Scherpdenkers: Via Crucis door Reinbert de Leeuw
Scherpdenkers 20.15 uur
Peter Sellars spreker
Reinbert de Leeuw piano
Franz Liszt 1811-1886
Via crucis (1876-79)
voor piano solo
Vexilla Regis
Station 1: Jésus est condamné à mort
Station 2: Jésus est chargé de sa croix
Station 3: Jésus tombe pour la première fois
Station 4: Jésus rencontre sa très sainte mère
Station 5: Simon le Cyrénéen aide Jésus à porter sa croix
Station 6: Sancta Veronica
Station 7: Jésus tombe pour la seconde fois
Station 8: Les femmes de Jérusalem
Station 9: Jésus tombe une troisième fois
Station 10: Jésus est dépouillé de ses vêtements
Station 11: Jésus est attaché à la croix
Station 12: Jésus meurt sur la croix
Station 13: Jésus est déposé de la croix
Station 14: Jésus est mis dans le sépulcre
einde van het concert ca. 21.45 uur
De concerten in de serie Scherpdenkers hebben geen pauze. U bent van harte welkom om na afloop na te praten in de foyers.
Toelichting
Franz Liszt 1811-1886
Via Crucis
Tekst: Thea Derks
Franz Liszt groeide op in het westen van Hongarije, waar zijn vader rentmeester was aan het hof van de familie Esterházy, die ook Joseph Haydn in dienst had. Adam Liszt had Haydn goed gekend en was een verdienstelijk amateurpianist, die zijn zoon zelf les gaf. Vanaf zijn negende trad de jongen op voor publiek, waarbij hij niet alleen opviel door zijn geweldige beheersing van muziek van componisten als Bach en Mozart, maar ook om zijn talent.
De familie verhuisde naar Wenen, waar Franz les kreeg van de vermaarde pianopedagoog Carl Czerny, die hem prikkelde met een hoog werktempo en de eis alles uit het hoofd te spelen – zijn leven lang zou Liszt de moeilijkste partituren à vue kunnen uitvoeren. Na een concert in Wenen in 1822 noemde de Allgemeine Zeitung hem ‘een kleine Hercules die uit de hemel is gevallen’. Hierdoor aangemoedigd trok Adam Liszt met zijn zoon naar Parijs.
Tijdens concerten onderweg baarde Franz groot opzien, zoals eerder de jonge Mozart. Toen ze in 1823 de Franse hoofdstad bereikten, schonk Sébastien Erard de twaalfjarige zijn nieuwste model vleugel. Deze omspande zeven octaven en was uitgerust met het zojuist ontworpen herhalingsmechanisme, dat het razendsnel herhalen van dezelfde noot mogelijk maakte.
Liszt maakte hiervan dankbaar gebruik en stond al snel te boek als een ware duivelskunstenaar, die met zijn opzienbarende spel het hart van menige vrouw op hol deed slaan. Maar vóór alles was hij een vernieuwer, die naar eigen zeggen de ambitie koesterde ‘een speer in de oneindige ruimte van de toekomst te slingeren’, en dat was precies wat hij deed. Zo bedacht hij het pianorecital, waarin hij als eerste in de geschiedenis zijn instrument zijdelings op het podium plaatste, zodat de klank direct de zaal in werd geprojecteerd en het publiek zicht had op zijn watervlugge vingers.
Ook ontwikkelde hij het symfonisch gedicht, een ééndelig orkestwerk dat een verhaal vertelt, zoals bijvoorbeeld
Die Hunnenschlacht en Orpheus. Dit nieuwe genre vormde een tegenhanger van de gangbare, vierdelige symfonie en werd dankbaar omarmd door componisten als Richard Strauss, Jean Sibelius en Antonin Dvořák. De parelende loopjes in pianowerken als Les jeux d’eau à la Villa d’Este zijn voorbodes van het impressionisme van componisten als Claude Debussy en Maurice Ravel
Maar zijn belangrijkste wapenfeit schuilt in zijn late composities, waarin hij het virtuoze vertoon vaarwel zei en een taal ontwikkelde die in zijn toenemende ie vooruit wijst naar de atonaliteit van Arnold Schönberg. Zelf hechtte Liszt veel waarde aan deze stukken, die echter door zijn tijdgenoten werden afgedaan als minderwaardige producten van een aftakelende geest. Composities als La lugubre gondola en sans tonalité bleven zelfs ongepubliceerd, tot in 1950 in Engeland de Liszt Society werd opgericht. Via crucis, waaraan Liszt vier jaar werkte, van 1876 tot 1879, verscheen pas in 1980 in druk.
Altijd al gefascineerd door het geloof, was Liszt in 1865 gewijd in de lagere priesterorde en met dit ambitieuze, vijftiendelige werk over de gang van Christus wilde hij de bombastische kerkmuziek van zijn tijd een halt toeroepen. Hij maakte vier verschillende versies: voor koor en of harmonium; koor en piano; piano vierhandig en piano solo. In zijn streven naar ascese beende hij zijn muzikale taal uit tot op het bot, wat het meest pregnant overkomt in de zetting voor piano solo.
Via crucis opent met de e hymne Vexilla regis, met het zogenoemde ‘kruisthema’ (F-G-Bes) dat als een rode draad door de compositie loopt. Harmonisch is dit ambigu, niet alleen omdat Liszt elke statie in een andere begint, maar ook omdat hij veel gebruikt en vaak de heletoonstoonladder inzet. Deze verdeelt het in zes hele toonafstanden, waardoor de grondtoon versluierd raakt en de muziek lijkt te gaan zweven. Liszt strooit de voor deze ladder zo kenmerkende overmatige kwart kwistig door zijn compositie. Dit dissonante deelt het octaaf precies doormidden en zou in de twintigste eeuw uitgroeien tot hét cliché van de atonale muziek.
De stemming in Via crucis is devoot, de pas traag, de sfeer verstild. Met spaarzame en, unisono passages en schijnbaar los in de ruimte geplaatste tonen bereikt Liszt een maximum aan zeggingskracht. Zo citeert hij Bachs O Haupt voll Blut und Wunden als Veronica het gezicht van Jezus droogt en verklanken luide, herhaalde akkoorden de hamerslagen waarmee Jezus aan het kruis genageld wordt.
Maar het sterkst is misschien wel de vierde statie, waarin Maria haar zoon ontmoet. Hierin klinken alle twaalf tonen van het octaaf, behalve de d, die keer op keer vergeefs benaderd wordt met stijgende en dalende loopjes. Dit symboliseert schrijnend het onvermogen van Maria om haar zoon te bereiken. Uiteindelijk wordt de d één keer heel zacht aangestipt, hetgeen wordt ervaren als een verlossing. Tegelijkertijd onderstreept zijn vluchtigheid de uitzichtloze situatie. Niet voor niets noemde Reinbert de Leeuw deze noot ‘de mooiste uit de muziekgeschiedenis’.
Biografie
Peter Sellars, spreker
De Amerikaanse regisseur Peter Sellars verwierf vanaf de jaren 1980 bekendheid met een lange reeks grensverleggende producties van klassieke theaterstukken en ’s. In 1998 kreeg hij de Erasmusprijs toegekend.
In het begin van zijn carrière was hij als regisseur verbonden aan de Boston Shakespeare Company en voerde hij de artistieke en zakelijke leiding over het American National Theater in Washington. Later was hij artistiek leider van onder meer het Los Angeles Festival en het New Crowned Hope Festival in Wenen.
Peter Sellars regisseerde ’s bij gezelschappen als de Lyric Opera of Chicago, de San Francisco Opera, English National Opera, De Nationale Opera in Amsterdam en de festivals van Salzburg en Glyndebourne.
Hij is sinds lange tijd artistiek partner van componist John Adams, met wie hij werkte aan onder meer Nixon in China, The Death of Klinghoffer, Doctor Atomic en A Flowering Tree. In 2015 werkte Peter Sellars samen met streetdance-pionier Reggie Gray aan Flexn, een voorstelling die sociale ongelijkheid aan de kaak stelt.
Reinbert de Leeuw, piano
Reinbert de Leeuw studeerde piano en muziektheorie aan het conservatorium in Amsterdam, gevolgd door een compositiestudie bij Kees van Baaren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij was in 1974 medeoprichter van het Schönberg Ensemble en is nog steeds vaste van dit gezelschap (thans Asko|Schönberg).
Hij werkte nauw samen met componisten als Andriessen, Goebaidoelina, Kagel, Ligeti en Messiaen, en leidde producties bij De Nederlandse en de Nationale Reisopera. Hij musiceerde met de belangrijke Nederlandse orkesten en is ook in het buitenland veelgevraagd.
In 1992 was hij artistiek directeur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 had hij deze functie bij het Tanglewood Festival voor hedendaagse muziek in de Verenigde Staten. In de zomer van 2000 verbond hij zich voor drie seizoenen aan het Sydney Symphony Orchestra als adviseur en dirigent voor hedendaagse muziek.
Reinbert de Leeuw was tien jaar lang artistiek leider van de NJO Summer Academy, werd in 2004 hoogleraar aan de Universiteit Leiden en doceerde vijftig jaar lang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Voor de cd-opname van zijn ensemblewerk Im wunderschönen Monat Mai (2008) ontving hij een ECHO Klassik Preis en een Edison Award. De 25-delige cd- en dvd-box Schönberg Ensemble Edition (2007) werd eveneens met een Edison bekroond, net als zijn opname van Liszts Via crucis (2013).
Reinbert de Leeuw is al vele jaren regelmatig te gast in Het Concertgebouw en in seizoen 1995/96 was de Carte Blanche-serie aan hem gewijd. Bij zijn vorige optreden in de , in september 2014, dirigeerde Reinbert de Leeuw het Nederlands Kamerkoor in de serie Tijdgenoten.
Lees ook het in memoriam van Reinbert de Leeuw (1938-2020).

