Scherpdenkers met Kortie en Witteman: wat is smaak?
Scherpdenkers | wat is smaak? 20.15 uur
Paul Witteman spreker
Floris Kortie spreker
Matangi Kwartet:
Maria-Paula Majoor viool
Daniel Torrico Menacho viool
Karsten Kleijer altviool
Arno van der Vuurst cello
Ivo Janssen piano
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Fuga a tre soggetti, nr. 21
uit ‘Die Kunst der Fuge’,
BWV 1080 (1745-50)
voor piano solo
Johannes Brahms 1833-1897
Allegro non troppo
uit ‘Pianokwintet in f kl.t.’, op. 34 (1862)
Anton Webern 1883-1945
Sechs Bagatellen für Streichquartett, op. 9 (1911-13)
Mässig
Leicht bewegt
Ziemlich fliessend
Sehr langsam
Äusserst langsam
Fliessend
Langsamer Satz (1905)
voor strijkkwartet
Simeon ten Holt 1923-2012
Een oude melodie (1974)
voor piano solo
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Cavatina: Adagio molto espressivo
uit ‘Strijkkwartet in Bes gr.t.’,
op. 130 (1825-26)
Jacob TV 1951
Derde strijkkwartet ‘There Must Be Some Way Out of Here’, op. 67
Slow Movement
Fast Movement
einde van het concert ca. 21.45 uur
De concerten in de serie Scherpdenkers hebben geen pauze. Na afloop van het concert zijn de foyers geopend.
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
fuga a tre soggetti
Tekst: Dirk Luijmes
Dat hij een meester was in ‘ouderwetse’ en stak Johann Sebastian Bach niet onder stoelen of banken. In ’s, motetten, s en tal van andere werken onderstreepte hij dat gedurende zijn hele carrière. Aan het einde van zijn leven bevestigde hij het nog eens glansrijk, toen hij Die Kunst der Fuge construeerde.
Het werk bestaat uit een groot aantal fuga’s en een aantal losse canons, alle gebaseerd op één , dat Bach op meesterlijke wijze binnenstebuiten keert, varieert, omdraait en als uitgangspunt gebruikt voor ingenieuze vlechtwerken.
De onvoltooide a tre sogetti (een fuga met drie ’s) vormt het sluitstuk van de verzameling. Bach begint een dubbelfuga – een fuga met twee thema’s – en als hij het derde thema met de noten B (de Duitse benaming voor de Bes), A, C, H (de Duitse B) introduceert, breekt het werk abrupt af.
‘Bij deze Fuga is de componist overleden’, schreef Sebastians zoon in de , daarmee de onjuiste suggestie wekkend dat dit het laatste werk van zijn vader was.
Johannes Brahms 1833-1897
allegro non troppo
Heb je bij sommige toondichters het gevoel dat componeren vanzelf gaat, bij andere meesters komen er heel wat meer zweetdruppels tevoorschijn. Dat laatste was regelmatig het geval bij Johannes Brahms. De geboorte van Brahms’ Pianokwintet in f klein, 34, bijvoorbeeld, was een moeilijke bevalling.
Het muzikaal materiaal vormde omstreeks 1861 de basis voor een strijket. Vioolvriend Joseph Joachim vond dit werk maar niks en hoorde er te grote ‘Schroffheiten’ in. Brahms nam de kritiek ter harte en besloot het kwintet om te werken tot een werk voor twee piano’s, het instrument dat hij als pianist veel beter kende dan strijkinstrumenten.
Ook nu kwam er kritiek: Clara Schumann meende dat dit werk geen was en maande haar vriend met een andere versie te komen. Ook nu luisterde Brahms en hij zette uiteindelijk een meesterwerk op papier, waarin hij zowel een strijkkwartet als een piano aan het woord liet. In het openingsdeel non troppo van het symfonische aandoende werk horen we de tragische en heroïsche toon van het kwintet ten voeten uit.
Anton Webern 1883-1945
sechs bagatellen en langsamer satz
‘In der Beschränkung zeigt sich der Meister’. Als je één componist zou moeten kiezen op wie deze spreuk van toepassing is, dan is het wel Anton Webern. De Weense leerling van Arnold Schönberg wist in zijn werken tot een enorme concentratie van het muzikale materiaal te komen.
‘Webern’, zo stelde een collega treffend vast, ‘kan in twee minuten meer zeggen dan de meeste andere componisten in tien’. Ook de Sechs n für Streichquartett, 9 zijn kort, gecomprimeerd en verdicht: ze doen aan als puntige, kleurrijke aforismen. Schönberg schreef in het voorwoord van de : ‘Elke blik laat zich uitdijen tot een gedicht, elke zucht tot een roman.’
In de n neemt Webern onbewust al een voorschot op de twaalftoons-theorie die zijn leraar tien jaar later zou ontwikkelen; hij vond het storend wanneer binnen een een toon herhaald werd.
Net als zijn leermeester begon Webern zijn loopbaan als componist overigens met muziek die geworteld was in de laatromantische stijl die in het begin van de twintigste eeuw nog overal te horen was.
De Langsamer Satz is er een voorbeeld van. Het expressieve werk, dat soms aan Brahms doet denken, ontstond in 1905 toen Webern op vakantie was met zijn toekomstige vrouw, en met haar genoot van de prachtige natuur.
Simeon ten Holt
Een oude melodie
Toen Schönberg en de zijnen de toon hadden gezet, begonnen in de vorige eeuw tal van componisten atonale wegen te bewandelen en complexe werken te construeren die wel werden ervaren als ‘piep- en knarsmuziek’. Een reactie bleef niet uit: verschillende hedendaagse toonmeesters herstelden de tonaliteit in ere, en zochten eigen, meer navolgbare wegen door het toonlandschap.
Een van hen was de Nederlander Simeon ten Holt, die met zijn ‘minimal-achtige’ Canto de handen van veel luisteraars weer op elkaar kreeg. In zijn Aforisme II uit 1974, voor piano en elektronica, in een stijl die aan Chopin doet denken, horen we al een voorbode van zijn latere tophit. Zonder elektronica uitgevoerd heet het stuk Een oude .
Ludwig van Beethoven 1770-1827
cavatina
Nadat Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart het strijkkwartet volwassen schoeisel hadden aangemeten, liet Ludwig van Beethoven zijn licht op het genre schijnen. Sloot hij in zijn vroege nummers nog aan bij zijn Weense voorgangers, tussen 1806 en 1810 liet hij in zijn strijkkwartetten zijn revolutionaire geest de vrije loop.
Een verhaal apart zijn de strijkkwartetten uit zijn laatste levensjaren. Musicologen buitelen over elkaar heen om het visionaire van deze werken te beschrijven. Beethoven zette in deze kamermuzikale zwanenzangen de oude vormen geheel naar zijn eigen hand, zorgde voor een rijk palet van stemmingen. Hij experimenteerde volop met polyfone technieken, speelde als nooit te voren met muzikale motieven, gebruikte reciterende passages en schreef muziek die door zijn tijdgenoten nauwelijks werd begrepen.
Luisteraars die alleen maar geamuseerd wilden worden, zo schreef een recensent in 1828, konden Beethovens laatste werken maar beter links laten liggen. Het Strijkkwartet in Bes groot, 130 is een van deze bijzondere werken. De componist noemde het innige vijfde deel een ‘cavatine’, een term die in de wereld gebruikt wordt voor een specifiek soort . Naar verluidt beschouwde Beethoven dit werk als zijn lievelingsstuk en ‘de kroon van alle kwartetdelen’. Volgens een vriend schreef de componist het deel ‘werkelijk met tranen van weemoed’.
Biografie
Paul Witteman, spreker
Paul Witteman is van moederskant afkomstig uit de muzikale familie Andriessen. Als kind droomde hij van een carrière in de muziek. Hij bezocht het conservatorium (piano), maar maakte de opleiding niet af; het werd de journalistiek. Hij werd bekend van zijn televisiewerk voor programma’s als Pauw & Witteman, NOVA en Buitenhof, maar schreef ook jarenlang een column over muziek in de Volkskrant.
In 2006 schreef hij het Boekenweekessay, Erfstukken, waarin hij op zoek ging naar het geheim van muzikaliteit. Zijn boeken over muziek (Hoor en wederhoor, De onvoltooiden, In hoger sferen, Het geluid van wolken) groeiden uit tot bestsellers. In 2011 verscheen van zijn hand een boekje over de cartouches met componistennamen in de van Het Concertgebouw.
Tegenwoordig presenteert Paul Witteman wekelijks op de late zondagmiddag het tv-programma Podium Witteman. Samen met huispianist Mike Boddé en mede-programmamaker Floris Kortie ontvangt hij bijzondere gasten en jong talent en er zijn live-optredens van topmusici.
Floris Kortie
Floris Kortie is presentator en programmeur van klassieke muziek. Hij studeerde kunstgeschiedenis in Amsterdam en begon zijn loopbaan als voorzitter van Entrée, de jongerenvereniging van de Vrienden van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest.
Voor muziekmagazine Preludium verzorgde hij onder meerinterviews met Spinvis, pianist Jean-Yves Thibaudet en Ryan Lott van de Amerikaanse groep Son Lux. Floris Kortie was ook betrokken bij de lancering van het klassieke platform 24classics, stelde muziek samen voor Classic FM en was programmeur van het driedaagse buitenprogramma Wonderfeel.
Landelijke bekendheid verwierf hij als sidekick, naast huispianist Mike Boddé, van presentator Paul Witteman in het televisieprogramma Podium Witteman. Na het afscheid van Witteman in het voorjaar van 2022 werd het programma later dat jaar met Boddé, Kortie en Dieuwertje Blok voortgezet onder de naam Podium Klassiek.
Voor de NTR presenteerde hij de muziekquiz Hart & Ziel en Podium on Tour. In 2020 trok Kortie langs de theaters met zijn theaterspecial Het jaar 250 na Beethoven.
Matangi Kwartet
Het Matangi Kwartet bestaat sinds 1999 en werd opgericht toen de leden nog studeerden aan de conservatoria van Amsterdam en Rotterdam. In 2003 voltooide de formatie de tweejarige opleiding van de Nederlandse StrijkKwartet Academie, waar de musici intensief begeleid werden door Henk Guittart (Schönberg Kwartet) en onder meer les kregen van het Amadeus Kwartet.
Inmiddels groeide het Matangi Kwartet uit tot een vaste speler op bekende kamermuziekpodia in Nederland en daarbuiten. Voor het uitvoeren van composities in ruimere bezetting sloten collega’s als Miranda van Kralingen, Tania Kross, Ivo Janssen en Paolo Giacometti zich aan bij het kwartet. Tijdens avontuurlijke cross-overprojecten werkte het Matangi Kwartet samen met bijvoorbeeld Youp van ‘t Hek, Herman van Veen, dj Kypski en bandoneónspeler Carel Kraayenhof.
Voor de cd Testimoni, gemaakt met componist Martin Fondse en tist Eric Vloeimans, ontving het kwartet de Edison Jazz 2012. Eerder kreeg het viertal onder meer de Edison Publieksprijs (2009) en de Kersjes Prijs (2002).
Het kwartet is vernoemd naar Matangi, de Indiase godin van spraak, muziek en schrift. De vina die zij in haar hand draagt, is een instrument dat diepe geluiden produceert met aangename ; Matangi brengt de mensen in vervoering door haar spel op de snaren van passie, hartstocht, liefde en extase.
Ivo Janssen, piano
Ivo Janssen was aan het Conservatorium van Amsterdam leerling van Jan Wijn en studeerde tevens bij Robert Levin. Sinds hij in 1988 debuteerde in Het Concertgebouw is hij een regelmatige gast in de Nederlandse concertzalen en is hij daarnaast regelmatig te beluisteren in Duitsland, Frankrijk, Italië, Australië en de Verenigde Staten.
Hij deelde het podium met collega’s als Heinrich Schiff, Charlotte Margiono en Janine Jansen. Sinds enige tijd werkt Ivo Janssen samen met schrijfster Anna Enquist; in hun programma’s combineren ze prozafragmenten met muziek van bijvoorbeeld Chopin, Brahms en Debussy.
Ivo Janssen werkte van 1994 tot 1998 aan een veelgeprezen cyclus waarin hij het complete werk voor klavier van Johann Sebastian Bach opnam. Op andere uitgaven staat muziek van onder anderen Brahms, Prokofjev en Hindemith. Sinds 2014 geeft de pianist s in ‘Janssen beton’, een door hemzelf gebouwde concertzaal in een voormalig munitieschip dat in het centrum van Amsterdam ligt.
Het vorige optreden van Ivo Janssen in Het Concertgebouw was een uitvoering in de van Canto van Simeon ten Holt met het Mallet Collective Amsterdam, als onderdeel van de Robeco SummerNights 2016.



