Simon Keenlyside & Julius Drake: Poulenc

Simon Keenlyside bariton
Julius Drake piano

Johannes Brahms (1833-1897)

Nachtigallen schwingen lustig ihr Gefieder (1853)
uit ‘Sechs Gesänge’, op. 6 

Verzagen (1877)
uit ‘Fünf Gesänge’, op. 72

Über die Heide (1882)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 86

O kühler Wald (1877)
uit ‘Fünf Gesänge’, op. 72

Nachtwandler (1877)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 86

Es schauen die Blumen (1885)
uit ‘Vier Lieder’, op. 96

Francis Poulenc (1899-1963)

Paganini
uit ‘Métamorphoses’, op. 121 (1943) 

Quatre poèmes de
Guillaume Apollinaire, op. 58 (1931)
L’Anguille
Carte postale
Avant le cinéma
1904

Suite française, op. 80 (1935, arr. 1953)
voor piano solo
Bransle de Bourgogne
Pavane
Petite marche militaire
Complainte
Bransle de Champagne
Sicilienne
Carillon

Maurice Ravel (1875-1937)

Histoires naturelles (1906)
Le paon
Le grillon
Le cygne
Le martin-pêcheur
La pintade

pauze ± 21.05 uur

Francis Poulenc

Le travail du peintre, op. 161 (1956)
Pablo Picasso
Marc Chagall
Georges Braque
Juan Gris
Paul Klee
Joan Miró
Jacques Villon

Franz Schubert (1797-1828)

Liebesbotschaft
uit ‘Schwanengesang’, D 957 (1827-28)
 
Alinde, D 904 (1827)
 
Ständchen
uit ‘Schwanengesang’
 
An die Leier, D 737 (1822)
 
Nachtstück, D 672 (1819)
 
An den Mond in einer Herbstnacht,
D 614 (1818)
 
Herbstlied, D 502 (1816)
 
Abschied (nach einer Waltfahrtsarie), D 475 (1816)
 
einde ± 22.15 uur

Toelichting

1833-1897

Johannes Brahms

Door Astrid de Jager

Bij de ernstige Johannes Brahms is een zelden gewoon vrolijk. In Nachtigallen schwingen lustig ihr Gefieder, bijvoorbeeld, kwinkeleren de nachtegalen in de pianopartij boven de bloemenzee, terwijl de zanger zich treurig afvraagt of er voor hem geen bloempje is.

De rusteloze zee in de pianopartij van Verzagen spiegelt de vertwijfelde ziel aan de waterkant. Uit dezelfde bundel is het bedrieglijk zoetgevooisde O kühler Wald, waarin het hoopvolle eerste couplet in schril contrast staat met de hopeloosheid die volgt.

Ook Über die Heide draait om de lente en herfst van de liefde. genoot Nachtwandler lijkt een onschuldig slaapliedje, met zware oogleden in de pianobegeleiding en een slaperig lokkende in de eerste twee coupletten. In het derde couplet dwaalt de slaapwandelaar weg van de oorspronkelijke melodie, om via een omweg weer terug te komen.

Het blokje Brahms eindigt met Es schauen die Blumen – een vlot miniatuurtje waarin de zanger zijn verdriet meegeeft aan een stromend beekje.

1899-1963

Francis Poulenc

Francis Poulencs Paganini vormt een scherp contrast met de melancholieke Brahms. De duizelingwekkende lijnen sluiten perfect aan op de wat fragmentarische tekst, die op haar beurt een serie associatieve beelden schildert bij Nicolò Paganini’s virtuoze toeren op de viool. L’Anguille, de verklanking van een wel heel vrolijke avond uit, heeft het ‘hoempapa’- van een straatmuzikantenwals, maar is harmonisch verrassend genoeg om het oor van de luisteraar te verleiden.

Uit dezelfde bundel komt Carte postale, een intiem miniatuurtje waarin de zangstem slechts verwoordt wat de pianopartij al heeft verklankt. In Avant le cinéma drijft een pompeuze zanger de spot met de moderne artiest en het ‘gebrek aan goede smaak’. Maar de luchtige wirwar van klanken in de begeleiding neemt de zanger duidelijk niet zo serieus. De Appolinaire-cyclus eindigt met 1904, een levendig drinklied over het goede leven tijdens carnaval. 

De  française begint met een levendige Bransle de Bourgogne, die wordt gevolgd door een intieme . Dan volgen een opgewekte Petite marche militaire en een droevige, tweestemmige Complainte. De Bransle de Champagne klinkt koninklijk, een trage dans die zich langzaam ontwikkelt. Een zachtmoedige  en een levendig hamerend Carillon besluiten de suite, die Poulenc in eerste instantie componeerde voor negen blazers, en klavecimbel.

1875-1937

Maurice Ravel

Al voordat Maurice Ravel de Histoires naturelles van Jules Renard op muziek zette, waren de gedichten razend populair. De componist toonzette de tekst met veel gevoel voor de karakteristieken van de beschreven dieren, en voor Renards droge humor. 

Het spits wordt afgebeten door Le paon. Op koninklijke klanken schrijdt de pauw, in vol ornaat voor zijn huwelijk, naar voren, en roept zijn verloofde. Helaas komt zij wederom niet opdagen. Niet uit het veld geslagen vertoont de pauw zich nogmaals in zijn volle pracht – morgen zal hij trouwen.

Le grillon wordt geïntroduceerd met zacht klingelende klanken. De krekel beweegt zich voorzichtig, aarzelend, zingt zijn avondserenade en verdwijnt weer in de nacht. De zwaan glijdt over het water, dat in Le cygne zachtjes kabbelt en kringelt, terwijl hij schijnbaar probeert de donzige reflectie van de wolken te vangen. Of vist hij naar wormen?

In het feeërieke Le martin-pêcheur beleeft de dichter een betoverend moment, als een ijsvogel zijn hengel voor een tak aanziet. De cyclus besluit met de felle parelhoen. La pintade vecht zonder reden, waarbij haar schelle roep door de lucht snijdt als een mes, en het getrappel van haar dunne pootjes chaos creëert in de pianobegeleiding.

1899-1963

Francis Poulenc

Poulencs La travail du peintre werd gecomponeerd als eerbetoon aan de overleden dichter Paul Éluard. Pablo Picasso bijt het spits af met harde, duistere klanken – een energieke beschrijving van diens schilderproces. Hij wordt opgevolgd door een vrolijk ende Marc Chagall.

Lieflijk kabbelen de landschappen van Georges Braques voorbij, om over te gaan in een plechtige beschrijving van Juan Gris’ fragmentarische schilderkunst. Paul Klee schildert vol energie, de en spetteren in het rond.

In Joan Miró vervagen de vaste vormen langzaam, totdat er een intiem kleurenpatroon ontstaat. De cyclus wordt afgesloten met Jacques Villon, een klacht tegen de harteloze realiteit, die langzaam oplost in tedere pasteltinten.

1797-1828

Franz Schubert

Liebesbotschaft was het eerste uit Franz Schuberts laatste liedbundel. Het is een lieflijk kabbelend lied, zonder schaduw of traan. Ook de Alinde is een ongecompliceerd, volksliedachtig deuntje, charmant en opgewekt. 

Schubert zette in Ständchen de shake­speareaanse Hark, Hark, the Lark op muziek. De opgewekte sere­nade, waarin de pianopartij vrolijk onder de e zangmelodie door huppelt, werd echter pas na zijn dood uitgegeven.

An die Leier begint op martiale klanken, maar al snel verwateren de luide en tot een lieflijk getokkel onder een intieme, e . Heel anders is het verstilde Nachtstück, waarin een oude man afscheid neemt van het leven en de dood verwelkomt.

In het elegante An den Mond in einer Herbstnacht schrijdt de muziek voort, terwijl de maan langzaam uit het zicht verdwijnt. Herbstlied beschrijft een bonte herfstdag op prettige, ongecompliceerde klanken. De avond wordt afgesloten met het Abschied. Op gelaten toon neemt de zanger afscheid, ijl als de berglucht, en zonder hoop op terugkeer.  

Biografie

Simon Keenlyside, bariton

Simon Keenlyside zong een groot deel van zijn jeugd in het koor van St John’s College, Cambridge. Later volgde hij zanglessen aan conservatoria in Manchester en Londen. Gedurende zijn grote carrière kreeg de bariton tal van prijzen en onderscheidingen; in 2018 ontving hij in zijn geboorteland de eretitel ‘Knight Bachelor’ en een jaar eerder riep de Wiener Staatsoper hem uit tot ‘Österreichischer Kammersänger’.

Zijn debuut maakte Simon Keenlyside in 1988, als Graaf Almaviva in MozartLe nozze di Figaro bij de Staatsoper Hamburg. Sindsdien vertolkte de Brit vele rollen in operahuizen wereldwijd. In het huidige seizoen is hij bijvoorbeeld te gast bij de Bayerische Staatsoper in München, de Wiener Staatsoper en de Royal Opera Covent Garden in Londen.

Op het concertpodium is hij dit seizoen actief met onder meer het London Philharmonic Orchestra en The Cleveland Orchestra. s geeft hij met de pianisten Malcolm Martineau, Emanuel Ax, Natalia Katyukova en Julius Drake in steden als Vancouver, Quebec, Washington DC, Atlanta, Philadelphia, Cleveland, Straatsburg, Wenen en Londen.

Het vorige recital van Simon Keenlyside in de van Het Concertgebouw – ook toen met pianist Julius Drake – was in september 2003, en in 2016 was hij nog te beluisteren in de in de Horizon-serie van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Julius Drake, piano

Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.

Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.

In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.

Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.

Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.