Scherpdenkers: Peter Kuipers Munneke en Ralph van Raat

Ralph van Raat piano
Peter Kuipers Munneke spreker

Dit concert maakt deel uit van de serie Scherpdenkers.

Ook interessant:
- Interview met Ralph van Raat

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Juni-barcarolle
uit ‘De vier seizoenen, op. 37b (1875)

Franz Liszt (1811-1886)

Nuages gris (1881)

Luciano Berio (1925-2003)

Luftklavier (1985)

Heather Pinkham (1989)

Diamonds in the Mud (2017)

Salvatore Sciarrino (1947)

Sonate nr. 2 (1983)

Claude Debussy (1862-1918)

Images oubliées (1894)
Lent (mélancolique et doux)
Souvenir du Louvre
Quelques aspects de Nous n’irons plus au bois parce qu’il fait un temps insupportable

Joep Franssens (1955)

Winter Child (1996)

er is geen pauze
einde ± 21.45 uur

Toelichting

Scherpdenkers: Peter Kuipers Munneke en Ralph van Raat

Door Ralph van Raat

Tsjaikovski: Juni-barcarolle

Toen Pjotr Tsjaikovski in 1875 door de redacteur van het Russische muziektijdschrift Nouvellist gevraagd werd om een jaar lang voor elke maandelijkse uitgave een nieuwe compositie te schrijven, kon hij waarschijnlijk niet voorspellen hoe populair de complete verzameling zou worden. Gedurende het hele jaar 1876 verscheen maandelijks een kort pianostuk; de uitgever bedacht de titels die refereerden aan de betreffende maand. Het leeuwendeel van de stukken was echter gecomponeerd tussen eind april en eind mei van dat jaar, waaronder ook deel 6, de Juni-.

Het werd één van de meest geliefde delen van de cyclus, die later als De vier seizoenen uitgegeven zou worden, en die door vele andere musici en componisten voor allerlei bezettingen gearrangeerd zou worden. In Tsjaikovski’s barcarolle staat een melancholische centraal die een uitgesproken karakter heeft; de directe eenvoud daarvan doet aan volksmuziek denken. Het deel is geïnspireerd op een door de uitgever voorgesteld gedicht van de Russische dichter Aleksey Pleshcheyev: ‘Laten we naar de kust gaan, daar waar de golven onze voeten kussen. Met een mysterieuze treurnis zullen de sterren ons beschijnen.’

  • Scherpdenkers: Peter Kuipers Munneke en Ralph van Raat

Liszt: Nuages gris

Franz Liszt liet zich voor Nuages gris door de metafoor van grijze wolken inspireren. De componist was een maand voor aanvang van de compositie van de trap gevallen en voelde zich gedeprimeerd, deels door beginnende ziekteverschijnselen die vijf jaar later tot zijn dood zouden leiden. Het stilistische verschil met zijn tijdgenoot Tsjaikovski is groot; Liszt componeert hier nauwelijks ën, maar vooral lijnen ingekleurd door en die de wetten van de traditionele niet meer respecteren. Het resultaat is een kort, donker, enigszins morbide werk, dat baanbrekend is omdat het in alle opzichten al vooruitwijst naar de muzikale ontwikkelingen van de twintigste eeuw.

Berio: Luftklavier

Luftklavier van Luciano Berio past in de lijn van de korte karakterstukken van Tsjaikovski en Liszt, zoals hierboven beschreven. Het werkje, dat ondanks de minimale lengte veeleisend is voor de speler, lijkt een onderdeel van een groter geheel, waar de luisteraar direct in valt. Enerzijds doet het werk modernistisch aan: geen duidelijke melodie, abstracte en, soms grote sprongen tussen noten. Anderzijds combineert Berio de wereld van de twintigste-eeuwse avant-garde hier op bijzondere wijze met een schilderachtige, impressionistische inslag: de hypnotiserende doorgaande beweging in het middenregister en een zwevende ritmiek geven de indruk van een volledig gewichtloze klankmaterie.

Pinkham: Diamonds in the Mud

Diamonds in the Mud van ­Heather Pinkham is een studie naar muzikale gelaagdheid. Net als in Luftklavier van Berio start een doorgaande beweging in het middenregister, die eerst als melodie begint, maar die geleidelijk transformeert in een complexe beweging van akkoorden door een gestage toevoeging van noten. De titel verwijst naar een leer in het boeddhisme, die zegt dat de staat van verlichting onze ware aard is. Deze verlichting is in ieder van ons aanwezig, we moeten haar alleen ontdekken zoals een diamant die begraven is in de modder.

Sciarrino: Sonate nr. 2

nr. 2 van Luciano Berio’s landgenoot Salvatore Sciarrino is berucht om zijn bijna onspeelbare aard. In dit abstracte maar evocatieve werk volgen lange slierten van consequent tonale, welluidende akkoorden elkaar in zo een hoog tempo op, dat de individuele noten nauwelijks hoorbaar zijn, en de luisteraar alleen stromen van energie waarneemt. Vluchtige bewegingen leiden tot monumentale klankpilaren halverwege de compositie, alvorens de klanken steeds meer verdwijnen in de stilte waarmee het stuk begon. Deze studie in snelheid en klankkleur is typisch voor de componist, die nieuwe, vrije compositietechnieken combineert met een ongekende dramatiek.

Debussy: Images oubliées

Lichter van toon, en hooguit wat gefrustreerd, was de stemming van Claude Debussy toen hij in 1894 zijn Images oubliées schreef voor de dochter van een vriend – het woordje ‘oubliées’ is pas in 1977 toegevoegd door een uitgever, nadat ze in dat jaar herontdekt waren, zodat er geen verwarring zou kunnen ontstaan met zijn latere Images voor piano. Volgens de componist waren de drie deeltjes ‘niet bedoeld voor felverlichte salons, maar als conversaties tussen de piano en jezelf’. Het derde deel, vrijelijk te vertalen als ‘Een aantal aspecten van We gaan niet meer naar het bos omdat het weer te slecht is’, werd geschreven op een druilerige dag, en is gebaseerd op het Franse kinderliedje Nous n’irons plus au bois dat daadwerkelijk geciteerd wordt. De levendige ritmiek en de snelle, korte nootjes roepen de klank van de regen op. In de muziek geeft Debussy volop aanwijzingen, zoals aan het eind: ‘Dit is een bel die de maat niet kan houden. Weg met die bel!’.

Franssens: Winter Child

Joep Franssens onderzoekt, net als Debussy, eerder de binnenwereld van de speler en van de luisteraar dan de buitenwereld. Het ingetogen Winter Child, geschreven in de voor deze Nederlandse componist typerende, grotendeels e toontaal, gaat over het menselijk verlangen. Het refereert aan de symboliek van een kind dat het eerste levenslicht ziet in de donkere en koude maanden, om zich aangetrokken te blijven voelen tot het extraverte leven van een zonovergoten zomer.

Biografie

Ralph van Raat, piano

Ralph van Raat studeerde piano aan het Conservatorium van Amsterdam bij Ton Hartsuiker en Willem Brons en muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn pianostudie vervolgde hij bij Claude Helffer in Parijs, Ursula Oppens in Chicago en Pierre-Laurent Aimard in Keulen.

De pianist won prijzen van de Internationale Ferienkurse für Neue Musik in Darmstadt en het Gaudeamus Concours, de Philip Morris Kunstprijs, de Elisabeth Everts Prijs, een Borletti-­Buitoni Fellowship, de VSCD Klassieke Muziekprijs en De Ovatie 2019.

Hij soleerde onder leiding van Valery Gergiev, David Robertson en Peter Eötvös en werd geëngageerd door het Concertgebouworkest, de Los Angeles Philharmonic, het BBC Symphony Orchestra, London Sinfonietta, het ­Radio-Sinfonie-Orchester ­Frankfurt, het Cairo Symphony ­Orchestra, het China National Symphony ­Orchestra en het Melbourne ­Symphony ­Orchestra. Solorecitals geeft Ralph van Raat wereldwijd.

Al sinds zijn tienerjaren is hij gefascineerd door het moderne repertoire, en hij werkte met componisten als John Adams, Louis Andriessen, Gavin Bryars, Joep Franssens, Arvo Pärt, Tan Dun en John Tavener. Opnamen van Pärt, Rzewski, Adams, ­Bryars en Tavener werden internationale bestsellers.

Ralph van Raat is bovendien docent hedendaagse pianomuziek aan het Conservato­rium van Amsterdam en de Accademia di Musica di Pinerolo (Turijn). Het vorige optreden van de pianist in de was ook in de serie Scherpdenkers: in november 2022 bracht hij het programma Expeditie weerklank met meteoroloog Peter Kuipers Munneke.

Peter Kuipers Munneke, spreker

Peter Kuipers Munneke presenteert sinds april 2013 het weer­overzicht voor de NOS. Na zijn studie experimentele natuurkunde in zijn geboortestad Groningen promoveerde hij aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek naar het klimaat in de poolgebieden; hiervoor ging hij op expeditie naar Spitsbergen, Groenland en Antarctica.

Sinds 2009 is Peter Kuipers Munneke als polair meteoroloog/glacioloog werkzaam bij het Instituut voor Marien en Atmos­ferisch Onderzoek, onderdeel van de Universiteit Utrecht. Ook in februari 2018 verzorgde hij samen met Ralph van Raat een programma gewijd aan ijs, sneeuw en ­regenbogen.

In Preludium schreef hij toen: ‘Op Antarctica luisterde ik naar Sjostakovitsj’ symfonieën. Toen ik 11 was, maakte ik kennis met zijn oorlogssymfonieën. Ik begon de grenzen van mijn muzikale wereld te verkennen. En te overschrijden. Bartók volgde, Prokofjev en Debussy. In een jaren­lange verkenningstocht door de muziek kwam ik ook op het spoor van de jazz. Via Gershwin naar Miles Davis, John Col­trane, Freddie Hubbard. Het muziek­universum is oneindig groot. Het meeste zul je nooit ontdekken. Pianist Ralph van Raat leidde me naar een ander deel van dat universum. Een afslag die ik had gemist, maar die na Debussy en Bartók ook heel logisch was geweest. Het is een kleine stap naar Tanaka. En van daar een wat grotere sprong naar Ligeti, Boulez. Fascinerend. Prachtig. Luisteren naar deze muziek is niet meteen comfortabel, zoals het poolgebied ook geen mededogen kent.’