Scherpdenkers: Mano Bouzamour & Jean-Guihen Queyras
Mano Bouzamour
Jean-Guihen Queyras cello
Sokratis Sinopoulos lyra (knievedel)
Keyvan Chemirani percussie
Bijan Chemirani percussie
er is geen pauze
einde ca. 21.45 uur
Na afloop blijft de foyer nog enige tijd open.
Dit concert maakt deel uit van de serie Scherpdenkers.
Marco Stroppa 1959
Ay, there’s the Rub (2001, herzien 2011)
Ross Daly 1952
Karsilama (1986)
uit danscyclus ‘Choroi’
Sokratis Sinopoulos 1974
Nihavent Semai (1993)
György Kurtág 1926
selectie voor cello solo uit
‘Jelek, játékok és üzenetek’
(‘Tekens, spelletjes en berichten’) (1987-2008)
Az Hit
Pylinski Janos: Gerard de Nerval
Arnyak (Schaduwen)
Keyvan Chemirani / Bijan -Chemirani 1968 / 1979
Percussie-improvisatie ‘7/4’
Witold Lutosławski 1913-1994
Sacher-variatie (1975)
traditioneel
Homayoun
Franck Leriche 1965
5/4
traditioneel
Sunday Morning (bewerking S. Sinopoulos)
Toelichting
Mano Bouzamour
Column
Jaren geleden, ik was net klaar met het lyceum, schreef ik in de avonduren in mijn zolderkamertje aan mijn debuutroman. Ik was naarstig op zoek naar een bijbaantje en had ergens gelezen dat Het Concertgebouw op zoek was naar vlotte, vriendelijke kaartjesscheurders.
Dat leek mij geweldig: in een mooi pak werken in het meest prachtige gebouw van Amsterdam, mensen een fijne voorstelling wensen terwijl je de kaartjes controleert én zo nu en dan vrijkaartjes voor een klassiek concert krijgen! Een mooier bijbaantje kon ik mij niet voorstellen. Ik solliciteerde, moest op gesprek komen maar werd jammer genoeg afgewezen – de reden is mij nooit verteld.
Welnu, jaren later ben ik gevraagd om op te treden in de schitterende – ik moet toegeven, ergens geeft mij dat toch een gevoel van voldoening en mf. Wat ik exact zal doen op de avond van 9 november ga ik natuurlijk niet verklappen.
Ik zal voor u wel een tipje van de sluier lichten. Ik zal een vlammend en humoristisch betoog houden over de huidige samenleving. De verschillen die ons land in een verstikkende greep houden, de verschillen tussen Oost en West én hoe ik denk dat we die kunnen overbruggen. Met daarna een prachtig muzikaal optreden van vier musici.
Twee kunstvormen komen bijeen. Schrijven en muziek zijn de belangrijkste componenten van mijn bestaan – ik haal er mijn levensvreugde uit. Ik schrijf steevast met klassieke muziek op: op de s van Chopin heb ik mijn debuutroman De belofte van Pisa geschreven. Als ik niet schrijf, luister ik altijd naar muziek: onderweg naar afspraken op mijn scooter, op de sportschool of tijdens het vrijen met mijn vriendin.
Hoe dan ook zal het voor mij een onvergetelijke avond worden. En als het een beetje meezit ongetwijfeld ook voor u.
Turning East:
Reizende muziek
tekst: Paul Janssen
Van 20 tot en met 25 november organiseert Het Concertgebouw het festival Turning East. Tijdens dit concert klinkt bij wijze van opmaat de muziek uit het Midden-Oosten naast muziek van hedendaagse westerse componisten. Zowel de Nederlands-Marokkaanse auteur Mano Bouzamour als de Frans-Canadese cellist Jean-Guihen Queyras houden zich bezig met het bouwen van bruggen tussen de verschillende culturen.
Het mag voor velen een verrassing zijn om Jean-Guihen Queyras tegen te komen in een voornamelijk oosters en Arabisch georiënteerd programma, voor de in Canada geboren Fransman is het dat allerminst. ‘Er zijn verschillende redenen voor mijn interesse in de muziek van de Arabische wereld’, licht Queyras toe.
‘Vanaf mijn vijfde tot mijn achtste jaar heb ik in Algerije gewoond. Daar hoorde ik een andere taal, andere muziek, andere len. Dat heeft heel veel indruk op mij gemaakt en een interesse gewekt voor de relatie tussen de taal van een land en de daarbij behorende muziek.’
Daarnaast is er een directe relatie met de Iraanse familie Chemirani, waarvan de broers Keyvan en Bijan vandaag een bijdrage leveren. ‘We zijn een tijd lang min of meer buren geweest in de Franse Provence. Mijn familie en de Chemirani’s woonden vlak bij elkaar en als kinderen speelden we samen.
Ik ben vervolgens de klassieke muziek ingedoken, en zij gingen verder met de muziek van hun land, hun regio. We zijn altijd vrienden gebleven en toen ik een jaar of twintig was ontstond de behoefte om samen muziek te maken. Zo is het begonnen.’
Traditionals
Queyras en de Chemirani-broers ontmoetten elkaar in de oosterse traditionele muziek, in stukken als Homayoun, waarvan hooguit een indicatie van de op papier stond en de invulling neerkwam op kennis van de traditie en .
‘We hebben sindsdien regelmatig samen gespeeld,’ beschrijft Queyras de historie. ‘Later kwam Sokratis Sinopoulos erbij, maar dat is ook al tien jaar geleden. Vooral hij heeft mij geholpen om zaken als intonatie en Arabische improvisatie goed te begrijpen.’
Het programma is volgens Queyras een mengsel van Iraanse, Griekse, Turkse, Arabische en zelfs Servische invloeden. ‘Het is mij in al die jaren opgevallen dat het vaak niet meer te zeggen is waar een melodie of een muziekstuk oorspronkelijk vandaan komt. In elk geval is Turkije heel belangrijk als schakel tussen de Arabische en Oost-Europese wereld.
Sokratis is een lyraspeler uit Griekenland, maar in essentie is dit instrument gebaseerd op de Turkse kemenche. Dat is wat ik noem “reizende muziek” en dat is de essentie van het programma. De muziek is een muziek van bruggen tussen culturen, van zoeken naar overeenkomsten en verschillen.’
Reizende muziek
Dat is voor Queyras ook de manier waarop de in het geheel past. Want ook dat is ‘reizende muziek’ volgens de cellist. ‘Ik neem het instrument dat ik bespeel onder mijn arm en zeg in feite: kan ik met jullie samenspelen, jullie muziek maken?'
'Dan volgt het proces van de verschillende toonsystemen leren beheersen, en de s, en dat mengt zich met mijn achtergrond. Dat is wat er gebeurt; in improvisaties neem ik de klank en de muziek van de hedendaagse westers-klassieke cello mee. Puristen vinden het misschien niet leuk, maar dat is de wijze waarop muziek door de eeuwen heen geëvolueerd is.’
Het programma is daarom ook een aaneenschakeling van relaties tussen culturen die er voor Queyras bestaan. Zo is er een verwantschap tussen de recentere werken van Ross Daly, een Griekse lyraspeler met Ierse wortels, en het werk van Franck Leriche, de Fransman die ooit als jazzgitarist begon maar verslingerd raakte aan de en zich is gaan verdiepen in de historische Perzische muziek.
Intuïtie
De dwarsverbanden zijn voor Queyras vooral intuïtief tot stand gekomen. ‘Het programma is niet conceptueel bedoeld, het is eerder een soort autobiografie, een vertaling van de orale traditie waar we zelf middenin staan en die ik door het jarenlange contact met de broers Chemirani aan den lijve heb ondervonden. Het is een samenvatting van een jarenlange ontmoeting tussen verschillende culturen en vooral van een immer terug-kerend speelplezier.’
1926
György Kurtág
Vanuit die gedachte is Queyras zich ook af gaan vragen welke westerse muziek paste binnen een programma met oosterse muziek. Voor hem was het vanzelfsprekend dat György Kurtág een plek moest hebben.
‘Kurtág staat voor mij voor een vrijheid van musiceren, voor een verband tussen taal en muziek, voor het narratieve. Ook is er een verband met de wijze waarop de Chemirani’s in 7/4 een percussie- weggeven.’
Deze volgt direct na de selectie voor -solo uit Jelek, játékok és üzenetek van Kurtág. Deze ‘Tekens, spelletjes en berichten’ vormen een soort dagboek, een fundament onder het oeuvre van de Hongaarse componist.
In totaal negentien korte invallen, ën, muzikale ‘brieven’, alle geschreven tussen 1987 en 2008, vormen een jarenlange reis door het brein van Kurtág en zijn een eerbetoon aan andere componisten en vrienden.
De stukken bestaan inmiddels in vele solo- en ensembleversies en vormen vaak het basismateriaal voor andere, uitgebreidere composities.
1913-1994
Witold Lutosławski
Ook Lutosławski’s Sacher-variatie, in 1975 geschreven voor de zeventigste verjaardag van Paul Sacher, de Zwitserse mecenas, en oprichter van het Basler Kammer-orchester, heeft voor Queyras een duidelijke link met de Arabische muziek.
‘Lutosławski gebruikt kwarttonen als een vorm van expressie. Dat heeft voor mij een relatie met Homayoun en de Iraanse modussen. Het is ontzettend leuk om dat soort zaken te ervaren en ook aan een publiek te laten horen.’
De Sacher-variatie is verder geen in traditionele zin. Het onder-liggende van het werk is een sequens van zes noten gebaseerd op de naam Sacher (es, a, c, b - de Duitse h -, e en d - de Franse re).
Deze wordt verhuld door de zes andere noten van de toonladder en de naburige kwarttonen. Pas tegen het eind komt het Sachermotief onmiskenbaar naar voren.
Biografie
Mano Bouzamour, spreker
Mano Bouzamour groeide op in een gast-arbeidersgezin in de Amsterdamse wijk De Pijp. Zijn beide ouders komen uit Marokko. Toen hij tweeëntwintig jaar oud was, schreef hij De belofte van Pisa (2013). In deze autobiografisch getinte roman, waarin het ook geregeld gaat over klassieke muziek en Het Concertgebouw, probeert een Marokkaanse jongen zich te ontworstelen aan het milieu waarin hij is opgegroeid.
Het boek werd lovend ontvangen, is tot nu toe twintig maal herdrukt en werd vertaald in het Duits en het Spaans. De belofte van Pisa wordt verfilmd door producent Rolf Koot, die ook titels als Lek (2000) en All Stars (1997) op zijn naam heeft staan. Filmmaker Roy Dames maakte over de schrijver in 2017 de documentaire Mano Bouzamour: de belofte. De tweede roman van Mano Bouzamour, Witte donderdag, staat op het punt van verschijnen.
De hoofdpersonen daarin zijn de joodse David en de Marokkaanse Mohamed; ze werken beiden als vakkenvuller in de Albert Heijn, zijn allesbehalve vrienden en raken verstrikt in de Amsterdamse onderwereld. Mano Bouzamour is columnist voor Het Parool en schrijft ook voor Elle en Cosmopolitan.
Sokratis Sinopoulos, lyra (knievedel)
Sokratis Sinopoulos, geboren in Athene, begon op jonge leeftijd met gitaarspelen en maakte deel uit van een kinderkoor. Hij verdiepte zich in de Byzantijnse muzikale traditie en hield zich bezig met traditionele volksmuziek.
Sinds 1988 bespeelt hij de lyra. Dit peervormig instrument met drie snaren stamt uit Constantinopel – het tegenwoordige Istanbul. Sokratis Sinopoulos trad toe tot het ensemble van zijn leraar Ross Daly, Labyrinthos genaamd.
Sinds die tijd musiceerde de lyraspeler met vele instrumentalisten en zangers, in genres variërend van volksmuziek tot jazz. Hij gaf diverse componisten opdrachten voor nieuw werk en stimuleerde zo een hernieuwde interesse voor zijn instrument.
In 1999 ontving Sokratis Sinopoulos de UNESCO-Greece Melina Mercouri International Prize. In 2011 richtte hij het Sokratis Sinopoulos Kwartet op, die op cd succesvol debuteerde met Eight Winds.
Jean-Guihen Queyras, cello
Jean-Guihen Queyras begon zijn carrière als lid van Pierre Boulez’ Ensemble intercontemporain en van het ensemble Musica Antiqua Köln. en op oude en hedendaagse muziek kenmerken ook zijn repertoire als solist en kamermusicus. Zijn opnamen van Bachs s werden bekroond met onder meer een Diapason d’Or en een CHOC du Monde.
De Frans-Canadese cellist treedt op met oudemuziekgroepen als het Freiburger Barockorchester, de Akademie für Alte Musik Berlin en Concerto Köln.
In nieuwer werk soleerde hij bij bijvoorbeeld het London Philharmonic Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, het Orchestre de Paris, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en The Philadelphia Orchestra. In Nederland is hij bekend van velerlei kamermuziek in de en van optredens met Amsterdam Sinfonietta, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest en was hij artist in residence van de Amsterdamse Biënnale 2022.
Jean-Guihen Queyras verzorgde premières en opnames van verschillende hedendaagse cellowerken. Met Tabea Zimmermann, Antje Weithaas en Daniel Sepec vormt hij het Arcanto Kwartet. Onder zijn kamermuziekpartners zijn ook de pianisten Alexander Melnikov en Alexandre Tharaud en violiste Isabelle Faust. Jean-Guihen Queyras is docent aan de Musikhochschule in Freiburg en artistiek leider van het festival Rencontres Musicales de Haute-Provence.
Hij soleert voor het eerst bij het Concertgebouworkest.
Keyvan en Bijan Chemirani, percussie
Keyvan en Bijan Chemirani groeiden op in een muzikale familie. Hun vader, Djamchid Chemirani, werd geboren in Teheran maar emigreerde in het begin van de jaren 1960 naar Frankrijk.
Deze virtuoze percussionist onderwees zijn zonen in het bespelen van de zarb, een Perzisch instrument dat is gemaakt uit een enkel stuk hout. Keyvan en Bijan Chemirani ontwikkelden zich op hun beurt tot succesvolle musici.
Naast de zarb bekwaamden ze zich in het bespelen van een aantal andere Perzische percussie-instrumenten, waaronder de u, de bandir en de daf. Samen met hun vader richtten Keyvan en Bijan het Chemirani op. Aangevuld met zangeres Maryam Chemirani, de zus van Keyvan en Bijan, vormt de familie het Chemirani Ensemble.



