Sibelius' Symfonie nr. 6 en 7 door het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Santtu-Matias Rouvali dirigent

Het concert wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 26 december om 14.00 uur via NPO Radio 4 en wordt live gestreamd via concertgebouworkest.nl en YouTube.

Dit programma is mede mogelijk gemaakt door het Anita Nijboer Fonds.

Lees ook: Dirigent Santtu-Matias Rouvali: ‘Dirigeren is geen week hetzelfde’

Jean Sibelius (1865-1957)

Symfonie nr. 7 in C gr.t., op. 105 (1924)
Adagio – Un pochetto meno adagio; Vivacissimo; Adagio – Allegro molto moderato – Vivace; Presto; Adagio; Largamente molto; Affettuoso 

Symfonie nr. 6 in d kl.t., op. 104 (1923)
Allegro molto moderato
Allegretto moderato
Poco vivace
Allegro molto

einde ± 15.10 uur
er is geen pauze

Toelichting

Sibelius: Zevende symfonie

Door Roeland Hazendonk

Na het omineuze C-groot-­ waarmee zijn Zevende symfonie besluit, verstomde Jean Sibelius in wat bekend staat als ‘de stilte van Järvenpää’ (het kunstenaarsdorpje veertig kilometer boven Helsinki waar Sibelius woonde). Na de voltooiing van zijn laatste symfonie in 1924 leefde de Finse componist nog drieëndertig jaar, maar hij kreeg niet veel meer op papier. Schetsen voor een achtste symfonie verbrandde hij in 1932.

Schetsen voor een achtste symfonie verbrandde Sibelius in 1932

Sibelius’ Zevende is een enigmatisch werk dat los staat van de muziekcultuur die hem omringde. De structuur is niet gebaseerd op contrasterende ’s of een dramatisch harmonisch conflict, maar komt voort uit een opeenvolging van melodische patronen die eerder organisch transformeren dan dat ze hevig conflicteren. De muziek leidt niet zoals in een traditionele klassieke of romantische symfonie van thema naar thema, van harmonische stabiliteit naar instabiliteit en weer terug, maar groeit uit tot een organische vorm; een rivier, de eindeloze noordelijke bossen, al die Finse meren. De vier delen van de klassieke symfonie zijn verdwenen. De symfonie stroomt in één deel als eb en vloed inkrimpend en uitdijend voort. Wat alles bij elkaar houdt is een terugkerende fanfare – drie keer komt die voorbij – die als in een Bruckner-symfonie in een groot niets verzandt. Maar waar het bij Bruckner is alsof je in een berglandschap na een lange klim vanaf een hoge top tevreden om je heen kijkt om daarna een tocht naar het ongewisse gesterkt weer te vervolgen, is het bij ­Sibelius alsof de muziek stopt voor er een definitieve fatale stap gezet wordt.

Omdat ën hier niet op de klassieke manier oplossen, klinkt C groot niet echt meer zoals C groot in die ‘oude’ tonaliteit klinkt. Zo gaat er in de laatste maten zo’n indringende combinatie van melancholie (intense vioollijn) en onopgelost drama (een ­ijzingwekkend schurende b tegen het C-groot-­akkoord) aan het slotakkoord vooraf, dat het afsluitende C groot niet klinkt als een ouderwetse verlossing, maar alsof zich een afgrond voor je opent.

De mythe van de stilte van Järvenpää past natuurlijk prachtig bij de sfeer van de Zevende symfonie, maar wat Sibelius daarin tot stand bracht, had ook een grandioos vertrekpunt voor meer symfonieën kunnen zijn. Dat hij er niet in slaagde zijn unieke amalgaam van romantisch symfonisch componeren en pre- melodisch denken (Bruckner en de renaissancemeester Palestrina waren grote inspiratiebronnen) verder uit te bouwen is tragisch – juist omdat Sibelius paradoxaal genoeg iets compleet nieuws vond door terug te kijken naar oude muziek. Hij twijfelde aan zichzelf, mede omdat hij vond dat hij de moderne muziek van zijn tijd niet kon bijbenen. Maar met zijn zelfanalyse, en zijn zwijgen, deed Sibelius zijn fantasie en zijn volstrekt eigen klankwereld tekort.

De Finse Santtu-Matias Rouvali leidt de twee raadselachtige laatste symfonieën van zijn landgenoot Jean Sibelius.

Sibelius: Zesde symfonie

Door Roeland Hazendonk

SibeliusZesde symfonie is minder radicaal dan zijn Zevende, maar even uniek. Net als in de Zevende zijn er opmerkelijk weinig herhalingen en komt de structuur eerder uit melodische cellen voort dan uit dramatisch conflict. Beide symfonieën blijven onder het halve uur. Sibelius is zeker een toonschilder (denk maar aan zijn befaamde symfonische gedichten), maar zijn symfonieën zijn grotendeels abstracte, slechts naar zichzelf verwijzende muziek. Hetgeen niet wegneemt dat de Finse natuur – een fascinerend noordelijk licht, de weidsheid van het landschap – altijd doorklinkt in Sibelius’ noten. Over zijn veelal ingetogen Zesde symfonie zei hij dat hij koud helder bronwater serveerde, in tegenstelling tot de ingewikkelde cocktails van andere componisten.

De Zesde symfonie heeft nog wel vier delen, maar het belangrijkste verschil met de Zevende is de vredige archaïsche sfeer die door de keuze voor de oude dorische modus - een toonschaal die veel gebruikt wordt in Scandinavische volksmuziek – in alle delen behalve het derde overheerst. De Zesde is minder dramatisch dan de Zevende, en de vorm is nog niet zo vrij, maar het is in wezen eenzelfde raadselachtige muziek: nieuw met oude elementen, niet , niet , maar behorend tot zijn eigen categorie.

Biografie

Santtu-Matias Rouvali, dirigent

Santtu-Matias Rouvali is chef­ van Philharmonia (sinds 2021) en was dat ook acht seizoenen lang (van 2017 tot 2025) van het Göteborg . Van het Tampere Philharmonisch Orkest in zijn thuisland Finland is hij eredirigent. In 2022 maakte Santtu-Matias Rouvali met Philharmonia zijn BBC Proms-debuut, en jaarlijks reizen dirigent en orkest naar het Mikkeli Festival in Finland.

In september 2025 leidde Santtu-Matias Rouvali het tachtigjarige Philharmonia in een grote tournee, uitmondend in een concert in Carnegie Hall in New York; ook Het Concertgebouw werd aangedaan, met onder meer een wereldpremière van composer in residence Gabriela Ortiz.

De Finse was te gast bij gezelschappen als de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en de orkesten van New York, Cleveland, Chicago en Los Angeles. Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in januari 2020 keerde hij er jaarlijks terug; de laatste keer, in maart 2025, dirigeerde hij werken van Clyne, Rachmaninoff en Sibelius.

Santtu-Matias Rouvali bouwt gestaag aan een uitgebreide discografie met zijn orkesten in Londen en Tampere, en met het Göteborg voltooide hij een Sibelius-cyclus die goed was voor onder meer een Gramophone Editor’s Choice, een Preis der deutschen Schallplattenkritik en een Diapason d’Or. Santtu-Matias Rouvali, van oorsprong er, studeerde directie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij onder anderen Jorma Panula, Leif Segerstam en Hannu Lintu.