Sir Bryn Terfel in Berlioz’ La damnation de Faust

Malmö Symfonie Orkest 
MDR Rundfunkchor 
Marc Soustrot dirigent
Sophie Koch mezzosopraan
Paul Groves tenor, Faust
Sir Bryn Terfel bas-bariton
Edwin Crossley-Mercer bas-bariton

Hector Berlioz 1803-1869

La damnation de Faust, op. 24 (1845-46)
légende dramatique en quatre parties 

pauze ca. 20.30 uur
einde ca. 22.15 uur 

Deze uitvoering is voorzien van boventiteling.

Toelichting

Hector Berlioz 1803-1869

Berlioz: La damnation de Faust

Door Marco Nakken

Hector Berlioz leerde Goethes Faust (het in 1808 verschenen eerste deel) in 1828 kennen in de Franse vertaling van Gérard de Nerval. ‘Het wonderbaarlijke boek fascineerde me van het begin af aan. De vertaling was in proza, maar bevatte ook enkele fragmenten in verzen, eren, hymnen etc. Ik kon de verleiding niet weerstaan om ze op muziek te zetten.

Nadat ik deze moeilijke taak had volbracht, was ik zo dom om de op eigen kosten te laten drukken zonder er ook maar een noot van gehoord te hebben. Het werd in Parijs onder de titel Huit scènes de Faust uitgegeven. De talloze en grote gebreken van het werk werden me al snel duidelijk en ik liet het uit de handel nemen. De ideeën leken me echter wel goed en ik heb ze bewaard om ze in mijn legende La damnation de Faust opnieuw en heel anders uit te werken.’

De bewerking van de Huit scènes tot La damnation de Faust bracht Berlioz in 1846 gedurende een concertreis door Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Bohemen ten uitvoer. Een bevriende journalist, Almire Gandonnière, had hem in Parijs van nieuwe tekst voorzien. Naarmate het werk vorderde raakte Berlioz echter door diens tekst heen en zag hij zich genoodzaakt zijn eigen librettist te worden. 

In de Huit scènes wordt Goethe gevolgd, maar in La damnation heeft Berlioz zich, zoals hij in het voorwoord uiteenzet, de nodige vrijheden veroorloofd: ‘De titel van het werk volstaat om aan te geven dat dit werk niet op de hoofdgedachte van de Faust van Goethe is gebaseerd, want in dat illustere gedicht wordt Faust gered. Waarom, zal men zich afvragen, heeft de auteur zijn personage in Hongarije laten belanden? Omdat hij een instrumentaal muziekstuk op een Hongaars wilde laten horen. Hij geeft het eerlijk toe.’ 

Eerste deel

Doctor Faust bevindt zich op een vlakte in Hongarije. Het is lente en de dag breekt aan. In een Le vieil hiver, bezingt Faust de verkwikkende werking van de natuur op zijn gemoed.  De altviolen introduceren een deinende die tisch wordt uitgewerkt en in een steeds dichter wordend weefsel van tegenstemmen en begeleidingsfiguren wordt opgenomen: een klinkende time-lapse van de ontwakende en opbloeiende natuur. In het lange naspel van de aria klinken signalen die op de rondedans van de boeren ( en ) en de Rákóczy- van het langsmarcherende leger (s) anticiperen. Een ingenieuze ritmische overgang leidt naar de aan de Huit scènes ontleende boerendans. 

De Rákóczy-mars componeerde Berlioz in Wenen aan de vooravond van zijn bezoek aan Pest. Het thema, een bestaande melodie, houdt verband met het verzet van de Hongaren tegen de Oostenrijkse onderdrukking. De première in Pest was een sensatie. In zijn Mémoires beschrijft Berlioz wat hem na afloop van het concert overkwam: ‘Een sjofel geklede man met een opgewonden blik kwam mijn kleedkamer in en omhelsde me hartstochtelijk. Hij had tranen in zijn ogen en kwam nauwelijks uit zijn woorden: ‘Meneer, meneer. Ik Hongaar.. arme drommel.. spreek geen Frans …un poco Italiano. Vergeef mijn opwinding. Uw kanon, ik begrijp. De grote veldslag… Duitse honden. Ah, Fransen, die weten wat muziek voor de revolutie is. 

Tweede deel

Het tweede deel opent opnieuw fugatisch. De opeenvolgende inzetten van het kronkelende thema suggereren de sombere gedachten die Faust achtervolgen en tot zelfmoord aanzetten. De Paashymne, die hem tot inkeer brengt, is uit de Huit scènes overgenomen. In een flits van drie tromboneakkoorden, piccolo en een schroeiend in de strijkers – zijn visitekaartje – komt Méphistophélès op. Hij neemt Faust mee naar de kroeg van Auerbach in Leipzig.

Na een uitbundig drinklied zingt Brander, een van de gasten, het  van de rat uit de Huit scènes. De dronken menigte intoneert een Requiem voor de dode rat en zet vervolgens een Amen-fuga op het thema van Branders lied in. Het is een parodie op de obligate fuga’s in de kerkmuziek die Berlioz als criticus belachelijk had gemaakt en die hem met hun telkens herhaald ‘amen’ aan stompzinnig gelach hadden doen denken.

Méphistophélès brengt het Lied van de vlo uit de Huit scènes ten gehore. De hierop volgende scène aan een oever van de Elbe is m het aan de Huit scènes ontleende Koor van de sylphen en gnomen gecomponeerd. Zowel Voici des roses, het slaapliedje waarin de trombones voor een dreigende ondertoon zorgen, als het Ballet van de sylphen zijn er thematisch van afgeleid. Ter afsluiting worden de eerst na elkaar optredende koren van respectievelijk soldaten (uit de Huit scènes) en studenten gecombineerd. 

Derde deel

Faust in Marguerites kamertje. In de verte klinken de militaire fanfares.

In een van ingetogenheid naar extase omslaande aria uit Faust zijn ontroering. Marguerite zingt de in de Huit scènes als ‘chanson gothique’ aangeduide ballade De koning van Thule. Het melancholieke timbre van de en de strofische vorm (dezelfde muziek voor iedere strofe van de tekst) van het volkslied schilderen haar eenvoud en onschuld.

Het hierop volgende is een flitsend met drievoudig gediviseerde piccolo’s en kwaadaardig snerpende . Het sluit af met een voorproefje van de in de Huit scènes slechts door een gitaar begeleide van Méphistophélès.

Het menuet en de serenade worden verondersteld zich gelijktijdig met het samenzijn van Faust en Marguerite af te spelen en hun liefdesduet begint met een voortzetting van de ballade. Na de wederzijdse liefdesverklaringen ontwikkelt het duet zich in de tot een onverhuld erotische scène, waarin de korte loopjes van de bassen en de ’s het sidderen van opwinding en verzinken in verrukking schilderen. Het deel sluit af met een terzet en een koor. Het koor doet in grofheid niet onder voor de kroegscène en verwijst met zijn bulderende hahaha-gelach terloops naar de Amen-fuga. 

Vierde deel

Marguerite alleen in haar kamertje. De aan de Huit scènes ontleende romance D’amour l’ardente flamme is een rondo (refrein met verschillende strofen). Het droefgeestige refrein wordt door de geïntroduceerd, ‘een instrument dat bij uitstek geschikt is om vervlogen beelden en gevoelens te doen herleven’, aldus Berlioz in zijn leerboek uit 1843 Grand traité d’instrumentation. In Nature immense geeft Faust, verlaten in een woest landschap, groots en meeslepend uitdrukking aan zijn wanhoop. Ongebruikelijke ën en dreigend rommelende bassen benadrukken de ongenaakbaarheid van de natuur. 

In een door jachthoorns begeleid vertelt Méphistophélès dat Marguerite in de gevangenis zit. Faust tekent het contract om hem te dienen op voorwaarde dat hij Marguerite zal redden. De rit te paard naar de gevangenis blijkt echter naar de hel te leiden. Het is een wilde galop. Faust hoort in gedachten de smekende stem van Marguerite (de hobo-solo), biddende boeren zingen een litanie op een melodie die Berlioz zich uit zijn kinderjaren herinnerde, Méphistophélès zweept de paarden op (hop, hop) en het orkest gromt, krijst en stampt. 

Nadat Méphistophélès heeft verklaard dat Faust vrijwillig heeft getekend, barst een koor van duivels los in een niet bestaande taal. De hel als totale zinloosheid. Voor de Apotheose, waarin een koor van engelen Marguerite in de hemel verwelkomt, schrijft Berlioz minimaal acht harpen voor.

synopsis

Dit gebeurt er in 'La Damnation'

  1. Doctor Faust is diep ongelukkig. Hij beseft dat al zijn geleerdheid slechts boekenwijsheid is.

    Bij zonsopgang in de lente bevindt hij zich op een vlakte in Hongarije. Een feest van boeren en een voorbijtrekkend leger verstoren de rust. Faust toont zich ongevoelig voor zowel de aardse genoegens als de ­militaire eer.

  2. Faust in zijn studeerkamer. Hij wordt verteerd door ­onvrede en verveling en staat op het punt de gifbeker te drinken. Een paashymne herinnert hem aan zijn onschuldige kinderjaren en hij bedenkt zich. Méphisto­phélès, de duivel, komt op en drijft de spot met de ‘zuivere gevoelens’ van Faust. Hij zal diens diepste verlangens vervullen en hem het ware leven leren kennen. 

    Hij leidt Faust naar een bierkelder, waar dronken ­gasten een over een dode rat en een blasfemische zingen. Méphisto­phélès zingt het lied van de vlo. Het grove vermaak staat Faust tegen. Aan de oever van de Elbe wordt Faust door Méphisto­phélès en een koor van gnomen en sylphen in slaap gewiegd. In zijn droom verschijnt hem de geïdealiseerde gestalte van Marguerite, in werkelijkheid een eenvoudig burgermeisje. Temidden van zingende soldaten en studenten begeven Faust en Méphisto­phélès zich op weg naar haar woning.

  3. Faust heeft zich in de kamer van Marguerite verstopt. Marguerite zingt een ballade over een oude koning, die voor hij sterft zijn gouden drinkbeker in zee gooit. Buiten brengen Méphisto­phélès en zijn dienaren, de dwaallichten, een ten gehore om Marguerite te verleiden en daarmee ten val te brengen. 

    Faust en Marguerite bekennen elkaar hun liefde, maar worden door Méphisto­phélès ruw in hun samenzijn gestoord. De buren hebben de indringer opgemerkt en waarschuwen Marguerites moeder. Faust vlucht. 

  4. Marguerite beklaagt haar verloren onschuld. Faust zoekt troost in de woeste natuur. Méphisto­phélès vertelt hem dat Marguerite van moord is beschuldigd en in de gevangenis zit. Het slaapdrankje voor haar moeder, dat ze van Faust had gekregen, was namelijk vergiftigd.

    Faust tekent een contract dat hij Méphisto­phélès zal dienen op voorwaarde dat Marguerite wordt gered. Ze gaan te paard op weg. De rit leidt echter niet naar Marguerite, maar naar de hel. Faust is verdoemd. Marguerite wordt in de hemel opgenomen, omdat zij veel heeft liefgehad.

Biografie

Sophie Koch, mezzosopraan

Sophie Koch was een leerling van Jane Berbié aan het conservatorium in Parijs. Ze won in 1994 de eerste prijs van het Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch en maakte haar debuut in Frankrijk.

Haar eerste grote successen boekte ze echter in de Semperoper in Dresden en het Royal House Covent Garden in Londen. Daarop volgden debuten in de grote theaters van bijvoorbeeld Berlijn, München, Milaan en Wenen. In 2014 was ze voor het eerst te gast in de Metropolitan Opera in New York.

Een van de favoriete rollen van Sophie Koch is die van Octavian in ­Richard Strauss’ Der Rosenkavalier; ze vertolkte deze partij bij gezelschappen over de hele wereld. In 2016 kreeg de mezzosopraan van de Wiener Staatsoper de titel Österreichische Kammersängerin. Naast haar werk bij de opera zingt Sophie Koch regelmatig s. In Het Concertgebouw maakt ze vandaag haar debuut.

Paul Groves, tenor

De internationale carrière van tenor Paul Groves begon toen hij in 1991 de National Council Auditions won, georganiseerd door de Metropolitan in New York. De zanger volgde destijds het Young Artists Development Program van dit instituut. Hij maakte er zijn operadebuut in 1992, met een rol in Wagners Der fliegende Holländer.

Sindsdien was hij talloze malen te gast aan The Met. De tenor zingt ook geregeld in andere Amerikaanse ­huizen en werd in Europa geëngageerd door bijvoorbeeld de Deutsche Oper Berlin, de Scala in Milaan en De Nationale Opera in Amsterdam. Paul Groves vertolkt daarnaast graag vocaalsymfonisch repertoire.

Hiervoor werd hij uitgenodigd door bijvoorbeeld het Boston Symphony Orchestra, de New York Philharmonic en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München. In de was Paul Groves in 2001 te beluisteren met de Academy of Ancient Music en in de gaf hij in 2003 een met pianist Malcolm ­Martineau.

Bryn Terfel, bas-bariton

De uit North Wales afkomstige Sir Bryn Terfel studeerde aan de Guildhall School of Music in Londen en brak door toen hij in 1989 de Song Prize in de wacht sleepte tijdens de BBC ­Cardiff Singer of the World Competition. Een jaar later maakte hij zijn debuut met de rol van ­Guglielmo in Mozarts Così fan tutte, in een productie van Welsh National Opera.

Vele belangrijke debuten volgden. Zo was hij in 1991 voor het eerst te gast in de Verenigde Staten, toen hij bij Santa Fe de titelrol in MozartLe nozze di Figaro vertolkte. Inmiddels is Bryn Terfel vaste gast van de grote operatheaters in bijvoorbeeld New York, Milaan, Wenen, Berlijn, Zürich, Londen en Parijs.

Zijn repertoire is breed, maar met name de muziek van Verdi, Wagner, Mozart en Donizetti ligt hem na aan het hart. Ook de rol van Méphistophélès in Berlioz’ La damnation de Faust vergezelt hem al vele jaren. Bij De Nationale Opera was de zanger in 1998 te gast als ­Cavaradossi in Puccini’s Tosca en in 2002 als ­Dulcamara in Donizetti’s L’elisir d’amore.

Naast zijn carrière op het operatoneel maakte Bryn Terfel meer dan vijftien solo-cd’s en geeft hij graag recitals. In de van Het ­Concertgebouw deed hij dat tweemaal: op 11 april 2001 en op 17 juni 2008.

Edwin Crossley-Mercer, bas-bariton

Edwin Crossley-Mercer studeerde klarinet en kerkmuziek in Versailles en bekwaamde zich vervolgens als zanger aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in Berlijn. In deze stad maakte hij in 2006 zijn debuut met de hoofdrol in Mozarts Don Giovanni.

In 2009 vertolkte hij de partij van Guglielmo in Mozarts Cosí fan tutte bij het Festival van Aix-en-Provence. Een ander belangrijk moment in zijn vroege carrière was in 2010 zijn debuut aan de Opéra Bastille in Parijs, in Richard Straussdne auf Naxos. Zijn Amerikaanse debuut volgde in 2012 als Figaro bij de Los Angeles Philharmonic onder leiding van Gustavo Dudamel.

Inmiddels zong Edwin Crossley-Mercer in vele belangrijke theaters; recentelijk werd hij bijvoorbeeld geëngageerd door Dallas Opera en door de Bayerische Staatsoper in München. recitals geeft de bas-bariton graag met de pianisten ­Michel Dalberto en Jason Paul Peterson.

Edwin Crossley-Mercer maakte een aantal cd’s. Hierop staat muziek van onder anderen ­Lully, Charpentier, Michael Linton en Nadia Boulanger. In Het Concertgebouw maakt hij zijn debuut.

MDR Rundfunkchor, koor

De geschiedenis van het MDR Rundfunkchor gaat terug tot 1924, toen het gezelschap onder de naam Leipziger Oratorienvereinigung in het leven werd geroepen. De huidige titel kreeg het koor in 1946, toen het deel ging uitmaken van de Mitteldeutsche Rundfunk in Leipzig.

Voor de uitvoering en uitzending van vocaalsymfonisch repertoire werkt het MDR Rundfunkchor samen met tal van grote orkesten, binnen en buiten de grenzen van Duitsland. Het koor is vaste muzikale partner van het MDR Sinfonieorchester onder leiding van chef- Kristjan Järvi. In de loop der jaren werkte het mee aan meer dan 200 lp- en cd-opnamen.

Naast de symfonische concerten treedt het koor ook geregeld op. Het repertoire omvat meer dan duizend jaar muziekgeschiedenis, en diverse hedendaagse componisten schreven nieuw werk voor de zangers. Sinds seizoen 2015/16 is Risto Joost artistiek leider en van het MDR Rundfunkchor.

In Het Concertgebouw was het koor eerder te horen in 2010 in Beethovens Missa solemnis met het Nederlands Philharmonisch Orkest.

Marc Soustrot, dirigent

Marc Soustrot studeerde aanvankelijk piano en trombone aan het conservatorium in Lyon, en kreeg vervolgens directielessen van Manuel Rosenthal in Parijs. Gedurende zijn lange carrière voerde hij de artistieke en muzikale leiding over een aantal orkesten.

Zo was hij chef- van het Orchestre National des Pays de la Loire (1976-1994), het Beethoven-Orchester Bonn (1995-2003) en Het Brabants Orkest (1996-2006). Momenteel is Marc Soustrot chef-dirigent van zowel het Malmö Symfonie Orkest als het Aarhus Symfoniorkester. Als gastdirigent musiceerde hij met onder meer de Staatskapelle Dresden, het Antwerp Symphony Orchestra, de Nederlandse omroeporkesten en het Residentie ­Orkest.

De laatste keer dat hij in de van Het Concertgebouw op de bok stond, in december 2010, dirigeerde hij het Nederlands Philharmonisch Orkest. Voor het dirigeren van ’s werd hij geëngageerd door bijvoorbeeld het Grand Théâtre de Genève, het Teatro Real in Madrid en de Semperoper in Dresden.

Marc Soustrot maakte tal van prijswinnende cd’s en werkt momenteel met het Malmö Symfonie ­Orkest aan de registratie van het complete symfonische werk van Saint-Saëns.