Schuberts Symfonie nr. 9 & Lucas en Arthur Jussen spelen Say
Antwerp Symphony Orchestra
Thomas Dausgaard dirigent
Lucas Jussen piano
Arthur Jussen piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
CHRISTIAN FREDERIK EMIL HORNEMAN (1840-1906)
Aladdin – Een sprookjesouverture (1864)
FAZIL SAY (1970)
Anka kuşu, op. 97 (‘Feniks’) (2020-21)
voor piano vierhandig en orkest
Andante
Romance
pauze ± 20.55 uur
FRANZ SCHUBERT (1797-1828)
Symfonie nr. 9 in C gr.t., D 944 ‘Grote’ (1825-28)
Andante – Allegro ma non troppo
Andante con moto
Scherzo: Allegro vivace
Allegro vivace
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Christian Frederik Emil Horneman (1840-1906)
Aladdin
Door Lonneke Tausch
Het Antwerp Symphony Orchestra opent zijn seizoen 2024/2025 met oosterse sprookjes. Voordat het dubbelpianoconcert van de Turkse componist-pianist Fazil Say (naar een oude Perzische sage) op de lessenaars komt, klinkt een ouverture van de Deense componist Christian Frederik Emil Horneman. Deze liet zich inspireren door de vertellingen van Duizend-en-één-nacht en bracht in 1888 een rond de figuur van Aladdin in première. De ouverture voltooide hij al in 1864 en wist hij in 1868 apart gepubliceerd te krijgen in Leipzig; het zou zijn enige werk blijken dat enige faam verwierf buiten Denemarken. Hornemans beroemde landgenoot Niels Gade (1817-1890) had in 1839 Aladdin en de wonderlamp gecomponeerd. Of Horneman juist naar aanleiding daarvan zijn eigen Aladdin-muziek wilde schrijven is twijfelachtig: Gades melodrama was maar één keer gespeeld en niet in druk beschikbaar. Waarschijnlijker is het dat Horneman in Duitsland met de Oriënt in aanraking kwam: toen hij studeerde in Leipzig kan hij in 1860 een uitvoering hebben bijgewoond van Das Paradies und die Peri, een van de door hem zeer bewonderde Robert Schumann naar de oriëntaalse romance Lalla Rookh (1817) van Thomas Moore.
Met zijn Aladdin-ouverture presenteerde Horneman een cultuur die ver van de zijne lag, maar die in zijn levensdagen erg in de mode was in heel Europa. Zo publiceerde Lord Byron in de jaren 1810 verschillende oosterse verhalen en verscheen in 1828 Victor Hugo’s dichtbundel Les Orientales. Componisten lieten zich in diezelfde oosterse richting sturen, en een sensatie was bijvoorbeeld in 1844 in Parijs Le désért van Félicien David, een symfonische ode over zijn reis door Turkije, het Heilige Land en Egypte. Hornemans Aladdin-ouverture heeft een ongewone, episodische opbouw: s of generale pauzes onderbreken de stroom van de muziek, en samenhang ontstaat vooral door een wervelend motiefje dat door het stuk rondslingert. Het is vergeefs zoeken naar instrumenten die als typisch oriëntaals werden beschouwd, zoals een tamboerijn of vingercymbaaltjes. Een oosters tintje ontstaat door opvallende , maar meer dan een aaneenschakeling van muzikale oriëntalismen is Hornemans muziek een kleurrijke en fantasievolle sfeerschets van de sprookjeswereld van Aladdin. De ouverture kreeg twee premières. De eerste was op 14 april 1866 in de sociëteit Euterpe in Kopenhagen, die door onder anderen Horneman en Edvard Grieg was opgericht om Scandinavische muziek te promoten. De ontvangst was lauw, en vooral de losse structuur en de eerder ritmische dan uze werking van de muziek werden bekritiseerd. Op reis in Duitsland bood Horneman vervolgens zijn aan aan het Gewandhausorchester in Leipzig. Die tweede uitvoering op 28 november 1867 ging officieel de boeken in als première, en blij met zijn Leipziger succes – de opmaat voor meer uitvoeringen, in verschillend landen – droeg de componist de ouverture Alladin op aan het orkest.
Fazıl Say (1970)
Anka kuşu
Door Martijn Voorvelt
In 2016 componeerde Fazıl Say voor Arthur en Lucas Jussen het veelgeprezen Night. In dat ritmisch uitdagende werk wordt de klankwereld verrijkt door het bespelen van de snaren binnenin de piano, een speeltechniek met sfeervolle resultaten die opnieuw opduikt in het tweede werk dat Say voor de broers schreef, Anka kuşu (‘Feniks’). Het is geïnspireerd op een Perzische legende over de koningsvogel Simurgh, die gelijkenissen vertoont met de feniks. Het verhaal: duizend vogels ondernemen een lange reis over de zeven valleien, vol risico’s en verleidingen, om de Simurgh te vinden. Slechts dertig van hen komen aan in een leeg paleis, en realiseren zich dat zij zelf de koning zijn (‘si murgh’ betekent ‘dertig vogels’).
Dit verhaal over opoffering en transcendentie krijgt zijn muzikale weerslag in een energiek amalgaam van oosterse s, jazz en westerse klassieke muziek. De twee pianisten krijgen alle ruimte, ondersteund en omringd door een bescheiden orkest. Het eerste deel begint ingehouden, als een zonder woorden, maar al gauw begint een uitbundige muzikale reis vol swingende ritmes. Dan weer duelleren de solisten met elkaar, dan weer gaan ze gebroederlijk samen op. Een kort, hoekig is de opmaat voor het contrastrijke slotdeel, waar jazzelementen vrij spel hebben en de solisten zich van hun meest virtuoze kant kunnen laten horen. Lucas en Arthur Jussen brachten het werk in première in de Isarphilharmonie in München op 14 januari 2022 met de Münchner Philharmoniker onder leiding van John Storgårds.
Franz Schubert (1797-1828)
Negende symfonie
Door Dirk Luijmes
In 1838, tien jaar na Franz Schuberts dood, deed Robert Schumann Wenen aan. Hij bezocht het graf van zijn gewaardeerde collega en vervoegde zich bij Franz’ broer Ferdinand. Ferdinand liet wat relikwieën zien en bleek tot Schumanns grote vreugde ook te beschikken over een ‘schat’ aan manuscripten. De meeste indruk maakte een omvangrijk werk dat we nu kennen als de Symfonie in C groot. Het was vóór Schumanns ontdekking nog niet uitgevoerd. Hoewel lang is aangenomen dat de symfonie uit Schuberts laatste levensjaar stamt, is men er nu van overtuigd dat de compositie al in 1825 ontstond.
Schubert droeg het werk destijds op aan de Weense Gesellschaft der Musikfreunde, die het wel wilde uitvoeren maar de bij de eerste repetitie als te lang en te moeilijk terzijde schoof. De officiële première (zij het ingekort) vond dan ook pas plaats op 21 maart 1839 in het Gewandhaus te Leipzig, onder leiding van Felix Mendelssohn.
Schumann stak in hetzelfde jaar de loftrompet over de unieke kwaliteiten van de herontdekte ‘Grote’: ‘Hier is behalve meesterlijke compositietechniek, leven in alle vezels, koloriet tot in de fijnste schakeringen, overal betekenis, een scherpe uitdrukkingskracht in de details en over het geheel uiteindelijk romantiek uitgegoten… En de hemelse lengte van de symfonie, als een dikke roman in vier delen, als die van bijvoorbeeld Jean Paul.’
Met de ‘hemelse lengte’ – het stuk is bijna twee keer zo lang als Schuberts andere symfonieën – neemt de componist als het ware een voorschot op het symfonische werk van de laatromantici, onder wie zijn latere stadgenoot Anton Bruckner. De is kleurrijk. Schuberts zangerigheid is volop aanwezig en de meester van de ‘kleinschalige’ liedkunst weet beheerst en knap te experimenteren met de grote vorm.
Dat laatste is bijvoorbeeld duidelijk in het uitgebreide eerste deel, dat start met een -inleiding met een wijds thema. Dit wordt uitgebouwd tot een van de belangrijkste gedachten van het ma non troppo. Het weemoedige tweede deel, dat een wat Slavische tongval heeft, spreekt (aldus Schumann) ‘met roerende stemmen tot ons’.
‘In dit deel bevindt zich ook een plek, waar een hoorn als vanuit de verte roept, die lijkt voor mij uit een andere sfeer afgedaald te zijn’, alsof er een ‘hemelse gast’ aanwezig is. In het soms boertige, soms idyllische komt ook even een Weense of ländler (Oostenrijkse volksmuziek) voorbij. Met een breed uitgesponnen Finale (van zo’n 1200 maten) besluit Schubert zijn muzikale roman op stralende en vreugdevolle wijze.
Biografie
Antwerp Symphony Orchestra, orkest
Het Antwerp Symphony Orchestra heeft de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen als thuisbasis. Philippe Herreweghe (sinds 1997 aan het orkest verbonden) is eredirigent, en Jaap van Zweden (chef 2008-2011) emeritus, en vanaf seizoen 2026/2027 neemt Marc Albrecht de rol van chef-dirigent op zich. Hij volgt Elim Chan op, die sinds september 2019 vijf jaar chef-dirigent was.
Het Antwerp Symphony Orchestra bestaat sinds 1955 en dankzij eigen series in Concertgebouw Brugge, Muziekcentrum De Bijloke (Gent) en Bozar (Brussel) bekleedt het een unieke positie in Vlaanderen. In het buitenland treedt het op als Vlaams cultureel ambassadeur; zo was het afgelopen jaar nog te gast op het George Enescu Festival in Boekarest. De programmering strekt zich uit van de tot de hedendaagse muziek, met bijzondere aandacht voor Vlaams muzikaal erfgoed en het symfonische repertoire van de negentiende en twintigste eeuw.
In de discografie ligt de focus op het grote symfonische werk, muziek van eigen bodem en hedendaags klassiek. Naast zijn reguliere concerten biedt het Antwerp Symphony Orchestra educatieve en sociale projecten, waarmee het kinderen, jongeren en mensen met verschillende achtergronden door de symfonische klankwereld gidst. Met een jeugdorkest en een academie koestert het jong talent. In Het Concertgebouw is het Antwerp Symphony Orchestra geregeld te gast, meest recent met een Italiaans programma in Het Zondagochtend Concert op 25 september jongstleden.
Thomas Dausgaard, dirigent
Met ingang van 2024/2025 is Thomas Dausgaard voor vier seizoenen eregastdirigent van het Filharmonisch Orkest van Kopenhagen, zijn geboortestad, en eerste gastdirigent van het RTVE en Koor in Madrid. Van 2016 tot 2022 was hij chef- van het BBC Scottish Symphony Orchestra.
Eerder was hij verbonden aan het Zweeds Kamerorkest (chef-dirigent 1997-2019), het Deens Nationaal Symfonie Orkest (eerste gastdirigent 2001-2004, chef-dirigent tot 2011) en de Seattle Symphony (eerste gastdirigent 2014-2019, chef-dirigent tot 2022). Van de eerste twee is hij momenteel eredirigent, net als van het Orchestra della Toscana.
Thomas Dausgaard stond ook op de bok bij bijvoorbeeld het Gewandhausorchester Leipzig, het Konzerthausorchester Berlin, de Wiener en de Münchner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en de orkesten van Toronto, Houston, Los Angeles, Cleveland, Philadelphia en New York. Met het Filharmonisch Orkest van Bergen neemt hij alle symfonieën van Bruckner op. Verschillende van zijn ‘rootsprogramma’s’ (Mahler met klezmer, Debussy met gamelan) presenteerde hij op de BBC Proms.
Buiten de concertzaal is de toewijding van Thomas Dausgaard aan muziekeducatie ook zichtbaar op zijn YouTube-kanaal, waar hij zich speciaal op kinderen richt. De werd geëerd met het Deense Ridderkruis en trad toe tot de Koninklijke Zweedse Muziekacademie.
In Het Concertgebouw dirigeerde Thomas Dausgaard eerder het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest en de Brussels Philharmonic.
Lucas en Arthur Jussen, piano
De broers Jussen kregen hun eerste pianolessen in hun geboorteplaats Hilversum van Leny Bettman. Na gezamenlijke lessen van Maria João Pires, Jan Wijn en Ton Hartsuiker studeerde Lucas Jussen bij Menahem Pressler in Bloomington en Dmitri Bashkirov in Madrid, en Arthur Jussen aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Wijn.
Hun debuutalbum (Beethoven) kreeg in 2010 de Edison Klassiek Publieksprijs, en in 2011 kregen ze de allereerste Concertgebouw Young Talent Award.
tournees brachten het pianoduo naar de grote Europese podia en festivals, maar ook naar Japan, China, Zuid-Korea, Singapore, Rusland, Mexico en de Verenigde Staten. Lucas en Arthur Jussen traden op met nagenoeg alle Nederlandse orkesten en soleerden bijvoorbeeld ook bij het Dallas Symphony Orchestra onder Jaap van Zweden, het Boston Symphony Orchestra onder Andris Nelsons, de Academy of St. Martin in the Fields onder Neville Marriner (inclusief cd-opnames), het Budapest Festival Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, de Wiener Symphoniker, het Mozarteumorchester Salzburg, Philharmonia en de Taiwan Philharmonic.
Recent debuteerden de pianisten bij de orkesten van Chicago, Baltimore, Stockholm, Göteborg en Lahti, en ze waren in het seizoen 2024/2025 in residence bij het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo. Onder de componisten die voor hen schreven zijn Fazıl Say en Joey Roukens. Dit seizoen hebben Arthur en Lucas Jussen een Spotlight in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw, met vorige optredens op 26 november 2025 met de Münchner Philharmoniker en op 10 maart 2026 met het duo Gerassimez & Kuyumcuyan.




