Sarah Connolly en Julius Drake: Schumann, Wolf en meer
Dame Sarah Connolly mezzosopraan
Julius Drake piano
Robert Schumann (1810-1856)
Märzveilchen
Muttertraum
Der Soldat
Der Spielmann
uit ‘Fünf Lieder’ (1840)
Johannes Brahms (1833-1897)
Ständchen
uit ‘Fünf Lieder’ (1885-88)
Da unten im Tale
uit ‘49 deutsche Volkslieder’ (1893-94)
Feldeinsamkeit
uit ‘Sechs Lieder’ (1882)
Die Mainacht
Von ewiger Liebe
uit ‘Vier Gesänge’ (1857-68)
Hugo Wolf (1860-1903)
Auch kleine Dinge
uit ‘Fünf Lieder’ (1885-88)
Gesang Weylas
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)
Mignon: Kennst du das Land?
uit ‘Goethe-Lieder’ (1888)
Nachtzauber
Die Zigeunerin
uit ‘Eichendorff-Lieder’ (1880-88)
pauze ± 20.50 uur
Alma Mahler (1879-1964)
Die stille Stadt
uit ‘Fünf Lieder’ (1910)
Licht in der Nacht
uit ‘Vier Lieder’ (1915)
Bei dir ist es traut
uit ‘Fünf Lieder’ (1910)
Alexander Zemlinsky (1871-1942)
Sechs Gesänge, op. 13 (1910-13)
Die drei Schwestern
Die Mädchen mit den verbundenen Augen
Lied der Jungfrau
Als ihr Geliebter schied
Und kehrt er einst heim
Sie kam zum Schloss gegangen
einde ± 22.00 uur
Toelichting
1810-1856
Robert Schumann
Door Joke Dame
Een fraaie selectie uit de Duits-Oostenrijkse kunst brengt ons in dit van halverwege de negentiende eeuw naar het begin van de twintigste eeuw. Bijna chronologisch, als betrof het een lezing-recital waarin we de ontwikkelingen in het genre goed kunnen volgen.
Schumann
Bij de naam Hans Christian Andersen denken we tegenwoordig al gauw aan sprookjes, maar de Deense auteur was ook dichter. En als tekstdichter van vier van de vijf liederen uit Robert Schumanns Fünf Lieder leren we hem hier kennen – in de (vrije) vertaling van Adelbert von Chamisso – als liefhebber van de milde vervreemding en de plotseling invallende duisternis. Hieraan voegde de componist het zijne toe.
Zo roept de laatste regel van Märzveilchen – ‘und Gott sei gnädig dem jungen Mann’ – een lichte twijfel op over de afloop van de beschreven ontluikende liefde. En krijgt de idyllische moederliefde in Muttertraum met de wiegende pianobegeleiding een onverwacht zwart in de laatste strofe waarin wordt vooruitgewezen op de boevencarrière van de zuigeling en zijn einde aan de galg.
Schumann droeg zijn Fünf er op aan de Deense dichter en verklaarde daarbij: ‘Misschien zult u mijn toonzettingen vreemd vinden, zoals ik aanvankelijk uw gedichten. Maar naarmate ik ze beter leerde kennen, werd mijn muziek steeds ongewoner.’
1833-1897
Johannes Brahms
Componeren noemde hij, in een veel geciteerde uitspraak, ‘niet moeilijk’. Wél moeilijk vond hij het om overbodige noten weg te laten. Het kostte Johannes Brahms, de perfectionist, dan ook veel moeite het teveel aan noten in zijn eren, waarvan hij er rond de tweehonderd schreef, te elimineren. Maar eenmaal over de brug van het weglaten sneed hij ook gerust het overbodige in de teksten van zijn dichters weg als hem dat goeddunkte.
De vijf Brahms-eren komen uit vier verschillende bundels en omvatten samen een tijdsspanne van ruim drie decennia liedcomposities. Brahms is in zijn liederen de man van de gevoelige levensvragen, die hij stelt met een grote emotionele intensiteit. Kleine concrete momenten van intieme liefdesgevoelens (Ständchen, en het volkslied Da unten im Tale) worden afgewisseld met contemplaties over eenzaamheid en verlangen (Feldeinsamkeit, en Die Mai-nacht).
Het theatraal vormgegeven Von ewiger Liebe staat met zijn rollenspel enigszins apart: eerst horen we de onzekere jongen, verliefd en gekweld, in een aarzelende driekwartsmaat; daarna het meisje dat hem in een -vloeiender zesachtstenmaat antwoordt met de krachtigste liefdesverklaring die je je kunt wensen. Dit gezongen dialoogje werd zelfs gewaardeerd door collega Hugo Wolf, die bepaald geen fan was van Brahms’ liedkunst.
1860-1903
Wolf
Ook van Hugo Wolf kennen we een omvangrijk oeuvre, waaruit hier vijf staaltjes worden gepresenteerd. Het openingslied uit zijn bundel Italienisches Liederbuch kan daarbij als motto dienen. Auch kleine Dinge können uns entzücken somt de kleinoden op die ons zo kostbaar zijn, maar die we al te vaak vergeten.
De kleine dingen zijn ook wat Wolf als componist aantrok, en waarin hij excelleerde. Zijn grootschalige werken flopten de een (zijn Der Corregidor) na de ander (het symfonisch gedicht Penthesilea). Wonderlijk te bedenken dat de Wagner-aanhanger Wolf zich zo eenkennig thuis voelde in de wereld van de miniaturen.
Die hij dan wel combineerde met een wagneriaanse sensualiteit in de en een schumanniaans vermogen tot het verklanken van het gevoelsleven. In een als Nachtzauber, verwoordde tenor Ian Bostridge eens gevat, ervaren we alle zinnelijkheid van Wagners ‘unendliche ’, maar dan zonder oneindigheid.
Wolf bundelde zijn liederen vaak m één dichter; zo kwamen kort na elkaar de Mörike-Lieder, de Eichendorff-Lieder en de Goethe-Lieder als cyclussen tot stand. En tussen zangstem en piano weeft Wolf een muzikaal web van emoties: bij Mörike hunkering en gelaten melancholie, bij Goethe het onmetelijke verlangen, en bij Eichendorff de doorgaans onderbelichte sensuele en ondeugende kant van zijn poëzie. De componist probeert steeds de specifieke taal van de verschillende dichters in zijn muziek te vangen.
1879-1964
Alma Mahler
Dat Alma Mahlers oeuvre zo klein is gebleven – niet meer dan een handvol eren – heeft een inmiddels alom bekende oorzaak: echtgenoot Gustav gaf haar in het jaar van hun huwelijk te kennen dat ze zich voor zíjn muziek diende in te zetten en niet voor de hare.
Nou was Alma Mahler allesbehalve het type dat zich neerlegt bij een eenzijdig ondertekende opdracht. Het is goed mogelijk dat ook zijzelf zich liever zag gloriëren als muze van de grote Mahler dan te ploeteren in zijn schaduw. Ze liet aanvankelijk het initiatief in ieder geval bij hem.
Na een aantal jaren drong tot Gustav door wat het compositorische zwijgen voor Alma moest betekenen en drong hij aan op revisie en publicatie van haar eren. De eerste bundel, Fünf Lieder, gecomponeerd in de tijd dat Alma nog in de leer was bij Alexander Zemlinsky (met wie ze een kortlopende affaire had), verscheen in 1910; haar tweede bundel, Vier Lieder, in 1915.
Sarah Connolly is al jaren fervent pleitbezorger van Alma Mahlers composities. De liederen hebben volgens de mezzosopraan ‘a rare gift of melody’. Ze noemt ze wulps, koket, wagneriaans in intensiteit en , en toch intiem, sensueel, charmant en verrassend.
1871-1942
Alexander Zemlinsky
Met Alexander Zemlinsky’s Sechs Gesänge, op teksten van de Belg Maurice Maeterlinck, kijken we aan het eind van dit als door een expressionistisch venster de twintigste eeuw in. Zemlinsky bewoog zich als componist rond een drempel. Hij stond met één been nog stevig verankerd in de Laatromantiek, met zijn andere stapte hij voorwaarts de moderniteit in. Hij drukt zich uit in een laat-negentiende-eeuwse tonale taal die tegelijkertijd iets koels en terughoudends heeft.
De dood staat centraal in Maeterlincks in nevelen gehulde gedichten. Zijn taal is niet zozeer complex – eerder eenvoudig – maar de betekenissen en de beelden die hij oproept zijn dat des te meer. Die tegenstelling sprak Zemlinsky aan en spiegelde hij in zijn muziek. De zanglijn volgt de taal in haar soberheid, de pianobegeleiding geeft het mysterieuze en vervreemdende weer in een aanhoudend modulerende gang.
Nobelprijsdichter Maeterlinck zette in zijn oorspronkelijk in het Frans geschreven gedichten graag zinnen tussen haakjes (in Die Mädchen mit den verbundenen Augen, en Als ihr Geliebter schied) of gedachtestreepjes (zoals in Sie kam zum Schloss gegangen). We gaan horen hoe een zanger dat doet: haakjes en gedachtestreepjes zingen.
Biografie
Sarah Connolly, mezzosopraan
Sarah Connolly studeerde piano en zang aan het Royal College of Music in Londen. Sinds de Birthday Honours 2017 mag ze de titel ‘Dame’ dragen en sinds 2020 is ze erelid van de Royal Philharmonic Society – die haar in 2012 al de Singer Award gaf. De mezzosopraan zong op de festivals van Aldeburgh, Edinburgh, Luzern, Salzburg en Tanglewood en op The Last Night of de Proms.
Ook -engagementen brachten haar de wereld over, van English National Opera en het Royal Opera House Covent Garden in Londen tot de Metropolitan Opera in New York, La Scala in Milaan, de Wiener Staatsoper, de Bayerische Staatsoper in München, de operahuizen van Amsterdam, Parijs, Madrid en Barcelona en de festivals van Bayreuth, Glyndebourne en Aix-en-Provence.
Op het concertpodium stond Sarah Connolly met bijvoorbeeld het Boston Symphony Orchestra, The Philadelphia Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, de Berliner Philharmoniker, het Mozarteumorchester Salzburg, orkesten van de BBC en het London Symphony Orchestra. Bij het Concertgebouworkest zong ze in Bachs Passionen en Mahlers Das Lied von der Erde.
s geeft ze dit seizoen in Wigmore Hall in Londen, in Sevilla, in Barcelona en op het Leeds er Festival met Joseph Middleton en op het Oxford Lieder Festival met Imogen Cooper. In de was Sarah Connolly drie keer eerder te beluisteren (2015, 2017 en 2019), telkens met pianist Julius Drake.
Julius Drake, piano
Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.
Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.
In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.
Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.
Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.

