Santtu-Matias Rouvali leidt Sjostakovitsj bij het Concertgebouworkest

Concertgebouworkest
Santtu-Matias Rouvali dirigent
Vesko Eschkenazy viool

Dit programma maakt deel uit van de series D, E en Z.

Dit concert wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4.

Lees ook:
- Violist Vesko Eschkenazy: ‘Bosmans en ik delen een joodse achtergrond’
- Henriëtte Bosmans en het Concertgebouworkest
- De omstreden Twaalfde symfonie van Sjostakovitsj

Jean Sibelius (1865-1957)

Finlandia, op. 26 (1899, rev. 1900)
symfonisch gedicht voor orkest

Henriëtte Bosmans (1895-1952)

Concertstuk voor viool en orkest (1934)
Maestoso, Allegro – Adagio
Finale: Allegro molto

pauze ± 15.00 uur

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Symfonie nr. 12 in d kl.t., op. 112 (1959-61)
‘Het jaar 1917’
Revolutionair Petrograd
De opstand
Aurora
Dageraad der mensheid
eerste uitvoering voor publiek door het Concertgebouworkest

einde ca. ± 16.10 uur

Toelichting

Jean Sibelius (1865-1957)

Sibelius: Finlandia

Door Martijn Voorvelt

  • Jean Sibelius in 1890

Na meer dan zeshonderd jaar lang deel te hebben uitgemaakt van het Zweedse Rijk werd Finland in 1809 veroverd door Rusland. Gedurende de negentiende eeuw werden de Russische overheersing en censuur dwingender, en groeide het verzet van de Finnen. Het Finse nationalisme kreeg een klank met Finlandia, in 1899 geschreven als slotdeel van een zevendelige cyclus die de Finse geschiedenis moest verklanken, en een jaar later omgewerkt tot zelfstandig symfonisch gedicht.

In de beurtelings zwaarmoedige, turbulente en heldhaftige muziek is zonder veel moeite de strijd van het Finse volk te horen. Tegen het eind klinkt een serene hymne: van Sibelius’ zelf, hoewel vaak gedacht is dat ze gebaseerd is op een traditionele volksmelodie.

De componist werd een nationale held, en voor het Finse volk werd Finlandia een politiek manifest en een aanklacht tegen de Russische agressie. Toen het in 1900 werd uitgevoerd op de wereldtentoonstelling in Parijs, kwam de Finse zaak onder de aandacht van de buitenwereld. Bij de vele uitvoeringen die volgden kreeg het werk steeds weer een andere titel, om de Russische censuur te omzeilen.

In 1917 - in het kielzog van de Russische Revolutie - riep Finland de onafhankelijkheid uit. Na een felle burgeroorlog, die de door Duitsland gesteunde conservatieven wonnen van de Russisch gezinde socialisten, erkende Rusland de onafhankelijkheid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Finnen echter belaagd door achtereenvolgens de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland. Tijdens deze bloedige strijd kreeg het intens populaire Finlandia een tweede leven: de slothymne schopte het tot officieus volkslied. Met een andere tekst werd het bovendien geadopteerd door de christelijke kerk, waarna het vanaf 1967 door het leven ging als Land of the Rising Sun, het volkslied van de Afrikaanse staat Biafra, die nog geen drie jaar bestond.

Henriëtte Bosmans (1895-1952)

Bosmans: Concertstuk voor viool en orkest

Door Michiel Cleij

Dat Henriëtte Bosmans een prominente rol in het Nederlandse muziekleven zou spelen leek voorbestemd. Haar moeder en mentor Sara Benedicts was een pianiste op niveau die quatre-mains speelde met Johannes Brahms; haar vader Henri was solocellist bij het nog jonge Concertgebouworkest. Daar debuteert zij zelf op twintigjarige leeftijd als pianiste en zeven jaar later als componiste van een pril concert. De goede relatie met het Concertgebouworkest bleef bestaan tot zij in 1941 vanwege haar halfjoodse afkomst van de programma’s verdween – al zette chef- Willem Mengelberg zich persoonlijk in voor haar composities én voor de terugkeer van haar joodse moeder uit kamp Westerbork.

In haar muziek verruilde Bosmans Duits-romantische zwaarwichtigheid spoedig voor een transparantere, meer Frans-georiënteerde stijl – een tendens die je na de Eerste Wereldoorlog bij meer Nederlandse componisten zag, inclusief haar compositieleraar Willem Pijper. In het Concertstuk voor viool en orkest kun je nog enige Duitse nadrukkelijkheid horen, maar minstens even duidelijk de klare lijn en de oosters aandoende exotiek die via Debussy en Ravel haar werk binnensloop. De belangrijkste aanjager van dit werk was haar vriend en geestverwant violist Francis Koene, met wie zij zich in 1934 verloofde en voor wie ze in hetzelfde jaar dit werk schreef. Tragisch genoeg overleed Koene nog geen jaar na de verloving zonder de compositie ten doop te hebben kunnen houden. Achteraf zou Bosmans zeggen dat ze zijn dood voorvoelde toen ze het Concertstuk schreef; sommige grimmige passages maken dat alleszins voorstelbaar.

Na Koenens overlijden componeerde Bosmans jarenlang niets, maar scheppingsdrift won het uiteindelijk van haar diepe rouw. Muziek was voor haar ‘geen onderdeel van wat het leven biedt, maar het leven zélf, de meest levende werkelijkheid’. Tijdens en na de oorlog wijdt ze zich vooral aan vocale muziek. Haar melodische aanleg had ze eerder al bewezen in diverse eren, maar ook in stukken voor strijkinstrumenten zoals het Concertstuk.

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Sjostakovitsj: Twaalfde symfonie

Door Michiel Cleij

  • Dmitri Sjostakovitsj

deuntjes die te snel afgespeeld lijken te worden en snerpende riedels: ze duiken vroeg of laat op in elke Sjostakovitsj-symfonie. Je kunt het een truukje noemen, ware het niet dat elke symfonie een ander verhaal vertelt. Die verhalen gaan over de Sovjet-Unie en haar bevolking, inclusief de componist zelf, en ze zitten steevast vol tegenstrijdigheden. De marsjes verschijnen in de context van twenties-modernisme, van sovjetverheerlijking én van satires daarop. Dat Dmitri Sjostakovitsj zich, mild uitgedrukt, moeizaam met de autoriteiten verhield is bekend, maar in zijn muziek zal hij altijd ongrijpbaar blijven.

Juist toen orkesten buiten Rusland een smaak kregen voor Sjostakovitsj’ symfonieën, vol versluierde kritiek op het regime, kwam in 1961 die Twaalfde symfonie: een hommage aan Lenin zonder enige detecteerbare relativering, en als Sjostakovitsj hier mikte op stereotiepe sovjetmuziek is het een voltreffer. Er is heel wat af gespeculeerd over de vraag waarom hij juist onder het relatief milde bewind van Chroesjtsjov zo’n receptmatig werk schreef. Een wereldhit werd het in elk geval nooit; ook het Concertgebouworkest voerde de symfonie – als enige van de vijftien Sjostakovitsj-symfonieën – nooit eerder voor publiek uit. Maar het blijft muziek die alleen Sjostakovitsj kon schrijven, met ën als poolwinden en s als mitrailleurvuur. De persoonlijke ‘tongval’ steekt af tegen de onpersoonlijkheid van échte ­sovjetkitsch, afgeleverd door componisten die nooit tot het buitenland doordrongen.

Het plan voor een eerbetoon aan Lenin had Sjostakovitsj al in 1941 gelanceerd, maar de oorlog stuurde zijn scheppingsdrift een andere kant op. Aanvankelijk wist hij niet of het een , een of een symfonie zou worden, maar de monumentale proporties stonden op voorhand vast. Want, schreef de componist, ‘om de grootste man van onze ingewikkelde tijd in al zijn glorie te verbeelden moeten alle creatieve middelen tot het uiterste worden benut.’ Uiteindelijk had Sjostakovitsj aan een genoeg om hoogtepunten uit het revolutiejaar 1917 weer te geven. Daarmee vervolgde hij de documentaire aanpak van zijn Elfde symfonie (over de Revolutie van 1905); ook die was door sommige westerse critici als ‘agitprop’ neergesabeld. De Twaalfde symfonie is een episch werk met een hoog filmmuziekgehalte, mede doordat de vier delen één doorlopend geheel vormen. Logischerwijs ontbreken hier de intieme passages waarmee Sjostakovitsj in sommige andere symfonieën een stem geeft aan gekwelde eenlingen in een verpletterend systeem; dit is de klank van de massa zelf. Een klank waar Hollywood-componisten als John Williams goed naar hebben geluisterd.

De eerste episode geeft Lenins bejubelde aankomst in het opstandige Petrograd weer, met citaten uit authentieke strijdliederen. Daarop volgt een schildering van Razliv, het oord waar Lenin zijn revolutionaire ideeën uitbroedde; hierin grijpt Sjostakovitsj terug op zijn eigen eerdere Treurmars voor de slachtoffers van de Revolutie. Aurora is het deel, vernoemd naar de pantserkruiser die het startschot voor de Revolutie van 1917 gaf. Dezelfde treurmars mondt in de finale uit in extase, of althans de Sovjetrussische variant daarvan: hier wordt het paradijs na Lenins welzijnswerk bezongen. Het beste van deze slot­episode is misschien wat Sjostakovitsj er zelf over schreef aan zijn vriend Isaac Glikman: ‘Dit gaat niet werken.’
Maar met zijn angstwekkende Dertiende symfonie (‘Babi Yar’, 1962) zou de componist zich rehabiliteren in het Westen – en in eigen land weer eens uit de gratie vallen.

De Finse Santtu-Matias Rouvali maakte een verbluffend debuut bij het Concertgebouworkest in 2020 en kwam in 2021 terug met een door pers en publiek bejubeld Sibelius-concert. Nu valt de Fin op korte termijn in voor conductor emeritus Riccardo Chailly, die tot zijn grote spijt heeft moeten afzeggen. Het programma blijft grotendeels ongewijzigd. Voor het eerst in meer dan zeventig jaar voert het Concertgebouworkest Henriëtte Bosmans’ Frans georiënteerde Concertstuk voor viool en orkest uit. Na de pauze klinkt Dmitri SjostakovitsjTwaalfde symfonie, ‘Het jaar 1917’. Ging Sjostakovitsj met deze lofzang op de Russische Revolutie door de knieën voor het Sovjet-regime? Of was het een versluierde parodie? Een omstreden werk, dat nog altijd zelden wordt uitgevoerd en een herkansing verdient. Santtu-Matias Rouvali zet de symfonie in scherp perspectief met het openingswerk, het populaire Finlandia van zijn landgenoot Jean Sibelius.

Orkestfeiten

Sibelius: Finlandia
Werd nog maar zestien keer uitgevoerd door het Concertgebouworkest De eerste keer was op 3 maart 1920 onder leiding van Carl Nielsen. De laatste uitvoering was op 24 januari 1993 onder leiding van Kazimierz Kord.

Bosmans: Concertstuk voor viool en orkest
De wereldpremière vond plaats op 31 oktober 1935 onder leiding van Willem Mengelberg met concertmeester Louis Zimmermann als solist. De laatste uitvoering was op 22 september 1951 onder Eduard van Beinum met als solist Willem Noske.

Sjostakovitsj: Twaalfde symfonie
Werd één keer eerder door het Concertgebouworkest uitgevoerd ten behoeve van een plaatopname onder leiding van Bernard Haitink, in februari 1982.

Biografie

Santtu-Matias Rouvali, dirigent

Santtu-Matias Rouvali is chef­ van Philharmonia (sinds 2021) en was dat ook acht seizoenen lang (van 2017 tot 2025) van het Göteborg . Van het Tampere Philharmonisch Orkest in zijn thuisland Finland is hij eredirigent. In 2022 maakte Santtu-Matias Rouvali met Philharmonia zijn BBC Proms-debuut, en jaarlijks reizen dirigent en orkest naar het Mikkeli Festival in Finland.

In september 2025 leidde Santtu-Matias Rouvali het tachtigjarige Philharmonia in een grote tournee, uitmondend in een concert in Carnegie Hall in New York; ook Het Concertgebouw werd aangedaan, met onder meer een wereldpremière van composer in residence Gabriela Ortiz.

De Finse was te gast bij gezelschappen als de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en de orkesten van New York, Cleveland, Chicago en Los Angeles. Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in januari 2020 keerde hij er jaarlijks terug; de laatste keer, in maart 2025, dirigeerde hij werken van Clyne, Rachmaninoff en Sibelius.

Santtu-Matias Rouvali bouwt gestaag aan een uitgebreide discografie met zijn orkesten in Londen en Tampere, en met het Göteborg voltooide hij een Sibelius-cyclus die goed was voor onder meer een Gramophone Editor’s Choice, een Preis der deutschen Schallplattenkritik en een Diapason d’Or. Santtu-Matias Rouvali, van oorsprong er, studeerde directie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij onder anderen Jorma Panula, Leif Segerstam en Hannu Lintu.

Vesko Eschkenazy, viool

De Bulgaarse violist Vesko Eschkenazy is concertmeester van het Concertgebouworkest sinds 1 januari 2000. Op zijn vijfde begon hij met vioolspelen, vier jaar later werd hij al concertmeester van het Pioneer Youth Philharmonic Orchestra.

Vesko Eschkenazy studeerde aan het Conservatorium van Sofia en aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen bij onder anderen Yfrah Neaman. In 1985 en 1988 won hij prijzen bij het Wieniawski Concours in Polen en het Londense Carl Flesch Concours.

Vóór zijn aantreden bij het Concertgebouworkest was de violist achtereenvolgens concertmeester bij het Radio Kamer Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Als solist trad hij op met het Royal Philharmonic Orchestra en het London Philharmonic Orchestra onder leiding van en als Yuri Bashmet, Colin Davis, Carlo Maria Giulini, Kurt Masur, Seiji Ozawa en Mstislav Rostropovitsj.

In november 2000 debuteerde Vesko Eschkenazy als solist bij het Concertgebouworkest in het Eerste ­vioolconcert van Szymanowski. Sindsdien soleerde hij regelmatig met het orkest, zoals in maart 2016 in het Vioolconcert in a klein, BWV 1041 van ­Johann Sebastian Bach. In 2010 werd Vesko Eschkenazy uitgeroepen tot Musicus van het Jaar in Bulgarije en opende hij het concertseizoen met een massaal bezocht openluchtconcert in zijn geboortestad Sofia met het Philharmonisch Orkest van Sofia.

Vesko Eschkenazy bespeelt de ‘ex-Silverstein’-Guarneri del Gesù uit 1742, eigendom van een particuliere mecenas en in bruikleen gegeven via de Foundation Concertgebouworkest.