Sarah Connolly: Mahlers Lieder eines Fahrenden Gesellen

Vocaal 1 20.15 uur

Sarah Connolly mezzosopraan
Julius Drake piano

Robert Schumann 1810-1856

Gedichte der Königin Maria Stuart, op. 135 (1852)
Abschied von Frankreich
Nach der Geburt ihres Sohnes
An die Königin Elisabeth
Abschied von der Welt
Gebet

Gustav Mahler 1860-1911

Lieder eines fahrenden Gesellen (1883-85)
Wenn mein Schatz Hochzeit macht
Ging heut’ morgen übers Feld
Ich hab’ ein glühend Messer
Die zwei blauen Augen

pauze

Claude Debussy 1862-1918

Chansons de Bilitis (1897-98)
La flûte de Pan
La chevelure
Le tombeau des Naïades 

Francis Poulenc 1899-1963

Banalités (1940)
Chansons d’Orkenise
Hôtel
Fagnes de Wallonies
Voyage à Paris
Sanglots

John Ireland 1879-1962

My True Love Hath My Heart 
uit ‘Two Songs’ (1920)

Tryst

uit ‘Two Songs’ (1928) 

Ivor Gurney 1890-1937

Thou Didst Delight My Eyes (1921)

For G (1918)

Frank Bridge 1879-1941

Come to Me in My Dreams (1906-18)

Adoration (1905)

Love Went A-riding (1914)

begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur

 

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Robert Schumann 1810-1856

gedichte der königin maria stuart

Tekst: Sabien Van Dale

De tragiek van koningin Mary Stuart inspireerde Robert Schumann tot een korte creatieve opleving in december 1852. Ten prooi aan een diepe depressie kreeg hij al maandenlang geen noot op papier en was hij bovendien genoodzaakt zijn ontslag te aanvaarden als in Düsseldorf.

De vijf gedichten, in een vertaling van Gisberat von Vincke, evoceren gebeurtenissen uit het leven van de onfortuinlijke Tudor-koningin. De toonaarden, proza-achtige vocale lijnen en neiging naar minimalistische toonspraak stemmen overeen met de sombere eenzaamheid en ontreddering van de componist. Het werden zijn laatste sololiederen.

In Abschied von Frankreich neemt de jonge weduwe Mary met weemoed afscheid van haar ‘fröhlich Frankenland’ om koningin van Schotland te worden en verstrikt te raken in de politieke intriges van een door godsdiensttwisten verscheurde natie.

Angst voor de toekomst van haar zoon mondt uit in de smeekbede Nach der Geburt ihres Sohnes. De brief An die Königin Elisabeth wordt overheerst door een gepunteerd en een hoofs ceremonieel karakter. De onafwendbare crisis krijgt een aangrijpende uitdrukkingskracht in Abschied von der Welt.

Het enige wat Mary rest is een Gebet om redding uit de gevangenis en van de dood, emotioneel tastbaar gemaakt door spaarzame ën en achtige en.

Gustav Mahler 1860-1911

Lieder eines fahrenden Gesellen

Voor zijn vroegste cyclus Lieder eines fahrenden Gesellen schreef Gustav Mahler zowel de volksliedachtige teksten als de muziek. De rechtstreekse aanleiding was een passionele maar onbeantwoorde liefde voor sopraan Johanna Richter. Een eerste versie ontstond in 1883-85.

Nadien volgden nog tal van wijzigingen, zowel in de pianopartituur als in de latere orkestratie. Centraal staat het van de eenzaam zwervende jongeman, ontgoocheld in de liefde. Wenn mein Schatz Hochzeit macht is een samenvoeging van twee volksliederen uit Des Knaben Wunderhorn.

De voorafspiegeling van andere composities (én de herkenbare conflicten tussen droom en werkelijkheid, verlangen en afwijzing ) trekt Mahler ook door in het tweede – over de verwondering over de bekoorlijke eenvoud van de natuur – en vierde , en bitterzoet, met duidelijk herkenbare ’s uit zijn Eerste symfonie.

Met uitzondering van het derde lied, waar de toon dramatisch en hulpeloos overkomt, roept deze bescheiden cyclus ook echo’s op van wiegenliedjes, volkse deuntjes en dansen die Mahler uit zijn kindertijd zijn bijgebleven. 

Claude Debussy 1862-1918

chansons de bilitis

De Franse dichter Pierre Louÿs wordt voornamelijk herinnerd door zijn bundel proza-gedichten Les chansons de Bilitis uit 1894. Louÿs beweerde de 143 gedichten zelf te hebben vertaald nadat ze waren ontdekt op de muren van de graftombe van de Griekse dichteres Bilitis.

Nadien bleek dat hij zowel de teksten als het personage compleet zelf had verzonnen. Zijn vriend Claude -Debussy zette in 1897 drie van de chansons op muziek. De oorspronkelijke bezetting was voor twee fluiten, harp en celesta.

Debussy werkte ongeveer gelijktijdig aan zijn  Pélléas et Mélisande. Beide werken handelen over een mysterieuze jonge vrouw die verstrikt raakt in een web van destructieve erotische relaties. Antieke en creëren een bevreemdende, haast zintuiglijke sfeer.

Niet de vocaliteit staat centraal, maar de naar perfectie strevende muzikale weergave van de Franse taal. De Bilitis-eren zijn een schoolvoorbeeld van hoe Debussy zich liet inspireren door de suggestiviteit van de teksten om een unieke declamerende zangstijl na te streven waarbij de muziek de contouren van de Franse taal lettergreep voor lettergreep navolgde.

Francis Poulenc 1899-1963

banalités

Francis Poulenc en Guillaume Apollinaire hebben allebei op hun eigen excentrieke manier de Franse muziek en literatuur aan het begin van de twintigste eeuw bevrijd van de nasleep van het impressionisme en van de laatromantische Germaanse retoriek.

De titel Banalités is overgenomen uit Apollinaires verzameling gelijknamige gedichten uit 1914, waaronder Hôtel en Voyage à Paris. Poulenc selecteerde de overige drie gedichten uit andere bundels en schreef de muziek pas in 1940. 

Het geheel vormt dus geen aaneengesloten cyclus in inhoudelijke zin. De eren zijn verschillend van omvang, sfeer en herkomst. Wat hen verbindt, is de eigenzinnige maar steeds verfijnde manier waarop Poulencs muziek de vaak onsamenhangende of cryptische woorden een logische verstaanbaarheid lijkt te geven.

De van het Parijse stadsleven hielp hen de weg naar het modernisme effenen. Bij Poulenc vertaalt zich dat in heldere kleurwerking, krachtige ritmiek en ongewone samenklanken. Bij Apollinaire in complexe verbale composities waarin leestekens ontbreken ten voordele van een energieke cadans en surrealistische beeldspraak.

Ireland, Gurney en Bridge

Als pianist en componist is John Ireland altijd onderschat gebleven. Met een uitgever en een schrijfster als ouders ontwikkelde hij al vroeg een interesse voor literatuur en poëzie. Geplaagd door een minderwaardigheidsgevoel, ging hij als onzekere outsider door het leven.

In zijn eren creëerde hij een perfect evenwicht tussen romantische lyriek, Engelse gereserveerdheid, natuurimpressies en volkse en. Beide liederen op dit programma dateren uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Waar My True Love herinnert aan de lyriek van Richard Strauss, zijn in Tryst eerder Debussy-achtige kleurschakeringen hoorbaar.

De uit Gloucester afkomstige Ivor Gurney was zowel dichter als componist. Hij studeerde bij Charles Villiers Stanford voordat hij in 1915 naar het front trok. Tijdens de slag om Passendale werd hij het slachtoffer van een Duitse gasaanval, met blijvende mentale schade als gevolg.

Nadien volgden enkele jaren van intense creativiteit, maar toenemende geestelijke instabiliteit maakte dat hij vanaf 1922 tot aan het einde van zijn leven moest worden opgenomen in een psychiatrische kliniek. Een aanzienlijk deel van zijn oeuvre (honderden gedichten en ongeveer 300 eren) behoort tot de meest persoonlijke en gevoelige oorlogspoëzie. Sommige liederen zijn onvolledig en onsamenhangend en zijn pas na recent onderzoek gepubliceerd.

Frank Bridge was een van de belangrijkste Engelse componisten van zijn generatie. Tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog — de periode waartoe de drie liederen op dit programma behoren — hield Bridge vast aan een romantisch idioom. Daarna werd zijn muziek meer en haast .

Love Went A-riding is een toonzetting van het gelijknamige gedicht van Mary Elizabeth Coleridge. Het werd het populairste lied van Bridge, dat door talloze zangers werd opgenomen. Come to Me in My Dreams is het eerste van meerdere liederen die hij heeft gecomponeerd op tekst van Matthew Arnold.

Het gedicht dateert waarschijnlijk uit 1850, de tijd waarin Arnold de relatie met zijn toekomstige vrouw Frances Wightman werd verboden door haar vader. Adoration is een vroege compositie — de eerste versie werd voltooid in 1905 — op tekst van John Keats. De atypische benadering is een eigenaardige mix van ingetogen gebed en romantische ontboezeming. 

Biografie

Sarah Connolly, mezzosopraan

Sarah Connolly studeerde piano en zang aan het Royal ­College of Music in Londen. Sinds de Birthday Honours 2017 mag ze de titel ‘Dame’ dragen en sinds 2020 is ze erelid van de Royal Philharmonic Society – die haar in 2012 al de Singer Award gaf. De mezzosopraan zong op de festivals van Aldeburgh, Edinburgh, Luzern, Salzburg en Tanglewood en op The Last Night of de Proms.

Ook -engagementen brachten haar de wereld over, van English National Opera en het Royal Opera House Covent Garden in Londen tot de Metropolitan Opera in New York, La Scala in Milaan, de Wiener Staatsoper, de Bayerische Staatsoper in ­München, de operahuizen van Amsterdam, Parijs, Madrid en Barcelona en de festivals van Bayreuth, Glyndebourne en Aix-en-Provence.

Op het concertpodium stond Sarah Connolly met bijvoorbeeld het Boston Symphony Orchestra, The Philadelphia Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, de Berliner Philharmoniker, het Mozarteum­orchester Salzburg, orkesten van de BBC en het London Symphony Orchestra. Bij het Concertgebouworkest zong ze in Bachs Passionen en Mahlers Das Lie­d von der Erde.

s geeft ze dit seizoen in Wigmore Hall in Londen, in Sevilla, in Barcelona en op het Leeds er Festival met Joseph Middleton en op het Oxford Lieder Festival met Imogen Cooper. In de was Sarah Connolly drie keer eerder te beluisteren (2015, 2017 en 2019), telkens met pianist Julius Drake.

Julius Drake, piano

Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.

Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.

In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.

Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.

Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.