Scandinavische avond: Mustonen, Grieg en Nielsen
Nederlands Philharmonisch Orkest
Pablo González dirigent
Olli Mustonen piano
Johannes Brahms 1833-1897
Akademische Festouvertüre in c kl.t., op. 80 (1880)
Edvard Grieg 1843-1907
Pianoconcert in a kl.t., op. 16 (1868, herzien 1907)
Allegro molto moderato
Adagio
Allegro moderato molto e marcato
pauze
Carl Nielsen 1865-1931
Tweede symfonie, op. 16 (1901-02)
‘De vier temperamenten’
Allegro collerico
Allegro comodo e flemmatico
Andante malincolico
Allegro sanguineo – Marziale
Toelichting
Johannes Brahms 1833-1897
'Akademische Festouvertüre'
‘Wil je niet een doctorsymfonie voor ons schrijven? Wij verwachten op z’n minst een plechtig gezang…’ Nadat Johannes Brahms in 1880 door de Universiteit van Breslau met de titel van eredoctor was onderscheiden, moest dit natuurlijk op passende wijze gevierd worden. Wat lag meer voor de hand dan de componist om een eigen muzikale bijdrage te vragen? Het schriftelijke verzoek van de Bernhard Scholz viel bij Brahms in goede aarde. De componist in zijn antwoordbrief: ‘Opdat je je niet al te zeer met je gast hoeft te blameren, heb ik voor 4 januari een “Akademische Festouvertüre” geschreven…Het is een recht lustige ouverture…’ Brahms heeft in zijn Akademische Festouvertüre ën van in zijn tijd gangbare studentenliederen verwerkt en doet dat met veel humor. De componist neemt in het werk de zelfingenomen academische wereld op de hak, en de onvolwassen trots van de studenten zoals die in de uitgelaten eren van de studentencorpsen tot uitdrukking komt. De grap ligt vooral in het opzettelijk overdreven pathos van de muziek. Een doorwrocht ‘academisch’ to in c in het begin maakt al snel plaats voor een glansrijke mf: zonder strijd geen overwinning, per aspera ad astra – door de doornen naar de sterren. Dirigent Nikolaus Harnoncourt, die alle door Brahms gebruikte liedmelodieën boven water heeft gehaald, meende: ‘Het orkest wordt hier aangezet tot lachen.’ Brahms’ spot blijft goedaardig. Tenslotte is hij zelf academisch dignitaris en is het feest, dat door zijn toedoen op 4 januari 1881 met groot uiterlijk vertoon en orkestrale weelde werd gecelebreerd, ter ere van hemzelf.
Edvard Grieg 1843-1907
Pianoconcert
Door Christiane Schima
Het Pianoconcert in a klein van Edvard Grieg behoort met de pianoconcerten van Liszt, Chopin, Schumann, Brahms en Tsjaikovski tot de beste negentiende-eeuwse voorbeelden van het genre. Toen Grieg het schreef, was hij nog een jonge man die zich op door hem bewonderde voorgangers oriënteerde. Van Schumann en diens pianoconcert, eveneens in a klein, heeft hij veel afgekeken. Na de ontdekking van de Noorse volksmuziek groeide Grieg in de loop van zijn carrière uit tot de eerste componist die zijn Scandinavische vaderland een eigen klank heeft gegeven. De romantische, eveneens door volkstradities geïnspireerde muziek van Schumann vormde daartoe slechts de opmaat.
Grieg had Schumanns concert als vijftienjarige in 1858 in Leipzig gehoord, met Clara Schumann achter de piano. De imposante opening, het dromerige middendeel en de burleske finale: Griegs pianoconcert vertoont zowel qua opzet als in stilistische details en de toon veel overeenkomsten met dat van Schumann. Toch wijzen karakteristieke, uit de Noorse volksmuziek afkomstige melodische wendingen vooruit naar Griegs latere oeuvre. Dit geldt met name voor het meeslepende, op motieven uit de Noorse Halling-dans gebaseerde laatste deel.
Carl Nielsen 1865-1931
Tweede Symfonie
Zoals alle landen heeft ook Denemarken zijn helden. Daartoe behoort naast de sprookjesdichter Hans Christian Andersen en de filosoof Sören Kierkegaard ook de componist Carl Nielsen. Toen Nielsen in 1931 overleed, kreeg hij in Kopenhagen een staatsbegrafenis. Nog steeds geldt hij naast de componist en pianist Niels Gade (1817-1890), bij wie hij nog gestudeerd heeft, als de beroemdste toonkunstenaar van Denemarken. Hij schreef werken in alle genres: twee ’s, zes symfonieën, composities voor koor en kamermuziekwerken, en muziek voor meestal op Deense teksten gebaseerde toneelstukken. Net als veel van zijn componerende collega’s in andere landen, met name in Scandinavië en Oost-Europa, liet hij zich inspireren door oude mythes en was hij zich bewust van zijn vaderlandse wortels. Nielsens Tweede symfonie uit 1901-02 is gestoeld op klassieke voorbeelden en staat in de traditie van Brahms en Dvorák. Het onderliggende programma van de symfonie met de ondertitel ‘De vier temperamenten’ verraadt echter ook invloeden van symfonische dichters als Liszt, Strauss en klankschilder Debussy, die hij in hun ontwikkeling volgde. De vier delen refereren aan verschillende gemoedsstemmingen. Het ‘cholerische’ eerste deel toont zich wild en vurig, het tweede ‘flegmatiek’ (‘flemmatico’), het derde melancholiek (‘malinconico’) en de finale mferend (‘marziale’). Het idee voor dit programmatische concept brengen biografen in verband met een gezellige avond met echtgenote en vrienden in een dorpskroeg op Sjaelland. Nielsens vier ‘portretten’ bezitten een onderhuids humoristisch karakter. De humeurige wandeling door de en in dalende lijn – het eerste deel staat in b klein, het tweede in G groot, het derde in e klein en de finale in D groot – onderstreept dit.
Christiane Schima
Biografie
Nederlands Philharmonisch, orkest
Het Nederlands Philharmonisch speelt het grote symfonische repertoire in Het Concertgebouw, maar ook in vele andere concertzalen. Als het vaste orkest van De Nationale , samen met het Nederlands Kamerorkest, wordt het internationaal gerekend tot de beste operaorkesten. Het Nederlands Philharmonisch is in 1985 ontstaan uit het Utrechts Symfonie Orkest, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdams Philharmonisch Orkest.
Dat laatste was in 1953 opgericht door Anton Kersjes, die een nieuw publiek naar de concertzalen wist te trekken doordat hij wekelijks op tv te zien was en de ‘gouden meesterwerken’ uitvoerde. Vanaf 1985 was Hartmut Haenchen chef-dirigent. Hij werd in 2003 opgevolgd door Yakov Kreizberg, en na diens vroegtijdige overlijden in 2011 werd het chef-dirigentschap overgenomen door Marc Albrecht.
Zijn komst kwam een jaar voor de verhuizing van het orkest van de Beurs van Berlage naar de NedPhO-Koepel in Amsterdam-Oost, waar de musici repeteren voor hun optredens. In 2020 nam Marc Albrecht na tien jaar afscheid van het orkest en per seizoen 2021/2022 werd Lorenzo Viotti chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch als De Nationale .
Het vorige concert van het Nederlands Philharmonisch in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 20 juni jongstleden: onder leiding van André de Ridder bracht het orkest de Nederlandse première van Dream Requiem van Rufus Wainwright.
Pablo González, Dirigent
Pablo González werd geboren in Oviedo en studeerde aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen. Hij was winnaar van de Donatella Flick Conducting Competition en de Cadaqués Orchestra International Conducting Competition. Onlangs voltooide hij zijn vierjarige termijn als chef- van het orkest van de Spaanse omroep (RTVE), waar hij tevens artistiek adviseur was van orkest en koor.
Daarvoor was hij van 2010 tot 2015 chef- van het Orquestra Simfònica de Barcelona i Nacional de Catalunya. Bij het London Symphony Orchestra en het Bournemouth Symphony Orchestra was Pablo González associate conductor, en bij het Orquesta Ciudad de Granada eerste gastdirigent.
Het Russische en Duitse symfonische repertoire uit de negentiende en twintigste eeuw vormt de kern van zijn werk, en ook als gastdirigent heeft hij een bloeiende internationale carrière opgebouwd. Hij werkte met orkesten als het Filharmonisch Orkest van Helsinki, de Dresdner Philharmonie, het van Stavanger en de Bochumer Symphoniker. Toekomstige hoogtepunten zijn onder andere zijn debuut in de Philharmonie de Paris met het Orchestre National d’Ile-de-France en debuten bij de Hamburger Symphoniker en het Orchestre Philharmonique de Strasbourg.
In Het Concertgebouw stond Pablo González eerder op de bok bij het Nederlands Philharmonisch (2012, 2015 en 2016).
Olli Mustonen, piano
De Fin Olli Mustonen is pianist, en componist. Hij begon op vijfjarige leeftijd met muzieklessen en studeerde later piano bij Eero Heinonen. Als componist bekwaamde hij zich bij Einojuhani Rautavaara. Als solist werd Olli Mustonen uitgenodigd door vele grote orkesten, waaronder de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic, The Cleveland Orchestra en het Koninklijk Concertgebouworkest.
Werk van eigen hand dirigeerde hij in recente seizoenen bij onder andere het Filharmonisch Orkest van Tampere, het Filharmonisch Orkest van Helsinki, het Melbourne Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. In oktober 2016 speelden Sinfonietta Amsterdam en cellist Daniel Müller-Schott Mustonens Sonata voor en orkest.
Als was Olli Mustonen actief met gezelschappen als de Camerata Salzburg, de Staatskapelle Weimar en het NHK Tokio. Met Tapiola Sinfonietta nam hij zelf dirigerend vanaf de piano alle pianoconcerten van Beethoven op.
In de van Het Concertgebouw was Olli Mustonen voor het laatst te beluisteren met Tsjaikovski, Sjtsjedrin en Skrjabin in februari 2011, en in de was hij sindsdien nog onder meer te gast in januari 2016 met het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Pianoconcert van Grieg.



