Schumann Kwartet speelt Schubert, Bartók en Brahms

Schumann Kwartet:
Erik Schumann viool
Ken Schumann viool
Liisa Randalu altviool
Mark Schumann cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op woensdag.

Franz Schubert (1797-1828)

Strijkkwartet in D gr.t., D 74 (1813)
Allegro ma non troppo
Andante
Menuetto. Allegro
Allegro

Béla Bartók (1881-1945)

Eerste strijkkwartet in a kl.t.,
Sz. 40, op. 7 (1908-09)
Lento
Allegretto - (Introduzione )
Allegro
Allegro vivace

pauze (± 21.10 uur)

Johannes Brahms (1833-1897)

Eerste strijkkwartet in c kl.t., op. 51 nr. 1 (1865-73)
Allegro
Romanze: Poco adagio
Allegretto molto moderato e comodo
Allegro

einde (± 22.10 uur)

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

Schubert: Strijkkwartet in D

Door Clemens Romijn

Het is verbijsterend maar waar: van alle strijkkwartetten van Franz Schubert is alleen dat in a klein (‘Rosamunde’) tijdens zijn leven in een openbare concertzaal uitgevoerd. De rest bereikte alleen de oren van familie, studenten en vrienden.

Het kwartet van vanavond, het Strijkkwartet in D groot uit 1813, is een van de ‘familiekwartetten’, uitgevoerd met zijn broers Ignaz en Ferdinand, die viool speelden, en met vader Schubert als cellist. Schubert speelde al vanaf zijn dertiende mee als altviolist. Zijn broer Ferdinand herinnerde zich dat Franz (de jongste!) de leiding had: ‘Het was voor zijn vader en zijn broers een groot genoegen met hem kwartet te spelen.

Meestal gebeurde dat in de vakantietijd. De jongste van ons had de beste oren. Als iemand een fout maakte, wees hij ondanks zijn dertien jaren ernstig of glimlachend feilloos de schuldige aan. Wanneer zijn vader op zijn een fout maakte, zei Franz eerst helemaal niets, maar als die fout zich herhaalde, verklaarde hij schuw en glimlachend: ‘Mijnheer vader, er moet hier iets fout zijn’ en de goeïge vader accepteerde deze les graag.’

In september 1813 trakteerde Schubert zijn vader voor diens naamdag op een voor hem geschreven en op dit strijkkwartet. Vader Schubert was de eerste die te horen was in het begin van dit werk, met zijn liggende cellotoon als fundament onder het e in de eerste viool en de begeleidende ’s.

Daaruit groeit een uitgebreid ma non troppo van een verbluffende kwaliteit voor een jongen van zestien. Er zijn lyriek, temperament, avontuurlijke excursies en een levendig geven en nemen van de vier spelers. Het tweede deel is een zangerig in wiegend siciliano- waar net als in het openingsdeel momenten van droefenis passeren.

Na het met het landelijke volgt de boeiende finale met zijn tweestemmig polyfone eerste thema. Samen met een tweede lyrisch thema groeit hieruit een bijna orkestrale doorwerking. Na de recapitulatie stevent de muziek af op de feestelijke opwinding van het eind.

Béla Bartók 1881-1945

Bartók: Eerste strijkkwartet

Centraal in het twintigste-eeuwse kwartetrepertoire staat een componist die niet zoals Schubert ervaring had met kwartetspelen maar eigenlijk van huis uit pianist was: Béla Bartók. Zijn zes strijkkwartetten geven inkijkjes in de verschillende fases van zijn componistenbestaan. Bartók leverde nieuwe oplossingen voor problemen van vorm, stemvoering en samenklank. Daarbij maakte hij gebruik van Hongaarse volksmelodieën en nagenoeg alle traditionele ische technieken.

Het genre omspant nagenoeg zijn gehele compositorische carrière, met uitzondering van zijn laatste jaren in Amerika, hoewel hij ook daar schetste aan een nooit voltooid zevende strijkkwartet. In zijn jonge jaren had Bartók al geëxperimenteerd, maar pas het stuk dat hij op zijn zevenentwintigste losliet vond hij goed genoeg om te bewaren: het Eerste strijkkwartet.

Naast echo’s van Richard Strauss en Claude Debussy klinkt daar de Transsylvanische volksmuziek in door die hij al twee jaar had verzameld en bestudeerd, vooral in de ën en de ritmische gedrevenheid. De drie delen gaan zonder onderbreking in elkaar over. Rode draad door het langzame eerste deel is het smachtende beginmotief dat geleidelijk uitgroeit tot een polyfoon (meerstemmig) lijnenspel, met in het middendeel een dialoog op gang gebracht door de .

Het tweede deel lijkt steeds op zoek naar zijn tempo en expressie, al is er houvast van een van herhaalde tonen. Duidelijke invloeden van ritmische volksmuziek zijn er pas in het laatste deel op initiatief van de . Maar dat is pas na de inleiding met unisonofiguren en solorecitatieven van de cello en viool. Aan het eind komen alle ideeën in een krachtige samen en besluit het kwartet met een positief

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: Eerste strijkkwartet

Johannes Brahms wachtte tot zijn veertigste met het publiceren van zijn eerste strijkkwartetten. Daarvóór had hij al zo’n twintig experimenten in de kachel gegooid. Toch redde Brahms het genre en vulde het met romantische adem: dat zijn de twee Strijkkwartetten, 51 (1873).

De eerste schetsen kwamen al acht jaar eerder op papier, bij Brahms niet ongebruikelijk. Met zijn duistere c klein, maar ook qua omvang, vorm en idioom sluit het Eerste strijkkwartet nauw aan bij de Razoemovski-kwartetten van Ludwig van Beethoven, die Brahms uitgebreid onder de loep nam.

In het openingsdeel () is dat goed te horen in vele zinswendingen die bijna citaten lijken. Maar liefst drie ’s heeft Brahms in dit deel in met elkaar verstrengeld. Het expressieve Poco is getiteld ‘Romanze’. De rijk geharmoniseerde hymne-achtige doet opnieuw aan Beethoven denken, nu eerder aan zijn late kwartetten.

Toch verraden het gebruik van en en de s echt de hand van Brahms. Op de derde plaats niet het gebruikelijke , maar een nogal pathetisch deel, met als knipoog wat frivole ’s (getokkelde tonen) die het delicate -middenluik inleiden. Met de gepassioneerde finale met zijn markante septiemsprongen keert de sfeer van het eerste deel terug. 

Biografie

Schumann Quartett, ensemble

De broers Ken, Mark en Erik Schumann maken sinds hun vroege jeugd samen muziek, en hun strijkkwartet wordt gecompleteerd door altviolist Veit Hertenstein. Les hadden ze van Eberhard Feltz en het Alban Berg Quartett.

Pianist Menahem Pressler was een belangrijke mentor, en met hem speelden de strijkers in april 2018 het ­Pianokwintet van Franck in de . Onder de huidige kamermuziekpartners zijn de klarinettisten Sharon Kam, Andreas Ottensamer en Sabine Meyer, pianist Kit Armstrong en cellist Alexey Stadler.

In de afgelopen seizoenen verzorgde het Schumann Quartett een serie in Wigmore Hall in Londen, stond het op festivals als het Moz­artfest Würzburg en de Schu­bertiade Schwarzenberg/Hohenems en maakte het een tournee naar Singapore en Australië.

Hoogtepunten van het huidige seizoen zijn een Amerikaanse tournee en een Beethovencyclus in Suntory Hall in Tokio. Na de bekroonde albums Moz­art – Ives – Verdi, Landscapes (Jahrespreis der deutschen Schallplattenkritik) en Intermezzo (Op­us Klassik 2018) verscheen in 2020 het Schubert-album Fragment. Bij de honderdste verjaardag van de radio wijdde het Schumann Quartett zich aan muziek van rond 1923.

Het Concert­gebouwdebuut van het Schumann Quartett dateert van 2013, en de laatste optredens waren op 2 en 4 maart 2023 met muziek van Mozart, Ives en Mendelssohn.

De kwartetleden bespelen respectievelijk een viool uit 1690 van Joseph Guarneri filius Andrea, een anonieme Italiaanse viool uit de achttiende eeuw, een van de broers Amati uit 1616 en een uit 1680 van Giovanni en Francesco Grancino.