Sir John Eliot Gardiner en Het Concertgebouw-orkest
Wereldberoemde Symfonieorkesten 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Sir John Eliot Gardiner dirigent
Ann Hallenberg mezzosopraan
Edward Elgar 1857-1934
Cockaigne (In Londen Town), op. 40 (1900-01)
concertouverture
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
Gustav Mahler 1860-1911
Fünf Lieder nach Texten von Friedrich Rückert (1901-02)
Blicke mir nicht in die Lieder
Ich atmet’ einen linden Duft
Um Mitternacht
Liebst du um Schönheit
Ich bin der Welt abhanden gekommen
pauze
Edward Elgar
Tweede symfonie in Es gr.t., op. 63 (1910-11)
‘Dedicated to the Memory of His late Majesty King Edward VII’
Allegro vivace e nobilmente
Larghetto
Rondo: Presto
Moderato e maestoso
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.20 uur
Toelichting
Elgar en Mahler
tekst: Leo Samama
In de beeldvorming is Edward Elgar ontegenzeggelijk de bekendste componist uit de nadagen van het Britse imperium. De werken die hij voor 1910 voltooide ademen de grandeur, het ‘nobilmente’, het zelfvertrouwen van een wereldrijk. Tegelijkertijd staat zijn werk niet los van de ontwikkelingen op het continent. Alle Britse ‘splendid isolation’ ten spijt. Niet alleen omdat Elgar zelf grote bewondering had voor voorgangers als Johannes Brahms en tijdgenoten als Richard Strauss, maar evenzeer door de inzet waarmee omgekeerd Strauss en ook Gustav Mahler zijn werk gedirigeerd hebben.
Mahler had in 1910 in New York de Enigma-variaties op het programma gezet en een jaar later de Sea Pictures, die hij op 17 februari 1911 dirigeerde. Kort daarop moest Mahler wegens een ernstige streptokokkeninfectie zijn verdere seizoen in New York annuleren. Drie maanden later zou hij sterven.
We weten niet wat Mahler van Elgars muziek vond, maar Strauss heeft zich daar na uitvoeringen van het grootse The Dream of Gerontius in 1902 wel degelijk over uitgelaten, zoals Alice Elgar in haar dagboek schreef: ‘Geweldig feestmaal in Essen volgde. R. Strauss hield een prachtige speech over Meister Elgar.’
Strauss noemde hem zelfs ‘de eerste vooruitstrevende componist in Engeland’.
Wat in die tijd overigens niet veel hoefde te betekenen als we bedenken met wie hij dan vergeleken kon worden: Charles Hubert Parry, Charles Villiers Stanford? Elgar had Strauss hoog in het vaandel staan; zijn collega’s richtten zich nog overwegend op de in Engeland zo populaire Felix Mendelssohn, Johannes Brahms en Max Bruch.
Edward Elgar 1857-1934
Ouverture Cockaigne (In Londen Town)
Kort na 1900 schreef Elgar een aantal orkestwerken die bij uitstek gezien worden als ‘imperial’, zoals de eerste vier Pomp and Circumstance-en (1901-04), maar niet minder ook de ouverture Cockaigne (1901).
Wie echter de opname van deze concertouverture door Elgar zelf beluistert, merkt direct dat dit werk minder trots en opgeblazen is dan de en, ja, eerder een rake schets van een snel groeiende stad: Londen. Niet zonder reden staat onder de titel dan ook ‘In London Town’.
Cockaigne slaat niet op cocaïne, zoals een grappenmaker Elgar eens voorhield (waarop deze reageerde dat ether ook voldeed), maar op het ‘Land of All Delights’, het land van overvloed met rivieren van wijn en huizen van taart, een beeld dat al dateert uit de dertiende eeuw maar in de negentiende eeuw door de Britten graag aan Londen werd verbonden.
We horen de drukke stad, de rust in de parken met de verliefde paartjes, en natuurlijk ook een militaire parade. De briljante is opgedragen aan ‘my many friends the members of British orchestras’.
Gustav Mahler 1860-1911
Rückert-Lieder
De Fünf er nach Texten von Friedriech Rückert vormen geen volwaardige cyclus, maar zijn een onderdeel van de tussen 1899 en 1902 gecomponeerde Sieben Lieder aus letzter Zeit. De onderwerpen van de gedichten hebben ook geen verband met elkaar.
Blicke mir nicht in die Lieder is als tekst typerend voor Mahler, die zo veel mogelijk van de wereld afgesloten wenste te componeren. Geen nieuwsgierige blikken! ‘Deine Neugier ist Verrat’, maar de enige die in die dagen nieuwsgierig was, is de violiste Nathalie Bauer-Lechner. Mahler schreef haar jarenlang de meest intieme en hartverwarmende brieven.
Zo er iemand was die rond 1900 Mahlers levensgezellin had kunnen worden, was dat Nathalie. Voor haar schreef hij ongetwijfeld Ich atmet’ einen linden Duft. Ook Liebst du um Schönheit past geheel in de innigheid van Mahlers vriendschap met deze bijzonder fijnzinnige en gevoelige vrouw.
Maar het lot besliste anders. Want in 1901 ontmoette Mahler de jonge, muzikaal begaafde Alma Schindler. En aan haar schonk hij Liebst du um Schönheit als liefdesbrief.
Ich bin die Welt abhanden gekommen onderstreept Mahlers kluizenaarsbestaan als componist: ‘Ich leb’ allein in meinem Himmel, In meinem Lieben, in meinem .’
Um Mitternacht gaat over de mens die op het slagveld (het echte slagveld en het slagveld dat leven heet) niet over zijn eigen leven kan beslissen – met in het verlengde daarvan fanfares en militaire muziek; Um Mitternacht markeert de smalle grens tussen leven en dood.
Naar de zangteksten (pdf)
Edward Elgar 1857-1934
Tweede symfonie
Hoewel Elgar al in 1903 (dus nog voor de Eerste symfonie) schetsen voor de latere Tweede symfonie in Es groot had gemaakt, begon hij er pas na het voltooien van het grootse Vioolconcert in 1910 aan te werken. Tijdens het componeren van het eerste deel vatte hij het plan op de symfonie aan koning Edward VII op te dragen. Maar in mei 1910 stierf de monarch, zodat de symfonie met goedkeuring van de nieuwe koning, George V, aan de nagedachtenis van Edward werd opgedragen.
Dit heeft nogal wat speculaties teweeggebracht omtrent de publieke functie van deze symfonie. Met name in het tweede deel (Larghetto), een dodenmars, is de ‘royal tribute’ voor velen een herkenbare factor. Toch is het niet aan te nemen dat Elgar zich door zulke voor zijn persoonlijke leven toch triviale zaken als de dood van een koning zou hebben laten inspireren tot een zo indringende en menigmaal ontroerende symfonie als de Tweede.
Het motto dat aan de muziek voorafgaat, de eerste twee regels van dichter Percy Bysshe Shelley’s (1792-1822) Invocation, past daar ook niet bij: ‘Rarely, rarely cometh thou,/ Spirit of Delight!’ Achter de laatste maten van de staan bovendien de plaatsnamen Venetië en Tintagel. In Italië kwam Elgar steeds weer tot rust na de inspanningen van het werk.
Naar het schijnt vergeleek Elgar het levendige eerste deel van zijn nieuwe symfonie en het daaropvolgende Larghetto met het San Marcoplein in Venetië en de San Marco van binnen. In Tintagel woonde Alice Stuart Wortley, Elgars geliefde ‘windflower’ (genoemd naar het hoofdthema van het Vioolconcert) en ‘penfriend’. Bij haar voltooide hij de Tweede symfonie.
Wezenlijker nog zijn de vele verwijzingen in Elgars correspondentie naar zijn in 1903 zo plotseling overleden vriend Alfred Rodewald (‘Rody’), en naar een aantal andere vrienden die hem stuk voor stuk in 1909 ontvielen. Daarmee is de Tweede symfonie een ‘document humain’: ‘I do but hide/ Under these notes, like embers, every spark/ Of that which has consumed me.’ Opnieuw een citaat van Shelley dat Elgar zelf direct in verband bracht met deze symfonie.
Elgar hield van enigma’s. Zo leveren de muzikale toespelingen, de vele cryptische verwerkingen van motieven in de Tweede symfonie een netwerk van relaties op, die als een ‘vie interieure’ gelezen en verstaan kunnen worden. ’s ondergaan opvallende emotionele metamorfoses. Nobele gevoelens lossen op in angst en desillusie. ‘The whole of the sorrow is smoothed out & ennobled in the last movement’, schreef Elgar.
Maar ook dat laatste deel moet het zonder de grandeur van de Eerste symfonie stellen. Elgar verkiest de stilte van de eigen ziel, trekt zich in zijn schulp terug en besluit de gehele symfonie in een eerder berustende dan hoopvolle sfeer. In de Eerste symfonie keek Elgar vooruit, in de Tweede overzag hij zijn leven en dacht aan de tijdelijkheid van het aardse bestaan: ‘...and my heart is a handful of dust...’ (Alfred Tennyson, 1809-1892).
Biografie
John Eliot Gardiner, dirigent
John Eliot Gardiner wordt beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de historische uitvoeringspraktijk. Zijn repertoire beslaat de vroege tot en met de twintigste eeuw.
De afgelopen decennia bleef hij zijn visie vernieuwen en verbreden.
Hij is oprichter en artistiek leider van zowel de English Baroque Soloists als het Monteverdi Choir. In 1989 riep hij bovendien het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in het leven. John Eliot Gardiner is chef- geweest van het Dallas Symphony Orchestra, het CBC Vancouver Orchestra en de Opéra National de Lyon. Als gastdirigent leidde hij onder meer het London Philharmonic Orchestra, het London Symphony Orchestra, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Mahler Chamber Orchestra, het Orcheste National de France en het Leipziger Gewandhausorchester.
Hij maakte ruim 250 plaat- en cd-opnamen en ontving meer Gramophone Awards dan welke andere levende klassieke artiest ook. Voor de live-opnames van Bachs complete geestelijke s kreeg hij de Gramophone Special Achievement Award. John Eliot Gardiner heeft verschillende eredoctoraten en een ‘honorary fellowship’ aan King’s College in Cambridge en is voorzitter van het Bach Archiv in Leipzig. In 2013 verscheen zijn Bach-biografie Music in the Castle of Heaven.
Hij is Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres en Chevalier de la Légion d’Honneur. In 1998 werd hij geridderd in de Queen’s Birthday Honours List en in 2005 kreeg hij het Verdienstkreuz in Duitsland. In januari 2016 kreeg hij de Concertgebouw Prijs toegekend. Het Concertgebouworkest leidde hij vele malen sinds 1994.
Tussen 2021 en 2023 leidde hij bij het orkest een Brahms-cyclus; opnamen van de vier symfonieën werden uitgebracht op Deutsche Grammophon.
Ann Hallenberg, mezzosopraan
Sinds ze in 1994 afstudeerde in Stockholm staat Ann Hallenberg met grote regelmaat op podia als de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, het Theater an der Wien en in de operahuizen van Zürich, Paris, Lyon, München en Dresden. Bij De Nationale Opera vertolkte ze in 2007 een indrukwekkende Dejanira in Händels Hercules. Meer recent zong de Zweedse mezzosopraan onder meer de titelrol in Händels Agrippina in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs.
Ann Hallenberg nam cd’s en dvd’s op met werk van onder anderen Bach, Vivaldi, Mozart, Haydn, Gluck en Rossini.
Haar concertrepertoire reikt van Monteverdi en Cavalli tot hedendaagse composities. In 2016 was de innemende zangeres de grote ster van het Prinsengrachtconcert.
Sinds haar debuut bij het Concertgebouworkest in 2005, in Mendelssohns Elias onder leiding van Philippe Herreweghe, keerde ze op regelmatige basis terug. Haar meest recente samenwerkingen met het orkest had betrekking op Schumanns Szenen aus Goethes ‘Faust’ onder leiding van John Eliot Gardiner in december 2019.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


