Simone Lamsma en Paavo Järvi schitteren in Brahms
Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen
Paavo Järvi dirigent
Simone Lamsma viool
Hoofdsponsor Van Lanschot Kempen biedt bij dit concert een podcast aan. Deze is te beluisteren via concertgebouw.nl.
Johannes Brahms (1833-1897)
Vioolconcert in D gr.t., op. 77 (1878)
cadens: Joseph Joachim
Allegro non troppo
Adagio
Allegro giocoso, ma non troppo vivace
pauze ± 21.00 uur
Serenade nr. 1 in D gr.t., op. 11 (1859)
Allegro molto
Scherzo: Allegro non troppo
Adagio non troppo
Menuetto I en II
Scherzo: Allegro
Rondo: Allegro
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Johannes Brahms (1833-1897)
Brahms: Serenade
Door Noortje Zanen
De vriendschap tussen Brahms en Joachim speelde ook een rol in de ontstaansgeschiedenis van de nr.1 in D groot. ‘Ik zal nooit een symfonie schrijven’, zei de jonge Brahms ooit, omdat hij geïmponeerd was door het succes van zijn voorgangers Haydn, Mozart en Beethoven. En omdat hij bezorgd was dat hij de (hierboven vermelde) profetische woorden van Robert Schumann niet zou kunnen waarmaken. Toch heeft Brahms na zijn veertigste nog vier symfonieën geleverd.
Maar zijn eerste experimenten in het schrijven voor orkest zijn de twee Serenades uit 1858 en 1859. Brahms werkte in deze jaren aan het hof van Detmold, als pianodocent en van de hofkapel. De eerste versie van de Serenade nr.1 was voor een klein ensemble van blazers en strijkers, maar mede op aanraden van Joachim, die vond dat het stuk ‘een symfonisch karakter’ had, bewerkte hij haar vervolgens voor een klein orkest en uiteindelijk zelfs voor een groot orkest. En hoewel deze muziek wellicht iets toegankelijker en ongecompliceerder is dan zijn latere symfonieën, is het een raadsel waarom Brahms nog zo’n tijd bleef twijfelen aan zijn symfonische vaardigheden. Deze Serenade nr. 1 vol contrastrijke ën en en is eigenlijk Brahms’ eerste symfonie.
Johannes Brahms (1833-1897)
Brahms: Vioolconcert
Door Noortje Zanen
Tijdens de wereldpremière van Brahms’ Vioolconcert in D groot op 1 januari 1879 in Leipzig was er sprake van een bijzondere band tussen solist, en orkest. Brahms stond zelf op de bok, hij dirigeerde het Leipziger Gewandhausorchester, hetzelfde orkest dat tien
jaar eerder ook de wereldpremière had gespeeld van Ein deutsches Requiem, en zijn goede vriend Joseph Joachim was de solist. Brahms had zijn vioolconcert speciaal voor hem geschreven, een van de meest virtuoze violisten van de negentiende eeuw.
Meteen vanaf hun eerste ontmoeting in Hannover in mei 1853 was er sprake van een bijzondere klik tussen Brahms en Joachim: het begin van een uiterst intensieve en vruchtbare vriendschap. Destijds in Hannover was hun positie nog niet helemaal gelijkwaardig. Joachim, bijna twee jaar ouder dan Brahms, was toen al een succesvol violist en veelbelovend componist. Hij had een glorieus debuut gemaakt als solist bij het Gewandhausorchester in 1843, hij had samengewerkt met Mendelssohn en Liszt, hij was concertmeester geweest in Weimar en in 1853 was hij net aangetreden als concertmeester in Hannover. Brahms daarentegen was in 1853 nog een vrij onbekend musicus die zijn eerste tournee als pianist maakte samen met de Hongaarse violist Eduard Reményi. En hoewel hij al verschillende werken had geschreven, waren er nog geen composities gepubliceerd. Toch was het meteen duidelijk dat ze aan elkaar gewaagd waren. Joachim herkende meteen het uitzonderlijke talent van Brahms, dat ook al gauw erkend werd door het beroemde echtpaar Robert en Clara Schumann, met wie Brahms ook bevriend zou raken. Robert Schumann was zo onder de indruk dat hij een artikel publiceerde in het Neue Zeitschrift für Musik, waarin hij Brahms aankondigde als zijn opvolger en hem omschreef als ‘voorbestemd om een ideale uitdrukking aan de tijd te geven’. Het markeerde de start van een soms moeizame, maar zeer succesvolle carrière.
Het Vioolconcert in D groot van Brahms is misschien wel het mooiste resultaat van de bijzondere vriendschap tussen Joachim en Brahms. Na een lang proces, waarin de componist regelmatig advies vroeg aan de violist omdat hij zeker wilde weten dat de solopartij speelbaar zou zijn, was de première een verrassend succes. De twee vrienden zouden nog heel wat brieven heen en weer schrijven over kleine correcties en veranderingen in de voordat de muziek uiteindelijk werd gepubliceerd door de Berlijnse uitgever Simrock in oktober 1879.
Brahms’ (enige) vioolconcert is een van de belangrijkste vioolconcerten ooit geschreven en onderscheidt zich van andere romantische soloconcerten door de manier waarop de solopartij is verweven met het . Na een indrukwekkende symfonische introductie van het orkest voegt de solist zich bij het orkest als primus inter pares. En hoewel de solopartij extreem is, is die virtuositeit nooit het hoofddoel. De vele prachtige ën die het concert rijk is, klinken steeds weer in andere combinaties van instrumenten. Soms alleen in de vioolpartij en enkele , soms tutti in het geniaal georkestreerde symfonieorkest, en in het is het niet de solist maar de hoboïst die het eerste e introduceert. Het derde deel heeft mede dankzij de meeslepende dansritmes een Hongaars karakter: een hommage aan Joachims vaderland. Na lang beraad ging Brahms met de suggestie van Joachim om ‘ma non troppo ’ toe te voegen aan ‘ giocoso’, een Italiaanse term om aan te geven dat het ‘speelse allegro’ vooral ‘niet te snel’ gespeeld moet worden. ‘Anders is het te moeilijk’, schreef Joachim. Zijn indrukwekkende voor het eerste deel is geen vast onderdeel van het concert – er bestaan meerdere varianten van andere violisten – maar Brahms was er wel enthousiast over. Hij past zo goed in het geheel, dat hij tot op de dag van vandaag de meest gespeelde cadens is.
Biografie
Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, orkest
Het orkest dat vandaag te gast is werd in 1980 in Frankfurt opgericht als Junge Deutsche Philharmonie, werd in 1987 hernoemd als Deutsche Kammerphilharmonie en verhuisde in 1992 naar Bremen. De eerste vaste gastdirigenten waren Mario Venzago en Heinrich Schiff, en ook Gidon Kremer leidde het gezelschap geregeld – onder meer op de eerste tournees naar de Verenigde Staten en Japan. Met Jirí Belohlávek kreeg het orkest in 1995 zijn eerste vaste en met Thomas Hengelbrock in 1992 zijn eerste artistiek leider. Van 1999 tot 2003 was Daniel Harding chef-dirigent, en de reputatie van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen groeide gestaag.
Van 2005 tot 2015 was het gezelschap in residence bij het Beethovenfest Bonn, vanaf 2010 is het in residence bij de Elbphilharmonie in Hamburg en vanaf 2017 bij de Kissinger Sommer.
Sinds Paavo Järvi in 2004 de leiding kreeg, ondernam het orkest intensieve meerjarige projecten m het symfonische werk van achtereenvolgens Beethoven, Schumann en Brahms; de bijbehorende cd’s wonnen verschillende Preise der deutschen Schallplattenkritik, Echo Klassiks en Diapasons d’Or.
Hun thuisbasis delen de musici met een middelbare school in een minder welgestelde wijk van Bremen; een voor beide partijen vruchtbare wisselwerking die meermaals werd bekroond.
In het vorige concert van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen in Het Concertgebouw, in de zomer van 2017, soleerde Janine Jansen in het Derde vioolconcert, KV 216 van Mozart.
Paavo Järvi, dirigent
Paavo Järvi studeerde directie in zijn geboorteland Estland, aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en bij Leonard Bernstein in Los Angeles. Sinds het seizoen 2019/2020 is hij chef- van het Tonhalle-Orchester Zürich. In het verleden had Paavo Järvi vergelijkbare posities bij het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Orchestre de Paris, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Cincinnati Symphony Orchestra en het Malmö .
Sinds 2004 is hij artistiek leider van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, en bij het Nationaal Symfonieorkest van Estland is hij artistiek adviseur. Ieder seizoen sluit de af met een week van uitvoeringen en masterclasses op het Pärnu Music Festival in Estland, dat hij in 2011 heeft opgericht.
Paavo Järvi ontving tal van prijzen en onderscheidingen, waaronder de Orde van de Witte Ster (2013) en de Orde van Verdienste (2021) van de Republiek Estland. Zowel Diapason als Gramophone riepen hem in 2017 uit tot Artist of the Year en in september 2019 werd hij verkozen tot Opus Klassik Conductor of the Year. Opnamen onder zijn leiding van werken van Sibelius, Grieg en Tsjaikovksi waren goed voor Grammy Awards.
Als gastdirigent is Paavo Järvi actief met gezelschappen als de Berliner en Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Gewandhausorchester Leipzig en de New York Philharmonic. Sinds zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2004 keerde hij met grote regelmaat terug, zoals in november 2019 voor concerten in Amsterdam en op tournee in Taiwan en Japan. In juni 2023 leidde hij de Ammodo Masterclass Dirigeren. Bij de meest recente samenwerking, in april en mei 2025, stonden werken van Mägi, Saint-Saëns en Stravinsky op het programma.
Simone Lamsma, viool
Simone Lamsma begon op haar vijfde met vioolspelen, kreeg vanaf haar negende les van Davina van Wely, studeerde vanaf haar elfde aan de Yehudi Menuhin School bij Hu Kun en debuteerde op haar veertiende bij het Noord Nederlands Orkest met het Eerste vioolconcert van Paganini. Ze vervolgde haar opleiding bij Hu Kun en Maurice Hasson aan de Royal Academy of Music in Londen, en won in 2003 het Nederlands Vioolconcours ‘Oskar Back’.
Haar repertoire omvat inmiddels meer dan zestig vioolconcerten, waaronder ook opdrachtcomposities van Mattijs de Roo, Mathilde Wantenaar en Joey Roukens die ze in première bracht met het Radio Filharmonisch Orkest.
Simone Lamsma debuteerde bij de New York Philharmonic onder Jaap van Zweden, de Los Angeles Philharmonic onder Otto Tausk, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia onder Antonio Pappano en Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen onder Paavo Järvi.
Ze soleerde ook bij veel van ’s werelds belangrijkste orkesten, waaronder die van Chicago, Washington, Detroit, Pittsburgh, Dallas, San Francisco, Seoul, Hongkong, Sydney, Londen, Helsinki, Oslo, Stockholm, het Concertgebouworkest, het Konzerthausorchester Berlin, Les Siècles, het BBC Symphony Orchestra, de Wiener Symphoniker en het Mostly Mozart Festival Orchestra. In 2021/2022 was ze artist in residence bij het Residentie Orkest en begon haar driejarige residency bij de Oregon Symphony.
In 2022/2023 had de violiste een residency in PHIL Haarlem, en in 2023/2024 bij de Royal Liverpool Philharmonic. Het vorige optreden van Simone Lamsma in de was in juni 2023 een met Thomas Beijer, die voor die gelegenheid een vioolsonate componeerde.



