi en Cavalli tot hedendaagse composities. In 2016 was de innemende zangeres de grote ster van het Prinsengrachtconcert.

Sinds haar debuut bij het Concertgebouworkest in 2005, in Mendelssohns  Elias onder leiding van Philippe Herreweghe, keerde ze op regelmatige basis terug. Haar meest recente samenwerkingen met het orkest had betrekking op Schumanns Szenen aus Goethes ‘Faust’ onder leiding van John Eliot Gardiner in december 2019.

Edgaras Montvidas, tenor

Edgaras Montvidas is afkomstig uit Litouwen; zijn muzikale opleiding genoot hij in de hoofdstad Vilnius. Van 2001 tot 2003 nam hij deel aan het Jette Parker Young Artists Programme van het Royal House Covent Garden in Londen. Hier zong hij rollen in onder meer La traviata en I masnadieri van Verdi.

Hij is een regelmatige gast van grote opera­huizen als de Bayerische Staatsoper in München, de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel, de Semperoper in Dresden, de Opéra National de Lorraine en de Cincinnati Opera.

Bij De Nationale zong hij in onder meer Idomeneo van Mozart en Le rossignol van Stravinsky. Edgaras Montvidas vertolkt ook graag solistische partijen in vocaalsymfonisch repertoire.

In Het Concertgebouw soleerde de tenor eerder verschillende keren bij het Nederlands ­Philharmonisch Orkest, onder meer in Beethovens Negende symfonie en in het Requiem van Mozart.

Gianluca Buratto, bas

Gianluca Buratto studeerde aanvankelijk saxofoon en klarinet, maar koos uiteindelijk voor de stem. Aan het conservatorium van Milaan volgde hij lessen bij Margaret Hayward. Gian­luca Buratto won in 2006 het Ferruccio Tagliavini Concours.

Drie jaar later maakte hij zijn debuut in het Teatro Verdi in Triëst. Inmiddels zong Gianluca Buratto in het Venetiaanse Teatro La Fenice in Verdi’s Rigoletto en was hij in Verdi’s Macbeth te gast in La Scala in Milaan.

Ook zong hij in het Theater an der Wien en de Oper Zürich, in Wigmore Hall in Londen, tijdens de festivals van Innsbruck en Salzburg, in Bach‘Hohe Messe’ onder leiding van Jordi Savall en in Puccini’s La bohème bij De Nationale . Met John Eliot Gardiner werkte hij eerder in diens wereldwijde Monteverdi-project in 2017 en in Stravinsky’s Oedipus rex bij de Berliner Philharmoniker.

In Het Concertgebouw maakt Gianluca Buratto zijn debuut.