Schumann Kwartet speelt ‘Slavische’ Dvořák
Strijkkwartetten op Woensdag 20.15 uur
Schumann Kwartet:
Erik Schumann viool
Ken Schumann viool
Liisa Randalu altviool
Mark Schumann cello
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet in D gr.t., op. 20 nr. 4,
Hob. III: 34 (1772)
Allegro di molto
Un poco adagio e affettuoso
Menuet alla Zingarese e Trio
Presto e scherzando
Felix Mendelssohn 1809-1847
Eerste strijkkwartet in Es gr.t.,
op. 12 (1829)
Adagio non troppo – Allegro non tardante
Canzonetta: Allegretto
Andante espressivo
Molto allegro e vivace
pauze
Antonín Dvořák 1841-1904
Tiende strijkkwartet in Es gr.t.,
op. 51 (1878-79)
Allegro ma non troppo
Dumka (Elegie): Andante con moto
Romance: Andante con moto
Finale: Allegro assai
begin van de pauze ca. 21.10 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
strijkkwartet
Tekst: Lies Wiersema
Een uitstapje in de Hongaarse omgeving van slot Esterháza, op de grens van het huidige Oostenrijk en Hongarije, zo is dit vrolijke en optimistische kwartet wel getypeerd. De relatieve beslotenheid van het paleis van de familie Esterházy vormde de ambiance waarin de reeks van zes kwartetten, 20, tot stand kwam.
Met deze serie sloeg Joseph Haydn, op het hoogtepunt van zijn Sturm und Drang-periode, een nieuwe weg in. Zijn muzikale taal werd emotioneler, dramatisch expressiever, geestiger, en nationale elementen zijn opvallend vaak te horen, zoals Hongaarse zigeunermuziek.
De overheersende positie van de eerste viool werd teruggedrongen, en de verschillende stemmen kregen een gelijkwaardiger aandeel met een actievere rol voor de die soms werd ingezet als -instrument. En als om God te eren voor deze bijzondere verzameling gaf Haydn alle zes kwartetten aan het slot een eigen Latijns postscriptum mee, in nummer vier Gloria in excelsis Deo.
Kenmerkend voor dit vierde kwartet zijn de expressieve tegenstellingen. Zo wordt in het eerste deel de ingetogen opening gevolgd door onverwachte passages van ritmische uitgelatenheid.
Het tweede deel is een van Haydns meest elegante variatiedelen. De peinzende, ietwat weemoedige van de eerste viool is het van vier variaties waarin telkens een andere stem de solorol op zich neemt. In de tweede variatie is het een enigszins pathetische , tot de eerste viool de leidende rol overneemt. Na de derde variatie met zijn virtuoze vioolsolo keert het thema in de laatste variatie zachtjes in de oorspronkelijke vorm terug, gevolgd door een uitgebreid, steeds dramatischer .
En dan wordt de hoofse en verfijnde sfeer plots doorbroken door een exotisch op zijn zigeuners (‘alla zingarese’) vol heftige, amusante tegenaccenten, een stijl die Haydn als kind vaak gehoord moet hebben.
Klanken uit de volksmuziek zijn ook aanwezig in de uitbundige finale. Contrasterende motieven, komische uitroepen, pauzes en hilarische wendingen zorgen voor het scherzando-effect. Dit geestige en ingenieuze slotdeel besluit een van Haydns meest geliefde kwartetten.
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Tweede strijkkwartet
Door Lies Wiersema
Iedere zondag werd er in huize Mendelssohn kamermuziek uitgevoerd, vooral werk van de klassieke grootmeesters. Felix Mendelssohn was goed thuis in het klassieke repertoire. Hij werd geboren in Joseph Haydns laatste levensjaar en schreef zijn Tweede strijkkwartet in a klein, 13 toen Ludwig van Beethovens late kwartetten net verschenen waren. Dit kwartet, geschreven als eerste maar als tweede gepubliceerd, ontstond in 1827. In maart van dat jaar was Beethoven gestorven en een half jaar later werd diens kwartet opus 132, eveneens in a klein, gepubliceerd. Dat deze late kwartetten voor die van de achttienjarige Mendelssohn model stonden is te horen in zijn eerste kwartetcomposities.
De langzame inleiding waarmee Mendelssohn zijn kwartet opent bevat na enkele maten een motto van drie noten, afkomstig uit een dat hij eerder componeerde: Ist es wahr? In dit lied, getiteld Frage, vraagt de dichter: is het waar dat je nog altijd op me wacht bij de wijnberankte muur? De vraag werd het motto voor het Tweede strijkkwartet, vooral voor het eerste en laatste deel, maar ook in de middendelen wordt erop gezinspeeld. De hymneachtige sfeer zet zich voort in het tweede deel, dat begint met een serene , verrassend gevolgd door een expressieve vol . Het achtige Intermezzo introduceert als overgang naar de finale een heel andere sfeer: een droefgeestige met in het Mendelssohns lichtvoetige wereld van elfen en feeën. De finale opent met een door ’s begeleid dramatisch van de eerste viool. Wanneer de langzame inleiding uit het begin weer terugkeert om het werk af te sluiten, klinkt nogmaals het citaat Ist es wahr? Zo eindigt het strijkkwartet met de vraag waarmee het begon.
Antonín Dvořák 1841-1904
tiende strijkkwartet
De tienduizend aanwezigen die in de straten van Praag de begrafenisstoet van Antonín Dvořák vormden laten wel zien hoe geliefd deze Tsjechische componist was, de man die de muzikale taal van het volk kende. De Boheemse volksmuziek met zijn dansen en volksliedjes was voor hem een onuitputtelijke bron van inspiratie.
Zijn Tiende strijkkwartet in Es groot, 51 is daarvan een archetypisch voorbeeld. Dvořák schreef het op verzoek van de primarius van het indertijd beroemde Quartetto Fiorentino, die voor zijn ensemble graag een kwartet ‘in Slavische stijl’ wilde.
In de hele compositie verwerkte Dvořák Tsjechische dansritmen en folkloristische elementen, zoals de polkafiguren in het zorgeloze eerste deel met zijn ontspannen, pastorale , en de springdans in de finale.
Maar vooral in het tweede deel is Slavische muziek prominent aanwezig. Het is expliciet aangeduid als ‘Dumka’ en heeft als ondertitel ‘’, de klaagzang van de eerste viool boven de ’s van de . Dvořáks Dumka is een melancholieke melodie die afgewisseld wordt met de contrasterende opwindende s en tegenritmes van de furiant, stemmingswisselingen die kenmerkend zijn voor deze Slavische muziek.
Het langzame deel, getiteld Romance, is een idyllisch , met een landelijk aandoende, romantische melodie in het midden.
Een groot contrast met de Finale, waarin het Slavische temperament pas goed losbarst. Het is een waarvan het het ritme van de skocná heeft, een Boheemse springdans. Een uitbundige climax sluit het geheel af.
Het kwartet had mede vanwege zijn toegankelijkheid onmiddellijk succes. Van zijn veertien strijkkwartetten werd dit tiende een van Dvořáks populairste, een hoogtepunt in de kwartetliteratuur.
Biografie
Schumann Quartett, ensemble
De broers Ken, Mark en Erik Schumann maken sinds hun vroege jeugd samen muziek, en hun strijkkwartet wordt gecompleteerd door altviolist Veit Hertenstein. Les hadden ze van Eberhard Feltz en het Alban Berg Quartett.
Pianist Menahem Pressler was een belangrijke mentor, en met hem speelden de strijkers in april 2018 het Pianokwintet van Franck in de . Onder de huidige kamermuziekpartners zijn de klarinettisten Sharon Kam, Andreas Ottensamer en Sabine Meyer, pianist Kit Armstrong en cellist Alexey Stadler.
In de afgelopen seizoenen verzorgde het Schumann Quartett een serie in Wigmore Hall in Londen, stond het op festivals als het Mozartfest Würzburg en de Schubertiade Schwarzenberg/Hohenems en maakte het een tournee naar Singapore en Australië.
Hoogtepunten van het huidige seizoen zijn een Amerikaanse tournee en een Beethovencyclus in Suntory Hall in Tokio. Na de bekroonde albums Mozart – Ives – Verdi, Landscapes (Jahrespreis der deutschen Schallplattenkritik) en Intermezzo (Opus Klassik 2018) verscheen in 2020 het Schubert-album Fragment. Bij de honderdste verjaardag van de radio wijdde het Schumann Quartett zich aan muziek van rond 1923.
Het Concertgebouwdebuut van het Schumann Quartett dateert van 2013, en de laatste optredens waren op 2 en 4 maart 2023 met muziek van Mozart, Ives en Mendelssohn.
De kwartetleden bespelen respectievelijk een viool uit 1690 van Joseph Guarneri filius Andrea, een anonieme Italiaanse viool uit de achttiende eeuw, een van de broers Amati uit 1616 en een uit 1680 van Giovanni en Francesco Grancino.
