Sabine Devieilhe brengt pure poëzie met Alexandre Tharaud
Sabine Devieilhe sopraan
Alexandre Tharaud piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 1.
Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.
Claude Debussy (1862-1918)
Nuit d’étoiles (1880)
Francis Poulenc (1899-1963)
Deux poèmes de Louis Aragon (1943)
C
Fêtes galantes
Gabriel Fauré (1845-1924)
Après un rêve
uit ‘Trois mélodies’, op. 7 (1877)
Notre amour
uit ‘Trois mélodies’, op. 23 (1879-81)
Maurice Ravel (1875-1937)
Chanson française
uit ‘Chants populaires’ (1910)
Gabriel Fauré
Au bord de l’eau
uit ‘Trois mélodies, op. 8 (1871-75)
Maurice Ravel
Sur l’herbe (1907)
Francis Poulenc
Cinq poèmes de Max Jacob (1931)
Chanson bretonne: J’ai perdu ma poulette
Cimetière
La petite servante
Berceuse
Souric et Mouric
Banalités (1940)
Chansons d’Orkenise
Hôtel
Fagnes de Wallonie
Voyage à Paris
Sanglots
pauze ± 21.00 uur
Maurice Ravel
Manteau de fleurs (1903)
Claude Debussy
Romance (1891)
La romance d’Ariel (1884)
Apparition (1884)
Gabriel Fauré
Les berceaux
uit ‘Trois mélodies’, op. 23
Maurice Ravel
Cinq mélodies populaires grecques (1904-06)
Le réveil de la mariée
Là-bas, vers l’église
Quel galant m’est comparable
Chanson des cueilleuses de lentisques
Tout gai!
Claude Debussy
Ariettes oubliées (1903)
C’est l’extase
Il pleure dans mon coeur
L’ombre des arbres
Chevaux de bois
Green (Aquarelles 1)
Spleen (Aquarelles 2)
Gabriel Fauré
Chanson d’amour
uit ‘Deux mélodies’, op. 27 (1882)
Maurice Ravel
Air du feu
uit ‘L’enfant et les sortilèges’ (1920-25)
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Sabine Devieilhe brengt pure poëzie met Alexandre Tharaud
Door Joke Dame
Wat is dat toch, la mélodie française? Waarin onderscheidt ze zich van het romantische in andere Europese landen? Dit biedt een antwoord met een stijlvolle bloemlezing uit het werk van vier generaties Franse mélodie-componisten. Zet je de liederen geordend onder componistennaam – en het betreft vier grote liedcomponisten – dan zien we de ontwikkeling van krap driekwart eeuw Franse liedkunst, met als vroegste werk Fauré’s Au bord de l’eau uit 1875 en als laatste Poulencs Deux poèmes de Louis Aragon uit 1943.
De uitvoerders presenteren de liederen niet chronologisch, maar zetten ze contrasterend tegen elkaar aan. Deze gemixte volgorde, waarbinnen liedcyclussen intact blijven, laat zien dat het genre in de negentiende en twintigste eeuw onverminderd aan bepaalde karakteristieken bleef voldoen, zoals lange zanglijnen, nauwgezette aandacht voor het van de teksten en een voorkeur voor suggestieve poëzie.
De mélodie française is een bijzonder genre dat zich niet helemaal los van het Duitse romantische Lied ontwikkelde, maar sterk zijn eigen gang ging in het subtiel tekenen van vaak melancholieke en nostalgische sferen. Of van pure ironie. Onder invloed van het Franse impressionisme worden de liederen vrijer in en ritmiek, en trekken grondtoon en puls zich meer en meer terug in fijnzinnig vormgegeven zwevende klankvelden. Symbolisme, dadaïsme en surrealisme kleuren de latere poëzie. Niet de beschreven gebeurtenissen, maar de poëtische sfeer, de opgeroepen emoties en de Franse taal zijn daarbij leidend.
Fauré
Gabriel Fauré was een van de belangrijke componisten die het Franse lied tot een serieus kunstlied ontwikkelde. Hij schreef er zo’n honderd en perfectioneerde zijn stijl met steeds fijnzinniger details. De vijf liederen in dit recital componeerde hij als dertiger. In Après un rêve – tegenwoordig bij een groot publiek bekend sinds de door Sheku Kanneh-Mason op werd gespeeld bij het huwelijk van de Britse prins Harry en Meghan Markle – overheerst de bitterzoete weemoed van een dromer die de verloren liefde in de slaap herbeleeft, tot het pijnlijke ontwaken. Liefde is ook het in veel andere liederen van Fauré, maar niet in Les berceaux. Daarin vergelijkt de dichter (Sully Prudhomme) de schepen (vaissaux) waarop de zeelieden vertrekken met de door de moederhand schommelende wiegjes (berceaux) van hun kinderen. Met de zesachtste houdt Les berceaux het midden tussen een wiegenlied en een , het Venetiaanse lied waarmee gondeliers hun ranke boten wiegden.
Debussy
Het was Marie-Blanche Vasnier, een verdienstelijke sopraan, die Claude Debussy aanzette tot het schrijven van liederen en drie van de hier klinkende mélodies – Romance, La romance d’Ariel en Apparition – heeft de componist aan haar opgedragen. Ze was zijn muze en minnares voor een tijd. Zonder twijfel zijn de hoge coloraturen in La romance d’Ariel op haar zangstem toegesneden.
Met de cyclus Ariettes oubliées bereikt Debussy een hoogtepunt in het toonzetten van suggestieve, symbolistische poëzie. Paul Verlaine laat gaten vallen in de beelden die hij oproept in zijn gedichten en precies in die gaten nestelt zich Debussy’s muziek. In C’est l’extase langoureuse klinkt de lome verrukking sensueel in de pianoakkoorden. De motregen druppelt gestaag op je gezicht via het constante pianomotief in Il pleure dans mon coeur, waar het vanaf de tweede dichtregel aanhoudend regent.
Nuit d’etoiles, waarmee dit recital opent, was Debussy’s allereerste lied; hij was achttien. Het jeugdlied heeft in de kiem de eigenschappen die veel van het rijpere werk van de componist kenmerken: een vluchtige melancholie als overheersende sfeer en een nauwe band tussen woord en toon.
Ravel
De mélodies van Maurice Ravel slaan een brug tussen de liederen van Debussy en die van de Groupe des Six, de avant-gardistische groep componisten waartoe Poulenc behoorde. Met Ravels voorliefde voor volkspoëzie (Cinq mélodies populaires grecques, Chanson française) en wat lichtere teksten komt er lucht in de Franse liedkunst, en een zweem van absurditeit. In Sur l’herbe, op tekst van Verlaine, vallen we met de deur in huis bij een bizarre dronkemansconversatie. Maar de notennamen do, mi, sol, la, si worden, ondanks de oude Cyperse wijn, op de juiste toonhoogte uitgevoerd.
In Manteau de fleurs wandelen we in een tuin waar alle bloemen roze zijn, net zo roze als de geliefde. Alleen de lelies ‘hebben het recht om wit te zijn’.
du feu uit de L’Enfant et les sortilèges houdt ons in de fantasiewereld, dit keer op een tekst van Colette. Het Vuur bedreigt het Kind, het slechte Kind, door hoog op te laaien – ‘Arrière!’ op een maten durende hoge a – en gemene en grillige vlammen uit te slaan. ‘Ik verwarm de goeden en verbrand de slechteriken!’ Het Kind deinst terug.
Poulenc
Francis Poulenc schreef maar liefst een kleine tweehonderd mélodies – ‘Ik hou zo van de menselijke stem’, moest hij zich geregeld verdedigen. En niet zelden zocht hij daarbij de dadaïstische en surrealistische poëzie van net voor en na de Eerste Wereldoorlog. Of het de taalexperimenten zijn van Louis Aragon – in C eindigen alle dichtregels op dezelfde klank als de titel en alle dichtregels in Fêtes galantes beginnen met dezelfde woorden: ‘on voit’ –, of het de cabareteske gedichten van Max Jacob zijn of de absurditeiten waarmee Guillaume Apollinaire (tekstdichter van Banalités) zich van het symbolisme ontdeed, Poulenc wist bij alle teksten muziek te componeren die de poëzie diepgang verleent.
Zo maakt Poulenc van het wat melige Souric et Mouric (Cinq poèmes de Max Jacob) over de witte rat en de zwarte muis een volledige operateske scène. Over Hôtel (Banalités) – ‘ik wil niet werken, ik wil roken’ – sprak zanger Pierre Bernac, Poulencs partner, als ‘het sloomste lied ooit geschreven’. Maar als Sanglots (Banalités) de cyclus voltooid, dan keert de verloren liefde terug in het Franse lied. Diepgevoeld, elegant en teder. Precies zoals de mélodie française de twintigste eeuw was binnengekomen.
Biografie
Sabine Devieilhe, sopraan
Sabine Devieilhe studeerde aanvankelijk muziekwetenschap en , en vervolgens zang aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs. Al in haar studietijd zong ze bij Les Musiciens du Louvre, het Orchestre de Paris, Les Arts Florissants, Pygmalion en Le Concert Spirituel.
Ze staat op alle belangrijke podia, inclusief het Glyndebourne Festival, de Salzburger Festspiele, het Festival d’Aix-en-Provence, de Opéra National de Paris, De Munt in Brussel, het Opernhaus Zürich, de Wiener Staatsoper, La Scala in Milaan en het Royal Opera House Covent Garden in Londen.
Bij De Nationale in Amsterdam vertolkte ze in 2015 Soeur Constance in Poulencs Dialogues des Carmélites en in diezelfde rol debuteerde ze vorig seizoen aan de Metropolitan Opera in New York.
Bij het Concertgebouworkest maakte ze in november 2022 haar debuut in het Requiem van Mozart onder leiding van Klaus Mäkelä, en ook andere grote orkesten nodigden haar uit, waaronder Les Siècles (Mahlers Vierde symfonie), de Bayerische Staatskapelle (Brittens Les illuminations) en de Berliner Philharmoniker (Mozart-’s).
recitals gaf de Franse sopraan in Wigmore Hall in Londen, het Wiener Konzerthaus, de Alte Oper Frankfurt, de Elbphilharmonie Hamburg en de Philharmonie in Luxemburg. Dit voorjaar is ze met haar nieuwe liedprogramma te horen in Dijon, Bordeaux, Parijs, Londen, Berlijn, Heidelberg en Essen.
Het (van 2020 uitgestelde) debuut van Sabine Devieilhe in de in februari 2022 met pianist Alexandre Tharaud kreeg van NRC de kwalificatie ‘een avond puur liedgeluk’.
Alexandre Tharaud, piano
Alexandre Tharaud won in 1989, kort na zijn studie in Parijs, de tweede prijs van het ARD Concours in München. Op 28 januari 2006 maakte hij in de zijn Concertgebouwdebuut met werken van Rameau en Ravel, en in seizoen 2020/2021 had hij een Spotlightserie.
De pianist soleerde bij het London Philharmonic Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Orchestre de Paris, het Orchestre National de France, de Tokyo Metropolitan Symphony en de orkesten van São Paulo, Cincinnati, Philadelphia en Cleveland.
Met het Concertgebouworkest speelde hij Bach onder leiding van Jan Willem de Vriend (2013). In Nederland is Alexandre Tharaud ook bekend van het Prinsengrachtconcert 2015, en in 2017 speelde hij in de het Pianoconcert voor de linkerhand van Ravel met het Orchestre Métropolitain de Montréal onder leiding van Yannick Nézet-Séguin. Solorecitals gaf hij bijvoorbeeld in de Philharmonie de Paris, Wigmore Hall in Londen en de Alte Oper Frankfurt en op tournee in Japan, China en Korea.
De veelbekroonde discografie telt meer dan 25 albums en reikt van de via Mozart, Beethoven, Schubert, Chopin, Brahms en Rachmaninoff tot de belangrijkste Franse componisten van de twintigste eeuw. Zijn brede artistieke interesse blijkt ook uit samenwerkingen met theater- en filmmakers, dansers, schrijvers en musici in andere genres dan klassiek. In 2012 speelde Alexandre Tharaud naast Isabelle Huppert in de film Amour van Michael Haneke, en in 2017 publiceerde hij Montrez moi vos mains, over het dagelijks leven van een pianist.

