Scherpdenkers: Peter Kuipers Munneke & Ralph van Raat
Peter Kuipers Munneke spreker
Ralph van Raat piano
er is geen pauze
einde ca. 21.45 uur
Woord en muziek zetten het brein aan het werk in de serie Scherpdenkers.
Na afloop blijft de foyer nog enige tijd open, om na te praten met elkaar en met de uitvoerenden.
Claude Debussy 1862-1918
Des pas sur la neige, nr. 6
uit ‘Préludes I’ (1909-10)
Pierre Boulez 1925-2016
Modéré, presque vif
uit ‘Tweede sonate’ (1947-48)
György Ligeti 1923-2006
Arc-en-ciel, nr. 5
uit ‘Études, premier livre’ (1985)
Karen Tanaka 1961
Crystalline II (1995-96)
John Luther Adams 1953
Nunataks (Solitary Peaks) (2007)
Claude Debussy
Ce qu’a vu le vent d’ouest, nr. 7
uit ‘Préludes I’ (1909-10)
Anthony Fiumara 1968
Counting Eskimo Words for Snow (2017)
opgedragen aan Ralph van Raat
Karen Tanaka
Water Dance II (2011)
Toelichting
1862-1918
Claude Debussy
Ook in de twintigste eeuw bleef het weer een geliefd onderwerp onder kunstenaars, maar over het algemeen werd de verklanking daarvan objectiever, wetenschappelijker.
Des pas sur la neige (‘Voetstappen in de sneeuw’) van Claude Debussy, de zesde uit het eerste boek van zijn Préludes en geschreven in de winter van 1909, gaat vergezeld van de speelaanwijzing ‘ce rythme doit avoir la valeur sonore d’un fond de paysage triste et glacé’ (‘dit moet een klankwaarde hebben die de diepte van een triest ijslandschap oproept’).
Het centrale muzikale van drie noten klinkt bijna stoïcijns door het gehele werk, dat 36 maten beslaat; het lijken voetstappen, afwisselend links en rechts. Waar de romantische componisten in alle hevigheid schakelden tussen en om de dramatiek te bevorderen, blijft deze prelude onverstoord in d klein, hoewel deze toonsoort steeds van een andere kleur voorziet.
Op minutieuze wijze ontstaat hierdoor het beeld en het gevoel van een ijzig kaal en verlaten landschap, waarin de mens op zichzelf is aangewezen, leidend tot zelfreflectie, aangegeven door Debussy als ‘comme un tendre et triste regret’ (‘als een zachte en trieste spijtbetuiging’).
De direct daarop volgende prelude is opnieuw gerelateerd aan het weer en vormt een groot contrast: Ce qu’a vu le vent d’ouest (‘Dat wat de westenwind gezien heeft’). Hij is geschreven in de winter van 1910 en Debussy liet zich inspireren door De tuin van het paradijs, een sprookje van Hans Andersen uit 1839.
Hierin is de westenwind vermomd als Broeder uit het Westen, die een storm blaast die bomen tot spaanders maakt. De vele snelle noten vormen golfpatronen, die vergezeld gaan van ongewone, e, percussieve en.
1925-2016
Pierre Boulez
Het derde deel uit Pierre Boulez’ stormachtige Tweede was in eerste instantie een zelfstandig werk met de titel Variations-rondeau (1946). De sonate als geheel was geïnspireerd op de grilligheid van de late Beethoven, waarin afbraak van conventionele vormen centraal stond.
Geschreven onder invloed van het , waarin onder andere notenmateriaal op bijna wiskundige wijze werd onderworpen aan strenge regels van ordening, voert het derde deel de abstractie van met name Debussy’s Des pas sur la neige in extreme mate door.
Het motief wordt ondergedompeld in een kokende lava-achtige structuur van pedaalwolken
Dit hoort men het duidelijkst aan het openingsmotief van vier noten, dat net als het drienoot- van Debussy’s prelude telkens terugkeert. Echter, het motief verandert doorlopend van vorm; het wordt uit elkaar getrokken, samengebald, versneld, vertraagd, verborgen in een regen van verwante noten of ondergedompeld in een kokende lava-achtige structuur van pedaalwolken.
1923-2006
György Ligeti
Ook György Ligeti liet zich inspireren door natuurfenomenen in zijn beroemde, en vanwege de moeilijkheidsgraad voor de speler beruchte, Études. Ook hij deed dit echter op een abstract-wetenschappelijke manier.
In de meest rustige, Arc-en-ciel (‘regenboog’) uit het eerste boek, spelen de linker- en de rechterhand stijgende en dalende frases die qua lengte onregelmatig zijn ten opzichte van elkaar.
Dit genereert een kaleidoscopisch, in elkaar grijpend tapijt van boogstructuren. De quasi-toevallige samenklanken die ontstaan gaan steeds van spanning naar ontspanning en verschieten telkens van kleur.
2011
Tanaka
De Japans-Amerikaanse Karen Tanaka, die leerling was van de spectrale componist Tristan Murail, laat zich eveneens in vele van haar werken inspireren door natuurfenomenen. Voor haar driedelige Crystalline-serie voor piano nam ze haar fascinatie voor ijskristallen in tijd en ruimte als uitgangspunt.
In Crystalline II horen we hoe enkele noten in de hoogste registers van de piano veranderingen ondergaan in tijdsduur en in context, waardoor zij niet alleen van gedaante verwisselen, maar ook van materie: de ijskristallen smelten tot water of sublimeren direct van ijs tot waterdamp.
Het element water komt terug in haar Water Dance II; hier gaat het echter om het spel van lichtschitteringen en refracties dat door een constante waterstroom wordt veroorzaakt.
1953
John Luther Adams
Voor de Amerikaanse, in Alaska woonachtige componist John Luther Adams vormen het regionale klimaat en het landschap vanaf het begin van zijn loopbaan de basis voor vrijwel al zijn composities. Nunataks is de naam voor bergtoppen die uit gletsjers steken.
Het scherpe, hoekige karakter van deze gesteenten staat in groot contrast met de zachte, witte sneeuw waaruit zij tevoorschijn komen; in de muziek hoort men dit duidelijk door het canvas van stilte, waaruit reusachtige, monumentale klankgebeurtenissen herrijzen.
Voor Adams zijn de nunataks dwingende boodschappen aan de mensheid, die ons helpen herinneren aan onze kwetsbaarheid op het moment dat de poëtische sneeuw zal smelten en deze harde bergtoppen overblijven.
1968
Anthony Fiumara
De meest recente compositie komt van Anthony Fiumara. Counting Eskimo Words for Snow was oorspronkelijk (2007) uitsluitend elektronisch: een klankinstallatie die een oneindig tapijt produceerde van stem-opnames van Inuit gecombineerd met andere klanken die associaties hebben met dat volk en zijn leefwereld.
Volgens door de componist opgestelde regels kwamen al deze klankfenomenen in oneindige combinaties terug. Op verzoek van ondergetekende heeft Fiumara een segment van dit klankveld gekozen en voorzien van een pianopartij die gedestilleerd is uit de ën van het oorspronkelijke werk.
De luisteraar keert in dit werk terug naar de ijzige verstilling zoals die door Debussy in Des pas sur la neige werd geïntroduceerd. Opnieuw klinken herkenbare motieven en klanken uit de westerse klassieke , maar zij zijn nu verdampt tot zwevende relikwieën in een wereld van koude vervreemding.
Biografie
Peter Kuipers Munneke, spreker
Peter Kuipers Munneke presenteert sinds april 2013 het weeroverzicht voor de NOS. Na zijn studie experimentele natuurkunde in zijn geboortestad Groningen promoveerde hij aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek naar het klimaat in de poolgebieden; hiervoor ging hij op expeditie naar Spitsbergen, Groenland en Antarctica.
Sinds 2009 is Peter Kuipers Munneke als polair meteoroloog/glacioloog werkzaam bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek, onderdeel van de Universiteit Utrecht. Ook in februari 2018 verzorgde hij samen met Ralph van Raat een programma gewijd aan ijs, sneeuw en regenbogen.
In Preludium schreef hij toen: ‘Op Antarctica luisterde ik naar Sjostakovitsj’ symfonieën. Toen ik 11 was, maakte ik kennis met zijn oorlogssymfonieën. Ik begon de grenzen van mijn muzikale wereld te verkennen. En te overschrijden. Bartók volgde, Prokofjev en Debussy. In een jarenlange verkenningstocht door de muziek kwam ik ook op het spoor van de jazz. Via Gershwin naar Miles Davis, John Coltrane, Freddie Hubbard. Het muziekuniversum is oneindig groot. Het meeste zul je nooit ontdekken. Pianist Ralph van Raat leidde me naar een ander deel van dat universum. Een afslag die ik had gemist, maar die na Debussy en Bartók ook heel logisch was geweest. Het is een kleine stap naar Tanaka. En van daar een wat grotere sprong naar Ligeti, Boulez. Fascinerend. Prachtig. Luisteren naar deze muziek is niet meteen comfortabel, zoals het poolgebied ook geen mededogen kent.’
Ralph van Raat, piano
Ralph van Raat studeerde piano aan het Conservatorium van Amsterdam bij Ton Hartsuiker en Willem Brons en muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn pianostudie vervolgde hij bij Claude Helffer in Parijs, Ursula Oppens in Chicago en Pierre-Laurent Aimard in Keulen.
De pianist won prijzen van de Internationale Ferienkurse für Neue Musik in Darmstadt en het Gaudeamus Concours, de Philip Morris Kunstprijs, de Elisabeth Everts Prijs, een Borletti-Buitoni Fellowship, de VSCD Klassieke Muziekprijs en De Ovatie 2019.
Hij soleerde onder leiding van Valery Gergiev, David Robertson en Peter Eötvös en werd geëngageerd door het Concertgebouworkest, de Los Angeles Philharmonic, het BBC Symphony Orchestra, London Sinfonietta, het Radio-Sinfonie-Orchester Frankfurt, het Cairo Symphony Orchestra, het China National Symphony Orchestra en het Melbourne Symphony Orchestra. Solorecitals geeft Ralph van Raat wereldwijd.
Al sinds zijn tienerjaren is hij gefascineerd door het moderne repertoire, en hij werkte met componisten als John Adams, Louis Andriessen, Gavin Bryars, Joep Franssens, Arvo Pärt, Tan Dun en John Tavener. Opnamen van Pärt, Rzewski, Adams, Bryars en Tavener werden internationale bestsellers.
Ralph van Raat is bovendien docent hedendaagse pianomuziek aan het Conservatorium van Amsterdam en de Accademia di Musica di Pinerolo (Turijn). Het vorige optreden van de pianist in de was ook in de serie Scherpdenkers: in november 2022 bracht hij het programma Expeditie weerklank met meteoroloog Peter Kuipers Munneke.

